Ja hoor, ik heb het weer geflikt. De grenzen van de waanzin opgezocht.
Truffeltrips hebben mij alle laatste keren teleurgesteld. Ook op 30 gram was het effect matig. Ik had al een jaar geen truffels meer gedaan en besloot het weer eens een kans te geven, en nu maar meteen met grof geschut. Een thuistruffeltripje. Eentje die stevig na mag dreunen.
Zaterdagmiddag.
26 graden.
19:00: 4 gram Syrische wijnruit en 60 gram truffels.
Ik zit in de tuin, ben blij dat ik de schaal vol zure kneiters heb weggekauwd en zit gebiologeerd toe te kijken hoe een hommel van de ene naar de andere bloem zoemt.
Mussen zingen mij toe vanuit de perenboom, een duif landt op het terras. Alles is goed en mooi zo, in de warme avondzon. Alles vredig, geen wolkje aan de lucht. Sluit ik mijn ogen dan zie ik driedimensionale patronen hun dans doen. Rustig. Vredig. Steeds enthousiaster, maar nog altijd vriendelijk.
Ik loop naar binnen om naar de wc te gaan, en besluit daarna even op de bank te gaan zitten met de slagroomspuit. Ik merk dat er heel wat zit aan te komen. Een mist pakt zich samen. Doodse stilte. Stilte voor de storm.
Ik besluit verder binnen te blijven en zet een muziekje op. Niet te hard, want in de verte klinkt gedonder in mijn hoofd en dat klinkt al onheilspellend genoeg.
Mijn kamerplanten beginnen mij te bedanken voor mijn goede zorgen. Maar, hoezo? Maar nee, ik vergeet jullie zo vaak water te geven! Vergeef mij! Ik zal oplettender zijn! Hoe vaak hebben jullie bladeren slap gehangen alvorens ik met mijn gieter aan kwam zetten?
BAM! Asshole!
Ehh... hè? Wat?
Volslagen idioot!
Huh? Wat gebeurt er nu? De mist maakt plaats voor een dreigende donkere wolkenlucht en mijn planten kijken mij zorgelijk aan. Mijn slokdarm perst met kracht een brok zure zever naar omhoog en maar net weet ik deze kledder te blokkeren. Kotsen? Nee, dat is niet wat ik wil. Netjes binnenhouden, netjes verduren wat mij overkomt. Laat maar komen, laat maar komen.
En het komt.
De muziek begeleidt een wervelwind mijn kamer binnen en ik weet niet meer wat ik nu moet vasthouden. Alles gaat naar de knoppen, alles gaat eraan. Mijn hartslag schiet omhoog, ik raak in paniek.
Bad trip? Nee joh. Niks aan de hand. Met dit bijltje heb ik wel eerder gehakt. Ik zit hier op de bank, en ik zit mijn tijd wel uit. Ik doe de deuren op slot, ga languit liggen, ik doe wat ik wil en ik geniet. Het is ik, mijn huiskamer en mijn tripwereld. Een harmonieus trio.
Niemand die mij wat maken kan. Kom maar op, SOS, contact, aloha, waarzo?
Mijn spieren verstijven. Ik zit roerloos op de bank en denk aan, ja, aan wat eigenlijk? Ik kan geen zin meer helder formuleren. Mijn hart gaat tekeer. Is het de MAO-remmer? Is het de dosering? Heb ik nu een stommiteit begaan?
Oke, rustig aan. Relax. Ik moet mezelf niet gek maken. Even languit liggen, muziek op een heel laag volume, en deze heftige vlaag van doodsdreigementen over laten waaien.
Niks overwaaien. Het pakt zich samen, balt zich tot een vuist, grijpt me bij mijn keel en houdt mijn strot vast in een ijzeren greep.
Oké, genade! Alsjeblieft, laat me los. Ik kom ik vrede.
Ik deins terug. Ik hoef geen lol te hebben, ik hoef geen leuke trip. Het hoeft niet vermakelijk te zijn, het mag ook zuiver leerzaam zijn. Ik sta open voor de lessen. Ik sta open, ik ontvang.
Dood ga je, dood ga je. Jammer joh, zeg maar gedag. Je laatste momenten. Geniet ervan, of ook niet. Doe maar wat. Doe maar wat je wil. Doe maar wat! Je gaat eraan, lul, je gaat eraan. Je doet het jezelf aan. Wie heeft die 60 gram truffels nu gegeten? Met een MAO-remmer erbij?
Maar, maar... That's not what I signed up for. Wijze lessen, ja. Maar dood? Nee.
Wat moet ik nu? Ga ik dit wel overleven? Ga ik echt nu dood? Aan truffels? Dat kan toch niet?
Wat zijn mijn opties? Op de bank blijven liggen en misschien doodgaan? Ehm... Nou, als doodgaan part of the deal is, nee, liever niet. Wat dan? Door het huis rennen? Ja! Rennen! Tegen dingen aan rennen, maakt niks uit. Een stoel valt om, een glas valt op de vloer. Ik gil, ik val, ik grijp mij vast in de jaloezieën.
Oké. Het gaat fout. En nu? Ja malloot, wat nu? Naar buiten gaan en om hulp roepen? Nee, wat moet de buurt van mij denken? De buren verklaren mij finaal voor gek. Binnen blijven. Mijn hart gaat zo tekeer dat ik mijzelf met mijn handen probeer in bedwang te houden. Ik adem snel, ik ben bang. Ik moet iemand bellen. Waar is mijn telefoon? Waar de fuck is mijn telefoon? In de keuken? Waar is de keuken? In de la! Wat nou de la? Welke la? Nee, de keuken. Welke keuken? Wie zijn keuken? Wat nou keuken? Wat zoek ik? Wat zoek ik dan? De telefoon? Welke telefoon? Nee, niet de stofzuiger. Fuck off met die stofzuiger. Telefoon zoek ik, telefoon! Op de bank? Onder het bed? In de koelkast? In de tuin? Telefoon! Ik moet bellen! Wie moet ik bellen? Weet ik veel wie ik moet bellen! Maar ik moet bellen! Bellen moet ik, bellen! Gewoon, om even iemand te spreken! Goddomme, tussen de kussens van de bank, daar is mijn telefoon!
Acht. Punt. Zes. De telefoon gaat over.
Een lichtelijk stonede stem neemt op. Verward vertel ik dat ik mij een stommiteit heb begaan. Zestig gram truffels, weet ik uit te stamelen. Plus harmala. Harmala. Harmala. Extract. 400 mg. Extract. 10x. 4 gram dus. Harmala.
Harmala.
Ik leg mijn zorgen uit. Ik heb teveel truffels gegeten. Ik heb spijt. Ik ben bang dat ik dit niet aan kan. Ik ben alleen thuis. Ik weet niet of mijn lichaam dit aankan. Ik dacht dat truffels niet lichamelijk gevaarlijk konden zijn, maar dit gaat helemaal mis. Overleef ik dit wel?
Acht.zes biedt aan terstond naar mij toe te komen, hoewel hij licht stoned is. Beslist niet, dat wil ik niet op mijn geweten hebben.
Hij zoekt op wat een dergelijke hoeveelheid truffels plus een MAO-remmer fysiek voor effect kunnen hebben, en vertelt mij dat dit geen kwaad kan.
Maar zijn kalmerende woorden kunnen mij toch niet meteen volledig geruststellen. Mentale angst verwar ik met lichamelijk ongemak. De rationele wetenschap dat 60 gram truffels lichamelijk totaal geen kwaad kunnen dringt niet meer tot mij door, en ik begin te overwegen 112 te bellen. Gek! Om een bad trip? Ben je niet goed wijs? Wat is dat nu voor onzin? Maar wat anders? Doodgaan of 112 bellen. Duivels dilemma. Ik wil geen van beide, maar ik wil boven alles niet dood!
"Niet bellen", was acht.zes' advies. "Niet nodig. Je gaat niet dood. Rustig gaan liggen, het gaat vanzelf over."
Ik hang de telefoon op.
Paniek. De deur zit op slot. Ik moet naar buiten. Ik moet om hulp roepen. Ik moet naar buiten en om hulp roepen. De deur zit dicht. Sleutels. Waar zijn de sleutels?
Opnieuw krijg ik acht.zes aan de telefoon. Hij weet me - gek genoeg - ook niet te helpen met de vraag waar mijn sleutels zijn.
En nu krijg ik een Antwerpen-déjà vu.
Ik móet naar buiten. Niet alleen maar omdat ik dood aan het gaan ben, maar omdat, ja, wat is er nu eigenlijk aan de hand? Antwerp calling. Ik word geroepen. Ik herken dit. Ik weet wat er aan de hand is. In Antwerpen maakte ik hetzelfde mee. Maar nu, nu is het echt. Het is dus echt zo! Het is echt! Antwerpen was slechts een visioen, dit is het èchte werk.
Ik loop door het huis, overal te zoeken. De tuindeur weet ik te openen want daar zitten alleen de knippen op. In de tuin loop ik paniekerend in het rond. Wat buren van mij moeten denken maakt mij niets uit, want de wereld is aan het vergaan. De wereld is... Nee, wat? Ik weet het niet meer. Wat is er nu gaande?
Een draaikolk. De hele wereld is een draaikolk. En het centrum van de draaikolk, dat is het bewustzijn. Alles draait. Alles draait steeds sneller om het middelpunt heen en zal er uiteindelijk in verdwijnen. Het leven op aarde is slechts een test, we gaan nu over naar een andere staat van bewustzijn. Uiteindelijk zal er niets zijn dan het bewustzijn zelf. Al het andere blijkt een illusie te zijn.
Maar het gaat niet zo snel. Het is een proces. De tekenen openbaren zich. Alles gedraagt zich als een draaikolk, en nu is het moment aangebroken waarop de tijden voorgoed zullen veranderen. Mijn tijd is gekomen. Ik ben geroepen. Ik draai mee, ik weet wat mij te wachten staat en accepteer mijn lot.
Ik wil naar buiten. Nog snel wat mensen ontmoeten voor we allen ten onder gaan. Ik wil het einde der tijden niet binnenshuis afwachten, ik zou wel gek zijn! Hup, naar buiten, en met een bitterzoete grijns op mijn gezicht ons aller lot tegemoet zien! Naar buiten, mijn blote knieën op het asfalt kapotschuren en voelen dat ik leef, gillen, en knielen voor het almachtige!
En dan komt er een opdracht van hogerhand: "ga naar de eethoek. Zie je die bank daar? Ja? Kijk daar eens onder?"
Wat is dit nu weer voor vreemde wending? Ik doe wat mij gevraagd wordt, ga op mijn rug op de vloer liggen om onder de bank te kijken. Ik zie niks. Niks geks. Gewoon, een houten eetkamerbank.
"Dan kijk je niet goed. Kijk eronder! Voel eronder! Ik heb er iets verstopt!"
Ik snap er niets van. Waarom kan ik het niet vinden? Er moet iets onder die bank zijn. Ik kijk niet goed!
Kom op, het is de apocalyps. Geen onbenullige zaken graag. Ligt er nu iets onder die bank of niet? Ik wil geen tijd verspillen. Ik wil deze laatste momenten gek doen en weten dat ik leef. Zo kort als deze wereld nog te gaan heeft, zo compleet gek moet deze zijn! Kom op, elke seconde telt! En ik moet die verrekte sleutels hebben want ik moet naar buiten!
Weer een opdracht van hogerhand. "Zoek een pen." Die kan ik vinden. "Teken iets."
Teken iets? Ja, wat dan?
"Een huis."
Beverig teken ik een rechthoek op een vel papier. Natuurwetten gedragen zich vreemd, alles beweegt en verandert continu waardoor ik geen lijn fatsoenlijk recht kan tekenen. Na de rechthoek geef ik het op.
"Die pen, die is veel belangrijker dan die sleutels." Ik besluit de pen bij mij te houden en te koesteren.
De paniek is inmiddels een stuk afgenomen, maar nog altijd maak ik mij zorgen dat ik doodga. Ik wil niet dood. Voorlopig nog niet.
Wat volgt is een steeds sneller gaande draaikolk van emoties, magie, angst maar ook moed, verdriet maar ook tevredenheid. Op het plafond tekenen zich aanwijzigen af. Ik hoef niet naar buiten, hier binnen gebeurt het. En mijn pen, dat is de sleutel.
Uren ben ik met acht.zes aan het praten, en ik heb niet in de gaten dat ik meestentijds niet mijn telefoon doch mijn pen aan mijn oor houd. Maar die pen, daar gaat het om. Dus dat maakt niet uit. De boodschap komt toch wel door. Het is een magische pen.
Een aantal keren gaat de telefoon. Acht.zes. Ik snap niet waarom hij belt, want ik was toch al met hem aan het praten? Via de pen?
Heel langzaam komt een gevoel van berusting over mij heen. Dit is het lot, en het is goed zo. Ik kan er toch niets tegen doen, dus ik onderga het. En ik ga het op mijn gemak afwachten. Niks geen haast meer. Ik ga op de bank liggen en zie alles tegemoet.
Ik geniet met volle teugen. Deze extreme ervaring is uniek, dus doe er iets mee! Ik draai als een wilde in het rond op de bank, laat alles op de grond vallen. Ik weet weer dat ik leef, kraam de gekste geluiden uit en alles wat ik doe voelt raar. Wanneer ik mijn vinger in mijn mond stop voelt het alsof ik hem dwars door mijn tong duw. Mijn gezicht voelt raar. Ik knijp mezelf, sla mezelf, gooi met spullen, droogneuk mijn bank, krijs oergeluiden en trek mijn kleding kapot.
Na een tijdlang opperst genot word ik weer gebeld. Ineens is alles weer vrijwel normaal. Geen visuele effecten meer, het huis staat nog steeds overeind, zij het een puinhoop. Eindelijk besef ik me wat er is gebeurd. Ik praat nog een tijdje met acht.zes, bedank hem uit de grond van mijn hart en begin het jammer te vinden dat mijn trip zo plots is afgelopen.
Maar dan... O nee, die trip is toch nog niet helemaal over, blijkt achteraf. Want ineens word ik weer bevangen door angst. Dit wordt getriggerd doordat ik ineens een hele hoop herrie hoor uit de richting van mijn achtertuin. Ik begin me enorme zorgen te maken over de indruk die ik mogelijk gemaakt heb op mijn buren. Ik heb geen idee wat zij ervan mee hebben gekregen, en ben bang dat nu de hele buurt zich tegen mij heeft gekeerd. Die herrie, ze zijn nu vast uit wraak mijn hele tuin in puin aan het trappen! Mijn met zorg aangelegde tuin, de planten die ik met zoveel liefde heb verzorgd. Ik voel tranen opkomen. Ineens een enorme dreun aan de andere kant, de straatkant. O, ze zijn nu met zwaar vuurwerk mijn deur aan het inrammen. Nog veel meer zware knallen klinken. Nog een paar minuten, en ze staan bij mij binnen. Mijn tuin wordt vernield, en mijn voorgevel eruit geknald. Ik ga er alsnog aan. Ik blijf roerloos op de bank zitten, ga met opgeheven hoofd mijn lot tegemoet.
Een minuut of tien later keert de rust terug. Voorzichtig durf ik in mijn tuin te kijken. Alles staat er nog keurig bij. Vals alarm. De herrie was blijkbaar een feestje, het vuurwerk was feestelijk bedoeld.
Oké, nu ben ik opgelucht. Ik leef nog, èn mijn buren gaan mij niet vermoorden! Reden voor een feestje! Het is 23:00, ik heb vier uur getript waarvan ongeveer een derde een pure hel was. Achteraf bekijk ik de trip toch als voornamelijk positief doch overweldigend. De slagroomspuit wordt weer tevoorschijn gehaald en een paar uur lang vier ik de goede afloop.
Hele dikke credits aan
@acht.zes. Je was de ideale tripsitter-op-afstand en ik weet niet wat er gebeurd was zonder jouw hulp.