#1
In feite zeggen wij hetzelfde, aangezien je daar al aangeeft je minder te identificeren met je gedachten. Identificatie met gedachten is wanneer je niet simpelweg een gedachte hebt, maar dat een gedachte in een terugkomend patroon komt te zitten. Het is dan niet slechts een gedachte, maar 'mijn' gedachte, 'mijn' mening die steeds weer opgehaald wordt. Het wordt dan compulsief en het wordt dan ook iets wat verdedigd moet worden en voila daar ontstaat het hele ego-mechanisme.Fool zei:Hihi, cool!
Ik heb door gebruik van psychedelica wel geleerd om mij minder van losse gedachtevlarden aan te trekken en me wat minder te laten overweldigen door het gevoel, soms. Maar dat betekend niet dat ik momenten heb waarop ik niet over dingen nadenk, meer dat een minder zware indruk achterlaat.
Zeggen wij nu hetzelfde of zeggen wij twee verschillende dingen?
Maar, dis-identificatie met gedachten (meditatie dus) kan erg oppervlakkig gebeuren maar ook erg diep. Wanneer de ruimtes tússen gedachten steeds meer en meer opgemerkt worden en dit een soort langere intervals worden, begint vanzelf volledig automatisch de verkenning van die ruimtes/intervals (bewustzijn dus). En je kunt ook nu al opmerken dat die ruimtes (eigenlijk: ruimte) niets anders dan jezelf zijn. Niet één of ander wazig hogere zelf idee, maar simpelweg hetgeen waar je het intiemst bekend mee bent, maar normaal altijd op de achtergrond aanwezig lijkt te zijn. Niet dat ik wil beweren dat er niet iets is als een hogere zelf, maar dat zou nooit het uitgangspunt moeten zijn bij meditatie. Je kijkt wat hier is, nu. En je gebruikt je voorstellingsvermogen niet.
Iedereen heeft trouwens momenten waarop hij/zij niet aan het denken is, maar meestal zijn die kort en wanneer de aandacht er niet bewust op gevestigd wordt lijkt het ook helemaal niets te zijn. Er is namelijk niets tussen 2 gedachtes in (behalve jezelf dan). Wat het hele meditatie gebeuren zo bijzonder maakt, zijn de implicaties van dat niets en het zien daarvan heeft tijd nodig. Je kunt wel een paar seconden gedachteloos zijn, maar dan heeft de volgende gedachte alweer een conclusie over het ervaren niets. Gedachten kunnen echter niet met jou meegaan dat niets in. Vanuit het verstand (gedachten dus) bekeken lijkt dat niets dus een betekenisloos niets te zijn. Daar is de meditatie/contemplatie dus voor bedoeld: het blijven in de ruimte tussen gedachten in (waar je toch al bent) en de implicaties daarvan inzien.