Ze zijn tenminste eerlijk!
De meeste anderen zijn ook tegen de burger, maar liegen daar ook nog eens over...
Maar dat moeten we wel denken. Een partij zal alles eraan doen om stemmen te winnen, ze willen helemaal niet doen wat de burger wilt ze willen aan de macht komen zodat ze wereld in kunnen delen die in hun ogen goed is. En daar hoort nou eenmaal liegen en draaien bij.
De vraag is een beetje wie je bedoelt met 'de burger'. Dat is namelijk geen homogene massa mensen met dezelfde belangen en wensen.
Daar komt bij dat we in Nederland een eenheids-kiesstelsel hebben met een zeer lage kiesdrempel
(met ongeveer 50.000 stemmen kun je al in het parlement komen). Het gevolg is een proportionele verdeling van de verkiezingsuitslag (dus het aantal stemmen wordt bijna rechtsreeks vertaalt naar het aantal zetels). Dat is een voordeel omdat je dan geen rare verdelingssleutels krijgt
(zoals in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, waar de partij met de meeste stemmen alsnog de verkiezing kan verliezen als er een paar districten zijn waar de partij minder populair is).
Het nadeel van zo'n proportioneel eenheidsstelsel is alleen dat het politieke landschap erdoor gefragmenteerd raakt. We hebben in Nederland een uitzondelijk groot pallet aan politieke partijen. Daardoor is het lastig samenwerken.
Er zitten nu 17 partijen in de Tweede Kamer, en de regering kan alleen gevormd worden door een coalitie van vier partijen. Dat betekent dus dat partijen met botsende ideologiën
(denk aan het postmoderne en neoliberale D66 en de christelijk-socialistische ChristenUnie) met elkaar moeten samenwerken. Regeren is dus alleen mogelijk door concessies te doen aan de wensen die je als partij(leider) misschien zou willen. In die zin is draaien essentieel in Nederlandse politiek, omdat je anders besluiteloze politiek krijgt die dus ook geen oplossingen kan aandragen voor nieuwe problemen die zich aandoen.
Daarbij heerst in Nederland een politieke cultuur van overleg gericht op het bereiken van consensus. Om te voorkomen dat er grote protesten uitbreken, of problemen met de implementatie van nieuwe regelgeving, wordt dus al voor het opstellen van een conceptwet onderhandeld met allerlei private en sociale organisaties. Dat politieke model heet consocialisme
(of soms corporatisme; wat er erg op lijkt). Dat consocialisme vindt zijn oorsprong in onze geschiedenis van Waterschappen (de oudste democratische instituten ter wereld), die met elkaar moesten samenwerken in de strijd tegen het water, terwijl katholieken, protestanten, vrijzinnigen, linkse kiezers en rechtse kiezers het vaak grof met elkaar oneens waren.
Onze politieke cultuur is er dus een van stabiliteit, maar ook steeds halfbakken beslissingen waarvan zoveel mogelijke mensen / politiek leiders een beetje tevreden worden, maar waarvan niemand écht héél tevreden wordt.
Daarnaast heeft Nederland zich vanaf de Tweede Wereldoorlog toegelegd op toenemende samenwerking met Europese landen. Dat was hard nodig, omdat vóór de Tweede Wereldoorlog er constant oorlogen uitbraken tussen Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, en allerlei landen die in die conflicten gezogen werden
(zie de clusterfuck van de Eerste Wereldoorlog). Dankzij de samenwerking in Europees verband hebben we nou al 77 jaar geen oorlog meer met elkaar. Daarom heeft de Europese Unie ook de Nobelprijs voor de Vrede gekregen.
Dat (economische) vrijheidsproject heeft alleen als nadeel dat er heel veel politieke consequenties komen kijken bij het in toenemende mate samenwerken
(dat wordt ook wel 'politicization' genoemd). We hebben dus (een aantal) politieke laag (/lagen) toegevoegd aan ons democratische stelsel. Het nadeel daarvan is dat politiek steeds ingewikkelder wordt
(geef maar toe: weet jij welke onderwerpen er afgelopen maand behandeld zijn in het Europees Parlement? En weet je überhaupt wat het verschil is tussen de Europese Raad en de Raad van de Europese Unie?). Het voordeel is economische groei en een politiek-economisch sterke onderhandelingspositie omdat we met de Europese Markt andere landen onder druk kunnen zetten om bepaalde besluiten (niet) te nemen. Moet je voorstellen dat je als Nederland China wil dwingen om groenten te produceren zonder (in ons land) verboden pesticiden. De Chinesen lachen je vierkant uit. Maar als je zoiets als Europa doet, dan kost het China zoveel dat ze dan toch maar akkoord gaan.
Een van de problemen is alleen dat zulke ingewikkelde samenwerkingsverbanden niet goed uitgelegd kunnen worden in een televisie-item van 2 minuten. Verder hebben nieuwsmedia een negativiteitsbias door voornamelijk te focussen op misstanden. Zo ontstaat bij de kiezer dus al snel wantrouwen t.o.v. politici. Sowieso besluiten de meeste kiezers op welke partij ze kiezen aan de hand van televisiedebatten vlak voor de verkiezingsdatum, en de inhoud van die debatten is echt om te huilen. Tel daarbij op dat veel kiezers het idee hebben dat ze niet zoveel controle hebben over politieke uitkomsten
(wat ook wel klopt want het politiek-economische landschap is heel gelaagd en complex en niemand krijgt daarin perfect zijn zin). Dat is waarschijnlijk een belangrijke reden waarom we de laatste decennia een opleving zien van populistische partijen (die pleiten voor 'de burger' te zijn en tegen de politieke elite).
Populisten pleiten voor een 'democratischer' staatsbestel doordat ze de wil van 'het volk' rechtreeks willen laten doorklinken in hun beleid. Dat klinkt leuk, maar ik zet 'democratischer' en 'het volk' tussen aanhalingstekens, omdat populistische leiders een zeer afgeslankte versie van de verkiezingsuitslag vertalen (
'sommige mensen stemmen op mij, dus alle mensen zijn het eens met alles wat ik zeg en doe'). Als zo'n opvatting vervolgens gecombineerd wordt met anti-elitaire opvattingen en de wens om de macht van democratische instituten in te perken
(om 'de wil van het volk' directer te vertegenwoordigen), dan ontstaat er dus de mogelijkheid voor één leider om steeds meer macht naar zich toe te trekken. Zo'n proces heet democratic backsliding, en de politieke cultuur die ermee gepaard gaat heet authoritarianism. In makkelijkere woorden: populistische leiders breken het democratisch staatsbestel af om zo meer macht naar zich toe te trekken. Dat zijn dus pas echt partijen tegen 'de burger', tenminste, tegen 'de burgers' die niet perfect passen binnen het plaatje van wat populistische leiders verstaan onder 'de burger' (denk aan ariërs versus Joden onder Hitler).
Ik wil dus maar zeggen: be careful what you wish for.
Wil je meer lezen / kijken over dit onderwerp? Check bijvoorbeeld de video van John Oliver over authoritarianism, of lees het boek How Democracies Die van Steven Levitsky en Daniel Ziblatt.
en.wikipedia.org