De uitkomst staat inderdaad min of meer al vast vanwege de hoge fractiediscipline in Nederland. Formeel hebben Kamerleden vrijheid om zelf hun stem voor of tegen te kiezen. Maar in de praktijk kunnen politici fikse problemen krijgen als ze (te vaak) tegen het standpunt van hun partij in stemmen.
Betwijfel of dat er in dit geval mee te maken heeft hoor. Zijn vet veel politici nogsteeds principieel tegen drugs. Vooral rechtse, en helaas wordt daar voornamelijk op gestemd.
Ik denk ook dat de fractiediscipline van tegenwoordig veel te ver gaat en daarmee onze democratie wel een beetje ondermijnd wordt. Maar in principe is er niet heel veel mis met een bepaalde mate van fractiediscipline. Het betekent namelijk niet dat er ín de fractie en in de partij geen scherpe discussies worden gevoerd. Het betekent alleen dat ze vervolgens tot een soort compromis gekomen zijn om steviger te staan in debatten e.d. Ten eerste: een poldermodel vraagt er nu eenmaal om, anders wordt het land vrij onbestuurbaar. Zeker met de hoeveelheid fracties die in de meeste volksvertegenwoordiging te vinden is de laatste jaren, moet je er een beetje vanuit kunnen gaan dat je eigen fractie met je mee stemt. Er moet al heel veel tijd en energie worden gestopt in het tactisch meekrijgen van andere partijen, vooral voor de oppositie. Daarbij komt ook dat er van fracties heel veel meer gevraagd wordt dan 10-20 jaar geleden: er zijn meer commmissies, initiatieven, hoorzittingen, etc. Die taken worden vaak verdeeld over de fractieleden, en je kan natuurlijk niet volledig je eigen agenda gaan volgen (anders moet je niet bij een bestaande partij aansluiten). Daarom worden er in bepaalde fracties afspraken gemaakt. Als laatste heb je ook gewoon nog de duidelijkheid naar de achterban. Tegenwoordig zijn we als kiezer vrij gevoelig voor “ruzies in de fractie dit” “onenigheid over dat”. Bijvoorbeeld het Israel-Palestina debat bij GroenLinks-PvdA. Ik ben persoonlijk van mening dat het niet erg is dat niet alle leden daar hetzelfde over denken en er op ledenavonden flinke discussies over zijn. Maar de media en de mensen die vooral vanuit de ogen van die media de politiek volgen, blijven het als iets heel negatiefs zien. Daarom is het ook belangrijk voor fracties om voldoende af te stemmen. Zo kan je binnen de fractie best verschillen, maar naar buiten toe eenheid wordt eenheid uitgestraald.
Fractiediscipline werd eigenlijk vooral een probleem toen er ook echt
harde coalitiediscipline kwam. Natuurlijk hebben coalitiepartijen altijd al de neiging gehad om met elkaar mee te stemmen: niet meer dan logisch. Maar onder Rutte, m.n. Rutte 3, zijn hier ook echt middelen voor ingezet zoals het maandagochtendoverleg tussen de fractieleiders en de (vice)premiers van de coalitiepartijen. Dan is er echt geen ruimte meer voor de oppositie om een stevig tegengeluid te bieden, want álle voorstellen van de coalitie worden sowieso aangenomen. Ook ontneemt het ruimte voor ideologie en voor visionaire leiders, iets dat ik wel heel erg mis in de politiek van deze eeuw. Maar ik denk dus ook dat dat komt, omdat de gemiddelde kiezer daar niet zo veel mee heeft en meer pragmatisch is ingesteld (een van de redenen dat Rutte ondanks z’n fouten zo populair bleef). En zo zijn er best veel voor en nadelen te benoemen bij fractiediscipline… het is iig niet alleen maar onheil.
Maar vooral: ik denk niet dat het een enorm groot ding is bij dit debat, juist omdat het vooral ideologisch gevoerd wordt en er overall een duidelijker meerderheid tegen is.
Toch kan het zeker zin hebben om tijdens het proces van beleid maken kritische vragen, en vooral de antwoorden daarop, formeel vast te leggen. Het is een belangrijke strategie om alsnog die vragen te stellen. In het recht hebben ze het wel eens over de geest van de wet: met welke ideeën, aannames, en beloftes een wet is ingevoerd. Die redenen hebben uiteindelijk invloed op de jurisprudentie: hoe rechters belangenafwegingen maken in relevante zaken. Als een wet overduidelijk met andere intenties is doorgevoerd dan de uiteindelijke uitwerking, dan zullen rechters milder staan tegenover verdachten omdat kennelijk de wetgever onzorgvuldig is geweest. Ook buiten de rechtszaal kun je het (volgende) kabinet aansprakelijk houden voor beloftes die gedaan zijn bij het nemen van besluiten. Een minister of staatssecretaris kan op basis van de antwoording door de Tweede Kamer ter verantwoording geroepen worden. Mocht de bewindspersoon geen bevredigend antwoord geven dan kan het leiden tot een motie van wantrouwen waarmee de minister wordt afgezet, of zelfs in de val van het kabinet
Precies wat ik bedoelde inderdaad: het schept wel degelijk jurisprudentie. Niet alleen voor het recht die de wetten moet toetsen, maar ook voor toekomstige debatten.