Mensen die roepen dat 'wetenschap ook maar een mening is', daar ben ik dan ook vrij allergisch voor; want nee, dat is dus gewoon niet zo. Wetenschap is geen mening, ook geen geloof. Dat zegt niet dat alles WAAR is wat de wetenschap zegt, want wetenschappers zijn continu op zoek naar nieuwe inzichten en dus ook naar het (alsnog) verwerpen van hypotheses, maar wetenschap gelijkstellen aan de eerste de beste mening van Truus Jansen uit Klazienaveen betekent gewoon dat iemand niet begrijpt wat wetenschap is.
Helaas wel ja.
Wil wel zeggen dat dat schokkend is maar dat is het eigenlijk niet 😂
Haha sorry, maar ik ga weer even een knuppel in het hoenderhok gooien.
Er zijn verschillende wetenschappelijke tradities die kunnen leiden tot een bepaalde soort verklaring. Die verklaring kan dan verschillen in de betrouwbaarheid en validiteit. Maar uiteindelijk is het altijd een interpretatie van de werkelijkheid; een zienswijze dus. 'Wetenschap is ook maar een mening' klinkt wat denigrerend. Maar uiteindelijk is het wel een waardesysteem of je wetenschappelijke kennis meer waardeert dan andere vormen van kennis. En daarmee is het toch ook wel soort-van een mening. Of liever: een geloofsysteem.
Heel belangrijk in dit verhaal is de filosoof Karl Popper. Hij opende de aanval op een denkwijze binnen de wetenschap het 'positivisme' wordt genoemd. Binnen het positivisme is het gangbaar om te denken dat de realiteit meetbaar is en dat de waarheid daarvan kan worden aangetoond door het doen van experimenten. Popper vroeg zich af of je wetenschappelijk kunt bewijzen dat zwanen wit zijn. Volgens het positivisme kan dat. Je gaat veldonderzoek doen waarbij je allerlei samples verzamelt. Als alle samples alleen maar witte zwanen bevatten, dan heb je aangetoond dat zwanen wit zijn. Maar, dacht Karl Popper, in dit voorbeeld heb je altijd maar één zwarte zwaan nodig die je hele theorie ontkracht. En je kan eigenlijk nooit weten of je nou alle zwanen ter wereld hebt geteld. Zo kwam hij dus op de falsificatietheorie: je kunt pas een conclusie trekken als je actief hebt geprobeerd je eigen hypothese te ontkrachten. Maar zelfs dan is er maar één uitzondering nodig om je conclusie onderuit te halen. Wetenschappelijke conclusies zijn dus een algemene veronderstelling die met empirische data onderbouwd is. Een zienswijze dus.
De filosoof Thomas Kuhn ging nog een stuk verder. Hij keek namelijk naar de rol van epistemologische communities in de wetenschap. Want je weet waarschijnlijk wel dat wetenschappers hun artikelen moeten laten peer-reviewen door vakgenoten voordat het gepubliceerd wordt. Kuhn bekritiseert dus dat proces. Want door die peer-reviews moet nieuwe wetenschappelijke kennis aannemelijk lijken voor collega-wetenschappers. Op het moment dat je heel andere uitgangspunten (paradigma's) hebt, dan zou het dus zomaar kunnen dat nieuwe kennis niet wordt goedgekeurd. Niet omdat het niet kan kloppen, maar omdat het niet past bij het uitgangspunt van collega's. Wetenschap wordt zo bezien toch wel meer een mening.
Recenter is er best veel discussie over dit onderwerp uitgebroken op universiteiten. Ze hebben het dan over het 'dekoloniseren' van de wetenschap. Want de meeste wetenschap is gebaseerd op de gedachtegangen van witte westerse mannen. Andere vormen van kennis worden gestigmatiseerd. En dat creëert een bias. Denk bijvoorbeeld de kennis die traditionele communities in Zuid-Amerika hebben over planten. Dan komt er ineens een witte bioloog daarheen gevaren, die ziet de mensen daar een plant gebruiken, hij schrijft het op, publiceert het in een vakblad, en dan heeft hij ineens die plantensoort 'ontdekt'. Terwijl hij de ontdekking in een Westers denkkader stopt met Westerse waarden en daarbij weinig oog heeft voor de kennis rondom de plantensoort die traditionele communities hadden.
Zo heeft elk paradigma zijn eigen valkuilen en blinde vlekken. In de psychologie gaat het om de replicatiecrisis: concepten die kampen met problemen met de validiteit waardoor onderzoeksresultaten niet of nauwelijks te repliceren zijn. In de scheikunde wordt bij experimenten weliswaar gewerkt met een significantie-waarde van 99,99% waardoor je kan denken dat de resultaten ontzettend zeker zijn. Maar stop de chemische processen in een ingewikkelder mengsel zoals bijvoorbeeld in de bodem, en het hele experiment gaat niet meer op omdat er ineens veel meer factoren meespelen. De natuurkunde kan niet verklaren wat donkere materie is en waarom het universum steeds sneller uitdijt. Economie is sowieso een bullshitwetenschap die alles wat economen niet bevalt gewoon buiten beschouwing laat. Biologie en ecologie hebben een extreme bias voor knuffelbare diertjes zoals panda's of muizen, terwijl bijna niemand onderzoek doet naar insecten of diepzeedieren.
Even teruggrijpend op het punt van
@Roze Olifant maakte, vind ik ook dat er allerlei verschillende vormen van betrouwbaarheid en validiteit zijn. Dat betekent dus dat wetenschap over het algemeen betrouwbaarder is dan de eerste de beste mening van Truus Jansen, omdat het gewoon een beter onderbouwde zienswijze is. Maar ik denk ook dat je die betrouwbaarheid alleen maar kan weergeven als je actief reflecteert op de beperkingen van het onderzoek. En ik lees dagelijks wetenschappelijke artikelen die dat gewoon niet doen. Dat vind ik dus eigenlijk al niet-wetenschappelijk. Want wat mij betreft is wetenschap een manier van onderzoeken die binnen afgekaderde grenzen een conclusie trekt. En eigenlijk niet veel meer of minder dan dat.
Uiteindelijk gaat het dus wel om de vraag of je gelooft dat een bepaalde manier van onderzoek doen past bij het fenomeen waarover je meer wil leren. En dat is toch wel soort-van een mening.