Soms heb je van die dagen dat mediteren gewoon niet goed gaat. Nee dat zeg ik verkeerd... Meestal gaat meditatie eigenlijk niet echt goed.
![:wink:]()
Althans, bij mij dan. Het is bijna altijd een proberen om in de meditatie staat te komen, niet mediteren zelf. Maar heel soms, dan zit je net even door die ene laag oncomfortabele gevoelens heen en dan ineens besef je je sinds lange tijd weer wat echte meditatie eigenlijk is. Hee, er is geen weerstand? Alles is helemaal oké. Maar echt letterlijk, álles is oké... Vanochtend zat ik op mijn balkon en overkwam dit me weer eens.
En dan is het alsof alles begint te openen. Niets visueels natuurlijk, maar alles krijgt een lichte, open kwaliteit en inzicht begint binnen te stromen. Ik word me ineens bewust van de aard van mijzelf, als bewustzijn. Al een tijd lang weet ik dat ik bewustzijn ben, niet mijn lichaam, niet mijn naam, niet mijn gedachten. Maar bewustzijn, wat is dat eigenlijk? Het is 1 ding om te beseffen dat ik bewustzijn ben, maar wat is de aard van dat bewustzijn? Bij 'bewustzijn' heb ik normaliter een beetje het gevoel alsof het iets vluchtigs is. Ook al weet ik beter, ik zet bewustzijn qua gevoel toch vaak wat weg als 'datgene dat de wereld ziet'. En de wereld is solide, zwaar, dicht. Dan zal bewustzijn wel het tegenovergestelde daarvan zijn, redeneert mijn geest dan. Ik vraag me af of jullie ook zo redeneren(?) Maar tijdens deze meditatie werd even heel erg duidelijk dat nee, bewustzijn is niet iets vluchtigs. Ik als bewustzijn ben solide, als 1 "blok" ultradicht materiaal dat simpelweg hier 'is', onverzetbaar, onverwoestbaar. Natuurlijk, een blok is maar een beschrijving, want het gaat hier over iets zonder dimensies. Vergeleken bij dat "blok" is de wereld maar een fragiele verschijning. De soliditeit die aan de wereld toegekend wordt, is eigenlijk de soliditeit van dat blok, van bewustzijn. Sterker nog, de wereld is een tijdelijke distortie van dat blok. Wanneer je vergeet dat jij die onderliggende realiteit bent, dan ken je de inherente kwaliteiten van jezelf toe aan de wereld. Maar weet je je gedachten voor lang genoeg te negeren dan kom je als vanzelf weer bij het besef: nee, deze kwaliteiten zijn niet van de wereld, maar van mij. Dichtheid, afstand/ruimtelijkheid, tijd (eeuwigheid). Ze behoren tot ons eigen Wezen.
Dan is er nog de kwestie van lijden. Zoals zo vaak had ik vannacht niet bijster goed geslapen. Ik begon de dag weer eens zonder uitgerust gevoel en met last van mijn nek. Toen de meditatie sessie tot de eigenlijke meditatie kwam was dat alles geen probleem meer. Want dat wat wij denken dat ons lijden is, bestaat uiteindelijk uit "materiaal" dat van zichzelf zonder lijden is. Dit klinkt waarschijnlijk raar, maar dit is iets wat je kunt onderzoeken. Kijk recht naar je pijn en lijden zonder enige manier van proberen eraan te ontsnappen en uiteindelijk zul je zien dat je pijn gemaakt is van gelukzaligheid. De solide realiteit van bewustzijn is dat materiaal. Wanneer je weer vergeet dat je die onderliggende realiteit bent, creëer je automatisch weer een personage die in verhouding staat tot alle dingen van de wereld. Die fantoom persoonlijkheid (die er dus niet echt is) zorgt ervoor dat we lijden. We lijden in naam van die illusionaire zelf. Maar door weer terug te keren naar die absoluut stille onveranderlijke eeuwige (zonder tijd) Werkelijkheid van onszelf, verdwijnt de illusie zo snel als deze gekomen is. Voel je dus pijn en leed, ren er nooit van weg, verdoof het nooit, maar kijk er naar. Simpelweg: kijk er naar. En zet daar voldoende in door, zodat je perceptie verschuift van de valse, naar de ware Zelf. Dingen zijn niet wat ze lijken.
(Ik was zo geïnspireerd door deze sessie, ik moest dit gewoon even van me af schrijven.
![:)]()
)