Tekno verhaaltje..
Tekno in een slachthuis
door: Raul de Jong Oct 24 2002
Het is zaterdagavond, een uur of twaalf. Samen met Bas zit ik in de trein naar Zoetermeer-Oost. Volgens onze laatste informatie is daar vannacht een illegaal tekno-feestje in een oud slachthuis. Bas gaat voor zijn plezier, ik ga voor dit stukje en eigenlijk heb ik helemaal geen zin. Heb besloten om eens nuchter te blijven vanavond en dan te kijken hoe ik het vind. Ik was veertien toen ik voor het eerst naar tekno ging. Ik zat in een soort vriendenclubje met mensen die ik al kende van toen ik een baby was. Een paar van hen waren per ongeluk verzeild geraakt op een teknofeest en ze vonden het fantastisch. Magisch was het gewoon en ze hadden ook een pilletje geslikt. Een pilletje geslikt?! Maar wij zouden toch nooit pilletjes slikken?! Nee, dat is waar, maar het was wel heel erg leuk. Nou, hoe leuk het ook was, ik zou het nooit doen. Maar een week later was ik al op tekno en slikte ik toch mijn eerste pilletje. Station Zoetermeer-Oost is een verlaten nieuwbouw station. Normaal zal het hier niet druk zijn zaterdagnacht, maar nu staan er dertig jongeren. Zij gaan ook naar het feestje, dat zie je meteen. Aan hun afgeragde, legergroene kleren, hun truien met capuchons en aan de vele variaties op het dreadlockkapsel. We vragen cool of ze al weten waar 't feestje is. "Wordt aan gewerkt" zegt een kale jongen met één grote vieze dreadlock. Ze bellen en uiteindelijk achterhaalt iemand de locatie, twintig minuten lopen van het station. We lopen door een verlaten industriegebied. Er wordt weinig gezegd onderweg. Iedereen lijkt zich in stilte voor te bereiden. Dan een vaag gedreun vanuit de verte. "Hoor je dat?" Iedereen wordt enthousiast. "Kankerlauw!" zegt Bas. Hij maakt een soort dreunbewegingen met zijn armen, alsof hij al helemaal in de muziek opgaat. "Bam bam bam", zegt de jongen met de vieze dreadlock. Hij heeft een grote glimlach op zijn gezicht. Het gedreun komt steeds dichterbij en uiteindelijk bereiken we het feestje. Een grote loods, auto's buiten en mensen die bezig zijn met een lachgasballon. Door een groot gat in de muur komen we in een enorme hal met keiharde dreunmuziek. Het is heel donker, op de felle lichtflitsen na. Helemaal aan het einde van de hal staan de boxen, 'het soundsystem', en daarvoor staan mensen te dansen. Allemaal individueel, alsof het soundsystem een tempel is. Er zijn zo'n vijfhonderd mensen, schat ik. Ik heb het koud. Mijn eerste feestje was vooral heel raar. Ik zag mensen neuken die avond en er werd me cocaïne aangeboden. Ik wist niet wat me overkwam. Die donkere hal, die muziek. Het vieze, maar ook het fantastische ervan. Ik slikte een pilletje en ging dansen, uren achter elkaar. En daarna had ik diepzinnige gesprekken met iedereen die ik tegenkwam. Ik ging om zeven uur naar huis, zo laat was ik nog nooit thuis gekomen. De volgende dag was kut, maar ik wist iets wat jij niet weet. Ik kom veel mensen tegen die ik nog ken van vroeger. Ze begroeten me met de teknogroet, ik heb hem nooit gekund, dus ik geef ze gewoon een hand. Iedereen heeft drugs op en ik moet me inhouden om niet ook gewoon een pilletje te slikken. Dan zou ik semi-diepzinnig kunnen praten en lekker kunnen dansen. Nuchter is het niet zoveel. Gewoon een vies gebouw met keiharde teringherrie en overal kauwende mensen. Na het eerste feestje kwamen er meer. Heel Nederland ben ik er voor afgereisd. En steeds later naar huis. Eerst om zeven uur ' s ochtends en uiteindelijk om vier uur 's middags. De drugs werden steeds normaler, want iedereen deed het. Eerst twee pilletjes en toen drie en toen ook speed en coke en LSD en toen ook doordeweeks. Eigenlijk had ik het na twee keer wel weer gehad, maar buiten de groep vallen wilde ik ook niet. Dus ik ging, maar niet elk weekend. De rest van het vriendengroepje wel. Tekno kreeg de overhand in hun leven. Ze bleven zitten, of gingen van school. Ons groepje viel langzaam uit elkaar. We werden steeds harder en steeds gemener. Alles draaide om hoe geliefd je was in de teknowereld, hoeveel connecties je had en hoe snel je wist waar dat weekend een feestje was. Het hoogtepunt, of dieptepunt natuurlijk, werd twee jaar geleden bereikt tijdens teknival Frankrijk, een tien dagen durend teknofeest op een afgelegen vliegveld in Frankrijk. Eigenlijk wilde ik niet gaan, maar een vriendin had geregeld dat ik gratis kon meereiden in het busje van een of andere vage vijftiger die er ook naar toe ging. Samen met een punkstelletje en twee teknomeisjes reden we naar Frankrijk. Een van die teknomeisjes is vorige week opgenomen in een kliniek, hoorde ik vandaag toevallig. De heenreis was nogal spannend. We mochten absoluut niet aangehouden worden door de politie, vanwege de grote hoeveelheid drugs die in het busje aanwezig was. Om een uur of elf kwamen we aan, het regende. De vage vijftiger parkeerde het busje en vervolgens moesten we een halfuur lopen door een blubberveld. Onderweg slikte ik het eerste pilletje. Het feest zelf was nogal surrealistisch. Er waren diverse soundsystems en een centrale weg. Langs die weg allemaal schreeuwende Franse dealers die zakken pillen en speed omhoog hielden. De rest van het vriendengroepje was er al drie dagen. Ze zaten voor hun tenten, vlak naast een Nederlands soundsystem. Ik schrok toen ik ze zag. Ze waren lijkbleek en broodmager. Jasper kon niet praten, hij had vijf pillen tegelijk geslikt. "We verstaan je niet Jasper!" schreeuwde Janne chagrijnig. Eerder die avond was ze bijna verkracht en opgesloten in een busje, toen ze speed ging halen. Dirk zei niets en kauwde met zijn kaken. Met zijn vingers tikte hij neurotisch op zijn benen. Gelukkig waren er nog meer mensen die ik kende uit Rotterdam. Met hen heb ik die nacht doorgebracht. Ik slikte over de hele nacht verspreid vier pillen, snoof drie lijntjes speed en dronk een kwart fles wodka. Ik sliep twee uur in een tent, hoe ik kon slapen weet ik ook niet, en toen ik wakker werd was alles groen. Dat duurde een uur. Nogal eng, maar ook wel grappig op dat moment. Ons busje ging om twee uur 's middags weer naar Nederland. Gelukkig, want het werd steeds enger allemaal. Mensen begonnen door te draaien. De frietkraam was in de fik gestoken en een jongen was door zes mannen in elkaar getrapt. De andere Rotterdammers wilden ook weg, maar ze hadden geen vervoer. Bovendien was Jasper verdwenen. Hij lag in coma in het dichtsbijzijnde ziekenhuis, bleek later. Daarna nooit meer naar tekno geweest, tot deze zaterdag dus. Na een tijdje kom ik Sanne tegen, een meisje dat ik nog ken van vroeger. Ik schrik als ik haar zie. Ze zit in haar eentje in een hoekje op de grond. Ze heeft een blauw oog en allemaal korsten op haar gezicht. "Wat is er met je gebeurd?" vraag ik. Maar ze wil het niet vertellen, dat is niet mijn zaak, zegt ze. En dan besluit ik dat het wel weer leuk geweest is met dit experimentje. Ik wil weg, naar huis. "Ga je mee Bas?" Nee, Bas wil blijven. Zijn pilletje is net ingeslagen en hij heeft het naar zijn zin. Prima. Na wat rondvragen vind ik een lift terug naar Rotterdam. Gelukkig. Het is een heel, heel, heel fijn gevoel om daar weer weg te rijden.