o je hebt gelijk deze had ik over het hoofd gezien:
Bijzonder dat ik weer wat wijzer word bij het maken van een topic hier op DF
Toch blijf ik erbij dat een dinsdag dip eigenlijk zich alleen voordoet bij middelen als MDMA of 6-APB. Nog nooit een dinsdag dip op coke gehad bijvoorbeeld dat toch echt met de dopamine kloot. (..) Wil niet eigenwijs zijn/doen maar de praktijk laat bij mij toch een andere en heftigere dip zien bij een serotonine releaser dan bij de dopamine releaser.
Ja ik ben dus altijd heel voorzichtig om gebruikerservaringen te vertalen naar een theoretisch model, omdat er zoveel factoren een rol spelen. Welke doseringen vergelijk je bijvoorbeeld met elkaar? Hoe verhoudt zich dat tot de subjectieve effecten? Zijn de omgevingsfactoren vergelijkbaar? Hoe zit het met mentale verschillen, bijvoorbeeld in de verwachting maar ook in de context voor, tijdens en na gebruik?
Het is zó complex om daar een gelijkvloerse vergelijking van te maken.
Daar komt ook bij: wat noem je precies een dinsdagdip, en hoe registreer je de intensiteit daarvan? Als dat niet duidelijk gedefinieerd en gestandaardiseerd meetbaar is dan krijg je al heel snel een bias in de ervaren resultaten.
Wat jouw ervaring is met de nasleep van cocaïne en hoe die verschillen verklaarbaar zijn dat weet ik uiteraard niet. Maar zeker is wel dat cocaïne geassocieerd wordt met perioden van depressie, lusteloosheid, slaapproblemen en paniekaanvallen.
Kan niet anders dan dat toch de voorraad serotonine uitgeput is of in ieder geval de neuronen zijn even uitgeput en komt er de dagen erna minder serotonine vrij. Dit is toch al lang aangetoond en bewezen? Dan toch logisch dat hier de dip vandaan komt? Natuurlijk spelen slaap, drank, omgeving, niet slapen een rol maar als ik deze dingen doe zonder MDMA dan is er geen dinsdag dip.
Over de voorraad serotonine die uitgeput zou raken, dat is echt een oversimplificatie van de werking van MDMA. (Over 6-APB is het lastiger om concreet te zijn over de werking vanwege ontbreken van grote hoeveelheden bewijs). Maar bij MDMA is er dus sprake van activatie van VMAT-2-, TAAR1-, SERT- en verschillende subtypes van 5-HT-receptoren, allemaal serotonine-gerelateerd, die een rol spelen bij het effect van MDMA, nog naast de dopamine-, histamine-, alpha-adrenerge- en muscarine-receptoren die ook het effect medebepalen.
Dus alleen het inzoomen op serotonine is al een simplificatie, en dan heb je daarbinnen nog drie verschillende werkingsmechanismen met verschillende subtypes aan receptoren in verschillende delen van het brein, die ook nog feedback loops veroorzaken en in ongelijke mate een rebound-effect vertonen.
De klassieke 'voorraad serotonine' wordt geassocieerd met de synaptic vesicles, die losgelaten worden door activatie van VMAT-2. Ja, dat is dus een onderdeel van de werking van MDMA. En inderdaad, MDMA blokkeert ook de heropname van die neurotransmitters doordat de sertonineheropnamepomp (SERT) omgekeerd gaat werken en omdat heropname van neurotransmitters via VMAT wordt geblokkeerd. Maar in welke mate dat leidt tot een daadwerkelijk tekort van serotonine, dat is niet bewezen. Je kunt in een (levend) brein niet meten hoeveel moleculen serotonine er nog in een neuron liggen te wachten op vrijlating. Laat staan dat je dat kunt bij tientallen tot honderden miljoenen neuronen tegelijkertijd.
Wel kun je activiteit in bepaalde breinregionen meten (wat vaak gedaan wordt in diermodellen met fenfluramine challenge), maar dat is dus een afgeleide waarbij al die bovenstaande receptoren en feedback loops een zeer complexe rol spelen.
Dit even ter inleiding hoe complex dit verhaal is.
Een lang verhaal kort: op zeer kleine micro-schaal weten we wel aardig wat MDMA doet. Er is aangetoond welke receptoren een rol spelen. Maar wat voor effect dat heeft op de werking van verschillende breinregionen (van mensen), dat weten we eigenlijk nauwelijks. Wel hebben we redelijk wat gebruikersverklaringen over de subjectieve effecten van MDMA, maar die zijn dus heel context-gevoelig vanwege de vele co-factoren. Daarbij is het dus belangrijk om mee te nemen dat de klinische onderzoeken naar MDMA niet dezelfde subjectieve effecten vinden als doorgaans gerapporteerd worden door gebruikers in een niet-wetenschappelijke recreatieve context.