Ik wou eerst nog even reageren op een stukje van een eerdere post van je:
Er is altijd een opmerkelijk verband tussen de spirituele theorieƫn en de hoeveelheid genomen psychedelica.
Ik vind deze dan ook erg wankel op het gebied van bewijs, die andere dimensies die zich alleen openbaren op het moment dat je de ballen uit je *Ak aan het trippen bent.
Ik denk dat de reden hiervoor is, dat psychedelica deze openbaringen aanvankelijk vaak met veel "vuurwerk" brengen als het ware. Ze introduceren ons aan ideeƫn die nogal fundamenteel verschillen van het gemiddelde wereldbeeld van iemand. Dit kan het doen laten lijken alsof het hier mystieke "dimensies" betreft: vrijwel onbereikbare "plekken" of states of mind die enkel bereikt kunnen worden door bijvoorbeeld 20 jaar als een monnik in de lotushouding te gaan zitten mediteren of dus een hardcore tripmiddel te nemen (als soort van shortcut). Ik ben van mening dat dat allemaal niet nodig is en elk moment "spiritueel" van aard is, maar dat terzijde.
Voor mij hebben psychedelica de interesse in deze dingen aangewakkerd, maar de hoeveelheid aan genomen psychedelica nam voor mij met de jaren af, tot op het punt dat ik nu meer dan een jaar niet meer getript hebt. Maar die interesse in existentiƫle zaken is alleen maar gegroeid. Alleen is er meestal geen "vuurwerk" meer. De mindblowing revelaties zijn afnemende (al kunnen ze er soms nog weleens zijn, ook compleet nuchter). De "honeymoon-fase" is voorbij, zou je kunnen zeggen. Maar de kern, de essentie van deze inzichten is in leven als nooit te voren en er is ook het besef dat het allemaal niet draait om een mystieke, vaak bombastische ervaring, zoals je die kunt hebben op psychedelica. Het onderzoeken van existentiƫle zaken, oftewel: het onderzoeken van je eigen bestaan, kan en zal met de tijd juist een heel niet-spectaculair iets worden als je er blijvend interesse in blijft tonen. De intitiƫle "schok" (het vuurwerk zou je kunnen zeggen), is er af. Nu is het meer een langzaam afdalen in de vrede, geluk en liefde van de doorgaande moment tot moment realisatie. Niet dat ik hiermee wil impliceren dat ik ook maar iets meer weet dan een ander, omdat de realisatie juist is, dat ik niets weet. En dƔt haalt de sluier van (denken te) weten wat deze wereld is, weg. En brengt de verwondering terug.
"Bewijs" is trouwens mentaal. De geest wil concreet bewijs voor alles. Ik zou zeggen dat het "bewijs" voor existentiƫle vragen in de eigen ervaring gezocht moet worden. Een verstandelijk (oftewel conceptueel) bewijs is hier niet afdoende. Een intellectuele conclusie zal geen antwoord kunnen geven op dergelijke existentiƫle kwesties.
Eik en boom zijn inderdaad maar concepten, maar die boom die staat er wel. Als jij er met je auto tegenaan rijdt maakt het niet zoveel uit hoe vormeloos je onderliggende realiteitsidee van de geest is, je vliegt toch echt door de voorruit om kennis te maken met de realiteit van de eik.
Ik blijf nog heel even bij de analogie van het huis en de ruimte waarin deze zich bevindt:
Als je huis nog gewoon staat en je laat een enorme kraan met sloopkogel komen. En vervolgens laat je die sloopkogel contact maken met je huis. Dan zal de materie van je huis uiteraard met elke botsing van de sloopkogel reageren. Oftewel, je huis zal aan puin geslagen worden. Dit komt, omdat zowel je huis als de sloopkogel materie zijn. Ze bestaan beide in de wereld van vorm en interageren dus met elkaar. Ćlles in de wereld van vorm interageert/reageert met elkaar.
Maar wat doet de sloopkogel met de ruimte waar het huis staat/stond? Uiteraard: helemaal niets. Het slaat nog niet eens een deuk in de ruimte. Niet omdat die ruimte zo sterk is, maar omdat ruimte vormloos is en dus niet intererageert met de wereld van vorm.
Mijn punt was dan ook niet dat een huis ontstaan of verdwijnt in de absolute zin. De stenen/materie is hier symbool voor je lichaam, en de functie, het 'huis zijn' is een metafoor voor je bewustzijn. Misschien is het makkelijker om over te stappen naar een gloeilampje (het lichaam) en het licht (het bewustzijn)
Natuurlijk bestaat de materie al voor de lamp gebouwd is, maar wat silica en een hoopje wolfraam geeft geen licht. Pas wanneer alles zo gerangschikt is om te functioneren kan je het als lamp aanmerken en is het in staat te branden. Sla je deze kapot dan zal het licht ook verdwijnen.
Als ik jou goed begrijp stel je dat het licht van deze lamp er altijd is en zal zijn, ongeacht of die lamp bestaat. Dat zou dan met een beetje gymnastiek de stroom kunnen zijn die enkel een lamp gebruikt om zich te manifesteren als licht.
(Ik ga er even vanuit dat ik het een beetje correct onder woorden gebracht heb. )
Ik heb er even over zitten filosoferen en ik kan wel meer begrip opbrengen voor deze theorie nu, maar vind het toch meer aannemelijk dat er licht is door een lamp, en niet een lamp omdat er licht is.
De lamp is geen concept wat ontstaat door het licht
Om even helder te blijven š” leg me eens in lampen analogie uit wat er gebeurt met je bewustzijn voor je lichaam, en na het sterven.
Nee...
Fysiek licht is ook een vorm. Niet alle vormen zijn solide zoals bijvoorbeeld een baksteen in de muur van je huis. Fysiek licht: licht met een lichtbron bestaat ook in de wereld van vorm. Zelfs gedachten bestaan in de wereld van vorm. De voorwaarde om een vorm te zijn, is dat iets grenzen/limitaties heeft. We herkennen een vorm aan zijn grenzen. Bijvoorbeeld grenzen in tijd: een gedachte begint en heeft ook een einde. Een object heeft een kleur, maar niet alle kleuren. Een huis heeft dimensies: zoveel meter lang, bij zoveel meter breed, bij zoveel meter hoog.
Er zijn verschillende niveaus van subtiliteit in de wereld van vorm. Zoals gezegd worden ze gedefinieerd in hun vorm door hun grenzen.
In jouw analogie van de lamp zijn er verschillende "niveaus" van vorm. Ten eerste de meer grove vorm van bijvoorbeeld het metalen frame van de lamp. Dit is nodig om alle componenten op hun plek te houden. Daarnaast ook de bedrading en ook het glas van de gloeilamp. Maar een subtielere vorm is de stroom/elektriciteit die door de bedrading naar de gloeilamp wordt geleid. Dit is ook een vorm, omdat het grenzen heeft. Het is nodig om samen met de andere componenten van de lamp een nog weer andere subtiele, doch fysieke vorm tot stand te laten komen: licht.
Mijn punt zou dan echter zijn: waarin bestaan al deze componenten/vormen? Net zoals het huis bestaat alle vorm in vormloosheid. Ze nemen een bepaalde ruimte in. Net zoals je bij een schilderij een doek nodig hebt zonder (relatieve) vorm - aldus: een blanco doek - om de vormen en kleuren op aan te brengen, moeten vormen in de natuurlijke wereld een achtergrond van vormloosheid hebben om gezien/gekend te worden.
Dan kom ik weer even terug op de analogie van het oog: Hoe kan een oog vormen/kleuren zien, als het niet zelf doorzichtig/transparant is? Als bijvoorbeeld de lens van het oog een licht-roze tint had, zou Ɣlles dat gezien zou worden, gezien worden in dat lichtroze licht. Hetzelfde is zo met ons bewustzijn: hoe kunnen alle vormen, op alle lagen van subtiliteit, waargenomen worden, als bewustzijn niet volledig transparant is? Er moet een onderliggende onveranderende vormloze realiteit zijn, als de wereld van vorm in al zijn kleuren en vormen ervaren/gekend kan worden.