Alcohol. Wat een teringzooi is dat. Louter en alleen omdat de staat er flink financieel beter van wordt, en omdat het gebruik ervan sociaal en maatschappelijk geaccepteerd is, gaat het maar door.
Ik heb mijzelf bijna vernietigd met deze harddrug. Bijna alles kwijtgeraakt. Kapitalen naar de kloten. Als ik al het geld dat ik voor de zuiperij eens hier bij mij op tafel zou kunnen leggen, kan ik een eensgezinswoning zónder hypotheek aanschaffen, naast de lichamelijke schade die je hiervan oploopt.
Ik heb ermee kunnen stoppen mét hulp.
Een klinische behandeling, en daarna enkele jaren AA heeft mij gered.
Ik drink dus niets meer.
Het moge bekend zijn, dat, mocht ik de verleiding die er nog altijd op bepaalde dagen eventjes de kop opsteekt, niet weerstaan, dan drijf je als de weerlicht de draaikolk weer in van alle ellende die alcoholmisbruik met zich meebrengt. Vooral op zonnige, warme dagen heb ik het nog weleens moeilijk want och jee hoe lekker is een glaasje bier dan!
Alleen blijft het dan niet bij één. Het zullen er dan absoluut véél meer worden, ik ken geen maat en al helemaal niet als de alcohol mijn hersenen bereikt heeft. Dan is de beer dus los en is er geen houden meer aan.
En dan wat later, de kater en daarbij het klotegevoel dat he weer gefaald hebt.
Tijdens mijn opname heeft de begeleiding mij eens meegenomen op bezoek aan een gesloten afdeling met mensen die volkomen en blijvend van het padje zijn geraakt, en aan het gevreesde syndroom van Korsakov lijden. Tjheezzuss. Dat kwam aan! Ik ben dut nooit vergeten, daar zitten mensen van nog geen 35 jaar oud, die zich dus naar de filistijnen hebben gezopen. En deze mensen kunnen zichzelf absoluut niet meer redden, zij zitten daar ahw in een gevangenis. Zij kunnen niet meer onbegeleid naar buiten, omdat zij domweg de weg terug niet meer kunnen vinden, omdat zij zich die weg niet meer kunnen herinneren....
Al die ellende met die drank, nee. Ik wil het niet meer, en ik kan het ook niet meer.
En overal waar je komt, de supermarkt, een straat met terrasjes, overal staat het, en kijkt het mij aan.
Ooit kijk ik weleens terug, en ik voel dan de discussie van...ach, ééntje kan toch wel van dit lekkere speciale bier, duss..
Dat zijn de valkuilen, en welke discussie dan ook, d waar moet je niet eens aan beginnen! Ik loop dan snel verder, en probeer dat beeld van die mooie flesjes asap door een ander beeld te vervangen.
Die discussie namelijk, die win je echt nooit. Nooit en te nimmer. Dus, deze niet aangaan en...weggaan.
Z o houd ik mijzelf overeind want alcohol, nee. Het kan niet meer.