Dit report is een poging tot beschrijving van een solotrip op paddothee. Het was slechts een halve portie Mexicaanse en toch is het wat betreft angst, mindfucks en mindloops de meest heftige trip die ik tot nu toe heb beleefd. Veel leesplezier.
Een kabbelend beekje
Ik zit in mijn luie stoel, en laaf mij aan Escher’s tekeningen: water stroomt omhoog, vogels veranderen in vissen, een krokodil kruipt uit het papier. Ik sluit mijn ogen en zie vrolijk gekleurde krokodillen met elkaar vechten, elkaar opeten. Emotieloos, alsof dit gevecht een noodzakelijke uitkomst is van een rekensom - 'één plus één is twee, dus wij eten elkaar op. Wij kunnen niet anders.' Ik kijk er liever niet naar.
Ik open mijn ogen en zie hoe het plafond met elfenverf is beschilderd. De almaar veranderende vormen in oranje en groen geven mijn woonkamer een tropische
vibe. Het voelt goed. Ik denk nog even aan de intentie die ik voor mezelf heb opgeschreven: “Ik neem deze trip om ideeën op te doen, die ik daadwerkelijk kan toepassen in het dagelijkse leven.”
Een gevoel van vertrouwen daalt in mij neer. Een algeheel besef dat het goed is om naar mijn hart te luisteren. Zelfs als dit verstandelijk amper te verdedigen is. Ik voel me zo dankbaar. Terwijl het woord ‘dankbaar’ door mijn hoofd zweeft, voel ik een heerlijk warm gevoel in mijn buik. Elke gedachte die ik heb, brengt een bepaalde fysieke sensatie teweeg. Wat zou er gebeuren als ik het hele woordenboek zou doorbladeren? Dat zou waarschijnlijk ondraaglijk zijn.
Ik heb me goed voorbereid. Voedsel en drinken paraat.
Speledingetjes binnen handbereik: een zogenaamde
mindfold, een zaklamp, enkele boeken. En op de computer heb ik al wat tripmuziek klaargezet - één klik op de muis en ik kan surfen op de meest prachtige muziekgolven.
Wie döt mij wat, wie döt mij wat vandage, 'k heb de banden vol met wind, nee ik heb ja niks te klagen!
Op mijn spijkerbroek zie ik in vage contouren het gezicht van Bob Dylan. Hij is één van de drie figuren die meestal even voorbijkomen in mijn trips. De andere twee zijn Adolf Hitler en Jezus Christus. Ik vind het erg interessant hoe elk mens, en, meer in het bijzonder, hoe elk icoon, zoals Dylan, Monroe of Einstein, symbool staat voor een bepaalde energie. Er woont een Monroe in ons allemaal, net zoals er een Hitler of een Christus in eenieder woont. Ik heb het dus over de energie die zij symboliseren, niet de persoon op zich. Interessant is dat ik tijdens zo’n trip Hitler vooral als een verdrietig mens zie die naar de
dark side is gegaan. Misschien zoals Darth Vader in de
Star Wars saga, die eens een getalenteerde aantrekkelijke jongeman was, ook voor de verleidingen van het kwaad is gevallen. Hij was zelfs
the chosen one, en toch (of juist daardoor) viel hij in handen van the
dark side. En wat als Christus in was gegaan op de verleidingen van de duivel?
Dit zijn eeuwige en universele thema’s die zich ook op micro niveau afspelen. Niet dat ik geloof in een daadwerkelijke
dark side of
good side, maar ik vind het reuze interessant hoe dergelijke verhalen, al dan niet waar gebeurd, een uitvergroting zijn van ons eigen innerlijk. Daarom zijn films als
Star Wars,
Lord of the Rings en
The Matrix ook zo’n succes. Want de kijker voelt dat het ‘waar’ is, dat het over hemzelf gaat. De heldhaftige Neo woont in ons, maar Cypher, de verrader, evenzeer. En ook tijdens deze trip voel ik duidelijk dat dit hele kleurenpallet aan emoties ook in mij huist, dus ook de donkere kleuren.
Ik haal diep adem, ik voel mij gezond, ik ben tevreden. De lichtschakelaar van de grote lamp naast mij stel ik af naar beneden zodat het lekker schemerig wordt, zoals tijdens een zomerse strandwandeling net voordat de zon helemaal in zee is gezakt.
En dan is het nu tijd voor mijn broodje pindakaas.
Het broodje
Er was eens een broodje, een volkorenbroodje belegd met boter en pindakaas. Maar het was niet een normaal broodje - het was een magisch broodje. Het lot beschikte dat dit broodje in handen kwam van ene kapitein-x.
Nadat deze het broodje uit de koelkast had gehaald nam hij weer plaats in zijn luie stoel. Hij verheugde zich erop het broodje te verorberen, want hij wist dat een vers broodje pindakaas het ultieme tripvoedsel kan zijn. Hij bekeek het broodje en verwonderde zich over de levenskracht die het uitstraalde. Kleine gezichtjes verschenen op het broodje, alsof er kleine vrolijke kaboutertjes in woonden. Hij rook aan het broodje, en achter zijn gesloten ogen verschenen korenvelden en boerinnetjes met een korenschoof onder hun arm, prachtige boerinnetjes die waarschijnlijk Heidi heten. Dit broodje was pure liefde. Hij hield het broodje omhoog, en het bleek een antenne waarmee liefdevolle signalen opgepikt konden worden.
In zijn hoofd hoorde hij vaag een vrouwenstem, die overigens niet specifiek tegen hem sprak. Zij had een Belgisch accent, een beetje zoals de meiden van K3, maar dan nog een paar octaven hoger. Het was een vreemde piepstem die niet menselijk te noemen was. Hoewel de stem niet echt hoorbaar was zoals in het dagelijkse leven -godzijdank- was het wel een bijzondere belevenis. Het is alsof je iets hoort, maar dat je tegelijkertijd weet dat het niet echt aanwezig is. En daarin onderscheidde deze ervaring zich waarschijnlijk van iemand die psychotisch is: die denkt dus wel dat het een echte stem is. En zoals het gaat met dit soort dingen: het is niet meer weer te geven wat er precies gezegd is, maar het had in ieder geval van doen met vrolijkheid en plezier, heel veel plezier…hi hi.
Nog steeds met het broodje in de lucht fantaseerde hij dat dit broodje een goddelijke manifestatie was. Dat als hij zo, met dit broodje in de lucht, op een marktplein zou staan, dat iedereen dan vol bewondering het broodje zou aanschouwen.
Zie hier, hét broodje!
Gezonde energie stroomde via het broodje door zijn arm zijn lichaam binnen. Het voelde lekker, en bovenal natuurlijk. Alles was helemaal oké. Totdat…
Als een murw geslagen bokser
Totdat ik totaal onaangekondigd, vanuit het niets, gehoekt werd door iets, door totale misère, laat ik het zo maar noemen. Ik vind het moeilijk te reconstrueren hoe het precies begon. In ieder geval was het zo dat binnen enkele minuten de trip volledig kantelde in haar tegendeel. Ik had inmiddels het broodje neergelegd nadat ik er een hapje van had genomen. Onderuitgezakt zat ik met mijn ogen dicht, toen ik opeens de indruk kreeg van een schreeuwende man. Het was, net als bij het piepstemmetje van even daarvoor, niet zo dat ik het echt hoorde, maar het zat ergens tussen fantasie en realiteit in. Het was niettemin erg beangstigend. Toch deed ik kort daarna mijn ogen weer dicht, hoewel ik wist dat je er dan nog dieper in kunt zakken. Maar ik had ook de gedachte dat ik met de
flow mee moest gaan, dat ik het gevaar recht in de ogen moest kijken. Toen ik zo weer in dezelfde houding zat kreeg ik sterk het gevoel van een vrouw die aangevallen werd, en dat dit verband hield met die schreeuwende man. Toen durfde ik niet meer helemaal mee te gaan met de
flow, omdat ik op het punt stond om mijn hoofd achteruit te drukken, zodat ik in een houding zou komen alsof ik gewurgd werd. En ik had dus echt geen zin om dat morbide spelletje mee te spelen.
Dus ik stond op en ging op de bank zitten met een glas water. Hopend dat ik dan in een andere fase van de trip zou komen. Ik begon me weer iets beter te voelen. Ik wist dat het geen nut heeft om te ‘vluchten’ als bepaalde dingen je niet aan staan in een trip, maar het gevoel te moeten doorleven dat je vermoord wordt, dat leek me meer iets voor een ayahuasca-sessie waar goede begeleiding is. Alles is beter dan in je eentje een moordscène te moeten ondergaan. Tenminste, dat dacht ik (voor zover ik kon denken.)
“Wat er ook gebeurt“, zei ik tegen mezelf, “blijf ten allen tijde rechtop zitten.” Want toevallig had ik voorafgaand aan de trip er nog over nagedacht dat de keren dat een trip heel negatief uitpakte, dat ik die voornamelijk liggend heb doorgebracht. En laatst las ik ergens dat je in een liggende positie een grotere kans hebt om weg te
spacen, wat dus bijvoorbeeld in een eindeloze
mindloop kan resulteren. Niet gaan liggen dus.
Maar je raadt het al. Zoals een bevallige blondine in een horrorfilm natúúrlijk het spookachtige huis binnenwandelt, terwijl het publiek denkt
nee, doe het niet!, zo ging ik natúúrlijk op de bank liggen, languit. De verleiding kon ik niet weerstaan. Ah, lekker languit liggen…
En toen was ik gevangen.
Ik stond er helemaal alleen voor. Was ik in een soort hel beland? Qua gevoel leek het er wel op. Ik voelde me ellendig. En trouwens bestond ‘ik’ nog wel? Ik keek op de klok en zag dat de trip nog wel even zou duren. Die helderheid had ik dus nog. Maar op een vreemde manier ervoer ik die zogenaamd heldere momenten als een onlosmakelijk onderdeel van deze hel.
Just to fuck you up, you know. Zo van, we geven hem af en toe een snufje hoop, en dan blijft hij wel spartelen. Dat maakt de marteling alleen maar erger.
Ha ha ha, an evil sceam my lord…
Het is moeilijk om een concrete beschrijving te geven van deze situatie. Maar na enige tijd wist ik: ik kan dit ellendige gevoel van gevangenschap niet stoppen, ik moet dit ondergaan. Maar dit was niet een besluit van een wijze tripper die met zijn psychedelische surfplankje met de golven probeert mee te gaan. Nee, niets van dat alles. Er was amper, tot geen vrije wil meer te bekennen. Ik werd gegrepen. Er was niet een ‘ik’ die een keuze kon maken. Maar waaruit bestond nou precies dat gevoel van gevangenschap? Tja, ik had het gevoel dat ik een bepaald lijden moest doorleven. Een lijden, een bijna ondragelijk lijden dat groter was dan ikzelf, dat dus niet specifiek met mij als persoon te maken heeft.
Al vrij snel kreeg ik het gevoel dat ik moest overgeven, of beter gezegd, dat ik wilde overgeven. Dus ik pakte mijn prullenbak in de hoop dat ik daar de negativiteit in kon deponeren. Maar dat lukte helaas niet. Dit begint aardig op een ayahuasca-trip te lijken, zo dacht ik. Vervolgens ging ik, verstandig als ik was,

weer languit liggen op de bank. Toen ik daar zo lag kreeg ik steeds meer dat ayahuasca-gevoel. Dat is natuurlijk niet uit te leggen. Maar het was alsof de x-factor, die ik tijdens mijn twee ayahuasca trips ervoer, ook nu aanwezig was.
Ik ging in een bijna-foetushouding liggen (duim niet in de mond. :P ) En ik kan nog maar slechts gedeeltelijk dingen terughalen. Maar ik weet nog dat ik even moest denken aan Frodo uit the
Lord of the Rings die de ring, en de last die daarmee gepaard gaat, bij zich moet dragen totdat hij bij zijn eindbestemming is. En zo had ik nu heel sterk het gevoel dat ik deze onbenoembare shitheid bij me moest dragen totdat de trip voorbij zou zijn. Misschien was dat dan wel een minuscuul sprankje hoop wat ik ervoer. Dat ik er op een ayahuasca-achtige manier toch beter uit zou komen, of in ieder geval ongeschonden. Ik kan me nog herinneren dat ik in een moment van schijnbare helderheid dacht dat het maar goed was dat ik niet een hele portie had genomen, want ik geloofde oprecht dat ik dat niet overleefd zou hebben. Nu ik in nuchterheid dit opschrijf weet ik natuurlijk dat, dat zwaar overtrokken is. Maar het feit dat ik het toen oprecht geloofde, geeft wel aan hoe zwaar ik het had. Ik herinner me dat ik ook nog een paar keer heel dramatisch om hulp heb gevraagd: “Help mij alsjeblieft, iemand help mij.” Ik had niet echt een specifiek iets of iemand in gedachten. Maar er kwam geen antwoord. Ik was alleen.
Op een gegeven moment (ik schat zo'n anderhalf uur later) zag ik voor mijn geestesoog allemaal lilliputters voorbij komen, en ook andere vage mensachtige wezentjes, enigszins kinderlijk. Het waren verschoppelingen, dat voelde ik heel sterk. Ik weet niet zo goed wat ik van die wezentjes moet denken, maar het waren geen entiteiten of iets dergelijks. Het was meer een uitingsvorm van mijn onderbewuste. Na enige tijd, en dit is heel moeilijk uit te leggen, raakten die wezentjes mij één voor één aan. Terwijl ik daar zo lag was ik namelijk als een grote steen en als zo’n verschoppeling die steen, mij dus, aanraakte dan kon hij of zij weer verder reizen naar een betere wereld (dit is vager dan vaag, maar ik kan het niet anders uitleggen.) Het kwam er in ieder geval op neer dat ze mij heel dankbaar waren dat ik dat voor hun mogelijk had gemaakt. En hierdoor voelde ik ook weer wat warmte in mijn hart. Ik heb gedragen, en het is niet vergeefs geweest, zoiets.
Die 'verschoppelingen' leken hier wel wat op.
Beetje bij beetje begon ik me dus weer beter te voelen. En de werking van de thee begon ook wat minder te worden. Langzaam maar zeker landde ik weer op de aarde. En in tegenstelling tot eerdere paddotrips die de mist in gingen, voelde ik me in plaats van leeggezogen juist vervuld met tevredenheid. Ik voelde me gezond. Ik ging uiteindelijk weer rechtop zitten en pakte een fles multi-vruchtendrank. Dat smaakte goddelijk, en oh wat rook het lekker. Het was zo’n grote glazen fles en daar heb ik toen een kwartier lang met mijn neus bovengehangen, als een lijmsnuiver - heerlijk. En daarna heb ik eindelijk het magische broodje opgegeten waar ik eerst slechts één hapje van had genomen, en dat smaakte ook geweldig. Ik voelde me heel erg voldaan. Eigenlijk hetzelfde als na een ayahuasca-trip.Toen ik die nacht uiteindelijk op bed lag, viel ik in slaap met een glimlach op mijn lippen.
Conclusie
Het was moeilijk om exact te beschrijven waar die ellendigheid uit bestond. En al zou ik dat wel kunnen, dan nog valt het niet te begrijpen voor de nuchtere geest, want tijdens zo’n trip denk je dus ook niet meer helder. Ik was bijna volledig irrationeel bezig. Het enige besef wat ik had was: dit gaat nog een paar uren duren, en ik moet het uitzitten ,er is niks wat ik kan doen.
Ik weet zeker dat de ayahuasca-
vibe aanwezig was. Ik heb twee ayahuasca-trips ondergaan bij een sjamaan en één keer heb ik in mijn eentje thee gemaakt van de liaan, dus zonder dmt toevoegingen. En ik heb heel sterk het gevoel dat, dat linksom of rechtsom van invloed is geweest op deze paddotrip. Verder heb ik, enigszins in navolging van die sjamaan, voorafgaand aan de trip om bescherming gevraagd. Alleen in plaats van een pijp, om de intentie de wereld in blazen, gebruikte ik een wierrook stokje.
Het interessante is dat ik deze trip veel zwaarder vond dan de twee ayahuasca-trips. Waar-schijnlijk kwam dit, omdat ik in dit geval ook nog geconfronteerd werd met
mindfucks in de trant van: oh, ik ben helemaal alleen en straks doe ik mezelf wat aan, en voor je het weet wordt dat een soort
mindloop waar je een kwartier lang in blijft hangen. Dus omdat ik alleen was kon ik enerzijds heel diep gaan, maar tegelijkertijd was er die remming om mezelf te laten gaan, want ik was bang dat ik mezelf dan wat aan zou doen. Eigenlijk is dit een hele nuttige angst, een soort overlevingsmechanisme.
Achteraf bezien is het dus een hele goede trip geweest waar ik beter en gezonder uit ben gekomen. Misschien heeft de liefdevolle intentie die ik tijdens het maken van de thee uitgesproken heb nog invloed gehad. Tja, er zijn zoveel factoren te bedenken. Toch zul je begrijpen dat ik bij een eventuele volgende trip nog voorzichtiger zal zijn dan ik al was. Want in eerste instantie wilde ik deze trip nemen om creatieve ideeën op te doen, dus niet om weg te
spacen. Misschien moet ik het voor creatieve doeleinden dan wel bij één derde portie laten. Lekker goedkoop.
Verder is mijn hart alleen nog maar meer uitgegaan naar die paddoslachtoffers die zichzelf wat hebben aangedaan tijdens een trip. En het meest schrijnende geval is dan waarschijnlijk die Franse touriste. Want de pijn die ik heb ervaren die gun ik mijn ergste vijand niet. En stel nu is dat, dat meisje twee of drie keer zoveel pijn heeft ervaren. Ja, dan is het niet ondenkbaar dat je van een brug afspringt. Verschrikkelijk.
Maar laat ik met een positieve noot eindigen: ik ben blij dat ik deze trip heb mogen ervaren. Ik voel me fris en gezond, en ik blijf me verbazen over de kracht van
the good old Mexicaanse!
And the beat goes on…