#1
@Mindless wat jij zegt komt er wel dicht bij ja
@Mananas, hoe noemt die groep op FB?
@Mananas, hoe noemt die groep op FB?
No problemo, zo worden we met z'n allen weer een stukje slimmer. Thanks voor je uitleg ook, maar volgens mij mist één van ons nog iets. :PMananas zei:De naam van mijn Facebook-page is: Psychedelics and Science.
En Fool, zoals altijd, bedankt voor je verhelderende uitleg en toelichtingen, ik leer weeral dingen bij van jou.![]()
Volgens de verzamelingenleer die ik heb geleerd is dit helemaal niet zo'n probleem, dan heb je gewoon twee verzamelingen A en B. Alle elementen van A delen de eigenschap dat ze zelf-referentiële verzamelingen zijn. En alle elementen van B delen de eigenschap dat alle elementen niet zelf-referentieel zijn, daar zit dus ook de paradoxverzameling in. Bij ons werd heel duidelijk gemaakt dat je de eigenschappen niet toewijst aan een set, maar dat de elementen van een set aan een gedeelde voorwaarde moeten voldoen. Dat maakt de paradox niet-bestaand, lijkt mij?Bertrand Russell was aan het nadenken over de verzamelingenleer, een onderdeel van de Wiskunde dat toen spiksplinternieuw was, tot hij plots op een paradox stootte (wat helemaal niet zijn bedoeling was, maar daar kom ik nog op terug).
Deze paradox gaat als volgt, opletten nu!
- Stel je hebt twee verzamelingen, één verzameling van alle zelf-referentiële verzamelingen en één verzameling van alle niet-zelf-referentiële verzamelingen. Waar plaats je de verzameling van alle niet-zelf-referentiële verzamelingen? - alvast niet bij de verzameling van alle zelf-referentiële verzamelingen want daar hoort deze verzameling niet thuis, doch ook niet bij de verzameling van alle niet-zelf-referentiële verzamelingen want dat zou deze verzameling zelf-referentieel maken!
Lap, een regelrechte paradox binnen de Wiskunde was geboren, voor het eerst stond de fundering van de Wiskunde op losse schroeven!
Ik heb net nog even opgezocht wat de stelling zegt, en dat is dit.Daarna ging Gödel nog een stapje verder met de voorgenoemde stelling Phi. Hoe kreeg Gödel het voor elkaar om een stelling die van zichzelf stelt dat ze onbewijsbaar is te bewijzen dat ze bewijsbaar is - het antwoord is complex doch simpel: door middel van Recursiviteit in de vorm van meta-Mathematische-Logica en de zogenaamde Gödel-getallen.
Gödel nam de symbolen van de meta-Logica en zette deze coherent om naar priemgetallen van duizend cijfers elks, in die taal sprak hij over de stelling phi en via enkele ingewikkelde Wiskundige bewerkingen die ik zelf niet zomaar uit mijn hoed kan toveren zonder terug dingen te gaan opzoeken wist hij deze terug om te zetten naar de taal van de meta-logica en bewees hij wat ik in het voorgaande zei.
Nu stond de wereld van de Wiskunde helemaal op zijn kop!
Any effectively generated theory capable of expressing elementary arithmetic cannot be both consistent and complete. In particular, for any consistent, effectively generated formal theory that proves certain basic arithmetic truths, there is an arithmetical statement that is true,[2] but not provable in the theory.
For any formal effectively generated theory T including basic arithmetical truths and also certain truths about formal provability, if T includes a statement of its own consistency then T is inconsistent.
Ik vind stiekem dat ik al een behoorlijk pakket wiskunde in mijn opleiding heb zitten. :PEn zo gaat het nog een heel eind verder... - om een lang verhaal kort te maken (als je het allemaal exact en volledig wil kennen moet je Wiskunde gaan studeren), daaruit volgden de onvolledigheidsstellingen van Gödel, die stellen: hoe uitgebreider een systeem is hoe minder exact het is en vice versa (simpel gezegd).
Ik houd graag mijn Facebook vrij van alles dat met drugs te maken heeft, deze gesprekken houd ik graag hier.ps: mensen met interesse, bezoek mijn Facebook-pagina Psychedelics and Science, lees eerst de uitgebreide Info zodat je weet waarover het allemaal gaat, en participeer! - want dat is het doel van de page, om de page Recursief te maken, zodat alle verschillende meningen en opinies één groot geheel gaan vormen dat op zichzelf terugkoppelt en ook op het concept.
Als afsluiter nog een mooie metafoor (of min of meer als metafoor bedoeld, maar ook min of meer serieus) - Gödel zei over de Principia Mathematica dat deze twee boeken zo Recursief zijn dat ze zich van zichzelf bewust zijn...!
Voetnoot: Russell schreef de P.M. samen met Whitehead.
Grtz, hopelijk heb je er iets aan, want ik heb echt m'n best gedaan het zo duidelijk mogelijk uit te leggen! lol (het is voor mij ook al wat jaartjes geleden sinds ik me in deze materie echt verdiept heb!)![]()
Ik zie al wat de verwarring veroorzaakt. De verzamelingenleer die ik geleerd heb gekregen is de formele verzamelingenleer, de vervanger van de inutiatieve verzamelingenleer om Russel's paradox te vermijden. Het is dus nogal wiedes dat ik de paradox niet zag. :')Mananas zei:Iemand anders vroeg om de naam van mijn fb-page
En ja, je mist wel degelijk enkele fundamentele begrippen en inzichten deze keer.
Over de verzamelingenleer: het zou niet al die tijd bekend staan en nog steeds als 'de paradox van Russell' als het geen paradox was - verzamelingenleer wordt zelfs door leerkrachten Wiskunde vaak misbegrepen omdat de paradox die eruit volgt niet tot de wiskunde behoort maar tot de filosofische Mathematische-Logica. Je zult het dus verkeerd aangeleerd hebben gekregen, check it out online.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Verzameli ... schiedenisDe volgende golf van opwinding in de verzamelingenleer kwam zo rond 1900, toen werd ontdekt dat de Cantoriaanse verzamelingenleer tot verschillende tegenstrijdigheden leidt, de zogenaamde antinomieën of paradoxen. Russell en Zermelo vonden onafhankelijk van elkaar de eenvoudigste en meest bekende paradox, de nu naar Russell vernoemde Russells paradox. Deze paradox gaat over "de verzameling van alle verzamelingen die geen lid zijn van zichzelf". Het is duidelijk dat deze verzameling geen lid kan zijn van zichzelf, en daarom een lid moet zijn van zichzelf! In 1899 had Cantor zichzelf de vraag gesteld: "Wat is het kardinaalgetal van de verzameling van alle verzamelingen?". Deze vraag leidde Cantor naar de gerelateerde paradox. Later heeft men zich gerealiseerd dat deze paradoxen niet louter verzamelingtheoretisch zijn, maar ook voorkomen in de logica. De zin "deze zin is onwaar" geeft aanleiding tot een soortgelijk probleem, want als deze zin waar is, moet hij tegelijkertijd "onwaar" zijn. Kurt Gödel maakte in 1931 van dit feit gebruik in zijn bewijs van zijn beroemde onvolledigheidsstelling.
Het momentum van de verzamelingenleer was van dien aard dat debat over de paradoxen niet heeft geleid tot de beëindiging van de verzamelingenleer. De werkzaamheden van Zermelo in 1908 en Fraenkel in 1922 resulteerden in de canonieke axiomatische verzamelingentheorie (ZFC), waarvan men gelooft dat deze vrij is van paradoxen. Het werk van analisten zoals Lebesgue heeft het grote wiskundige nut van de verzamelingenleer aangetoond. De axiomatische verzamelingenleer is in de twintigste eeuw sterk verweven geraakt met de structuur van de huidige wiskunde.
...
De verzamelingenleer kreeg al in het begin van de 20e eeuw de positie van basistheorie, een theorie die de basis voor het wiskundig bouwwerk vormde. Zo worden alle begrippen als natuurlijke getallen en functies gedefinieerd op basis van verzamelingen.
Initieel werd de theorie echter als controversieel beschouwd. In zijn oorspronkelijke versie bleek de theorie namelijk tot een aantal ongerijmdheden te leiden. Deze versie, die tegenwoordig de intuïtieve verzamelingenleer wordt genoemd, is later vervangen door de formele verzamelingenleer, die een iets strengere definitie van het begrip verzameling gebruikt.
Ik durf niet te claimen dat zijn stellingen niet kloppen hoor, ik probeer te begrijpen wat zijn stellingen exact zeggen. Deze tekst haal ik bijvoorbeeld van wikipedia.About Gödel: je misenterpreteert je quotes - de theorie van Gödel kan wel degelijk bewezen worden, je vergeet te denken in een meta-meta-taal.
Over de onvolledigheidsstellingen ben ik heel duidelijk geweest over de eind-conclusie. Het is zoals ik het zei: de Wiskunde is een zeer uitgebreid systeem, dus zeer onvolledig en inconsistent, ergo contradictorisch (Logische implicatie), vice versa is een zeer beknopt systeem meer consistent en meer volledig (omgekeerde evenredigheid).
https://en.wikipedia.org/wiki/G%C3%B6de ... s_theoremsThe first incompleteness theorem states that no consistent system of axioms whose theorems can be listed by an "effective procedure" (i.e., any sort of algorithm) is capable of proving all truths about the relations of the natural numbers (arithmetic). For any such system, there will always be statements about the natural numbers that are true, but that are unprovable within the system. The second incompleteness theorem, an extension of the first, shows that such a system cannot demonstrate its own consistency.
https://en.wikipedia.org/wiki/G%C3%B6de ... nal_resultGödel demonstrated the incompleteness of the theory of Principia Mathematica, a particular theory of arithmetic, but a parallel demonstration could be given for any effective theory of a certain expressiveness. Gödel commented on this fact in the introduction to his paper, but restricted the proof to one system for concreteness. In modern statements of the theorem, it is common to state the effectiveness and expressiveness conditions as hypotheses for the incompleteness theorem, so that it is not limited to any particular formal theory. The terminology used to state these conditions was not yet developed in 1931 when Gödel published his results.
Gödel's original statement and proof of the incompleteness theorem requires the assumption that the theory is not just consistent but ω-consistent. A theory is ω-consistent if it is not ω-inconsistent, and is ω-inconsistent if there is a predicate P such that for every specific natural number m the theory proves ~P(m), and yet the theory also proves that there exists a natural number n such that P(n). That is, the theory says that a number with property P exists while denying that it has any specific value. The ω-consistency of a theory implies its consistency, but consistency does not imply ω-consistency. J. Barkley Rosser (1936) strengthened the incompleteness theorem by finding a variation of the proof (Rosser's trick) that only requires the theory to be consistent, rather than ω-consistent. This is mostly of technical interest, since all true formal theories of arithmetic (theories whose axioms are all true statements about natural numbers) are ω-consistent, and thus Gödel's theorem as originally stated applies to them. The stronger version of the incompleteness theorem that only assumes consistency, rather than ω-consistency, is now commonly known as Gödel's incompleteness theorem and as the Gödel–Rosser theorem.
https://en.wikipedia.org/wiki/G%C3%B6de ... s_theoremsThe second incompleteness theorem only shows that the consistency of certain theories cannot be proved from the axioms of those theories themselves. It does not show that the consistency cannot be proved from other (consistent) axioms. For example, the consistency of the Peano arithmetic can be proved in Zermelo–Fraenkel set theory (ZFC), or in theories of arithmetic augmented with transfinite induction, as in Gentzen's consistency proof.
Ik zit op dit moment in (hopelijk) het laatste jaar van mijn bachelor Technische Informatica.Wat zijn je bronnen? En wat heb je eigenlijk gestudeerd?
Ik was nog niet verder gekomen dan de a priori correctheid van pure wiskunde (in prolegomena, dan) dus ik geloof je op je woord. Wat voor consequenties heeft dit?Verder: Kant heeft zelf toegegeven aan het einde van de 'Kritiek van de zuivere rede' (zijn belangrijkste werk) dat hij niet geslaagd is in wat hij wilde bereiken met zijn apodictische Logica - check it out online.
Grtz!![]()
Nog even googelen dus. :PMananas zei:Oké, met de Russell-paradox ben je al mee, great!
Je bent gewoon nog niet mee met het denken in meta-taal en meta-meta-taal. Hiervoor is het essentieel het concept van Recursiviteit te doorgronden, de geschiedenis van het ontstaan van de Wiskunde tot het punt van de meta-Mathematische-meta-meta-Logica, op z'n minst een begrip te hebben van de Principia Mathematica is daarvoor vereist - verder is Gödel zeer complex om te vatten...
Dat is niet iets dat je zomaar even uitlegt, daar kan je een bibliotheek mee vullen...!
Je redeneerfouten zijn niet het probleem, gewoon het denken in de meta-meta-taal van de Wiskunde zit je dwars lijkt mij...
Thanks!Cudos wel voor je interesse en dat je je waagt aan Kant!
De Prolegomena is een goede inleiding tot zijn eerste 'Kritiek', die van de 'zuivere rede' - waarin hij voor een deel Hume volgt, en als ik me correct herinner kan ik citeren uit de Prolegomena waar hij Hume achterlaat om zelf verder te gaan omdat "Hume zijn schip op het strand van het sceptisisme heeft achtergelaten (...)."
De Kritieken van Kant lees je echter niet zomaar, daar moet je al hoogbegaafd voor zijn (ik impliceer hier niet dat jij dat niet kan zijn, ik impliceer hier niets) om daar enig iets van te begrijpen...
Maar deze Prolegomena zullen hem doen inzien | dat het om een geheel nieuwe wetenschap gaat, waar voorheen niemand ook maar aan gedacht heeft, waarvan alleen de idee al onbekend was en waarvoor van alles wat tot nu toe bekend was, alleen de aanwijzing die Humes twijfels gaven gebruikt kon worden. Ook Hume had geen enkel vermoeden van de mogelijkheid van een dergelijke formele wetenschap, maar zette zijn schip op het strand(dat van het scepticisme) om het in veiligheid te brengen, waar het dan verder kan liggen rotten, terwijl het er bij mij om gaat een stuurman op het schip te zetten die het volgens zekere principes van de stuurmanskunst, afgeleid uit kennis van de aardbol, en voorzien van een volledige zeekaart en een kompas, veilig kan sturen naar waar het hem goeddunkt.
Thanks! Ik ben er zelf van overtuigd dat, als je kennis aanneemt zonder er kritisch over te denken, dat je nooit gaat begrijpen wat er eigenlijk mee bedoeld wordt. Zoals je al aangaf met de quote van Einstein, feitjes reproduceren kan iedereen.Verder denk ik dat je redeneervermogen oké is en je wil tot begrijpen is ook een cudos waard (any fool can know, the point is to understand - Einstein)...
Ook ben je kritisch tegenover wat gesteld wordt, dat is een zeer goede instelling!
Het is gewoon heel veel informatie om door te nemen (je zou al moeten beginnen bij de Oude Grieken) en het is gewoon ook heel ondoordringbare materie...
Maar je komt er wel geloof ik - internet kan handig zijn om je leesvoer begrijpelijker te maken.
Ik ben er jaren mee bezig geweest, ondertussen is het jaren geleden dat ik ermee ben bezig geweest - ook voor mij zou het studie vereisen om het terug helemaal helder te kunnen uitleggen en er alles vanbuiten van te kennen.
Zal het zeker nog een keer nazoeken, thanks voor de tips en de moeite!Ik begrijp vooral de essentie ervan nog, en dat is het belangrijkste naar mijn mening.
De impact dat dit alles heeft is allesomvattend, zoals ik al zei is Wiskunde transcendent, gelinkt aan perceptie en daardoor de hersenwerking, hoe we de wereld ervaren, onze emoties, we komen dan uit bij existentialisme, transcendentie, metafysica (al heb je hier ook een verkeerd begrip van geloof ik - zoek eens een synopsis van de metafysica op die begint bij Aristoteles: letterlijk dat wat na de Fysica komt en vooral een ontologie bevat en een drie visies op het Goddelijke, een ervan zijnde de eerste beweger, etc... - tot je bij het voor-ontologisch zijnsbestaan van Heidegger terecht komt...).
De impact kan dan ook, omwille van de link met de hersenen, perceptie, zintuigen, de wereld, een zijnsverstaan, etc... gelinkt worden aan psychedelica (deze link is duidelijk geloof ik).
Alvast nog veel plezier met dit alles!![]()
Bijna goed, zodra je ze echter bij een genoemde verzameling inplaatst veranderd de 'aard' van deze samenstelling waardoor hij er niet meer thuis hoort. 'Dan maar allebei' zou politiek gezien een mooie oplossing zijn, maar het gaat erom dat we een wiskundige kloppende oplossing hebben.StarveYourEgo zei:Dus, Is de verzameling van de niet-zelfreferentiële verzamelingen een verzameling die in beide verzamelingen past?
Die bestaat niet. :PMananas zei:Het behoort inderdaad tot de settheory, maar de paradox zelf staat bekend als 'De Paradox van Russell'.
ps: als het zo simpel was om het op te lossen... - wel, laten we het zo stellen, als jij (of eender wie) deze paradox op kan lossen, wel: verwacht dan alvast maar de Nobelprijs (voor de Wiskunde...)!
![]()
"AI Samenvatting is momenteel niet beschikbaar (Service offline)."