#1
@Yceman224
De VS is leidend geweest als het op bestrijding van drugs aankomt dus is het goed om eens te kijken naar de geschiedenis aldaar:
Opium
Voor de drooglegging in 1919 bestond in de VS nog een vrij ruim drugsbeleid. Een verbod op geestverruimende middelen was nog nauwelijks aan de orde. Veel Westerse landen probeerden bovendien een graantje mee te pikken aan de handel in opium. In de achttiende en negentiende eeuw was opium een veelgebruikt middel tegen een uiteenlopende variatie aan ziekten, zoals diarree en astma. Opium was zelfs een oorzaak voor de Britten om oorlog te voeren met China om tot meer afzet van het product te komen. Dit resulteerde in de zogenoemde opiumoorlogen, die tussen 1839 en 1860 plaatsvonden. De Amerikanen zagen de vernedering die China onderging na het verliezen van deze oorlogen niet als een probleem, maar wilde daar zelf ook aan meeprofiteren, door zelf ook een verdrag met de Chinezen af te dwingen om opium te verkopen.
Drooglegging
Het idee dat geestverruimende middelen misschien wel een gevaar voor de samenleving konden vormen, kwam pas in de tweede helft van de negentiende eeuw naar boven drijven. Hierbij ging het vooral om alcohol. Alcohol bleek immers voor steeds grotere problemen te zorgen onder de lagere klassen. Vanaf de oprichting van de Prohibition Party in 1869, die streefde naar een algeheel verbod op consumptie van alcoholische dranken, groeide in de VS de lobby om alcohol te verbieden gestaag. In 1919 werd dan ook het 18e amendement van kracht, waarin de verkoop, consumptie en import van alcohol in de hele Verenigde Staten verboden werd. Het was voornamelijk het goede lobbywerk van de partij dat ervoor had gezorgd dat het amendement werd ingesteld. De meeste Amerikanen waren namelijk opgelucht toen het 21e amendement er in 1933 voor zorgde dat het verbod op consumptie van alcohol kwam te vervallen.
The War on Drugs
Na de Tweede Wereldoorlog, toen het gebruik van andere verdovende middelen dan alcohol alsmaar toenam, richtten Amerikaanse regeringsleiders hun pijlen steeds meer op de bestrijding van het gebruik van marihuana en cocaïne. Hoewel al in 1914 een verbod op cocaïne werd ingevoerd en in 1937 verdere restricties werden ingesteld voor het gebruik van marihuana, kwam de daadwerkelijke ‘War on drugs’ pas op gang in 1971. In dat jaar kwam een rapport naar buiten over het groeiende gebruik van heroïne door in Vietnam gelegerde militairen. President Nixon verklaarde daarop drugsgebruik als ‘public enemy number one’. Sinds de jaren tachtig werden ook de CIA en het leger steeds meer betrokken bij campagnes om actiever drugs te bestrijden. Daarbij werd ook de samenwerking gezocht met Zuid-Amerikaanse landen, zoals Colombia en Mexico, om het probleem ‘bij de bron’ aan te pakken. De invasie van Panama in 1989 en de berechting van de Panamese generaal Manuel Noriega, die het toestond dat cocaïne door Panama werd vervoerd, was daar onderdeel van.
Dan Nederland:
Geschiedenis van het drugs- en gedoogbeleid
De Nederlandsche Cocainefabriek
In de geschiedenis van het drugs- en gedoogbeleid werd in de 17e eeuw door de VOC opium betrokken uit de Bengalen. In 1745 werd de Amfioensocieteit opgericht die tot doel had de handel in opium te reguleren. Vanaf de 19e eeuw tot aan 1942 ging de invoer, bereiding en distributie van opium in Nederlands-Indie door de Nederlandse Staat via de zogeheten opiumregie. De eerste Drankwet kwam in 1881 tot stand, deze wet had tot doel het aantal verkooppunten van sterke drank door middel van vergunningen te verminderen en openbare dronkenschap te beteugelen. De Nederlandsche Cocainefabriek was in de eerste decennia van de 20e eeuw een groot producent van onder meer cocaine uit in Nederlands-Indie geteelde cocaplanten. Diverse Europese landen hadden grote inkomsten uit drugs, Nederland in het bijzonder uit opium en cocaïne. Met name de Verenigde Staten wilden aan het begin van de 20e eeuw restricties op drugs. In 1912 kwam het uiteindelijk in Den Haag tot een internationale conferentie waarin diverse landen, waaronder Nederland, het Internationaal Opiumverdrag opstelden. In Nederland leidde dit tot de Opiumwet die in 1919 in werking trad. Economische belangen bleven voor Nederland in de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol spelen in het beleid ten aanzien van een aantal drugs.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de Verenigde Staten als supermacht vrijwel mondiaal de belangrijke aangever van restrictief beleid tegenover drugs. Tegelijk verloren veel landen, waaronder Nederland, hun economische belangen in drugs vanwege dekolonisatie. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd Nederlands-Indië het onafhankelijke Indonesie en daarmee verdwenen voor Nederland inkomsten uit opium en cocaïne. Internationaal komen tussen landen nieuwe en aanvullende verdragen tot stand met betrekking tot drugs. Ook de Verenigde Naties met de Wereldgezondheidsorganisatie en International Narcotics Control Board gaan gestalte geven aan internationaal beleid. In Nederland wordt de Opiumwet gaandeweg meermaals aangepast, onder meer in 1953 werd het bezit en productie van cannabis strafbaar gesteld met een wijziging. LSD werd vanaf 1966 verboden omdat geruchten de ronde deden dat provo's van plan waren tijdens het huwelijk van prinses Beatrix met Claus van Amsberg de paarden van de trouwkoets suikerklontjes met deze substantie te voeren. Tot dat jaar beliep het jaarlijks aantal onherroepelijke veroordelingen en sepots inzake de Opiumwet hoogstens in de tientallen. In 1976 was dit totaalaantal opgelopen tot boven de 3000, en werd de War on Drugs ook in Nederland een feit.
De vraag rijst nu, waarom de overheid de harddrug alcohol wél heeft toegelaten, en opium dus niet.
En dit geldt óók in vrijwel alle landen om ons heen.
Waarom is dit zo? Waarom wél alcohol, en géén opium? (Opiaten)?
Wie weet het?
De VS is leidend geweest als het op bestrijding van drugs aankomt dus is het goed om eens te kijken naar de geschiedenis aldaar:
Opium
Voor de drooglegging in 1919 bestond in de VS nog een vrij ruim drugsbeleid. Een verbod op geestverruimende middelen was nog nauwelijks aan de orde. Veel Westerse landen probeerden bovendien een graantje mee te pikken aan de handel in opium. In de achttiende en negentiende eeuw was opium een veelgebruikt middel tegen een uiteenlopende variatie aan ziekten, zoals diarree en astma. Opium was zelfs een oorzaak voor de Britten om oorlog te voeren met China om tot meer afzet van het product te komen. Dit resulteerde in de zogenoemde opiumoorlogen, die tussen 1839 en 1860 plaatsvonden. De Amerikanen zagen de vernedering die China onderging na het verliezen van deze oorlogen niet als een probleem, maar wilde daar zelf ook aan meeprofiteren, door zelf ook een verdrag met de Chinezen af te dwingen om opium te verkopen.
Drooglegging
Het idee dat geestverruimende middelen misschien wel een gevaar voor de samenleving konden vormen, kwam pas in de tweede helft van de negentiende eeuw naar boven drijven. Hierbij ging het vooral om alcohol. Alcohol bleek immers voor steeds grotere problemen te zorgen onder de lagere klassen. Vanaf de oprichting van de Prohibition Party in 1869, die streefde naar een algeheel verbod op consumptie van alcoholische dranken, groeide in de VS de lobby om alcohol te verbieden gestaag. In 1919 werd dan ook het 18e amendement van kracht, waarin de verkoop, consumptie en import van alcohol in de hele Verenigde Staten verboden werd. Het was voornamelijk het goede lobbywerk van de partij dat ervoor had gezorgd dat het amendement werd ingesteld. De meeste Amerikanen waren namelijk opgelucht toen het 21e amendement er in 1933 voor zorgde dat het verbod op consumptie van alcohol kwam te vervallen.
The War on Drugs
Na de Tweede Wereldoorlog, toen het gebruik van andere verdovende middelen dan alcohol alsmaar toenam, richtten Amerikaanse regeringsleiders hun pijlen steeds meer op de bestrijding van het gebruik van marihuana en cocaïne. Hoewel al in 1914 een verbod op cocaïne werd ingevoerd en in 1937 verdere restricties werden ingesteld voor het gebruik van marihuana, kwam de daadwerkelijke ‘War on drugs’ pas op gang in 1971. In dat jaar kwam een rapport naar buiten over het groeiende gebruik van heroïne door in Vietnam gelegerde militairen. President Nixon verklaarde daarop drugsgebruik als ‘public enemy number one’. Sinds de jaren tachtig werden ook de CIA en het leger steeds meer betrokken bij campagnes om actiever drugs te bestrijden. Daarbij werd ook de samenwerking gezocht met Zuid-Amerikaanse landen, zoals Colombia en Mexico, om het probleem ‘bij de bron’ aan te pakken. De invasie van Panama in 1989 en de berechting van de Panamese generaal Manuel Noriega, die het toestond dat cocaïne door Panama werd vervoerd, was daar onderdeel van.
Dan Nederland:
Geschiedenis van het drugs- en gedoogbeleid
De Nederlandsche Cocainefabriek
In de geschiedenis van het drugs- en gedoogbeleid werd in de 17e eeuw door de VOC opium betrokken uit de Bengalen. In 1745 werd de Amfioensocieteit opgericht die tot doel had de handel in opium te reguleren. Vanaf de 19e eeuw tot aan 1942 ging de invoer, bereiding en distributie van opium in Nederlands-Indie door de Nederlandse Staat via de zogeheten opiumregie. De eerste Drankwet kwam in 1881 tot stand, deze wet had tot doel het aantal verkooppunten van sterke drank door middel van vergunningen te verminderen en openbare dronkenschap te beteugelen. De Nederlandsche Cocainefabriek was in de eerste decennia van de 20e eeuw een groot producent van onder meer cocaine uit in Nederlands-Indie geteelde cocaplanten. Diverse Europese landen hadden grote inkomsten uit drugs, Nederland in het bijzonder uit opium en cocaïne. Met name de Verenigde Staten wilden aan het begin van de 20e eeuw restricties op drugs. In 1912 kwam het uiteindelijk in Den Haag tot een internationale conferentie waarin diverse landen, waaronder Nederland, het Internationaal Opiumverdrag opstelden. In Nederland leidde dit tot de Opiumwet die in 1919 in werking trad. Economische belangen bleven voor Nederland in de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol spelen in het beleid ten aanzien van een aantal drugs.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de Verenigde Staten als supermacht vrijwel mondiaal de belangrijke aangever van restrictief beleid tegenover drugs. Tegelijk verloren veel landen, waaronder Nederland, hun economische belangen in drugs vanwege dekolonisatie. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd Nederlands-Indië het onafhankelijke Indonesie en daarmee verdwenen voor Nederland inkomsten uit opium en cocaïne. Internationaal komen tussen landen nieuwe en aanvullende verdragen tot stand met betrekking tot drugs. Ook de Verenigde Naties met de Wereldgezondheidsorganisatie en International Narcotics Control Board gaan gestalte geven aan internationaal beleid. In Nederland wordt de Opiumwet gaandeweg meermaals aangepast, onder meer in 1953 werd het bezit en productie van cannabis strafbaar gesteld met een wijziging. LSD werd vanaf 1966 verboden omdat geruchten de ronde deden dat provo's van plan waren tijdens het huwelijk van prinses Beatrix met Claus van Amsberg de paarden van de trouwkoets suikerklontjes met deze substantie te voeren. Tot dat jaar beliep het jaarlijks aantal onherroepelijke veroordelingen en sepots inzake de Opiumwet hoogstens in de tientallen. In 1976 was dit totaalaantal opgelopen tot boven de 3000, en werd de War on Drugs ook in Nederland een feit.