Gezien de gebeurtenissen van afgelopen week en het gebrek aan tijd om die te verwerken was ik erop voorbereid dat vandaag geen leuke dag zou worden. Maar ik was niet voorbereid op de mate van verwarring en wazigheid waarmee ik vanmorgen wakker werd en die ook aan bleef houden. Tussen het lamzakken en hondjes knuffelen door las ik de informatie over mijn behandeling door. En daar braken de dijken door. Huilbui #1 (ik waarschuw vast: die tel gaan we kwijtraken). Waar precies op deze ochtend/middag het idee LSD te nemen mijn brein in sloop weet ik niet. Ik kan me wel herinneren dat ik een paar keer heb gedacht 'hey hallo, vet slecht idee, nee'. Niet hard genoeg gedacht blijkbaar. Met de eerste 25ug al een tijdje onder mijn tong ga ik rond 15u even op bed liggen. Ik sta stil bij de emoties die ik voel: we duiken er head first in vandaag. Niet veel later voel ik handen langs mijn lijf. Een bekende herbeleving, maar hoe echt hij voelt is nieuw. Waar ik ze normaal stil liggend aan kan gaan, voel ik mijn lijf nu schokken. Dan volgt een volgende bekende herbeleving: twee handen om mijn keel. Ik moet moeite doen te blijven ademen. De behoefte aan iemand naast me die deze herinneringen kan overschrijven of verdringen is groot. Been there, done that, werkt niet. Die wetenschap maakt de eenzaamheid niet minder. Huilbui #2.
'Alles mag eruit, laat het maar gaan'. De intentie is gezet. De gedachte achteraf hierbij: 'be careful what you wish for'.
Overtuigd dat ik van de 25ug LSD niets ga voelen en dat het (blijkbaar) nog head firster kan leg ik de tweede 25ug onder mijn tong. Ik twijfel nog of ik in verband met tolerantie niet nog meer moet nemen, gewoon de rest van de zegel? Ik denk dat ik mijzelf nog heel lang dankbaar blijf van mijn vrekkige gedachte dat het zonde van de rest van de zegel zou zijn, dus dat vandaag gewoon een verloren dag is. Met die acceptatie trek ik om 15u30 mijn schoenen aan en lijn ik de honden aan voor een wandeling - die moeten er toch een keer uit. Ik kan geen koptelefoon met juiste adapter of draadloze oortjes vinden, dus zonder muziek op pad. Boeit niet, want van die LSD ga ik toch niets voelen. Zo uitgetypt lijkt dit een vrij coherent verhaal, maar de mate van verwarring was hier onverminderd groot. Ik ben de hele dag al niet echt op deze planeet.
Halverwege de wandeling voelt het of mijn hele hoofd van binnen opzwelt. Mijn keel en neus haperen bij elke ademhaling alsof ik snotverkouden ben, mijn ogen voelen alsof ik een enorme hooikoortsaanval heb, zo dik. Dit herken ik uit de trip met
@Roze Olifant. Het eerste moment dat ik denk: 'this is gonna be a shitshow'. Reutelend als een vis op het droge hobbel ik verder. Enerzijds voel ik mijn lijf niet, geen enkele verbinding met de voeten die ik onder me heen en weer zie gaan. Anderzijds ben ik me ontzettend er ontzettend bewust van dat ik het bloedheet heb en het zweet over mijn rug gutst.
Ik merk dat ik schaamte voel over dingen die ik denk of voel. Experiment: denk alles wat je denkt en voel alles wat je voelt. Ik lach mezelf een klein beetje uit als ik me besef hoeveel schaamte ik voel over hele normale dingen en ik moet een beetje huilen als ik besef hoe moeilijk ik het vind om het onderscheid te maken tussen de slachtofferrol aannemen en slachtoffer zijn. Ik wil het allebei niet, maar traumaverwerking begint bij de acceptatie dat er gebeurtenissen zijn geweest waarbij ik slachtoffer was. Er
zijn mij dingen aangedaan. Ik word misselijk, sta een paar keer te kokhalzen. Er passeert een moment dat ik mijn sluitspier even heel snel moet herinneren aan zijn functie, mits ik het voorbeeld van
@Zweevteev niet wil volgen. En ik heb een lichte broek aan dus dat wil ik heel graag niet. De Labrador sleurt me bijna mee het water in, het allerliefst was ik met haar mee gegaan. Zo warm. Toch trek ik haar terug, genoeg gezwommen, ik wil naar huis, ik voel me ontzettend slecht. Ondertussen lees ik een appje van mijn buddy van gister. Die heeft afgelopen nacht een innige relatie gehad met de toiletpot, of het goed met mij gaat. Ik hoop van harte dat we dit niet gaan doen.
Alles mag eruit behalve de inhoud van mijn maag en darmen. Hier ergens komt huilbui #3 voorbij, voor een extra dramatisch 'reutelende vis op het droge'-effect.
Thuis aangekomen probeer ik de honden af te drogen maar dat lukt niet. Het lijkt of ik geen contact heb met mijn lijf, ik voel mijn handen niet. Ik heb er ook helemaal de kracht niet voor en ik geef het op. De geur van natte hond is zo intens dat ik met medeneming van een appel en een leeg glas - ik heb nog niets gedronken vandaag - naar boven vlucht en een bad aan zet. Het koortsige gevoel blijkt ondertussen gewoon te kloppen, mijn temperatuur is 38 graden. Voor mijn gevoel heb ik uren gewacht en honderd dingen gedaan wanneer ik rond 17u weer de badkamer in loop en mijn gore zweetkleren uittrek om me vervolgens te laten zakken in een laagje water waarin je een peuter nog niet zou kunnen verzuipen. Met mijn armen om mijn benen en mijn hoofd op mijn knieën wacht ik tot het waterpeil stijgt. Ik voel me een kwetsbaar hoopje mens. Huilbui #4. Deze gaat nog redelijk beschaafd. Voor de zoveelste keer bedenk ik me dat het heel handig zou zijn als je in je hoofd op een 'Record'-knop zou kunnen drukken zodat alle gevoelens en gedachten opgenomen worden om ze later, nuchter, terug af te spelen. God, wat zou dat bijdragen aan mijn herstel. Maar de recordknop is er niet en ik ben te verward om dingen op papier te zetten.
Mijn bad is voorzien van een thermostaatkraan, maar zoals gewoonlijk onder invloed van LSD is mijn innerlijke thermostaat in staat om me te voorzien van een prachtig setje brandwonden. Ondanks mijn broeierige zweterigheid heb ik het koud. Een kou die niet te verwarmen is. Dat weet ik, dus ik weersta de verleiding om het bad met heet water bij te vullen totdat ik het wél lekker warm heb. Warm maar te koud. Ik voel me bij lange na niet genoeg, maar tegelijk ook veel te veel. Te goot en te klein. Dat ik nergens een uitgesproken standpunt inneem maakt dat ik nergens echt bij hoor. Dat ik maar zelden drugs gebruik maakt dat ik er op DF een beetje buiten val. Maar dat ik soms drugs gebruik maakt ook dat ik bij mensen die daar tegen zijn buiten de boot val. Dat zeer gematigd klimaatactivist ben maakt dat ik het gevoel heb me te moeten verantwoorden naar mensen (waaronder ook vrienden) die tegen de acties waaraan ik mee doe zijn, maar ook naar de mensen wåårmee ik de acties doe. En ondertussen zie ik de agenten die tegen ons zijn en elke wegwerpponcho die ze zien zullen gebruiken om dat uit te spreken, maar ik zie ook de agenten die gemoedelijk toe staan te kijken, twee ouderen die aangeven mee te willen doen onder de afzetting door helpen, die zeggen 'als je hier toch bent kun je er maar beter wat moois van maken'. En ik zie heel bewust ook de agenten die zodra er langs het fietspad een scootertje bij de scooterbrigade - waar af en toe een shawl nog even extra hoog over de neus wordt opgetrokken - aansluit zich omdraaien om dat in de gaten te houden. De agenten die, als er een mongool besluit gas te geven vóór mij op de eerste rang staan om dat op te vangen. Ik voel de positie waar ik die agent in breng en ondanks dat dat zijn werk is (en hij dat ook uitspreekt) vind ik daar wat van. Dat ik altijd overal in het midden sta, maakt dat ik altijd overal buiten val. En meestal laveer ik daar prima tussendoor en ben ik blij me niet aan de mening van een groep te hoeven conformeren, maar op dit moment voel ik vooral het erbuiten vallen. Huilbui #5.
Inmiddels begint een stormvloed aan emoties het over te nemen. Dit zou een prima moment zijn geweest om hulp te bellen en in tegenstelling tot de normale gang van zaken wil ik dat ook. Maar ik heb drugs op. De behoefte aan contact is groot, maar mijn gedachten niet coherent genoeg om contact te leggen. In eerste instantie gedachteloos laat ik mijn handen langs mijn been gaan. Het valt me op dat ik een grotere afstand voel dan normaal. Zowel mijn handen als mijn been zijn niet van mij, maar als dat zo was zou ik het helemaal niet voelen en ik voel het wel, dus heh? Zonder LSD is er ook een afstand trouwens: ik raak mezelf aan zoals een arts zijn (of haar) patiënt. Absoluut geïnteresseerd, maar ook absoluut gespeend van elke vorm van liefde. Deze benen hebben zo weinig liefde ontvangen. Niet omdat niemand ze liefde wilde geven, maar omdat ik het ze zelf, mij zelf, niet kon geven. En omdat ik het niet of moeilijk kan ontvangen. De ontvanger is kapot. Stond al op de lijst voor therapie om te repareren. Niet letterlijk. Huilbuien volgen elkaar inmiddels in rap tempo op. Van stil huilen naar zacht snikken tot lange uithalen. Ben ik even blij dat mijn huisgenoot er niet is.
Spoiler
Mijn vingers gaan langs de littekens van vroeger. Misschien is de poging van destijds om iets van de gevoelens die achter metersdik matglas verstopt zaten te voelen het meest intense wat mijn brein en lijf ooit bewust met elkaar hebben uitgewisseld.
De behoefte aan contact word steeds groter en het besef dat ik niet weet hoe ook. Ik wissel een paar berichtjes uit met
@Zeehond maar wil hem niet ongerust maken. Hij appt 'dit is tijdelijk' en ik denk 'neehoor vriend, dit gaat nooit voorbij'. Er staat een vriend op mijn shortlist, maar daarmee heb ik al lang niet gesproken. Ik stuur hem om 18u een appje met zijn naam. Een vriend die in de buurt woont vraag ik of hij thuis is. Ik laat me drijven in bad, voel de invloed van mijn ademhaling: een heel stuk bovendrijven als ik diep inadem, bijna kopje onder als ik heel diep uitadem. Er zijn meer CEV's dan ik dacht, maar de emotie neemt het teveel over om ernaar te kijken. Zou ik diep genoeg uit kunnen ademen om te verdwijnen? Tussendoor kijk ik steeds op mijn telefoon. Ik ben inmiddels zes eeuwen ouder, maar het is pas 3, 5, 6 minuten later. De tijd is kapot. Elke keer als ik denk dat het huilen klaar is begint het opnieuw. Het vraagstuk over hulp vragen terwijl ik drugs heb gebruikt speelt nog steeds, maar ik besluit halfslachtig dat ik het op zijn minst verdien hulp te vragen. Ik bel de eerste vriend, maar hang ook weer op voor hij op kon nemen. Hij appt en ik app terug of hij vanavond toevallig niets te doen heeft. Om me vervolgens te beseffen dat dit voor iemand die gemiddeld na 3 maanden terug appt absoluut geen duidelijke hulpvraag is. "Hoezo is het zo moeilijk om hulp te vragen?" stuur ik er achteraan. Ondertussen heb ik de stop uit het bad getrokken en probeer ik op te staan. Het lukt niet. Met geen mogelijkheid.
Ik mis iemand in huis die je soms tegen het lijf loopt (of zich af zou vragen waarom da fuq zijn chick zit te janken in de badkamer) en die je gewoon even vast kan houden. En iemand die me uit het bad zou kunnen vissen. Want de vriend die ik probeerde te bellen voel ik me absoluut comfortabel bij om hem onder te snotteren en te kwijlen en hij zou me met alle liefde vasthouden tot ik eindelijk uitgedroogd/opgedroogd was, maar hij heeft geen huissleutel. Zo af en toe doe ik een verwoede poging op te staan maar tevergeefs. Meer huilen, spugen, kokhalzen.
Alles mag eruit, laat het maar gaan.
Uiteindelijk lukt het me op te staan en af te douchen, maar daarna moet ik weer gaan zitten. Tegen de tijd dat ik uitgehuild ben is mijn handdoek grotendeels volgesnotterd en ben ik grotendeels opgedroogd. De andere handdoek pak ik voor mijn haar, maar ik droog me routinematig toch verder af en zoek schone, zachte kleren. In mijn babyroze trainingsbroek én roze enorme fleece hoody stommel ik de trap af, in de lach schietend bij de gedachte dat ik in deze outfit de deur open zou moeten doen. Mijn standaard is niet hoog, maar hier moeten we wel wat op bedenken åls er iemand komt. De andere vriend appt terug, laat vervolgens weten dat hij me nu niet op kan vangen, maar blijft wel oppervlakkig in gesprek. Met de honden nog nat en stinkend erbij op de bank (ze voelen zich de koning te rijk dat ze aan die afdroogbeurt zijn ontkomen én toch op de bank mogen) begin ik heel langzaam te landen. Ik ben doodmoe.
Het liefst zou ik even met mijn moeder bellen, gewoon even menselijk contact. Ik heb vandaag nog geen andere stem gehoord dan die van mijzelf. Ik probeer het bij een paar vrienden, maar wederom zonder duidelijke hulpvraag. Het resultaat: ik bel morgen met heel veel mensen.