Dat gezien wordt: "er is geen (afzonderlijke) ik" = bewustzijn.
Immers, er wordt geweten, gezien, herkend: "er is geen ik".
Dat hoeft geen wie te zijn, dat kan een wat zijn.
Het maakt verder imo niet veel uit hoe je het noemt. Dat is slechts semantiek.
Maar feit blijft dat hier iets is dat weet dat het is. Want ervaring wordt gekend. En die 2 (de kenner en het gekende) kunnen 1 zijn. Niet slechts ervaring, maar ervaring dat weet: "Ik ben".
Wat jij beschrijft als âiets dat weetâ is exact wat hersensystemen doen.
Cognitieve neurowetenschap laat zien dat processen als waarnemen, herkennen, zelfbesef en âik-gevoelâ voortkomen uit dynamische interacties tussen netwerken zoals het Default Mode Network, Salience Network en Executive Control Network.
Het âwetenâ dat jij aanwijst is geen entiteit. Het is de output van deze netwerken.
Inclusief het gevoel: âik benâ â wat neurologisch herleidbaar is tot zelfmodellering op basis van geheugen, zintuiglijke integratie en taalmodules.
Jij noemt dat bewustzijn, maar dat label voegt niets toe.
Het benoemt alleen wat al verklaard is als systeemfunctie.
Er is dus geen kenner naast de ervaring,
geen âwatâ dat weet er is alleen systeemgedrag dat betekenis genereert.
En dat is wat je verwart:
Je ervaart dat er iets weet, en neemt dan aan dat er iets is dat weet.
Maar de ervaring van weten is niet het bewijs van een wezen dat weet.
Het is het product van een systeem dat zichzelf simuleert.