Beste leden.
De titel luid al: Verslaafd blijf je voor altijd!
Verslaving staat in het grote DSM-V boek beschreven als "Stoornis in het gebruik van middelen".
Nu bestaan er stoornissen waar men redelijk goed mee kan leven mits een juiste behandeling. Hierbij kun je denken aan een angststoornis / paniekstoornis.
Genezen doet het niet máár wel grotendeels. Men kan weer leven zonder angst/paniek. Men leert leven met angst, de denkpatronen worden door middel van therapie afgeleerd en nieuwe patronen worden aangeleerd.
Geldt dat ook voor verslaving? Is verslaving 'af te leren'? Bestaat er de mogelijkheid om de gedragsproblemen zo dusdanig te beïnvloeden dat men weer kan gebruiken zonder dat er op langere termijn (nogmaals) problemen ontstaan.
Of is verslaving is levenslange stoornis die het niet mogelijk maakt 'normaal' met middelen en/of gokken/seks/gamen noem het maar op om te gaan.
Benieuwd naar jullie meningen/ervaringen!
Het gaat al fout met de aanname van wat in het DSM-V boek staat 100% waarheden zijn.
Het is slechts een handleiding. Een handboek wat om een of andere reden wereldwijd gevolgd word door de meeste specialisten en anderen om diagnoses vast te stellen.
Er zijn ook ontelbaar veel mensen, professionals dus die het helemaal niet eens zijn met de helft wat in dat boekje staat.
Zo bevat het een hele hoop tegenstrijdigheden.
Heb je het al eens gelezen?
Alles wat in de DSM boekjes staat is voortgekomen uit een aantal ondervraagde Amerikaanse psychiaters, welke hun MENING delen.
Meningen zijn geen feiten.
We zitten momenteel op DSM deel 5 , straks als deel 6 komt kan er een hoop andere informatie in staan.
Dat was met voorgaande edities ook het geval.
Ligt er maar net aan wat de ondervraagden voor mening geven.
Een verslaafde ben je natuurlijk niet voor altijd.
In Amerika zeggen ze dat nogal graag, eens verslaafd altijd verslaafd. Of, ik zal altijd verslaafd zijn. Of, ik ben een verslaafde maar ben al 6 jaar clean. Of, ik kan er niets aan doen het is een ziekte waar ik nooit van zal genezen.
Bullshit.
De ene persoon kan verslavingsgevoeliger zijn dan de andere maar dat wilt dus niet per definitie betekenen dat iedereen die ooit verslaafd is geweest altijd verslaafd zal blijven.
Het ene middel is lastiger te verslaan dan het andere misschien maar uiteindelijk kan iedereen afkicken en er vanaf blijven. Al ligt het voor zijn of haar neus.
Als je een middel echt beu bent en er echt aan toe bent het niet meer te gebruiken dan gebruik je dat niet meer, en laat je je ook niet overhalen of je gebruikt het af en toe, kan ook makkelijk. Waarom niet?
Wie zegt dat dat niet kan? Genoeg mensen die het wel kunnen.
Hoe kun je dan zeggen dat het een ziekte is?
Waarom kan de een het dan wel en de ander dan niet? Ze hebben beide dezelfde ziekte zogenaamd.
Bullshit. Misschien kun je het een ziekte noemen, maar dan toch in ieder geval een ziekte waar je van kunt genezen.
Puur op wilskracht alleen al.
Verslaving is niets meer dan een gewoonte. Doorbreek de gewoonte en je bent niet verslaafd meer.
Ik kan zoveel mensen opnoemen die op eigen kracht helemaal gestopt zijn. Hoe kan dat dan? Waren die niet ziek? Of zijn die nog steeds ziek ook al zijn ze al tiental jaren clean? Na tiental jaren dagelijks gebruik?
En hoe zit het met mensen die 40 jaar gerookt hebben en van de ene op de andere dag stoppen?
Dat soort mensen kent iedereen vast wel iemand van.
Waren die niet verslaafd? Zijn die niet ziek meer opeens dan?
Ze hadden de gewoonte te roken, toen zij die gewoonte eenmaal echt beu waren konden ze gewoon stoppen. Zonder nicotine pleisters of nicotine kauwgom of andere gehypte bullshit die vanwege economische redenen in het leven zijn geroepen.
Fun fact: wist je dat met veel niet lichamelijke maar ook MET lichamelijke klachten testpersonen die placebo’s gebruikten ipv echte medicijnen een beter resultaat haalden dan de mensen die de echte medicijnen gebruikt hadden? Zelfs bij onderzoeken met nep operaties.
Edit. Hier even een stukje gekopieerd over de DSM en dan zie je meteen al dat het een hoop tegenstrijdigheid is met vooral aannames en meningen en absoluut niet berust is op feiten, absolute zekerheden of absolute waarheden
De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) is een classificatie voor psychische stoornissen, ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association (APA). In juni 1994 verscheen de vierde editie (DSM-IV), in 2001 verscheen een tekstrevisie (DSM-IV-TR), in 2014 verscheen de vijfde editie: de DSM-5. De DSM is ontwikkeld voor gebruik bij met name onderzoek. Door internationaal dezelfde criteria af te spreken voor psychiatrische aandoeningen wordt onderzoek en communicatie duidelijker en betrouwbaarder. De DSM is dus een classificatiesysteem, ten onrechte wordt het als een diagnose-systeem gehanteerd. De beperking van de DSM is ondermeer dat het zeer lastig is om subjectieve klachten te objectiveren, de onderzoeker moet afgaan op hetgeen de onderzochte vertelt. Er bestaat geen consensus over de validiteit van psychiatrische syndromen en diagnostische categorieën. De DSM is internationaal het meest gebruikte classificatie-systeem voor psychiatrische aandoeningen, de World Health Organisation heeft ook een classificatiesysteem (ICD-10), waarvan binnenkort de elfde editie verschijnt.
De DSM bestond uit vijf assen: as I klinische stoornis, as II persoonlijkheidsstoornissen, as III relevante lichamelijke aandoeningen, as IV psychosociale en omgevingsfactoren en as V Algehele beoordeling van het functioneren.
Dit 5-assensysteem is afgeschaft omdat de redactie van mening is dat dit uitging van goed van elkaar te onderscheiden psychische stoornissen (as I: egodystoon) en persoonlijkheidsniveau (as ii: egosyntoon), terwijl in de praktijk bleek dat het juist een geleidelijke overgang is. De DSM-5 biedt nu meer ruimte voor het specificeren van ernst, de mate van beperkingen en voor individuele verschillen binnen dezelfde categorie stoornissen.