#1
Wederom een mooie ervaring met truffels in de nacht van afgelopen zaterdag op zondag. Ik had serieuze intenties deze nacht, vandaar de bewuste keuze voor een wat hogere dosering van 45 gram.
Aanleiding
Ik wou een tweetal zaken voor mezelf onderzoeken.
1. Ik worstel al geruime tijd met het knagende gevoel iets in mijn leven te missen. Ik ervaar mijn leven als vrij leeg en voel me emotioneel wat afgevlakt. Ik mis daarbij tevens aansluiting met anderen. Ik voel me vaak alleen, het leven levend op een andere golflengte, met die ander gevoelsmatig buiten mijn bereik en zelf ook onbereikbaar zijnde voor die ander. Ik heb hier de laatste tijd veel over nagedacht. Sinds kort heb ik het idee dat het gemis dat ik ervaar vooral zit in het ontbreken van sociaal contact en verbondenheid met anderen. Ik ben nogal een einzelgänger, sociaal teruggetrokken, noem het gerust geïsoleerd. Alleen zijn an sich vind ik niet erg, maar het gebrek aan verbinding des te meer. Ik ben daarom op zoek naar manieren om me meer verbonden te kunnen voelen met anderen en de wereld om me heen.
2. Ik leef nogal strak binnen de lijntjes. Ik ben erg geremd, noem het gerust braaf. Dit is hoe ik ben opgevoed. Vooral niet gek doen. Meer en meer ben ik me daarom gaan afvragen of het gemis ook niet ten dele zit in mijn onvermogen om zo nu en dan eens mijn remmingen te laten varen, het leven wat minder serieus te nemen en mezelf toe te staan op momenten op te gaan in hedonisme. Ik zie hedonisme vooral als escapisme, een momentane staat van geluk die op langere termijn niet houdbaar is en daarom niet bijdraagt aan een meer algemene staat van tevredenheid door het leven heen. Echter, na afloop van mijn vorige trip ben ik tot het inzicht gekomen dat hedonisme ook kan verbinden, of zelfs andersom, dat verbinding kan bijdragen aan of misschien zelfs noodzakelijk is voor een hedonistische beleving. Ik concludeerde daarom dat het toelaten van hedonisme me verder kan brengen in het aangaan van verbinding als hoger goed. Een soort tussenstap dus. Maar hoe moet ik dat aanpakken?
Voorbereiding
’s Morgens truffels gaan halen. Middags lekker gedoucht. ’s Avonds een laatste, stevige maaltijd van rijst met gestoomde broccoli en witte bonen met oude kaas. Dit omdat ik de laatste keer toch wat slapjes was na 24 uur vasten. Aan het begin van de nacht een lange wandeling gemaakt van ruim twee uur om al mijn gedachten op een rij te zetten en volledige rust in mijn hoofd te creëren. Omdat ik me besefte dat mijn maaltijd wellicht wat zwaar was geweest, besloot ik 8 uur in plaats van 6 uur te wachten tot inname van de truffels, dus uiteindelijk, om 3 uur ’s nachts, was het dan zo ver. Ik wou een doorbraak forceren. Ik verzocht de entiteiten waarmee ik doorgaans contact voel alle controle over te nemen. Ik zei hen mijn bereidheid toe me geheel over te leveren in de hoop daarmee de antwoorden die ik nodig heb tot me te kunnen laten komen. Evenals vorige keer trok ik me in volledige stilte en duisternis terug op mijn slaapkamer, wachtende op wat zou komen.
Teleurstelling
Het eerste wat ik voelde was een lichte bodyload, gevolgd door lichamelijke onrust. De onrust nam toe naarmate het effect van de truffels verder opkwam. Ik voelde me immens ongemakkelijk. Het ging niet meer, ik kon niet blijven liggen. Ik moest mijn bed uit, in beweging komen. Ik besloot de slaapkamer te laten voor wat het is en naar de woonkamer te gaan. Ik deed het licht aan. Ik voelde me teleurgesteld. Was dit het? Ik had gehoop op een verpletterend effect waaraan ik me volledig over moest geven, maar nog altijd had ik alle controle, de controle die ik juist zo graag had willen verliezen om eens te ervaren hoe het voor mij als zijnde iemand met een altijd zo sterke drang tot controle is om écht overgeleverd te zijn. Ik voelde enige boosheid of opstandigheid opkomen, echter met daarbij ook de wens me te verontschuldigen vanuit mijn nederigheid tegenover de entiteiten waarmee ik op eerdere momenten meermaals in contact heb gestaan na het eten van truffels en waar ik nog altijd immens ontzag en diep respect voor heb.
Nieuw plan
Ik besloot het over een andere boeg te gooien. Ik had geen zin om binnen te blijven hangen en maar wat muziek te gaan luisteren. Ik moest erop uit. Ik zag echter op tegen de kou. Ik zette me over mijn weerstand heen, kleedde me om, muts op, handschoenen aan, fiets gepakt. Geen idee waar ik heen moest, tot ik besloot naar een dorp iets verderop te fietsen, een dorp waar ik vreemd genoeg – na bijna twee jaar te wonen waar ik nu woon – nog nooit ben geweest, simpelweg omdat er weinig aanleiding is die richting op te gaan. Fietsen voelde opvallend lekker. Het was totaal niet koud en het voelde haast of ik zweefde. Er leek nauwelijks weerstand. Op de weg net na mijn huis dacht ik glasscherven te zien liggen van een gebroken groen Heineken-bierflesje. Ik reed door het glas, hoorde een sis, voelde mijn band zachter worden en mijn fiets zwaarder gaan trappen. Ik keek achterom. Niets aan de hand. Geen glas. Geen lekke band. Ik besloot door te fietsen. Later besefte ik dat dit symbool stond voor mijn weerstand om dingen op de bonnefooi te doen. Altijd maar ‘’Wat nou als...?’’. Er is niets aan de hand en er gaat ook niets ergs gebeuren.
De brug
Even later stond ik op een brug met een prachtig uitzicht, met de toppen van de windmolens nét in de laaghangende bewolking, waardoor de rode lampen op de windmolens een magisch uitziende rode gloed gaven aan het laaghangende wolkendek dat nu als een rode sluier boven het kanaal en de omliggende weilanden en boerderijen hing. De stilte, de rust. Totdat er koplampen naderden in de verte. Daar stond ik, zwaar trippend, met mijn fiets overdwars midden op de snelweg op het midden van een brug. Ik ging wat richting de zijkant. De auto passeerde langszij. Wacht even... is dit nou een snelweg? Oh, nee. Ik stond gewoon op een fietspad, met vangrail tussen mij en de rijbanen. Plots begon er iets verderop op de brug een bel te rinkelen. Een bel van slagbomen, de brug ging dicht, of open, afhankelijk van hoe je het bekijkt. Kan deze brug überhaupt open? Vervolgens rechts van me de verstralers van een naderende trein, het geluid van snerpend metaal, rammelende goederenwagons. Was dit een spoorbrug? Ik begreep er niets meer van. Ik fietste een stukje verder, van de brug af, en keek achterom. Ik begreep het weer. Ik besloot terug de brug op te fietsen. Opnieuw het idee midden op de snelweg te staan, maar bij nog eens goed kijken doorzag ik hoe het in elkaar stak. Vreemd genoeg ken ik de brug maar al te goed, maar ik beleefde het op dat moment heel anders.
Bizarre fietstocht
Met enige verbazing besloot ik mijn weg naar het dorp te vervolgen. Opeens had ik het gevoel in België te fietsen, in de buurt van Meer en Hoogstraten, een aardig eind van huis. Even later leek ik te fietsen op de weg richting het dorp waar mijn ouders wonen. Weer even later waande ik me in Indonesië, op een weggetje door de rijstvelden in de omgeving van Munduk, op Bali. Ik zag een vrouw met hond. Ik groette haar. Een stomverbaasde blik terug, zelf echter geen idee hebbende van wat er dan wel zo verbazingwekkend moest zijn. Ik sloeg random straten in, vol vertrouwen dat ik mijn weg naar huis wel weer zal vinden. Even later kwam ik in het centrum van het dorp. Mijn oog viel op de kerktoren. Al ruim 5 uur geweest. Ik besloot door te fietsen, het dorp uit. Ik besefte dat ik nu op een weg zat die me helemaal uit de richting van huis zou voeren. Mijn gezonde verstand deed me omdraaien – ik had immers geen zin om straks na afloop, hongerig en vermoeid, nog eens een dik uur of wat door de kou terug naar huis te moeten fietsen. Ik besloot bij een bushalte te kijken waar ik was. Een lijst straatnamen, een tabel met cijfers... als vrijwel dagelijkse busreiziger snapte ik er op dit moment geen hol van. Ik besloot maar gewoon om te draaien en terug te fietsen. Nog een paar willekeurige straten ingeslagen, het voelde goed, het zou mij thuisbrengen. Even later een straat naar rechts. Voelde niet goed. Omgedraaid, weg weer vervolgd. Ik liet me leiden door mijn intuïtie. Of datgene wat me werd ingegeven, ik weet het niet.
Na enige tijd naderde ik mijn huis weer. Mijn fiets voelde opeens als een last, een beperking van mijn vrijheid om het ding bij me te moeten hebben. Ik wou lopen, met beide voeten op de grond, ik had behoefte om te aarden. Ik wou echter mijn fiets niet achterlaten, dan zou ik immers later weer terug moeten lopen om mijn fiets op te halen. Ik besloot snel naar huis te gaan, zette mijn fiets in de schuur, ging snel even naar binnen en gewapend met twee flinke stukken pure chocola liep ik richting het nabijgelegen bos.
Ultieme vrijheid in de chaos
Daar stond ik dan, in het bos. Het voelde als thuiskomen, verbonden met de natuur, terug naar mijn wortels. Ik kwam in het denken terecht. Inzicht na inzicht kwam in me op. Het ene nog mooier dan het andere. Allemaal zo belangrijk om te onthouden! Dit moet ik opschrijven! Wat moest ik nou opschrijven...? Ah, zó zit het! Huh, wat was het nou? Hoe moet ik dit straks allemaal gaan verwerken in een tripreport? Maar deze trip is echt een tegenvaller... ik had gehoopt op overlevering, op grote inzichten. Ik moet me focussen op de vragen die ik had. Waar wou ik nou ook alweer over nadenken? Nah, ik zie zo wel. Oh, dit is belangrijk... nee, toch niet. Wat dacht ik ook alweer? Verwarring alom. Het voelde als een héérlijk gefuck met mijn controlebehoefte, zoals ik dat inmiddels gewend ben van de truffeltjes. Ik omarmde de innerlijke chaos wederom. Het doet er allemaal niet toe. Niets heeft wezenlijke betekenis in deze staat van zijn. Het is allemaal zo absurd, lachwekkend, waar maak ik me druk om? Als deze trip me niets oplevert, ook prima. Laat het gaan. Ik hoef niet alle antwoorden te hebben na vandaag. Er hoeft geen mooi tripreport te komen. Deze trip is vrij van enige verplichtingen. Ik hoef helemaal niks. Ik kan doen en laten wat ik wil. Hoe heerlijk is dat? Ik koos voor het vertrouwen opdat het allemaal goed zal komen. Ik vervolgde mijn weg, terug naar huis.
Van lekkende kraan tot inzicht
Ik zag dat de kraan drupte. Ik wou hem uitzetten, totdat ik de waterdruppels in de gootsteen zag, kronkelend, hun weg zoekende, hier en daar samensmeltend met elkaar. Ik raakte gefascineerd. Ik zette de kraan dicht. De beweging stopte. Het geheel werd statisch. Ik opende de kraan weer. Het tafereel kwam weer tot leven. Kraan ietsje harder. Het water spatte op van het gootsteenzeefje dat precies onder de straal lag. Nog ietsje harder. Fuck it, dan maar de vloer nat. Ik boog verder over de gootsteen, zette de kraan vol open. Mijn vest en mijn gezicht werden zeiknat. Waarschijnlijk stond inmiddels de halve keuken onder water, maar het interesseerde me geen reet. Na een tijdje had ik het wel gezien. Ik draaide de kraan weer dicht en droogde me af. Guess what? Geen druppel water op de vloer! Geen druppel! Hoe was dat mogelijk? Natuurwetten werden overtroefd! Wederom was daar mijn immens ontzag en diep respect voor hen die dit alles in handen hadden. Zie je wel, alles komt goed, zo dacht ik. Allemaal zorgen om niets. Moest ik wel gaan fietsen? Zou ik niet kunnen verdwalen? Bevangen worden door de kou? Uiteindelijk niets van dit alles? Moest ik wel naar het bos? Wat als straks mijn schoenen weer onder de stront zitten [wat negen van de tien keer ook daadwerkelijk zo is]? Brandschoon deze keer. Keuken onder water? Overal modderpoten? Laminaat naar de klote door het vocht? Niets van dit alles. Ik moet me inderdaad gewoon meer laten gaan. Niets hel en verdoemenis. Het valt allemaal wel mee. Wat als ik was verdwaald? So be it. Stront onder m’n schoenen? Gewoon weer schoonlopen zodra het regent. Keuken zeiknat? Handdoekje. Dweiltje. Opgelost. Zo moeilijk is het leven niet, bedacht ik me.
Psy-Fi?
Ik besloot een videoregistratie van Ajja op afgelopen Psy-Fi op te zetten. Misschien moet ik daar toch ook maar gewoon heen komend jaar, bedacht ik me. Vol verbazing aanschouwde ik hoe mensen in de menigte als geesten door elkaar heen liepen. Waar ik normaal eigenlijk nooit psytrance luister begreep ik nu plots deze muziek. Maar zou Psy-Fi wel iets voor mij zijn? Echt weer zo’n typische vraag voor mij om te stellen. Ik kan er gewoon heen ‘’on my own terms’’, besefte ik me. Wat zich allemaal aandient zie ik dan wel, bedacht ik me. Er lijkt me daar meer dan genoeg te beleven. Bijna had ik mijn ticket gekocht. Bijna!
Terugblikkend
Na afloop besloot ik lekker in de easy mindset van mijn trip te blijven hangen. Even geen gezond eten. ’s Morgens friet, ’s middags een pak stroopwafels, ’s avonds Chinees. In de middag bovendien nog teruggefietst naar het dorp, over de brug. Bij daglicht een rare gewaarwording. Bizar dat ik me de die nacht zoveel heb ingebeeld bij die ogenschijnlijk doodeenvoudige brug.
Nu, achteraf bezien, vraag ik me af of ik me niet over mijn aanvankelijke ongemak heen had moeten zetten, mezelf had moeten dwingen toch op bed te blijven liggen in stilte en duisternis. Te ondergaan. Heb ik me tóch niet echt overgegeven? In plaats van het vervelende gevoel te accepteren, over me heen te laten komen, heb ik de setting veranderd om eraan te ontkomen. Zou ik me daarmee die kans op volledige overlevering hebben ontnomen? Achteraf bezien leende de setting zich misschien ook niet zo voor een diepe filosofische trip. Ik ben gewend alleen te trippen diep in een bos. Je bent dan toch meer op jezelf aangewezen. Thuis is er simpelweg meer mogelijk en is afleiding, zowel gewenst als ongewenst, dus veel sneller aan de orde.
Hoewel ik niet de grote doorbraak heb gehad waar ik naar op zoek was, noch dat het een trip was met een erg serieus, overpeinzend en filosofisch karakter, heb ik toch wel antwoorden gekregen. Het was vooral een trip van gewoon doen en van laten gaan, gepaard gaande met het besef dat daarmee alles prima in orde is. Een heerlijk stukje hedonisme kreeg ik mee, niets te zwaar en serieus. Hierin zit voor mij het antwoord. Ja, ik mag me af en toe wat meer laten gaan. Ik mag het leven wat minder serieus nemen. Prima om mezelf op zijn tijd wat hedonisme te gunnen, ondanks dat het een tijdelijke vlucht is. Echter, het bewust en weloverwogen opzoeken van hedonisme kan bijdragen aan verbinding, waarmee het wel degelijk een langdurig positieve bijdrage kan bieden aan mijn bestaan.
Aanleiding
Ik wou een tweetal zaken voor mezelf onderzoeken.
1. Ik worstel al geruime tijd met het knagende gevoel iets in mijn leven te missen. Ik ervaar mijn leven als vrij leeg en voel me emotioneel wat afgevlakt. Ik mis daarbij tevens aansluiting met anderen. Ik voel me vaak alleen, het leven levend op een andere golflengte, met die ander gevoelsmatig buiten mijn bereik en zelf ook onbereikbaar zijnde voor die ander. Ik heb hier de laatste tijd veel over nagedacht. Sinds kort heb ik het idee dat het gemis dat ik ervaar vooral zit in het ontbreken van sociaal contact en verbondenheid met anderen. Ik ben nogal een einzelgänger, sociaal teruggetrokken, noem het gerust geïsoleerd. Alleen zijn an sich vind ik niet erg, maar het gebrek aan verbinding des te meer. Ik ben daarom op zoek naar manieren om me meer verbonden te kunnen voelen met anderen en de wereld om me heen.
2. Ik leef nogal strak binnen de lijntjes. Ik ben erg geremd, noem het gerust braaf. Dit is hoe ik ben opgevoed. Vooral niet gek doen. Meer en meer ben ik me daarom gaan afvragen of het gemis ook niet ten dele zit in mijn onvermogen om zo nu en dan eens mijn remmingen te laten varen, het leven wat minder serieus te nemen en mezelf toe te staan op momenten op te gaan in hedonisme. Ik zie hedonisme vooral als escapisme, een momentane staat van geluk die op langere termijn niet houdbaar is en daarom niet bijdraagt aan een meer algemene staat van tevredenheid door het leven heen. Echter, na afloop van mijn vorige trip ben ik tot het inzicht gekomen dat hedonisme ook kan verbinden, of zelfs andersom, dat verbinding kan bijdragen aan of misschien zelfs noodzakelijk is voor een hedonistische beleving. Ik concludeerde daarom dat het toelaten van hedonisme me verder kan brengen in het aangaan van verbinding als hoger goed. Een soort tussenstap dus. Maar hoe moet ik dat aanpakken?
Voorbereiding
’s Morgens truffels gaan halen. Middags lekker gedoucht. ’s Avonds een laatste, stevige maaltijd van rijst met gestoomde broccoli en witte bonen met oude kaas. Dit omdat ik de laatste keer toch wat slapjes was na 24 uur vasten. Aan het begin van de nacht een lange wandeling gemaakt van ruim twee uur om al mijn gedachten op een rij te zetten en volledige rust in mijn hoofd te creëren. Omdat ik me besefte dat mijn maaltijd wellicht wat zwaar was geweest, besloot ik 8 uur in plaats van 6 uur te wachten tot inname van de truffels, dus uiteindelijk, om 3 uur ’s nachts, was het dan zo ver. Ik wou een doorbraak forceren. Ik verzocht de entiteiten waarmee ik doorgaans contact voel alle controle over te nemen. Ik zei hen mijn bereidheid toe me geheel over te leveren in de hoop daarmee de antwoorden die ik nodig heb tot me te kunnen laten komen. Evenals vorige keer trok ik me in volledige stilte en duisternis terug op mijn slaapkamer, wachtende op wat zou komen.
Teleurstelling
Het eerste wat ik voelde was een lichte bodyload, gevolgd door lichamelijke onrust. De onrust nam toe naarmate het effect van de truffels verder opkwam. Ik voelde me immens ongemakkelijk. Het ging niet meer, ik kon niet blijven liggen. Ik moest mijn bed uit, in beweging komen. Ik besloot de slaapkamer te laten voor wat het is en naar de woonkamer te gaan. Ik deed het licht aan. Ik voelde me teleurgesteld. Was dit het? Ik had gehoop op een verpletterend effect waaraan ik me volledig over moest geven, maar nog altijd had ik alle controle, de controle die ik juist zo graag had willen verliezen om eens te ervaren hoe het voor mij als zijnde iemand met een altijd zo sterke drang tot controle is om écht overgeleverd te zijn. Ik voelde enige boosheid of opstandigheid opkomen, echter met daarbij ook de wens me te verontschuldigen vanuit mijn nederigheid tegenover de entiteiten waarmee ik op eerdere momenten meermaals in contact heb gestaan na het eten van truffels en waar ik nog altijd immens ontzag en diep respect voor heb.
Nieuw plan
Ik besloot het over een andere boeg te gooien. Ik had geen zin om binnen te blijven hangen en maar wat muziek te gaan luisteren. Ik moest erop uit. Ik zag echter op tegen de kou. Ik zette me over mijn weerstand heen, kleedde me om, muts op, handschoenen aan, fiets gepakt. Geen idee waar ik heen moest, tot ik besloot naar een dorp iets verderop te fietsen, een dorp waar ik vreemd genoeg – na bijna twee jaar te wonen waar ik nu woon – nog nooit ben geweest, simpelweg omdat er weinig aanleiding is die richting op te gaan. Fietsen voelde opvallend lekker. Het was totaal niet koud en het voelde haast of ik zweefde. Er leek nauwelijks weerstand. Op de weg net na mijn huis dacht ik glasscherven te zien liggen van een gebroken groen Heineken-bierflesje. Ik reed door het glas, hoorde een sis, voelde mijn band zachter worden en mijn fiets zwaarder gaan trappen. Ik keek achterom. Niets aan de hand. Geen glas. Geen lekke band. Ik besloot door te fietsen. Later besefte ik dat dit symbool stond voor mijn weerstand om dingen op de bonnefooi te doen. Altijd maar ‘’Wat nou als...?’’. Er is niets aan de hand en er gaat ook niets ergs gebeuren.
De brug
Even later stond ik op een brug met een prachtig uitzicht, met de toppen van de windmolens nét in de laaghangende bewolking, waardoor de rode lampen op de windmolens een magisch uitziende rode gloed gaven aan het laaghangende wolkendek dat nu als een rode sluier boven het kanaal en de omliggende weilanden en boerderijen hing. De stilte, de rust. Totdat er koplampen naderden in de verte. Daar stond ik, zwaar trippend, met mijn fiets overdwars midden op de snelweg op het midden van een brug. Ik ging wat richting de zijkant. De auto passeerde langszij. Wacht even... is dit nou een snelweg? Oh, nee. Ik stond gewoon op een fietspad, met vangrail tussen mij en de rijbanen. Plots begon er iets verderop op de brug een bel te rinkelen. Een bel van slagbomen, de brug ging dicht, of open, afhankelijk van hoe je het bekijkt. Kan deze brug überhaupt open? Vervolgens rechts van me de verstralers van een naderende trein, het geluid van snerpend metaal, rammelende goederenwagons. Was dit een spoorbrug? Ik begreep er niets meer van. Ik fietste een stukje verder, van de brug af, en keek achterom. Ik begreep het weer. Ik besloot terug de brug op te fietsen. Opnieuw het idee midden op de snelweg te staan, maar bij nog eens goed kijken doorzag ik hoe het in elkaar stak. Vreemd genoeg ken ik de brug maar al te goed, maar ik beleefde het op dat moment heel anders.
Bizarre fietstocht
Met enige verbazing besloot ik mijn weg naar het dorp te vervolgen. Opeens had ik het gevoel in België te fietsen, in de buurt van Meer en Hoogstraten, een aardig eind van huis. Even later leek ik te fietsen op de weg richting het dorp waar mijn ouders wonen. Weer even later waande ik me in Indonesië, op een weggetje door de rijstvelden in de omgeving van Munduk, op Bali. Ik zag een vrouw met hond. Ik groette haar. Een stomverbaasde blik terug, zelf echter geen idee hebbende van wat er dan wel zo verbazingwekkend moest zijn. Ik sloeg random straten in, vol vertrouwen dat ik mijn weg naar huis wel weer zal vinden. Even later kwam ik in het centrum van het dorp. Mijn oog viel op de kerktoren. Al ruim 5 uur geweest. Ik besloot door te fietsen, het dorp uit. Ik besefte dat ik nu op een weg zat die me helemaal uit de richting van huis zou voeren. Mijn gezonde verstand deed me omdraaien – ik had immers geen zin om straks na afloop, hongerig en vermoeid, nog eens een dik uur of wat door de kou terug naar huis te moeten fietsen. Ik besloot bij een bushalte te kijken waar ik was. Een lijst straatnamen, een tabel met cijfers... als vrijwel dagelijkse busreiziger snapte ik er op dit moment geen hol van. Ik besloot maar gewoon om te draaien en terug te fietsen. Nog een paar willekeurige straten ingeslagen, het voelde goed, het zou mij thuisbrengen. Even later een straat naar rechts. Voelde niet goed. Omgedraaid, weg weer vervolgd. Ik liet me leiden door mijn intuïtie. Of datgene wat me werd ingegeven, ik weet het niet.
Na enige tijd naderde ik mijn huis weer. Mijn fiets voelde opeens als een last, een beperking van mijn vrijheid om het ding bij me te moeten hebben. Ik wou lopen, met beide voeten op de grond, ik had behoefte om te aarden. Ik wou echter mijn fiets niet achterlaten, dan zou ik immers later weer terug moeten lopen om mijn fiets op te halen. Ik besloot snel naar huis te gaan, zette mijn fiets in de schuur, ging snel even naar binnen en gewapend met twee flinke stukken pure chocola liep ik richting het nabijgelegen bos.
Ultieme vrijheid in de chaos
Daar stond ik dan, in het bos. Het voelde als thuiskomen, verbonden met de natuur, terug naar mijn wortels. Ik kwam in het denken terecht. Inzicht na inzicht kwam in me op. Het ene nog mooier dan het andere. Allemaal zo belangrijk om te onthouden! Dit moet ik opschrijven! Wat moest ik nou opschrijven...? Ah, zó zit het! Huh, wat was het nou? Hoe moet ik dit straks allemaal gaan verwerken in een tripreport? Maar deze trip is echt een tegenvaller... ik had gehoopt op overlevering, op grote inzichten. Ik moet me focussen op de vragen die ik had. Waar wou ik nou ook alweer over nadenken? Nah, ik zie zo wel. Oh, dit is belangrijk... nee, toch niet. Wat dacht ik ook alweer? Verwarring alom. Het voelde als een héérlijk gefuck met mijn controlebehoefte, zoals ik dat inmiddels gewend ben van de truffeltjes. Ik omarmde de innerlijke chaos wederom. Het doet er allemaal niet toe. Niets heeft wezenlijke betekenis in deze staat van zijn. Het is allemaal zo absurd, lachwekkend, waar maak ik me druk om? Als deze trip me niets oplevert, ook prima. Laat het gaan. Ik hoef niet alle antwoorden te hebben na vandaag. Er hoeft geen mooi tripreport te komen. Deze trip is vrij van enige verplichtingen. Ik hoef helemaal niks. Ik kan doen en laten wat ik wil. Hoe heerlijk is dat? Ik koos voor het vertrouwen opdat het allemaal goed zal komen. Ik vervolgde mijn weg, terug naar huis.
Van lekkende kraan tot inzicht
Ik zag dat de kraan drupte. Ik wou hem uitzetten, totdat ik de waterdruppels in de gootsteen zag, kronkelend, hun weg zoekende, hier en daar samensmeltend met elkaar. Ik raakte gefascineerd. Ik zette de kraan dicht. De beweging stopte. Het geheel werd statisch. Ik opende de kraan weer. Het tafereel kwam weer tot leven. Kraan ietsje harder. Het water spatte op van het gootsteenzeefje dat precies onder de straal lag. Nog ietsje harder. Fuck it, dan maar de vloer nat. Ik boog verder over de gootsteen, zette de kraan vol open. Mijn vest en mijn gezicht werden zeiknat. Waarschijnlijk stond inmiddels de halve keuken onder water, maar het interesseerde me geen reet. Na een tijdje had ik het wel gezien. Ik draaide de kraan weer dicht en droogde me af. Guess what? Geen druppel water op de vloer! Geen druppel! Hoe was dat mogelijk? Natuurwetten werden overtroefd! Wederom was daar mijn immens ontzag en diep respect voor hen die dit alles in handen hadden. Zie je wel, alles komt goed, zo dacht ik. Allemaal zorgen om niets. Moest ik wel gaan fietsen? Zou ik niet kunnen verdwalen? Bevangen worden door de kou? Uiteindelijk niets van dit alles? Moest ik wel naar het bos? Wat als straks mijn schoenen weer onder de stront zitten [wat negen van de tien keer ook daadwerkelijk zo is]? Brandschoon deze keer. Keuken onder water? Overal modderpoten? Laminaat naar de klote door het vocht? Niets van dit alles. Ik moet me inderdaad gewoon meer laten gaan. Niets hel en verdoemenis. Het valt allemaal wel mee. Wat als ik was verdwaald? So be it. Stront onder m’n schoenen? Gewoon weer schoonlopen zodra het regent. Keuken zeiknat? Handdoekje. Dweiltje. Opgelost. Zo moeilijk is het leven niet, bedacht ik me.
Psy-Fi?
Ik besloot een videoregistratie van Ajja op afgelopen Psy-Fi op te zetten. Misschien moet ik daar toch ook maar gewoon heen komend jaar, bedacht ik me. Vol verbazing aanschouwde ik hoe mensen in de menigte als geesten door elkaar heen liepen. Waar ik normaal eigenlijk nooit psytrance luister begreep ik nu plots deze muziek. Maar zou Psy-Fi wel iets voor mij zijn? Echt weer zo’n typische vraag voor mij om te stellen. Ik kan er gewoon heen ‘’on my own terms’’, besefte ik me. Wat zich allemaal aandient zie ik dan wel, bedacht ik me. Er lijkt me daar meer dan genoeg te beleven. Bijna had ik mijn ticket gekocht. Bijna!
Terugblikkend
Na afloop besloot ik lekker in de easy mindset van mijn trip te blijven hangen. Even geen gezond eten. ’s Morgens friet, ’s middags een pak stroopwafels, ’s avonds Chinees. In de middag bovendien nog teruggefietst naar het dorp, over de brug. Bij daglicht een rare gewaarwording. Bizar dat ik me de die nacht zoveel heb ingebeeld bij die ogenschijnlijk doodeenvoudige brug.
Nu, achteraf bezien, vraag ik me af of ik me niet over mijn aanvankelijke ongemak heen had moeten zetten, mezelf had moeten dwingen toch op bed te blijven liggen in stilte en duisternis. Te ondergaan. Heb ik me tóch niet echt overgegeven? In plaats van het vervelende gevoel te accepteren, over me heen te laten komen, heb ik de setting veranderd om eraan te ontkomen. Zou ik me daarmee die kans op volledige overlevering hebben ontnomen? Achteraf bezien leende de setting zich misschien ook niet zo voor een diepe filosofische trip. Ik ben gewend alleen te trippen diep in een bos. Je bent dan toch meer op jezelf aangewezen. Thuis is er simpelweg meer mogelijk en is afleiding, zowel gewenst als ongewenst, dus veel sneller aan de orde.
Hoewel ik niet de grote doorbraak heb gehad waar ik naar op zoek was, noch dat het een trip was met een erg serieus, overpeinzend en filosofisch karakter, heb ik toch wel antwoorden gekregen. Het was vooral een trip van gewoon doen en van laten gaan, gepaard gaande met het besef dat daarmee alles prima in orde is. Een heerlijk stukje hedonisme kreeg ik mee, niets te zwaar en serieus. Hierin zit voor mij het antwoord. Ja, ik mag me af en toe wat meer laten gaan. Ik mag het leven wat minder serieus nemen. Prima om mezelf op zijn tijd wat hedonisme te gunnen, ondanks dat het een tijdelijke vlucht is. Echter, het bewust en weloverwogen opzoeken van hedonisme kan bijdragen aan verbinding, waarmee het wel degelijk een langdurig positieve bijdrage kan bieden aan mijn bestaan.