#1
Het is vier uur ’s middags als ik de zegel onder mijn tong plak. LSD: het is altijd een droom voor me geweest. Als kind al was ik geobsedeerd door de hippietijd en alles wat daarbij hoorde: de muziek… de politieke protesten … de sfeer… de drugs.
LSD leek in die tijd van de aardbodem verdwenen, tenminste in mijn kringen, waar je niet verder kwam dan het woonerf. De wondere wereld die ik alleen kende uit films leek buiten bereik te liggen van mijn veilige rijtjeshuisleven.
En nu lag er een plakkerig zakje in mijn hand, met nog precies één zegel erin. Ik twijfelde eerst nog, want de vorige nacht was heftig geweest, en ik was nog steeds wakker. De avond was om tien uur begonnen met ketamine, daarna ’s nachts overgegaan op coke en alcohol, en overdag weer begonnen met ghb, speed, mdma, en ketamine. Maar nu voelde ik me aardig helder, en ik kon mijn ogen niet van de zegel af houden. Een beetje lacherig steek ik hem onder mijn tong. Het mooie is dat je op dat moment weet dat je voor zeker tien uur onder de pannen bent, en dat er geen weg meer terug is.
Na veertig minuten begin ik de eerste voortekenen van de LSD te voelen. Ik krijg een wat onbestemd gevoel, en de wereld om me heen lijkt mooier te worden. Het was al mooi zoals we daar lagen aan het water in het gras, met de zon, en die perfect blauwe lucht, maar nu is het allemaal echt perfect. Ik krijg het gevoel dat ik in een kinderboek terecht ben gekomen. Alles is precies zoals het moet zijn. Ik zie alles zo duidelijk, zo helder. Vooral de wolken zijn schitterend, ze bewegen in zichzelf, en kronkelen duikelen de diepte in. Een groot rad draait voor de wolken langs, en daarachter schuiven verschillende lagen wolken over elkaar heen. Dan merk ik dat ik zelf controle heb over de wolken, ik laat ze een show opvoeren speciaal voor mij. Met mijn medetrippers lig ik op een kleed, en ook zij lijken hetzelfde mee te maken. We verwonderen ons erover dat dit allemaal gratis is, en hebben medelijden met alle mensen die op dat moment voor de televisie hangen.
Mijn gevoel voor tijd is weg, en ik heb geen idee hoelang ik zo naar de lucht heb liggen kijken. Het lijkt een oneindige tijd te zijn, waarin ik me volledig laat opslokken door de wolken. Omdat ik me zo veilig voel in de omgeving, en met de mensen om me heen, verlies ik elk gevoel van persoonlijkheid. Ik heb niet eens nagedacht over mijn eigen persoon of hoe ik me voelde, of wat dan ook. Op dat moment werd ik geheel opgenomen door de natuur, wat echt een heerlijk vrij gevoel gaf.
Maar opeens word ik me weer bewust van waar ik ben als er een paar mensen weggaan. Dan pas kijk ik naar de wereld om me heen. Ik schrik even van de werkelijkheid. De wolken zijn lekker veilig om naar te kijken, maar naast ons liggen allemaal normale mensen. Ineens heb ik het idee dat ze allemaal weten dat wij aan de LSD zitten, en dat ze er schande van spreken. Het lijkt of ze allemaal naar me kijken met een blik van, jeetje wat loopt die zichzelf naar de klote te helpen. Dan hoor ik ze ineens heel duidelijk over ons praten, het lijkt allemaal zo echt, maar ergens weet ik dat het mijn eigen verbeelding is, en dat ik gewoon met wat mensen op een kleed lig, en dat daar niks raars aan is. Ik probeer mezelf te vertellen dat er echt niks aan ons te zien is, maar toch voel ik me klote.
Plotseling zie ik iets waardoor mijn hele humeur weer naar de positieve kant doorslaat. De mensen hebben allemaal kleuren om zich heen, en als ze praten krijgen ze gekleurde bolletjes uit hun mond. Het is prachtig om te zien, al die kleuren in de lucht. Zelfs van de mensen die vlak naast me zitten zie ik nu duidelijk de kleuren. De ene heeft een donkerpaarse gloed om zich heen, de ander feloranje. En de bolletjes waarin ze praten verschillen ook van kleur. Ze zweven nog even in de lucht als zeepbellen om dan op te lossen. Ook zie ik steeds felgele strepen door de lucht schieten, die heel snel gaan. Het lijkt alsof iemand woest met een markeerstift door het beeld zwaait.
In het water liggen een aantal eilandjes die vol staan met bomen. Nu ik er eens goed naar kijk zie ik de bomen duidelijk opstijgen, en zodra ze de lucht bereiken worden ze blauw, en worden het wolken. Ik kijk er met plezier naar, en zie nu ook dat de boomwolken zich verder cirkelen in de lucht, en zo weer het water bereiken. Als ik het water volg met al die rimpeltjes, zie ik het zo weer opstijgen in de eilandjes waar het opnieuw bomen worden.
Het is geweldig, en ik ben er zo van onder de indruk dat ik er een hele tijd naar blijf kijken. Dan kijk ik recht in de zon (met zonnebril), en bedenk me ineens dat het net is alsof iemand van daarboven met een felle zaklamp in mijn ogen schijnt, ik probeer te zien wat daarachter zit, maar dat lukt jammer genoeg doordat ik verblind ben. Ik heb het gevoel dat als de zon eens wat minder in mijn ogen zou schijnen, ik het geheim van het leven zou ontdekken.
Een gedachte komt in me op dat we met de hele wereld in zo'n glazen bol met sneeuw zitten, zo eentje die je kunt schudden, en dat we ergens bij een oud omaatje in een verstoft kastje liggen. Alles blijft opgebouwd uit dezelfde elementen bedenk ik me dan. Hoe klein, of hoe groot je het ook ziet, de wolken lijken op lijntjes ketamine, en dan weer op schuim zoals het in de douche ligt voordat het in het putje komt. Kleine kriebelige figuurtjes, wollige kinderachtige dingetjes, pluizige konijntjes, warme poezelige kruiken, of dekentjes... zo voel ik me, het is lastig uit te leggen, maar het heeft veel te maken met je geborgen voelen, zoals ik me voelde toen ik twee, drie jaar was.
Dan voel ik ineens dat ik heel nodig moet plassen. Ik raak een beetje in paniek, omdat ik ineens nadenk en weet dat ik de hele dag nog niet geplast heb. Misschien moet ik al wel de hele tijd supernodig, en heb ik nu iets stuk gemaakt in mijn lichaam. Ik maak me echt superzorgen, en nu gaat de zon ook al weg, en er komen steeds meer donkere wolken. Samen met mijn vriend besluit ik de groep gedag te zeggen en naar huis te gaan.
We zijn bestwel ver van huis, en moeten met de bus, en dan nog een heel stuk lopen vanaf het station. We lopen hand in hand, en eerst voel ik me nog supergoed, echt enorm gelukkig. Ik zeg wel tien keer tegen mijn vriendje hoeveel ik van hem hou. Maar dan, als we dichter bij de bus, en het normale leven komen word ik bang. Ineens zie ik ook dat we allebei enorm verbrand zijn, maar ik kan niet inschatten hoe erg het is. Ik probeer er zicht op te kijken door eens goed naar mijn vriend te kijken, maar dan schrik ik me echt kapot. Hij heeft echt een enorm verbrand gezicht, met korsten erop, en hij lijkt wel een man van in de zestig. Ik verberg mijn schrik, omdat ik hem niet wil laten schrikken, maar ik durf niet meer naar hem te kijken. Ineens maak ik me ook enorm zorgen over hoe ik er zelf dan uitzie.
Overal om ons heen zijn nu flatgebouwen waar mensen aan het eten zijn op het balkon. Ze lijken op ons neer te kijken, en ik denk dat ze allemaal naar ons kijken. Naar hoe verband we zijn, en hoe slecht we eruit zien. Ik probeer echt goed naar de flats te kijken om mezelf ervan te overtuigen dat het allemaal normaal is, maar dan zie ik alles instorten. Tot in detail zie ik de tafels en stoelen van verdiepingen afdonderen, en mensen in paniek wegrennen, om dan toch naar beneden te vallen, en op de grond te denderen. Het midden van de flat stort in zijn geheel naar beneden. Ik kan me aardig goed houden, want ergens weet ik dat het niet waar is. Maar van binnen word ik erg angstig. Ik zeg tegen mijn vriend dat hij een taxi moet bellen, en dat ik niet meer met de bus durf. Hij vindt het eerst nog onzin, want we kunnen gratis met de bus, en hij staat al klaar bij de halte, maar ik weet hem er toch van te overtuigen dat het me echt niet lukt.
Ik zie de bus namelijk ook veranderen in een uitgerookte bombus, dus daar ga ik echt niet in. Ook voel ik een angst om dichtbij andere mensen te komen. Ik besef me dat ik bad ga, en kan het niet geloven. Ik die bad ga? Ik heb mezelf toch altijd zo goed onder controle? Maar nu dus niet, want als ik mijn ogen dichtdoe om even tot mezelf te komen zie ik ook daar de meest vreselijke dingen. Het is echt een mindfuck, al mijn diepste angsten komen boven, en ik kan geen kant op. Overal waar ik kijk, alles waar ik aan denk, hoe vrolijk of mooi ook veranderd in iets verschrikelijks.
Eindelijk is daar de taxi, mijn vriend is er al, en ik loop er naartoe. Eerst weet ik nog dat we de taxi ingaan, maar zodra ik voor de open deur sta is het ineens een politie busje geworden. Wat is dit? Vraag ik aan mijn vriend… de taxi natuurlijk, de taxichauffeur moet lachen. Shit, ineens veranderd het weer in de taxi, en ik voel me een beetje dom. Natuurlijk is het de taxi…
Thuisgekomen kruip ik even helemaal in mezelf weg, en ik moet echt bedenken dat ik nu weer thuis ben en veilig. Zelfs in mijn eigen kamer is alles nog steeds superfeaky. Gelukkig helpt mijn vriend me, door me vast te houden.
Als mijn vriend later slaapt, kan ik nog steeds niet liggen. Ik ben superonrustig, en zie nog steeds bij elke blik iets engs. Als ik naar mijn vriend kijkt lijkt het ineens of hij dood is, maar dan doet hij ineens heel eng éen oog open…iiiii. In het echt slaapt hij dus gewoon. In de spiegel zie ik mijn gezicht zwaar verbrand, met blaren en al. En dan is er weer een geest in de kamer, of de ramen zijn ineens uit de voegen gesprongen, of er lijkt een gat in de vloer te zitten, en alle spullen zitten onder een groene smeurie.
Maargoed allerlei van dat soort mindfucking dingen. Toen kwam het moment dat ik echt dacht: nu is het genoeg, ik ben echt wel sterker dan die klotedingen. Ik ga liggen, en concentreer me op het beetje goede gevoel dat nog in me zit. Ik visualiseer de mooiste kamer in mijn hoofd die ik ooit heb gezien, en maak er een stralend wit licht omheen die me beschermd tegen alle kwade dingen. Het helpt, na een kwartiertje ofzo val ik in een diepe, mooie slaap, gelukkig zonder dromen.
Als ik de volgende ochtend mijn ogen opendoe is alles weer normaal. Ik ben heel opgelucht. Mijn gezicht is in de spiegel gewoon mooi bruin, en er is helemaal niks aan de hand! Nu is het dinsdag en kan ik wel weer nuchter op deze ervaring terugkijken. Ik had nooit verwacht dat die hallucinaties zo echt konden zijn. Ik heb wel vaker gehallucineerd, maar dan was het altijd dat bestaande dingen veranderde in mensen/dieren die daarop leken. Nu zag ik dingen gebeuren die echt compleet niet bestonden. Wel supertof zoals de bomen die in wolken veranderden, maar ook wel freaky zoals met de flatgebouwen….
Ik heb gemerkt dat ik met LSD op zowel de extreem zonnige kant van het leven krijg te zien, als de extreem zwarte kant. Zelfs tijdens de periode dat ik bad ging kon ik bij vlagen de extreem zonnige kant ook weer zien. Het wisselde zich soms af in seconden… Toch een leerzame ervaring geweest. Even geen LSD voor mij… misschien ooit eens als ik goed uitgeslapen, en nuchter ben, en dicht bij huis ben … Ik zal in ieder geval wel beter nadenken voor ik het weer doe…
LSD leek in die tijd van de aardbodem verdwenen, tenminste in mijn kringen, waar je niet verder kwam dan het woonerf. De wondere wereld die ik alleen kende uit films leek buiten bereik te liggen van mijn veilige rijtjeshuisleven.
En nu lag er een plakkerig zakje in mijn hand, met nog precies één zegel erin. Ik twijfelde eerst nog, want de vorige nacht was heftig geweest, en ik was nog steeds wakker. De avond was om tien uur begonnen met ketamine, daarna ’s nachts overgegaan op coke en alcohol, en overdag weer begonnen met ghb, speed, mdma, en ketamine. Maar nu voelde ik me aardig helder, en ik kon mijn ogen niet van de zegel af houden. Een beetje lacherig steek ik hem onder mijn tong. Het mooie is dat je op dat moment weet dat je voor zeker tien uur onder de pannen bent, en dat er geen weg meer terug is.
Na veertig minuten begin ik de eerste voortekenen van de LSD te voelen. Ik krijg een wat onbestemd gevoel, en de wereld om me heen lijkt mooier te worden. Het was al mooi zoals we daar lagen aan het water in het gras, met de zon, en die perfect blauwe lucht, maar nu is het allemaal echt perfect. Ik krijg het gevoel dat ik in een kinderboek terecht ben gekomen. Alles is precies zoals het moet zijn. Ik zie alles zo duidelijk, zo helder. Vooral de wolken zijn schitterend, ze bewegen in zichzelf, en kronkelen duikelen de diepte in. Een groot rad draait voor de wolken langs, en daarachter schuiven verschillende lagen wolken over elkaar heen. Dan merk ik dat ik zelf controle heb over de wolken, ik laat ze een show opvoeren speciaal voor mij. Met mijn medetrippers lig ik op een kleed, en ook zij lijken hetzelfde mee te maken. We verwonderen ons erover dat dit allemaal gratis is, en hebben medelijden met alle mensen die op dat moment voor de televisie hangen.
Mijn gevoel voor tijd is weg, en ik heb geen idee hoelang ik zo naar de lucht heb liggen kijken. Het lijkt een oneindige tijd te zijn, waarin ik me volledig laat opslokken door de wolken. Omdat ik me zo veilig voel in de omgeving, en met de mensen om me heen, verlies ik elk gevoel van persoonlijkheid. Ik heb niet eens nagedacht over mijn eigen persoon of hoe ik me voelde, of wat dan ook. Op dat moment werd ik geheel opgenomen door de natuur, wat echt een heerlijk vrij gevoel gaf.
Maar opeens word ik me weer bewust van waar ik ben als er een paar mensen weggaan. Dan pas kijk ik naar de wereld om me heen. Ik schrik even van de werkelijkheid. De wolken zijn lekker veilig om naar te kijken, maar naast ons liggen allemaal normale mensen. Ineens heb ik het idee dat ze allemaal weten dat wij aan de LSD zitten, en dat ze er schande van spreken. Het lijkt of ze allemaal naar me kijken met een blik van, jeetje wat loopt die zichzelf naar de klote te helpen. Dan hoor ik ze ineens heel duidelijk over ons praten, het lijkt allemaal zo echt, maar ergens weet ik dat het mijn eigen verbeelding is, en dat ik gewoon met wat mensen op een kleed lig, en dat daar niks raars aan is. Ik probeer mezelf te vertellen dat er echt niks aan ons te zien is, maar toch voel ik me klote.
Plotseling zie ik iets waardoor mijn hele humeur weer naar de positieve kant doorslaat. De mensen hebben allemaal kleuren om zich heen, en als ze praten krijgen ze gekleurde bolletjes uit hun mond. Het is prachtig om te zien, al die kleuren in de lucht. Zelfs van de mensen die vlak naast me zitten zie ik nu duidelijk de kleuren. De ene heeft een donkerpaarse gloed om zich heen, de ander feloranje. En de bolletjes waarin ze praten verschillen ook van kleur. Ze zweven nog even in de lucht als zeepbellen om dan op te lossen. Ook zie ik steeds felgele strepen door de lucht schieten, die heel snel gaan. Het lijkt alsof iemand woest met een markeerstift door het beeld zwaait.
In het water liggen een aantal eilandjes die vol staan met bomen. Nu ik er eens goed naar kijk zie ik de bomen duidelijk opstijgen, en zodra ze de lucht bereiken worden ze blauw, en worden het wolken. Ik kijk er met plezier naar, en zie nu ook dat de boomwolken zich verder cirkelen in de lucht, en zo weer het water bereiken. Als ik het water volg met al die rimpeltjes, zie ik het zo weer opstijgen in de eilandjes waar het opnieuw bomen worden.
Het is geweldig, en ik ben er zo van onder de indruk dat ik er een hele tijd naar blijf kijken. Dan kijk ik recht in de zon (met zonnebril), en bedenk me ineens dat het net is alsof iemand van daarboven met een felle zaklamp in mijn ogen schijnt, ik probeer te zien wat daarachter zit, maar dat lukt jammer genoeg doordat ik verblind ben. Ik heb het gevoel dat als de zon eens wat minder in mijn ogen zou schijnen, ik het geheim van het leven zou ontdekken.
Een gedachte komt in me op dat we met de hele wereld in zo'n glazen bol met sneeuw zitten, zo eentje die je kunt schudden, en dat we ergens bij een oud omaatje in een verstoft kastje liggen. Alles blijft opgebouwd uit dezelfde elementen bedenk ik me dan. Hoe klein, of hoe groot je het ook ziet, de wolken lijken op lijntjes ketamine, en dan weer op schuim zoals het in de douche ligt voordat het in het putje komt. Kleine kriebelige figuurtjes, wollige kinderachtige dingetjes, pluizige konijntjes, warme poezelige kruiken, of dekentjes... zo voel ik me, het is lastig uit te leggen, maar het heeft veel te maken met je geborgen voelen, zoals ik me voelde toen ik twee, drie jaar was.
Dan voel ik ineens dat ik heel nodig moet plassen. Ik raak een beetje in paniek, omdat ik ineens nadenk en weet dat ik de hele dag nog niet geplast heb. Misschien moet ik al wel de hele tijd supernodig, en heb ik nu iets stuk gemaakt in mijn lichaam. Ik maak me echt superzorgen, en nu gaat de zon ook al weg, en er komen steeds meer donkere wolken. Samen met mijn vriend besluit ik de groep gedag te zeggen en naar huis te gaan.
We zijn bestwel ver van huis, en moeten met de bus, en dan nog een heel stuk lopen vanaf het station. We lopen hand in hand, en eerst voel ik me nog supergoed, echt enorm gelukkig. Ik zeg wel tien keer tegen mijn vriendje hoeveel ik van hem hou. Maar dan, als we dichter bij de bus, en het normale leven komen word ik bang. Ineens zie ik ook dat we allebei enorm verbrand zijn, maar ik kan niet inschatten hoe erg het is. Ik probeer er zicht op te kijken door eens goed naar mijn vriend te kijken, maar dan schrik ik me echt kapot. Hij heeft echt een enorm verbrand gezicht, met korsten erop, en hij lijkt wel een man van in de zestig. Ik verberg mijn schrik, omdat ik hem niet wil laten schrikken, maar ik durf niet meer naar hem te kijken. Ineens maak ik me ook enorm zorgen over hoe ik er zelf dan uitzie.
Overal om ons heen zijn nu flatgebouwen waar mensen aan het eten zijn op het balkon. Ze lijken op ons neer te kijken, en ik denk dat ze allemaal naar ons kijken. Naar hoe verband we zijn, en hoe slecht we eruit zien. Ik probeer echt goed naar de flats te kijken om mezelf ervan te overtuigen dat het allemaal normaal is, maar dan zie ik alles instorten. Tot in detail zie ik de tafels en stoelen van verdiepingen afdonderen, en mensen in paniek wegrennen, om dan toch naar beneden te vallen, en op de grond te denderen. Het midden van de flat stort in zijn geheel naar beneden. Ik kan me aardig goed houden, want ergens weet ik dat het niet waar is. Maar van binnen word ik erg angstig. Ik zeg tegen mijn vriend dat hij een taxi moet bellen, en dat ik niet meer met de bus durf. Hij vindt het eerst nog onzin, want we kunnen gratis met de bus, en hij staat al klaar bij de halte, maar ik weet hem er toch van te overtuigen dat het me echt niet lukt.
Ik zie de bus namelijk ook veranderen in een uitgerookte bombus, dus daar ga ik echt niet in. Ook voel ik een angst om dichtbij andere mensen te komen. Ik besef me dat ik bad ga, en kan het niet geloven. Ik die bad ga? Ik heb mezelf toch altijd zo goed onder controle? Maar nu dus niet, want als ik mijn ogen dichtdoe om even tot mezelf te komen zie ik ook daar de meest vreselijke dingen. Het is echt een mindfuck, al mijn diepste angsten komen boven, en ik kan geen kant op. Overal waar ik kijk, alles waar ik aan denk, hoe vrolijk of mooi ook veranderd in iets verschrikelijks.
Eindelijk is daar de taxi, mijn vriend is er al, en ik loop er naartoe. Eerst weet ik nog dat we de taxi ingaan, maar zodra ik voor de open deur sta is het ineens een politie busje geworden. Wat is dit? Vraag ik aan mijn vriend… de taxi natuurlijk, de taxichauffeur moet lachen. Shit, ineens veranderd het weer in de taxi, en ik voel me een beetje dom. Natuurlijk is het de taxi…
Thuisgekomen kruip ik even helemaal in mezelf weg, en ik moet echt bedenken dat ik nu weer thuis ben en veilig. Zelfs in mijn eigen kamer is alles nog steeds superfeaky. Gelukkig helpt mijn vriend me, door me vast te houden.
Als mijn vriend later slaapt, kan ik nog steeds niet liggen. Ik ben superonrustig, en zie nog steeds bij elke blik iets engs. Als ik naar mijn vriend kijkt lijkt het ineens of hij dood is, maar dan doet hij ineens heel eng éen oog open…iiiii. In het echt slaapt hij dus gewoon. In de spiegel zie ik mijn gezicht zwaar verbrand, met blaren en al. En dan is er weer een geest in de kamer, of de ramen zijn ineens uit de voegen gesprongen, of er lijkt een gat in de vloer te zitten, en alle spullen zitten onder een groene smeurie.
Maargoed allerlei van dat soort mindfucking dingen. Toen kwam het moment dat ik echt dacht: nu is het genoeg, ik ben echt wel sterker dan die klotedingen. Ik ga liggen, en concentreer me op het beetje goede gevoel dat nog in me zit. Ik visualiseer de mooiste kamer in mijn hoofd die ik ooit heb gezien, en maak er een stralend wit licht omheen die me beschermd tegen alle kwade dingen. Het helpt, na een kwartiertje ofzo val ik in een diepe, mooie slaap, gelukkig zonder dromen.
Als ik de volgende ochtend mijn ogen opendoe is alles weer normaal. Ik ben heel opgelucht. Mijn gezicht is in de spiegel gewoon mooi bruin, en er is helemaal niks aan de hand! Nu is het dinsdag en kan ik wel weer nuchter op deze ervaring terugkijken. Ik had nooit verwacht dat die hallucinaties zo echt konden zijn. Ik heb wel vaker gehallucineerd, maar dan was het altijd dat bestaande dingen veranderde in mensen/dieren die daarop leken. Nu zag ik dingen gebeuren die echt compleet niet bestonden. Wel supertof zoals de bomen die in wolken veranderden, maar ook wel freaky zoals met de flatgebouwen….
Ik heb gemerkt dat ik met LSD op zowel de extreem zonnige kant van het leven krijg te zien, als de extreem zwarte kant. Zelfs tijdens de periode dat ik bad ging kon ik bij vlagen de extreem zonnige kant ook weer zien. Het wisselde zich soms af in seconden… Toch een leerzame ervaring geweest. Even geen LSD voor mij… misschien ooit eens als ik goed uitgeslapen, en nuchter ben, en dicht bij huis ben … Ik zal in ieder geval wel beter nadenken voor ik het weer doe…

. Lijkt me toch niet optimaal. Maar het is sowieso weer een geweldig verslag!