#1
Naar aanleiding van deze thread en de reacties aldaar, heb ik eens nagedacht over deze materie en ben ik nog eens goed gaan lezen. Er zijn mensen die reeds na een handvol ervaringen met MDMA zeggen de magie ervan te zijn verloren. Voor anderen heeft dit verliezen van de magie jaren geduurd en weer anderen geven aan van niets van dit alles last te hebben, ook mensen die MDMA vaak en in hoge dosering gebruiken. Het doet mij afvragen of dit verlies van de magie waar zo vaak over gesproken wordt niet eerder iets wat te maken heeft met iemands genetische aanleg (verschillen in metabolisme, bijvoorbeeld) dan de wijze van gebruik. De farmacokinetiek (de wijze waarop het middel door het lichaam wordt 'verwerkt' en uitgescheiden) is bij MDMA nogal complex. Het middel remt allereerst zijn eigen metabolisering ('afbraak') in toenemende mate naarmate de dosering toeneemt. Bij het metabolisme, waaronder een stap die de omzetting van MDMA naar MDA betreft, is bovendien het cytochroom P450 afbraakenzym CYP2D6 betrokken. De werking hiervan vertoont een zeer grote variabiliteit onder mensen:
Je kunt je vervolgens afvragen hoe dit allemaal werkt bij andere entactogenen, zoals 6-APB, 3-/4-MMC of 4-FA. Wanneer men uitsluitend deze middelen zou gebruiken en nooit MDMA, zou men dan eveneens de magie kunnen verliezen? Zou je door gebruik van deze middelen de magie van MDMA kunnen verliezen zonder ooit MDMA zélf gebruikt te hebben? Met andere woorden, ligt de oorzaak bij MDMA zelf en slaat het verlies van de magie dan over op andere entactogenen, of ligt de oorzaak eerder in een factor die alle entactogenen gemeenschappelijk hebben (bijvoorbeeld de serotoninerelease) en treedt het probleem dus, mogelijk afhankelijk van iemands genetische aanleg, op bij alle entactogenen?
CYP2D6 shows the largest phenotypical variability among the CYPs, largely due to genetic polymorphism. The genotype accounts for normal, reduced, and non-existent CYP2D6 function in subjects. (...) The CYP2D6 function in any particular subject may be described as one of the following:
- poor metabolizer – little or no CYP2D6 function
- intermediate metabolizers – metabolize drugs at a rate somewhere between the poor and extensive metabolizers
- extensive metabolizer – normal CYP2D6 function
- ultrarapid metabolizer – multiple copies of the CYP2D6 gene are expressed, so greater-than-normal CYP2D6 function occurs
Variaties in de functie van CYP2D6 is één van de redenen waarom mensen verschillend reageren op drugs/medicijnen. Ook in de alledaagse praktijk van de psychiater bijvoorbeeld is het bij sommige middelen van groot belang deze variaties in acht te nemen en de dosering of zelfs de keuze van het middel hierop aan te passen. Ik vraag me daarom af of de manier waarop men MDMA gebruikt (laag/hoog gedoseerd, al dan niet met pauzes tussen gebruik) wel zo doorslaggevend is en of de verklaring voor het eventuele verlies van de magie of toename van bijwerkingen in de loop der tijd niet meer ligt in deze variaties in CYP2D6. In dat geval ben je dus simpelweg fucked, of niet, afhankelijk van je genetische aanleg. Hoe denken jullie hierover? Iemand die hier meer van weet?The type of CYP2D6 function of an individual may influence the person's response to different doses of drugs that CYP2D6 metabolizes. The nature of the effect on the drug response depends not only on the type of CYP2D6 function, but also on the extent to which processing of the drug by CYP2D6 results in a chemical that has an effect that is similar, stronger, or weaker than the original drug, or no effect at all. For example, if CYP2D6 converts a drug that has a strong effect into a substance that has a weaker effect, then poor metabolizers (weak CYP2D6 function) will have an exaggerated response to the drug and stronger side-effects; conversely, if CYP2D6 converts a different drug into a substance that has a greater effect than its parent chemical, then ultrarapid metabolizers (strong CYP2D6 function) will have an exaggerated response to the drug and stronger side-effects.
Je kunt je vervolgens afvragen hoe dit allemaal werkt bij andere entactogenen, zoals 6-APB, 3-/4-MMC of 4-FA. Wanneer men uitsluitend deze middelen zou gebruiken en nooit MDMA, zou men dan eveneens de magie kunnen verliezen? Zou je door gebruik van deze middelen de magie van MDMA kunnen verliezen zonder ooit MDMA zélf gebruikt te hebben? Met andere woorden, ligt de oorzaak bij MDMA zelf en slaat het verlies van de magie dan over op andere entactogenen, of ligt de oorzaak eerder in een factor die alle entactogenen gemeenschappelijk hebben (bijvoorbeeld de serotoninerelease) en treedt het probleem dus, mogelijk afhankelijk van iemands genetische aanleg, op bij alle entactogenen?