#1
Zuiver juridisch gezien heb je daar gelijk in. Alleen de jurisprudentie heeft er een trucje op gevonden. Officieren van justitie hebben het vaak over 'ter verstrekking aanwezig hebben'. Het argument is dan dat de hoeveelheid drugs zo groot is, dat redelijkerwijs niet meer verwacht kan worden dat één persoon dat gebruikt.Handel moet bewezen worden, dat men ervan uitgaat dat het boven een x hoeveelheid handel is doet niet af aan het feit dat het wettelijk en overtuigend bewezen moet worden dat er verkoop plaatsvindt.
De officieren proberen daarmee aannemelijk te maken dat er zoveel drugs aanwezig waren dat er wel sprake van handel MOEST zijn.
Echter zijn die juristen wel heel zuinig met wat zij 'redelijkerwijs' denken dat iemand nog puur voor zichzelf aan drugs kan consumeren. Vandaar dus die grens van boven de 5 gram harddrugs.
Verder heb je wel gelijk dat er ook artikelen zijn die strafverzwarend werken omdat ze een 'dealerindicatie' ondersteunen. Het gaat dan specifiek om een weegschaal, gripzakjes of seals, en contant geld.
In de meeste stafzaken neemt het OM niet eens meer echt de moeite om aan te tonen dat er echt daadwerkelijk sprake was van drugshandel door middel van recherchewerk. Dat is te arbeidsintensief, en het maakt voor de strafmaar meestal niet zo heel veel uit.
Wel willen ze nog wel eens telefoongegevens uitlezen om erachter te komen hoe lang iemand gedeald heeft. Want dat kunnen ze weer gebruiken voor hun onderbouwing van het terugvorderen van de geschatte inkomsten uit drugshandel.