#1
Wat:
LSD +/- 160 ug, Oxycodon 10 mg
T+ 4: XTC 65 mg
Wie:
Vrouw met veel tripervaring, 27 jaar, 1.74 m, 65 kg
Waar:
Psy-Fi Festival 2017
Voorbereiding:
Enkele weken van tevoren gestart met meerdere vitaminesupplementen, waaronder een hoge dosering magnesium glycinaat.
Tevens enkele weken van tevoren geen alcohol meer gedronken en beter gelet op gezonde voeding.
Extra aandacht voor Mindfulness en meditatie.
Het verslag
Mijn man en ik zijn op Psy-Fi, een 5 daags psychedelic trance festival. Dag 1 zijn we nuchter gebleven, en op dag 2 staat onze Candyflip gepland. Helaas zijn de weersvoorspellingen niet best. We wachten in onze camper tot het droog wordt. De sfeer is niet zo goed, we zitten niet lekker in ons vel en ik ben teleurgesteld in het weer. Van tevoren had ik bedacht dat we lekker met een kleed op het strandje aan het water konden liggen, of in een hangmat in het magical forest. Als alles nat is is dat echter niet zo leuk. Door chronische pijnklachten kan ik niet lang staan of zitten, dus urenlang dansen bij de mainstage zit er niet in.
Om 16:00 is het dan eindelijk droog. We pakken onze tas en wandelen naar het terrein. Tot op het laatste moment twijfel ik of ik het wel of niet moet doen; set en setting zijn immers cruciaal en eigenlijk zijn alle voortekenen slecht. Ik heb me hier echter al maanden op verheugd, en ik ben niet vaak meer in de gelegenheid om te trippen. Ik weet ook van mezelf dat ik best veel kan hebben, ik niet snel in paniek raak en ik heb nog nooit een bad trip gehad. Ik besluit er dus toch voor te gaan.
Als we de zegeltjes pakken besef ik me ineens dat ik mijn zegeltje nog niet gesneden had en dat we geen mesje bij ons hebben. Ik probeer wat te scheuren, maar erg precies is het niet. Hierdoor neem ik iets meer dan ik gepland had. Liever teveel dan te weinig, denk ik vaak. Zelfs met LSD. Achteraf een domme keus. Tegelijkertijd met de LSD neem ik 10 mg Oxycodon vanwege mijn pijnklachten. Door de verhoogde spierspanning van de LSD die mijn (rug)klachten een stuk erger maken, en het feit dat ik graag wat wil staan, lopen en dansen, is de Oxycodon onmisbaar. Ik weet dat dit de trip misschien wat kan dempen, maar ik neem het risico.
We gaan bij de mainstage staan en nemen de muziek en de sfeer in ons op terwijl we ongeduldig wachten tot de LSD inslaat. Mijn man begint na 45 minuten ineens erg te zweten en zijn gezicht wordt helemaal rood. Hij vertelt me dat zijn omgeving al behoorlijk begint te veranderen en dat hij ineens veel energie krijgt. Ik voel na een uur de eerste effecten. De decoratie en verlichting beginnen te veranderen. Mijn lijf begint te trillen en ik voel kaakspanning, wat al gauw overgaat in klappertanden. Ik voel me onrustig omdat ik pijn heb, maar ik zeg tegen mezelf dat ik me geen zorgen hoef te maken omdat de Oxycodon straks wel gaat werken, en dat ik de pijn anders gewoon moet accepteren zoals het is. Ik doe mijn bril af en het voelt gelijk alsof er een heel gewicht van mijn hoofd af gaat. Ik merk dat ik meer open sta voor de mensen om mij heen, ik bekijk ze anders, en voel welke mensen prettige energie hebben en welke niet. Ook zie ik gelijk welke mensen onder invloed zijn en welke niet. De meesten lachen vriendelijk naar me. Ik verwonder me over de vrijheid waarmee mensen dansen en daarmee al hun zorgen even loslaten. Mij lukt het niet om in een fijn dansritme te komen, ik merk dat ik alleen meedans voor de vorm. Na een tijdje zit de pijn me teveel in de weg, en ik merk dat de opkomst van de LSD wat overweldigend wordt, dus ik geef aan dat ik even ergens wil uitrusten.
We lopen weg van de mainstage, en dan begint er een complete transformatie. Het lijkt wel of ik een futurischte film in loop, de mensen lijken niet echt en de omgeving lijkt tegelijkertijd futuristisch, robot-achtig, cartoon-achtig en geschilderd in aquarel, maar dan dynamischer. Ik herken haast niet meer waar we zijn. We vinden een bankje om op te zitten en vertellen elkaar vol verwondering en verbazing wat we zien. Bij mijn man ziet alles er levendiger en gedetailleerder uit, en hij ziet allemaal lichtjes, patronen en fractals. We moeten heel erg lachen, praten uitbundig en ik ben even bang dat we de aandacht teveel naar ons toetrekken. Ik vind het prachtig allemaal maar schrik wel van hoe intens de trip nu al is. Ik voel me een alien en weet niet zo goed hoe ik moet functioneren tussen al die gekke menswezens. Ook weet ik niet wat ik nu moet doen en wat er van me verwacht wordt, maar deze gedachten probeer ik los te laten.
We besluiten naar de alternative stage te lopen om daar wat van de sfeer te proeven. Hoewel het heel dichtbij is kost het ons veel moeite om er te komen en moeten we goed opletten waar we lopen, maar we moeten er erg om lachen. Net als we aankomen lopen begint het te regenen. Regen, ik verbind er op dat moment geen waardeoordeel aan, ik verwonder me slechts. Maar wat moeten we ook alweer doen als het regent, vraag ik me af? Schuilen, zegt mijn man. Toevallig zijn we vlakbij een rode tent. Aan de zijkanten is hij open, maar we zitten er in ieder geval droger dan buiten de tent. En het is vlakbij de alternative stage, dus zo kunnen we genieten van de muziek. We gaan er zitten op ons meegebrachte kleed, en ik merk gelijk dat het even wennen is dat er allemaal mensen vlakbij en om me heen zitten. Ik ga even liggen, dat doet mijn rug goed. Maar ik voel me bekeken en heb het gevoel dat ik vreselijk opval. Ik weet dat mijn ogen enorm zijn en ik kan niet stoppen met klappertanden. Het doet zeer, dus ik stop mijn vingers tussen mijn kiezen om de pijn wat te verlichten. Ondertussen kijk ik naar het rode zeil boven me. Als ik langer dan een paar seconden kijk wordt mijn hele wereld rood, er is niemand meer, ik zit in een rode bubbel. In de rode bubbel vormen zich allemaal lampjes, draaikolken, patronen en bewegingen. Het is gaaf, maar ik durf er niet in op te gaan, want ik heb het gevoel dat ik me bewust moet blijven van mijn omgeving. Opeens begint er achter me iemand tegen me te praten, en ik schrik me dood. Ik heb géén idee wat ze zegt. Ze herhaalt het nog een paar keer. Ze vraagt in het Engels of zij met haar vriend bij ons op het kleed mag zitten. Tuurlijk mag dat. Ik ga wat naar voren zitten maar ze zegt dat ik rustig mag blijven liggen, het kleed is groot genoeg. Vanaf hier begint het mis te gaan.
Ik ben in de war. Waarom vroeg ze dat? Is dat een normale vraag of is het merkwaardig om zoiets te vragen? Waarom willen ze bij ons op het kleed? Wat willen ze van ons? Als ik voorzichtig achterom kijk, zie ik dat het heel druk is geworden in de tent. Iedereen wil schuilen voor de regen. Ik besef me dat wij heel asociaal ons grote kleed hadden neergelegd, waardoor er niemand anders op die plek erbij kon staan/zitten. Achter ons staat iedereen op elkaar geplakt en ik lig hier op een kleed de ruimte in te nemen. Het was dus een normale vraag. Ik ga direct zitten en probeer niet op te vallen. Ik voel me helemaal niet prettig en ik wil weg. Maar dat kan niet, want het regent heel hard. En die andere mensen zitten op ons kleed, en ik voel me niet in staat om netjes te vragen of ze op willen staan zodat we het kleed op kunnen vouwen en weg kunnen gaan. Tegen mijn man durf ik niks te zeggen, want ik ben bang dat anderen het horen. Iedereen staat zo dicht op elkaar dat ik het idee heb dat iedereen op mij let. Als ik een kant op kijk word ik eigenlijk direct opgezogen, er gebeurd dan iets zoals dat alles begint te vervormen en dat er zich patronen vormen, of dat er allemaal diepe gedachtenkronkels in me opkomen. Ik kan dan heel verbaasd, bezorgd en met enorme ogen naar 1 punt staren, en ik kan dat maar moeilijk tegenhouden. Er lopen 2 mensen langs, en zij vragen bezorgd aan mijn man: âIs she okay?â Hij lacht. âYes sheâs fine, sheâs just full of acid.â Hier krijg ik een naar gevoel van. Oh God. Ik val dus Ă©cht op. En dat terwijl het groepje voor me allemaal een lijntje ketamine aan het nemen zijn, en de mensen naast me op dat moment lachgasballonnetjes aan het nemen zijn. Elke keer als ze een ballonnetje vullen klinkt het alsof er een raket wordt gelanceerd, en elke keer schrik ik me helemaal dood en ben ik bang dat ze mijn schrikreactie overdreven vinden (en dat terwijl die mensen zelf natuurlijk in hun eigen bubbel zaten, maar dat begreep ik op dat moment niet). Waarom kunnen zij allemaal wel normaal doen en ik niet?! Ik probeer dus vooral zo normaal mogelijk te doen. En de effecten zoveel mogelijk te onderdrukken. Ik bedenk me wat een idioot ik ben dat ik nou weer niet normaal kan doen. Ik voel me totaal mislukt als persoon en krijg nog veel meer negatieve gedachtes over mezelf.
Ik betrap mezelf er weer op dat ik heel geschrokken naar 1 punt staar. Ik zie niet eens meer goed wat het allemaal is, dus voor hetzelfde geld zit ik asociaal naar mensen te staren terwijl ik niet eens zie dat het mensen zijn. Oké, normaal doen, hoe doe je dat? Ik kijk een beetje nonchalant om me heen, kijk naar de grond, maar ook weer niet te lang. Nee, volgens mij doe ik niet normaal. Ik heb het gevoel dat mensen stiekem over me praten. Ik probeer nogmaals net zoals andere mensen te doen, maar heb het gevoel dat dat totaal niet lukt. Ik probeer mijn ogen kleiner te maken en het klappertanden te stoppen, en als dat niet lukt mijn mond te bedekken met mijn hand. Mijn man staat al een tijdje terwijl ik zit, ik durf niet te gaan staan omdat ik daarmee de aandacht trek. Hij kijkt omlaag en vraagt of alles goed gaat. Ik zeg van wel, omdat ik bang ben dat anderen iets kunnen horen. Ondertussen voel ik me steeds meer in het nauw gedreven en probeer ik te bedenken hoe ik hier weg kan komen.
Op een gegeven moment zegt mijn man dat het minder hard aan het regenen is. Ik vraag zo normaal mogelijk: âzullen we ergens anders heen gaan?â Hij vindt het goed. Ik zeg dat ik niet zo goed weet hoe ik ervoor moet zorgen dat de mensen op ons kleed weer op gaan staan. âOh dat is geen probleem, dat is makkelijkâ zegt mijn man nonchalant. Ik sta op, en mijn man vraagt vriendelijk aan de mensen op ons kleed of ze op willen staan omdat we weggaan. Ze staan gelijk op, glimlachen naar ons en pakken een eigen kleedje uit hun tas. Mijn man probeert het kleed op te vouwen en ik sta er wat ongemakkelijk bij, ik kan toch niet vouwen. Ik kan niks bedenk ik me, ik ben een onhandig en dom mens, dus als ik hem help werk ik hem vast alleen maar tegen.
De opluchting die ik voel als we weglopen is van korte duur, want bij het weglopen krijg ik ineens het gevoel dat ik in mijn broek heb geplast. Ik raak in paniek. Wat stom, ik ben nog helemaal niet naar de wc geweest! En dat terwijl ik altijd heel vaak moet plassen op de LSD! Ik moet zeker niets gevoeld hebben omdat ik zo bezig was met het onderdrukken van de paniek die ik voelde. Ik begin te huilen, maar veeg mijn tranen direct weg zodat niemand het ziet. Ik zeg rustig tegen mijn man dat ik even naar de wc moet. Daar aangekomen kan ik de wcâs amper herkennen door de visuals, en ik weet ook niet goed of er nou een rij staat of niet; sommige mensen staan te wachten op een ander, anderen staan te kletsen en weer anderen staan wel te wachten op een wc⊠erg onduidelijk allemaal. Ik ga achter iemand staan waarvan ik denk dat ze op een wc wacht, niet wetende of ik nou voorkruip of niet. Misschien klinkt dit vrij onbelangrijk allemaal, maar het maakt mijn onzekerheid alleen maar groter. Er komt een wc vrij, maar de persoon voor mij loopt er niet naartoe. Ze kijkt achterom naar mij, zegt dat ze niet in de rij staat en wijst dat ik ernaar toe kan lopen. Ik voel me zo stom, wat ben ik toch een achterlijke idioot, ze zal wel denken dat ik zwakzinnig ben. Maar ik heb de wc bereikt en nu kan ik eindelijk even ademhalen, want hier ziet niemand mij. Ik probeer vast te stellen of ik nou wel of niet in mijn broek heb geplast, maar ik kan niet voelen of de stof nat of droog is. Ik kan het ook niet zien. Ik kan echt niet meer vertouwen op mijn zintuigen... Ik probeer te plassen maar ik voel niks, ik weet dus niet of ik wel of niet plas. En ik bedenk me dat ik nu ook wel uit de wc moet komen, omdat het anders opvalt dat ik er lang in zit. Tijdsbesef heb ik niet. Ik ben helemaal gedesorienteerd en het duurt even voordat ik doorheb waar de deur is. Als ik naar buiten kom weet ik vervolgens niet of ik naar links, rechts, voren of achter moet lopen. De hele omgeving begint ook nog eens te draaien. Maar gelukkig duurt het niet lang voordat ik mijn man weer zie.
We lopen verder, ik voel dat de LSD nog steeds verder aan het opbouwen is en ik zeg dat ik even naar een rustig plekje wil. Mijn man kijkt inmiddels met een twinkeling in zijn ogen naar het begin van het magical forest, hij is heel erg benieuwd, maar ik ben bang dat ik dat nu even niet aankan. âKomt later welâ zegt hij, maar ik voel dat ik hem teleurstel. âNaar de chillout stage danâ? vraagt hij. Ik vind het best. We lopen een stukje, en als ik het gevoel heb dat mensen niet meer mee kunnen luisteren vraag ik hem zachtjes: âwat zei jij net over mij, toen we onder die rode tent lagen? Toen die mensen vroegen of alles wel goed met mij ging?â âDie mensen? Waar heb je het over? Ik heb met niemand gepraat.â Ik leg hem de situatie uit, maar hij zegt verbaasd dat hij echt met niemand heeft gepraat en dat hij zeker niet zoân opmerking heeft gemaakt! Dat weet hij zeker en hij klinkt heel verbaasd. Toch hoorde ik het hem letterlijk zeggen. Het was dus niet echt, het was een mindfuck! Ik begin heel erg te huilen van opluchting. Hij benadrukt nog eens dat hij dat echt niet gezegd heeft en hij knuffelt me, maar we staan op een druk paadje dus dit is niet zoân goede plek om stil te staan. âMoeten we naar psycare?â vraagt hij. Psycare is een plek waar je begeleid wordt als je een bad trip hebt. Maar dat vind ik veel te dramatisch dus dat wil ik niet. Ik wil nog steeds naar een rustig plekje. âNaar de chillout?â vraagt hij. âMaar daar is het ook druk toch? En dan moeten we eerst door dat hele drukke stuk met die winkeltjesâ zegt hij. Oh ja, dat is waar ook. Dat wil ik niet. âHet is overal druk he?â vraag ik. Zelfs op de wandelpaadjes. En dan is ook nog alles nat. Ik wil alleen maar naar een droog, rustig plekje. En mijn rug doet zoân zeer, ik heb nog helemaal niets van de Oxycodon gevoeld, dus ver lopen en zoeken lukt nu ook niet. Mijn man heeft wel een goede trip, maar ook hij is verward en gedesorienteerd. We kunnen allebei niet helder nadenken en constateren dat het niet mogelijk is om een rustig plekje op het terrein te vinden. âMoeten we teruggaan naar de camper?â vraagt hij. Ik wil dat eigenlijk niet, zie dat als falen, want ik weet dat hij hier wil blijven en zelf wil ik dit eigenlijk ook overwinnen. Maar ik zie geen andere optie, dus ik stem ermee in. Dan kan ik in ieder geval droge kleren aantrekken en let er niemand op mij.
Het is even goed opletten en rustig aandoen, maar gelukkig is de weg naar de camper makkelijk. Het voelt nog steeds alsof de LSD opbouwt, ik loop in een soort tekenfilm, ik herken andere mensen haast niet meer. Het is fascinerend, maar de angst is sterker. Vlak voordat we naar de camper gaan ga ik nog even naar een dixi, maar weer voel ik niet of ik nu wel of niet plas, net zoals ik niet kan zien/voelen of de wc schoon of vies is. Ik ben nog steeds bang dat ik geen controle over mijn blaas heb, en dat ik straks weer alles onder plas. Eenmaal bij de camper trek ik direct schone kleding aan (die had ik gelukkig van tevoren al klaargelegd) en ga ik liggen. Zo, even bijkomen. Ik wil even met mijn man praten over wat er allemaal in me omgaat, om die paniek te laten zakken, maar hij heeft het zo warm en is zo aan het zweten dat hij niet bij me wil komen liggen. Hij wil even buiten blijven staan. Ik zie dat de buren bij hun tent staan en iets tegen mijn man zeggen. Ik hoor hem een grapje terug maken en daarna lachen. Dan gaat hij even voorin achter het stuur zitten, met de deur open. "Wow... Zo moet ik niet gaan rijden" zegt hij, lachend.
Aangezien ik niet meer kan vertrouwen op wat ik hoor en zie, vraag ik hem of het klopt dat hij net aan het lachen was met de buren. âNee, hoe kom je daar nou bij? Ik liep er langs maar zij zeiden niks en ik ook niet! Joh meis, je houdt jezelf nog steeds voor de gek!â Hij komt even vlakbij me zitten en langzaam word ik wat rustiger. Het gekke is dat, doordat ik de trip zo aan het onderdrukken was, mijn visuals bijna helemaal verdwenen zijn. Mentaal trip ik des te harder.
Dan wijst mijn man mij erop dat het al bijna 4 uur na de inname van de LSD is. Tijd voor de XTC dus. Ik twijfel heel erg, kan niet helder denken, kan mijn aandacht nergens bijhouden, kan mijn gedachten ook amper uitdrukken. Ben bang dat ik mezelf dan helemĂĄĂĄl niet meer onder controle heb en straks niet eens meer in staat ben om naar de wc te lopen. Mijn man neemt alvast een halve pil en uiteindelijk beslis ik wat minder te nemen dan gepland, ongeveer 65 mg. Hopelijk haalt dat de donkerste randjes van mijn trip.
Het duurt heel lang voordat ik iets van de XTC voel. Langzaam voel ik alles zachter worden, word ik wat rustiger en kan ik weer wat beter praten. De visuals zijn helemaal verdwenen, maar dat betekent niet dat ik minder hard trip. De âcandyflipâ zoals deze bedoeld was, is niet gelukt. Tijdens eerdere ervaringen smolten de LSD en XTC echt samen, waaarbij het samengaan van de 2 drugs zoveel meer opleverde dan alleen de som der delen (zoals in een eerder report van mij, https://drugsforum.nl/threads/birthday-candyflip-to-heaven-lsd-mdma.51626/). Nu ervaar ik geen synergie. Maar dat had ik eigenlijk ook niet meer verwacht.
Ondertussen is het me gelukt om een keer naar de wc te gaan en ook daadwerkelijk te voelen dat ik geplast heb. Ook heb ik eindelijk kunnen vaststellen dat mijn kleding waarvan ik dacht dat het nat was, gewoon droog was. Ik had dus nĂet in mijn broek geplast⊠Dat was ook een mindfuck. Uiteindelijk durf ik het aan om samen met mijn man een klein stukje over de camping te lopen. De frisse lucht voelt fijn, maar ik ben nog steeds bang voor mensen en probeer me zo klein en onzichtbaar mogelijk te maken als er mensen dichtbij komen. Ook voel ik me fysiek slecht, naast de rugpijn ben ik ook ziek geworden van de XTC. Dit komt door mijn verleden, waarin ik XTC gedurende 2 jaar enorm heb misbruikt. Als ik het nog gebruik word ik normaliter alleen maar misselijk, wazig, ga ik hallucineren en krijg ik een hele nare bodyload. Geen euforie meer. Aangezien het nu al 2 jaar geleden was dat ik voor het laatst XTC had gebruikt, dacht ik dat ik er nu misschien wel weer tegen zou kunnen. Maar helaas valt het toch weer erg tegen. Ik moet een paar keer bijna overgeven en het misselijke gevoel blijft. Gelukkig maar dat ik slechts 65 mg had genomen, anders waren de klachten zeker erger geweest. Toch ben ik blij met de XTC, want mijn LSD trip voelt nu lang niet zo bedreigend meer.
We gaan terug naar de camper en daar blijf ik lekker liggen. Ik voel de XTC uitwerken en gelijk krijg ik heftige negatieve gedachtes over mezelf en de wereld, die ik gelukkig herken als after-dip en dus niet te serieus probeer te nemen. Mijn man heeft nog wat XTC bijgenomen en wil de hele tijd knuffelen en zwijmelen. Ik vind het wel fijn, maar voel me te beroerd om erin mee te gaan. Na een tijdje wil hij graag nog even naar het festival. Ik voel me mentaal weer sterk genoeg om alleen te blijven, de LSD is langzaam aan het uitwerken en ik ben vooral moe. Ik blijf nog even rustig uitspacen, en na een tijdje neem ik een paar benzoâs en val ik rustig in slaap.
De volgende dag voel ik me fysiek alweer een stuk beter. Wel ben ik enorm teleurgesteld in de trip, maar vooral in mezelf. Hoe komt het dat ik, als ervaren tripper en rustig, stabiel persoon, deze trip niet om heb weten te keren? Ik blijf hangen in âwat als ik dit gedaan had, wat als ik dat gedaan hadâ vragen. Ik heb het gevoel dat ik het leuke uitje heb verpest, voel me schuldig en voel me gefaald. Het is me in ieder geval duidelijk geworden dat mijn sociale fobie nog lang niet weg is, ook al gaat het de laatste jaren een stuk beter. Ook moet ik nog steeds werken aan mijn zelfbeeld. Daarnaast kom ik niet los van het gevoel dat mijn ziel âgevangenâ zit in een defect lichaam. Dingen accepteren zoals ze zijn vind ik nog moeilijk.
Het jammere is dat ik in de dagen erna pas zag hoe veel mensen LSD en paddoâs gebruikten, hoe normaal het daar was en hoe geschikt de omgeving was. Ook al was het me niet gelukt om ânormaal te doenâ, dat was helemaal niet erg! Niemand deed normaal, wat normaal dan ook moge zijn. Ik zag iedereen genieten, plezier maken en alles eruithalen wat eruit te halen viel. De vrijheid waarmee mensen deden waar ze maar zin in hadden, heerlijk. Zelf heb ik de dagen erna nog ketamine en een lage dosering 2-CB genomen, en dat ging allemaal goed. Maar ik blijf teleurgesteld in mezelf en ik kan deze ervaring nog steeds moeilijk een plekje geven.
Voorlopig trip ik niet meer. Ik hoop volgend jaar zomer weer te gaan trippen, maar dan in een rustige omgeving en niet meer op een festival.
LSD +/- 160 ug, Oxycodon 10 mg
T+ 4: XTC 65 mg
Wie:
Vrouw met veel tripervaring, 27 jaar, 1.74 m, 65 kg
Waar:
Psy-Fi Festival 2017
Voorbereiding:
Enkele weken van tevoren gestart met meerdere vitaminesupplementen, waaronder een hoge dosering magnesium glycinaat.
Tevens enkele weken van tevoren geen alcohol meer gedronken en beter gelet op gezonde voeding.
Extra aandacht voor Mindfulness en meditatie.
Het verslag
Mijn man en ik zijn op Psy-Fi, een 5 daags psychedelic trance festival. Dag 1 zijn we nuchter gebleven, en op dag 2 staat onze Candyflip gepland. Helaas zijn de weersvoorspellingen niet best. We wachten in onze camper tot het droog wordt. De sfeer is niet zo goed, we zitten niet lekker in ons vel en ik ben teleurgesteld in het weer. Van tevoren had ik bedacht dat we lekker met een kleed op het strandje aan het water konden liggen, of in een hangmat in het magical forest. Als alles nat is is dat echter niet zo leuk. Door chronische pijnklachten kan ik niet lang staan of zitten, dus urenlang dansen bij de mainstage zit er niet in.
Om 16:00 is het dan eindelijk droog. We pakken onze tas en wandelen naar het terrein. Tot op het laatste moment twijfel ik of ik het wel of niet moet doen; set en setting zijn immers cruciaal en eigenlijk zijn alle voortekenen slecht. Ik heb me hier echter al maanden op verheugd, en ik ben niet vaak meer in de gelegenheid om te trippen. Ik weet ook van mezelf dat ik best veel kan hebben, ik niet snel in paniek raak en ik heb nog nooit een bad trip gehad. Ik besluit er dus toch voor te gaan.
Als we de zegeltjes pakken besef ik me ineens dat ik mijn zegeltje nog niet gesneden had en dat we geen mesje bij ons hebben. Ik probeer wat te scheuren, maar erg precies is het niet. Hierdoor neem ik iets meer dan ik gepland had. Liever teveel dan te weinig, denk ik vaak. Zelfs met LSD. Achteraf een domme keus. Tegelijkertijd met de LSD neem ik 10 mg Oxycodon vanwege mijn pijnklachten. Door de verhoogde spierspanning van de LSD die mijn (rug)klachten een stuk erger maken, en het feit dat ik graag wat wil staan, lopen en dansen, is de Oxycodon onmisbaar. Ik weet dat dit de trip misschien wat kan dempen, maar ik neem het risico.
We gaan bij de mainstage staan en nemen de muziek en de sfeer in ons op terwijl we ongeduldig wachten tot de LSD inslaat. Mijn man begint na 45 minuten ineens erg te zweten en zijn gezicht wordt helemaal rood. Hij vertelt me dat zijn omgeving al behoorlijk begint te veranderen en dat hij ineens veel energie krijgt. Ik voel na een uur de eerste effecten. De decoratie en verlichting beginnen te veranderen. Mijn lijf begint te trillen en ik voel kaakspanning, wat al gauw overgaat in klappertanden. Ik voel me onrustig omdat ik pijn heb, maar ik zeg tegen mezelf dat ik me geen zorgen hoef te maken omdat de Oxycodon straks wel gaat werken, en dat ik de pijn anders gewoon moet accepteren zoals het is. Ik doe mijn bril af en het voelt gelijk alsof er een heel gewicht van mijn hoofd af gaat. Ik merk dat ik meer open sta voor de mensen om mij heen, ik bekijk ze anders, en voel welke mensen prettige energie hebben en welke niet. Ook zie ik gelijk welke mensen onder invloed zijn en welke niet. De meesten lachen vriendelijk naar me. Ik verwonder me over de vrijheid waarmee mensen dansen en daarmee al hun zorgen even loslaten. Mij lukt het niet om in een fijn dansritme te komen, ik merk dat ik alleen meedans voor de vorm. Na een tijdje zit de pijn me teveel in de weg, en ik merk dat de opkomst van de LSD wat overweldigend wordt, dus ik geef aan dat ik even ergens wil uitrusten.
We lopen weg van de mainstage, en dan begint er een complete transformatie. Het lijkt wel of ik een futurischte film in loop, de mensen lijken niet echt en de omgeving lijkt tegelijkertijd futuristisch, robot-achtig, cartoon-achtig en geschilderd in aquarel, maar dan dynamischer. Ik herken haast niet meer waar we zijn. We vinden een bankje om op te zitten en vertellen elkaar vol verwondering en verbazing wat we zien. Bij mijn man ziet alles er levendiger en gedetailleerder uit, en hij ziet allemaal lichtjes, patronen en fractals. We moeten heel erg lachen, praten uitbundig en ik ben even bang dat we de aandacht teveel naar ons toetrekken. Ik vind het prachtig allemaal maar schrik wel van hoe intens de trip nu al is. Ik voel me een alien en weet niet zo goed hoe ik moet functioneren tussen al die gekke menswezens. Ook weet ik niet wat ik nu moet doen en wat er van me verwacht wordt, maar deze gedachten probeer ik los te laten.
We besluiten naar de alternative stage te lopen om daar wat van de sfeer te proeven. Hoewel het heel dichtbij is kost het ons veel moeite om er te komen en moeten we goed opletten waar we lopen, maar we moeten er erg om lachen. Net als we aankomen lopen begint het te regenen. Regen, ik verbind er op dat moment geen waardeoordeel aan, ik verwonder me slechts. Maar wat moeten we ook alweer doen als het regent, vraag ik me af? Schuilen, zegt mijn man. Toevallig zijn we vlakbij een rode tent. Aan de zijkanten is hij open, maar we zitten er in ieder geval droger dan buiten de tent. En het is vlakbij de alternative stage, dus zo kunnen we genieten van de muziek. We gaan er zitten op ons meegebrachte kleed, en ik merk gelijk dat het even wennen is dat er allemaal mensen vlakbij en om me heen zitten. Ik ga even liggen, dat doet mijn rug goed. Maar ik voel me bekeken en heb het gevoel dat ik vreselijk opval. Ik weet dat mijn ogen enorm zijn en ik kan niet stoppen met klappertanden. Het doet zeer, dus ik stop mijn vingers tussen mijn kiezen om de pijn wat te verlichten. Ondertussen kijk ik naar het rode zeil boven me. Als ik langer dan een paar seconden kijk wordt mijn hele wereld rood, er is niemand meer, ik zit in een rode bubbel. In de rode bubbel vormen zich allemaal lampjes, draaikolken, patronen en bewegingen. Het is gaaf, maar ik durf er niet in op te gaan, want ik heb het gevoel dat ik me bewust moet blijven van mijn omgeving. Opeens begint er achter me iemand tegen me te praten, en ik schrik me dood. Ik heb géén idee wat ze zegt. Ze herhaalt het nog een paar keer. Ze vraagt in het Engels of zij met haar vriend bij ons op het kleed mag zitten. Tuurlijk mag dat. Ik ga wat naar voren zitten maar ze zegt dat ik rustig mag blijven liggen, het kleed is groot genoeg. Vanaf hier begint het mis te gaan.
Ik ben in de war. Waarom vroeg ze dat? Is dat een normale vraag of is het merkwaardig om zoiets te vragen? Waarom willen ze bij ons op het kleed? Wat willen ze van ons? Als ik voorzichtig achterom kijk, zie ik dat het heel druk is geworden in de tent. Iedereen wil schuilen voor de regen. Ik besef me dat wij heel asociaal ons grote kleed hadden neergelegd, waardoor er niemand anders op die plek erbij kon staan/zitten. Achter ons staat iedereen op elkaar geplakt en ik lig hier op een kleed de ruimte in te nemen. Het was dus een normale vraag. Ik ga direct zitten en probeer niet op te vallen. Ik voel me helemaal niet prettig en ik wil weg. Maar dat kan niet, want het regent heel hard. En die andere mensen zitten op ons kleed, en ik voel me niet in staat om netjes te vragen of ze op willen staan zodat we het kleed op kunnen vouwen en weg kunnen gaan. Tegen mijn man durf ik niks te zeggen, want ik ben bang dat anderen het horen. Iedereen staat zo dicht op elkaar dat ik het idee heb dat iedereen op mij let. Als ik een kant op kijk word ik eigenlijk direct opgezogen, er gebeurd dan iets zoals dat alles begint te vervormen en dat er zich patronen vormen, of dat er allemaal diepe gedachtenkronkels in me opkomen. Ik kan dan heel verbaasd, bezorgd en met enorme ogen naar 1 punt staren, en ik kan dat maar moeilijk tegenhouden. Er lopen 2 mensen langs, en zij vragen bezorgd aan mijn man: âIs she okay?â Hij lacht. âYes sheâs fine, sheâs just full of acid.â Hier krijg ik een naar gevoel van. Oh God. Ik val dus Ă©cht op. En dat terwijl het groepje voor me allemaal een lijntje ketamine aan het nemen zijn, en de mensen naast me op dat moment lachgasballonnetjes aan het nemen zijn. Elke keer als ze een ballonnetje vullen klinkt het alsof er een raket wordt gelanceerd, en elke keer schrik ik me helemaal dood en ben ik bang dat ze mijn schrikreactie overdreven vinden (en dat terwijl die mensen zelf natuurlijk in hun eigen bubbel zaten, maar dat begreep ik op dat moment niet). Waarom kunnen zij allemaal wel normaal doen en ik niet?! Ik probeer dus vooral zo normaal mogelijk te doen. En de effecten zoveel mogelijk te onderdrukken. Ik bedenk me wat een idioot ik ben dat ik nou weer niet normaal kan doen. Ik voel me totaal mislukt als persoon en krijg nog veel meer negatieve gedachtes over mezelf.
Ik betrap mezelf er weer op dat ik heel geschrokken naar 1 punt staar. Ik zie niet eens meer goed wat het allemaal is, dus voor hetzelfde geld zit ik asociaal naar mensen te staren terwijl ik niet eens zie dat het mensen zijn. Oké, normaal doen, hoe doe je dat? Ik kijk een beetje nonchalant om me heen, kijk naar de grond, maar ook weer niet te lang. Nee, volgens mij doe ik niet normaal. Ik heb het gevoel dat mensen stiekem over me praten. Ik probeer nogmaals net zoals andere mensen te doen, maar heb het gevoel dat dat totaal niet lukt. Ik probeer mijn ogen kleiner te maken en het klappertanden te stoppen, en als dat niet lukt mijn mond te bedekken met mijn hand. Mijn man staat al een tijdje terwijl ik zit, ik durf niet te gaan staan omdat ik daarmee de aandacht trek. Hij kijkt omlaag en vraagt of alles goed gaat. Ik zeg van wel, omdat ik bang ben dat anderen iets kunnen horen. Ondertussen voel ik me steeds meer in het nauw gedreven en probeer ik te bedenken hoe ik hier weg kan komen.
Op een gegeven moment zegt mijn man dat het minder hard aan het regenen is. Ik vraag zo normaal mogelijk: âzullen we ergens anders heen gaan?â Hij vindt het goed. Ik zeg dat ik niet zo goed weet hoe ik ervoor moet zorgen dat de mensen op ons kleed weer op gaan staan. âOh dat is geen probleem, dat is makkelijkâ zegt mijn man nonchalant. Ik sta op, en mijn man vraagt vriendelijk aan de mensen op ons kleed of ze op willen staan omdat we weggaan. Ze staan gelijk op, glimlachen naar ons en pakken een eigen kleedje uit hun tas. Mijn man probeert het kleed op te vouwen en ik sta er wat ongemakkelijk bij, ik kan toch niet vouwen. Ik kan niks bedenk ik me, ik ben een onhandig en dom mens, dus als ik hem help werk ik hem vast alleen maar tegen.
De opluchting die ik voel als we weglopen is van korte duur, want bij het weglopen krijg ik ineens het gevoel dat ik in mijn broek heb geplast. Ik raak in paniek. Wat stom, ik ben nog helemaal niet naar de wc geweest! En dat terwijl ik altijd heel vaak moet plassen op de LSD! Ik moet zeker niets gevoeld hebben omdat ik zo bezig was met het onderdrukken van de paniek die ik voelde. Ik begin te huilen, maar veeg mijn tranen direct weg zodat niemand het ziet. Ik zeg rustig tegen mijn man dat ik even naar de wc moet. Daar aangekomen kan ik de wcâs amper herkennen door de visuals, en ik weet ook niet goed of er nou een rij staat of niet; sommige mensen staan te wachten op een ander, anderen staan te kletsen en weer anderen staan wel te wachten op een wc⊠erg onduidelijk allemaal. Ik ga achter iemand staan waarvan ik denk dat ze op een wc wacht, niet wetende of ik nou voorkruip of niet. Misschien klinkt dit vrij onbelangrijk allemaal, maar het maakt mijn onzekerheid alleen maar groter. Er komt een wc vrij, maar de persoon voor mij loopt er niet naartoe. Ze kijkt achterom naar mij, zegt dat ze niet in de rij staat en wijst dat ik ernaar toe kan lopen. Ik voel me zo stom, wat ben ik toch een achterlijke idioot, ze zal wel denken dat ik zwakzinnig ben. Maar ik heb de wc bereikt en nu kan ik eindelijk even ademhalen, want hier ziet niemand mij. Ik probeer vast te stellen of ik nou wel of niet in mijn broek heb geplast, maar ik kan niet voelen of de stof nat of droog is. Ik kan het ook niet zien. Ik kan echt niet meer vertouwen op mijn zintuigen... Ik probeer te plassen maar ik voel niks, ik weet dus niet of ik wel of niet plas. En ik bedenk me dat ik nu ook wel uit de wc moet komen, omdat het anders opvalt dat ik er lang in zit. Tijdsbesef heb ik niet. Ik ben helemaal gedesorienteerd en het duurt even voordat ik doorheb waar de deur is. Als ik naar buiten kom weet ik vervolgens niet of ik naar links, rechts, voren of achter moet lopen. De hele omgeving begint ook nog eens te draaien. Maar gelukkig duurt het niet lang voordat ik mijn man weer zie.
We lopen verder, ik voel dat de LSD nog steeds verder aan het opbouwen is en ik zeg dat ik even naar een rustig plekje wil. Mijn man kijkt inmiddels met een twinkeling in zijn ogen naar het begin van het magical forest, hij is heel erg benieuwd, maar ik ben bang dat ik dat nu even niet aankan. âKomt later welâ zegt hij, maar ik voel dat ik hem teleurstel. âNaar de chillout stage danâ? vraagt hij. Ik vind het best. We lopen een stukje, en als ik het gevoel heb dat mensen niet meer mee kunnen luisteren vraag ik hem zachtjes: âwat zei jij net over mij, toen we onder die rode tent lagen? Toen die mensen vroegen of alles wel goed met mij ging?â âDie mensen? Waar heb je het over? Ik heb met niemand gepraat.â Ik leg hem de situatie uit, maar hij zegt verbaasd dat hij echt met niemand heeft gepraat en dat hij zeker niet zoân opmerking heeft gemaakt! Dat weet hij zeker en hij klinkt heel verbaasd. Toch hoorde ik het hem letterlijk zeggen. Het was dus niet echt, het was een mindfuck! Ik begin heel erg te huilen van opluchting. Hij benadrukt nog eens dat hij dat echt niet gezegd heeft en hij knuffelt me, maar we staan op een druk paadje dus dit is niet zoân goede plek om stil te staan. âMoeten we naar psycare?â vraagt hij. Psycare is een plek waar je begeleid wordt als je een bad trip hebt. Maar dat vind ik veel te dramatisch dus dat wil ik niet. Ik wil nog steeds naar een rustig plekje. âNaar de chillout?â vraagt hij. âMaar daar is het ook druk toch? En dan moeten we eerst door dat hele drukke stuk met die winkeltjesâ zegt hij. Oh ja, dat is waar ook. Dat wil ik niet. âHet is overal druk he?â vraag ik. Zelfs op de wandelpaadjes. En dan is ook nog alles nat. Ik wil alleen maar naar een droog, rustig plekje. En mijn rug doet zoân zeer, ik heb nog helemaal niets van de Oxycodon gevoeld, dus ver lopen en zoeken lukt nu ook niet. Mijn man heeft wel een goede trip, maar ook hij is verward en gedesorienteerd. We kunnen allebei niet helder nadenken en constateren dat het niet mogelijk is om een rustig plekje op het terrein te vinden. âMoeten we teruggaan naar de camper?â vraagt hij. Ik wil dat eigenlijk niet, zie dat als falen, want ik weet dat hij hier wil blijven en zelf wil ik dit eigenlijk ook overwinnen. Maar ik zie geen andere optie, dus ik stem ermee in. Dan kan ik in ieder geval droge kleren aantrekken en let er niemand op mij.
Het is even goed opletten en rustig aandoen, maar gelukkig is de weg naar de camper makkelijk. Het voelt nog steeds alsof de LSD opbouwt, ik loop in een soort tekenfilm, ik herken andere mensen haast niet meer. Het is fascinerend, maar de angst is sterker. Vlak voordat we naar de camper gaan ga ik nog even naar een dixi, maar weer voel ik niet of ik nu wel of niet plas, net zoals ik niet kan zien/voelen of de wc schoon of vies is. Ik ben nog steeds bang dat ik geen controle over mijn blaas heb, en dat ik straks weer alles onder plas. Eenmaal bij de camper trek ik direct schone kleding aan (die had ik gelukkig van tevoren al klaargelegd) en ga ik liggen. Zo, even bijkomen. Ik wil even met mijn man praten over wat er allemaal in me omgaat, om die paniek te laten zakken, maar hij heeft het zo warm en is zo aan het zweten dat hij niet bij me wil komen liggen. Hij wil even buiten blijven staan. Ik zie dat de buren bij hun tent staan en iets tegen mijn man zeggen. Ik hoor hem een grapje terug maken en daarna lachen. Dan gaat hij even voorin achter het stuur zitten, met de deur open. "Wow... Zo moet ik niet gaan rijden" zegt hij, lachend.
Aangezien ik niet meer kan vertrouwen op wat ik hoor en zie, vraag ik hem of het klopt dat hij net aan het lachen was met de buren. âNee, hoe kom je daar nou bij? Ik liep er langs maar zij zeiden niks en ik ook niet! Joh meis, je houdt jezelf nog steeds voor de gek!â Hij komt even vlakbij me zitten en langzaam word ik wat rustiger. Het gekke is dat, doordat ik de trip zo aan het onderdrukken was, mijn visuals bijna helemaal verdwenen zijn. Mentaal trip ik des te harder.
Dan wijst mijn man mij erop dat het al bijna 4 uur na de inname van de LSD is. Tijd voor de XTC dus. Ik twijfel heel erg, kan niet helder denken, kan mijn aandacht nergens bijhouden, kan mijn gedachten ook amper uitdrukken. Ben bang dat ik mezelf dan helemĂĄĂĄl niet meer onder controle heb en straks niet eens meer in staat ben om naar de wc te lopen. Mijn man neemt alvast een halve pil en uiteindelijk beslis ik wat minder te nemen dan gepland, ongeveer 65 mg. Hopelijk haalt dat de donkerste randjes van mijn trip.
Het duurt heel lang voordat ik iets van de XTC voel. Langzaam voel ik alles zachter worden, word ik wat rustiger en kan ik weer wat beter praten. De visuals zijn helemaal verdwenen, maar dat betekent niet dat ik minder hard trip. De âcandyflipâ zoals deze bedoeld was, is niet gelukt. Tijdens eerdere ervaringen smolten de LSD en XTC echt samen, waaarbij het samengaan van de 2 drugs zoveel meer opleverde dan alleen de som der delen (zoals in een eerder report van mij, https://drugsforum.nl/threads/birthday-candyflip-to-heaven-lsd-mdma.51626/). Nu ervaar ik geen synergie. Maar dat had ik eigenlijk ook niet meer verwacht.
Ondertussen is het me gelukt om een keer naar de wc te gaan en ook daadwerkelijk te voelen dat ik geplast heb. Ook heb ik eindelijk kunnen vaststellen dat mijn kleding waarvan ik dacht dat het nat was, gewoon droog was. Ik had dus nĂet in mijn broek geplast⊠Dat was ook een mindfuck. Uiteindelijk durf ik het aan om samen met mijn man een klein stukje over de camping te lopen. De frisse lucht voelt fijn, maar ik ben nog steeds bang voor mensen en probeer me zo klein en onzichtbaar mogelijk te maken als er mensen dichtbij komen. Ook voel ik me fysiek slecht, naast de rugpijn ben ik ook ziek geworden van de XTC. Dit komt door mijn verleden, waarin ik XTC gedurende 2 jaar enorm heb misbruikt. Als ik het nog gebruik word ik normaliter alleen maar misselijk, wazig, ga ik hallucineren en krijg ik een hele nare bodyload. Geen euforie meer. Aangezien het nu al 2 jaar geleden was dat ik voor het laatst XTC had gebruikt, dacht ik dat ik er nu misschien wel weer tegen zou kunnen. Maar helaas valt het toch weer erg tegen. Ik moet een paar keer bijna overgeven en het misselijke gevoel blijft. Gelukkig maar dat ik slechts 65 mg had genomen, anders waren de klachten zeker erger geweest. Toch ben ik blij met de XTC, want mijn LSD trip voelt nu lang niet zo bedreigend meer.
We gaan terug naar de camper en daar blijf ik lekker liggen. Ik voel de XTC uitwerken en gelijk krijg ik heftige negatieve gedachtes over mezelf en de wereld, die ik gelukkig herken als after-dip en dus niet te serieus probeer te nemen. Mijn man heeft nog wat XTC bijgenomen en wil de hele tijd knuffelen en zwijmelen. Ik vind het wel fijn, maar voel me te beroerd om erin mee te gaan. Na een tijdje wil hij graag nog even naar het festival. Ik voel me mentaal weer sterk genoeg om alleen te blijven, de LSD is langzaam aan het uitwerken en ik ben vooral moe. Ik blijf nog even rustig uitspacen, en na een tijdje neem ik een paar benzoâs en val ik rustig in slaap.
De volgende dag voel ik me fysiek alweer een stuk beter. Wel ben ik enorm teleurgesteld in de trip, maar vooral in mezelf. Hoe komt het dat ik, als ervaren tripper en rustig, stabiel persoon, deze trip niet om heb weten te keren? Ik blijf hangen in âwat als ik dit gedaan had, wat als ik dat gedaan hadâ vragen. Ik heb het gevoel dat ik het leuke uitje heb verpest, voel me schuldig en voel me gefaald. Het is me in ieder geval duidelijk geworden dat mijn sociale fobie nog lang niet weg is, ook al gaat het de laatste jaren een stuk beter. Ook moet ik nog steeds werken aan mijn zelfbeeld. Daarnaast kom ik niet los van het gevoel dat mijn ziel âgevangenâ zit in een defect lichaam. Dingen accepteren zoals ze zijn vind ik nog moeilijk.
Het jammere is dat ik in de dagen erna pas zag hoe veel mensen LSD en paddoâs gebruikten, hoe normaal het daar was en hoe geschikt de omgeving was. Ook al was het me niet gelukt om ânormaal te doenâ, dat was helemaal niet erg! Niemand deed normaal, wat normaal dan ook moge zijn. Ik zag iedereen genieten, plezier maken en alles eruithalen wat eruit te halen viel. De vrijheid waarmee mensen deden waar ze maar zin in hadden, heerlijk. Zelf heb ik de dagen erna nog ketamine en een lage dosering 2-CB genomen, en dat ging allemaal goed. Maar ik blijf teleurgesteld in mezelf en ik kan deze ervaring nog steeds moeilijk een plekje geven.
Voorlopig trip ik niet meer. Ik hoop volgend jaar zomer weer te gaan trippen, maar dan in een rustige omgeving en niet meer op een festival.