Als groot fan van Carl Jung heb ik veel nagedacht over het mysterie van het bewustzijn en de vrije wil. Jungâs diepgaande inzichten over het onbewuste, het zelf en de psyche inspireren me enorm. Toch worstel ik met een vraag die zelfs hij nooit volledig kon oplossen: waarom ervaren we eigenlijk iets? Waarom is er niet alleen simpele informatieverwerking, maar ook een innerlijke beleving â dat voelbare âikâ dat leeft in het hier en nu?
Jung sprak over het âzelfâ als een kern van open bewustzijn, maar hij kon niet verklaren waarom die kern subjectieve ervaring heeft. Dit âhard problem of consciousnessâ blijft een raadsel waar zelfs de grootste denkers geen sluitend antwoord op hebben.
Ik ben benieuwd hoe jullie hierover denken. Is er volgens jullie een verklaring? Of is dit misschien een mysterie dat we nooit helemaal kunnen doorgronden, net zoals Jung suggereerde?
Zelf denk ik dat het onderliggende gevoel bij emoties zoals angst, liefde of blijdschap in wezen hetzelfde is. Het verschil zit âm in de context of setting waarin we dat gevoel ervaren. Het is alsof één fundamenteel gevoel zich uit in verschillende âkleurenâ of vormen, afhankelijk van de situatie.
Ik denk dat het precies dat is: een onverklaarbaar mysterie. Dit maakt het (imo) juist zo oneindig fascinerend: oneindige verwondering (hoe kan het dat ervaring gekend wordt?) dat je nooit kunt weten.
De vraag zelf houdt het in leven. Ook al zou er een antwoord komen, dan zou dit het leven eruit halen. Ik ben blij en dankbaar dat het altijd een mysterie zal zijn. In principe zijn wijzelf deze vraag: datgene dat is, verwondert zich over zijn eigen bestaan. Het doet dit direct (bewustzijn van bewustzijn) en ook indirect door zichzelf te filteren door een lichaam/geest en zichzelf zo als 1 (van vele) wereld(en) te ervaren.
Er was 0. En ineens was er iets dat die 0 ervaarde, waarmee het automatisch 1 creëerde. En zo creëerde dat eerste bewustzijn ervaring op ervaring, tot in de oneindigheid..
Ja, er is 0. (Wij/onszelf/niets)
En tegelijkertijd verschijnt daarin 1 (De wereld/de ander/iets)
Op het moment dat (schijnbaar) iets ontstaat is er 0 en 1 en dus: 2. Vanuit hier zijn ĂĄlle mogelijkheden mogelijk. Dit is de basis van dit mathematische universum, dat een vermenigvuldiging van 2 is. Oneindige complexiteit van daaruit. En het is allemaal nu.
Maar tegelijkertijd is er altijd alleen maar echt 0, dat niet weet hoe het hier kan zijn. Het begint niet, het eindigt niet, het is hier al zonder ergens anders weg te komen, tijdloos (eeuwig)