#1
Je hebt het veel over anderen, dat is echt funest voor je herstel, maar herkenbaar. Soort bevestiging zoeken dat je het wel goed doet. Gebeurt veel in vroeg herstel en groepen. Echter uit jarenlange ervaring kan ik zeggen dat degene van wie je het niet verwachtte het wel halen en visa versa. Kijken wat anderen wel of niet goed doen heeft echter weinig zin. Iedereen doet herstel op een andere manier en de 1 heeft meer tijd nodig dan de ander. Zoals met alles jn het leven. Het houdt je ook weg bij je eigen.Verder zou ik medicatie niet afbouwen en dat zeker het eerste jaar aanhouden. Gebeurt ook vaak, ineens met alles willen stoppen maar eindigt helaas vaak verkeerd. Helemaal als je een psychische achtergrond heb en helemaal met bipolariteit.Dank je hippie. Ik ga niet alles bespreken in de zin van ‘vragen of het mag’. Dan kom ik nergens. Het is mijn lijf.
Mijn periode bij Brijder voelt bijna als een soort heropvoedingskamp. Ik kan niets vertellen over de groep ivm privacy. Dus hoe zal ik het zeggen… de fluwelen handschoentjes waren niet mee. Whatever happened, je moest 3 x per dag met elkaar aan tafel. Je moest de dag openen een uur en de dag sluiten, een uur. Je mocht maar weinig naar buiten en zeker niet alleen. Telkens blazen, vaak urine inleveren. Je moest beneden blijven, mocht niet teveel op je kamer. Je was constant in het zicht, zowel van verpleging als van afdelingsgenoten.
Toen ik binnen kwam werd ik redelijk met rust gelaten. Ik was er, praatte wat en dat was het. Na een week veranderde het, toen ik weer kleur op mijn wangen kreeg, praatjes, en een soort zelfstandigheid waarmee ik ineens meedeed bij ‘de jongens’ en ook keihard een spiegel kreeg voorgehouden met van alles.
De laatste avond kreeg ik nog flinke feedback van de groepsoudste. Voornamelijk positief maar er was nog genoeg om van te leren en aan te werken vond hij.
Diezelfde groepsoudste kwam ik gisteren op straat tegen en we lieten elkaar bijna niet meer los, tot ergernis van zijn wandelgroep.
Want nee, ik ben woensdag niet naar de slijter gegaan maar naar de kapper. Ja ik heb weer een beetje geslapen. Ja ik gebruik in het dagelijks leven soms make-up en nee ik loop niet altijd in een vies huispak. En ja… ik was onderweg naar een meeting. Ja DIE meeting ja.
t Was eigenlijk heel lief wat er gezegd werd. Dat ik zo emotie-loos binnen kwam en dat ze in drie weken een compleet andere Alinde zagen verschijnen en dat dat mooi was. Dat er ondertussen een beetje veel emotie was en dat dat misschien een aandachtspuntje was.
Eigenlijk moet ik dit voor mezelf opschrijven. Ik weet nu al niet meer wat er precies gezegd is en straks vergeet ik het.
Helaas heb ik bij de meeste anderen geen ‘transformatie’ gezien maar misschien is het niet altijd zo duidelijk. Of komt het thuis. Of duurt het langer.
Ik hoop gewoon iedereen terug te zien op meetings. Gewoon een vette reünie van onze hele afdeling.