#1
Amfetamine en methylfenidaat zijn werkbare stoffen die erg op elkaar lijken. Methylfenidaat kan eigenlijk het beste gezien worden als een zwakkere amfetamine. Als niet-ADHD'er ervaar je dus dezelfde effecten als bij speed, maar dan een stuk milder.
Ik heb methylfenidaat zelf weleens gebruikt om een deadline te halen. Ik ervaarde het volgende: energieker; licht euforisch; een zelfverzekerd gevoel; meer interesse in mijn studiemateriaal; het vermogen om langer achtereen gefocust te studeren; de indruk dat ik op een sneller tempo na kon denken en informatie kon verwerken; vatbaarder voor prikkels om me heen en daardoor een beetje schichtig; rusteloos; leeg gevoel in mijn maag; afwezigheid van honger of trek; seksueel gestimuleerd; de indruk dat mensen om mij heen meer op mij letten, omdat ze aangetrokken tot me zouden zijn geweest of door zouden hebben gehad dat ik me gestimuleerd gedroeg.
Wat fysieke kenmerken van gebruik betreft, zoals tandenknarsen en verwijde pupillen, denk ik dat er weinig aan me te zien viel. Ik heb mezelf een aantal keer geïnspecteerd in de spiegel en kon niet met zekerheid zeggen of mijn pupillen wijder waren. Hooguit een beetje, maar onvoldoende om weg te geven dat ik een stimulerend middel had gebruikt. Er stond verder wat spanning op mijn kaken, maar ook onvoldoende om de welbekende kenmerken bij gebruik van dit soort middelen te kunnen spotten.
Ik heb methylfenidaat zelf weleens gebruikt om een deadline te halen. Ik ervaarde het volgende: energieker; licht euforisch; een zelfverzekerd gevoel; meer interesse in mijn studiemateriaal; het vermogen om langer achtereen gefocust te studeren; de indruk dat ik op een sneller tempo na kon denken en informatie kon verwerken; vatbaarder voor prikkels om me heen en daardoor een beetje schichtig; rusteloos; leeg gevoel in mijn maag; afwezigheid van honger of trek; seksueel gestimuleerd; de indruk dat mensen om mij heen meer op mij letten, omdat ze aangetrokken tot me zouden zijn geweest of door zouden hebben gehad dat ik me gestimuleerd gedroeg.
Wat fysieke kenmerken van gebruik betreft, zoals tandenknarsen en verwijde pupillen, denk ik dat er weinig aan me te zien viel. Ik heb mezelf een aantal keer geïnspecteerd in de spiegel en kon niet met zekerheid zeggen of mijn pupillen wijder waren. Hooguit een beetje, maar onvoldoende om weg te geven dat ik een stimulerend middel had gebruikt. Er stond verder wat spanning op mijn kaken, maar ook onvoldoende om de welbekende kenmerken bij gebruik van dit soort middelen te kunnen spotten.