"Hallo,
Ik zal een indruk geven hoe het is om speed te gebruiken: voor de mensen die nieuwsgierig zijn of gewoon graag tripreports lezen. Natuurlijk kan ik alleen mijn eigen ervaring als uitgangspunt gebruiken; uit de reacties op dit forum weet ik dat iedereen deze drug toch net iets anders ervaart. Mijn tripreport is dus een beschrijving van een verzameling ervaringen die ik heb gehad met de drug waar Herman Brood en Jules Deelder bij zweerden.
Hier komt ie dan...
Het is lome vrijdagavond, ik zit thuis op de bank en ik staar naar het scherm van mijn smartphone. Op het scherm heb ik 'n appje getypt dat klaar staat om naar de dealer te worden gestuurd. Zodra ik op versturen tik, weet ik dat er keten van gebeurtenissen in gang wordt gezet die eindigt in een nachtje naar het plafond staren.
Ik twijfel eventjes om mijn bestelling te versturen, maar ik denk fuck it, dus ik ik tip op verzenden.
Ik wacht een half uurtje en dan hoor ik mijn telefoon zoemen.
Ik spreek met mijn dealer een plek af en enige tijd later haal ik mijn paar grammetjes pep op.
Thuis zit ik met het afsluitbare zakje dat vol zit met pasta. Ik weet dat er vaak restproducten in zitten, dus ik spreid de inhoud met een oud bibliotheekpasje uit over een cd-hoesje dat ik op de verwarming leg om te drogen, zodat ik in ieder geval minder risico loop.
Als het gedroogd is en ik het terug stop in het zakje, bel ik een maat en vraag of ie zin heeft om ook de bloemetjes buiten te zetten. Laten we hem voor het gemak en decorum Sjonnie noemen. Ik vind het leuker om samen met iemand anders onverantwoord bezig te zijn dan alleen. Iemand die oud en verstandig genoeg om zijn eigen keuzes te maken, en zo'n persoon is Sjonnie, een ietwat cynische jongen van achter in de twintig, die prima weet hoe die met dat sterke spul moet omgaan. Hij is een veel ervarener gebruiker dan ik.
Sjonnie heeft meestal niet veel om handen op een vrijdagavond en hij zegt: "is goed, ik zie je zo."
Een man van weinig woorden, in nuchtere toestand althans.
Ik pak de gear, mijn sleutels, beurs en telefoon en sluit de deur achter mij af.
Onderweg ben ik altijd een beetje paranoïde, hoewel ik een doodgewone wandelaar ben op weg naar het treinstation, die zich keurig aan de verkeersregels houdt. Ik ben mij bewust van mijn irrationele angst, maar ik kan het niet van mij afschudden.
Ik koop een treinkaartje, stap de trein en ik gedraag me de hele rit als een doorsnee burger die het stationskrantje lees. Beter gezegd: ik doe alsof ik lees, want ik ben te verheugd op wat zo meteen gaat komen.
Eenmaal aangekomen bij Sjonnies portiekflat staat hij al handenwrijvend bij de deurpost te wachten. Hij heeft er zin in en zijn enthousiasme werkt aanstekelijk op mij.
Als we zijn woning binnenkomen staat de gameconsole en zijn flatscreen al aan. Op zijn salontafel liggen twee controllers en een bekrast dvd-hoesje met daarop een verlopen bankpas om de pep te verdelen en te hakken.
Het gedroogde verkorrelde poeder leggen we erop en Sjonnie begint de lijntjes evenredig bij elkaar te schuiven.
Sjonnie snatst de eerste lijn met een opgerold bonnetje gelijk zijn neus in. Hij begint te kokken en te tranen.
"Gadverdamme!," zegt ie.
Dan pak ik een snuiffie met het papieren treinkaartje dat ik heb opgerold. Sjnaaatzzz!! De hele zooi verdwijnt in mijn neusgat.
Het spul proeft heel chemisch en het brandt als de kanker.
Na een paar minuten voel ik de eerste effecten: ik krijg een tintelend gevoel dat door mijn ruggenmerg van onder naar boven kruipt. De vermoeid- en verveeldheid die ik eerder nog voelde, valt nu als sneeuw voor de zon weg. Ik krijg zin om allerlei dingen te doen.
Ook begin ik het warmer te krijgen, vooral bij mijn voeten.
Samen met Sjonnie spelen we eindeloos Call of Duty op zijn Playstation
Soms pakken we nog wat bij, meestal als er game-over op het scherm staat en we een andere map gaan spelen. De tweede, derde, vierde of vijfde nakkie pep; na iedere lijn brandt 't al wat minder en ik barst van de energie.
Normaal praat Sjonnie niet veel, maar nu lult ie de oren van m'n kop over allerhande bullshit. Als ik nuchter was, zou ik hartstikke gek zijn geworden, maar ik kan zelf ook niet meer stoppen met wauwelen.
Ondertussen blijven we wel water drinken, omdat je van pep gaat zweten als een otter in de Sahara. Vandaar dat Sjonnie en ik onze truien hebben uitgedaan.
Bezweet, met ontbloot bovenlijf en knagend op pepermunt, zitten we als twee mafkezen te beuken op de knoppen van de controllers.
"Ik moet pissen," zeg ik, en ik loop naar de badkamer.
Als ik mijn broek omlaag doe, zie ik dat mijn plasser afschuwelijk is gekrompen. Niet dat ie normaal gesproken het formaat heeft van een baby-anaconda of zo, maar naar Europese maatstaven voldoet deze ruim aan de norm.
Ik hou mijn pieletje met twee vingers als 'n pincetje vast. Plots verschijnt onwillekeurig die lekkere meid in mijn hoofd, die vanochtend op de opleiding naast mij zat in de collegebank (mentale notitie: straks thuis effe haar bikinifoto's op facebook opzoeken). Ik voel het donderen daar beneden, maar door de pep vernauwen je bloedvaten en verkrampen de spieren, dus deze blijft het formaat behouden van een vingerhoedje.
Na lang wachten verlaat een lullig straaltje zeik mijn lichaam. Mikken is lastig en ik pis bijna naast de pot. Ik spoel de plee door.
"Waar bleef jij zo lang?," vroeg Sjonnie. Volgens hem ben ik meer dan een kwartier op de wc geweest voor een kleine boodschap. Ik weet niet of ie zit te lullen of net als ik geen besef van tijd meer heeft.
Uren verstrijken en wanneer ik naar mijn telefoon kijk, zie ik dat het al zeven uur 's ochtends is. Ik ben het gamen zat en zeg tegen Sjonnie dat ik aftaai.
"Om je eentje te kloppen, zeker hé," zegt Sjonnie pestend.
Hij heeft gelijk, maar ik zeg dat ie z'n muil moet houden (je hoeft 't er nou weer ook niet zo dik bovenop te leggen, denk ik altijd).
Ik pak mijn spullen, doe de deur achter mij dicht en loop naar buiten. In de vroege ochtendgloren is er bijna niemand te zien, de vogeltjes kwetteren en ik verblijd mij met het feit dat ik thuis straks mijzelf ga afberen
Ik heb flink de pas erin en mijn zonnebril opgezet om mijn drugsoogjes te verbergen.
In de kiosk op het station koop ik een pakje sigaretten, die wonderwel smaken als je vol op de pep bent.
Ik kan het niet laten om op de bank van het perron met mijn telefoon alvast stiekem pornofilmpjes te gaan kijken om mijn zinnen te prikkelen. Ik heb oortjes in en er is verder niemand op mij heen. Hopelijk kom ik dadelijk nog een mooi meisje in een zomerse uitdossing....Godverdomme, wat ben ik allejezus geil geworden, zeg!
De trein laat lang op zich wachten, maar uiteindelijk komt deze toch aan. Er stappen wat mensen uit en ik zet mijn masker van normaliteit op om geen aandacht te trekken.
Zouden ze mij doorhebben dat ik een fukkin' doorgesnoven junk ben?
Ik verdrijf deze gedachte als onzin. Op de pep kunnen paranoïde gevoelens iets prominenter naar voren komen, vooral als je toch net iets teveel hebt genomen als ik vannacht. Maar ik houd mijn hoofd koel en probeer uitsluitend rationeel te denken. Een passage uit de film Fear and Loathing in Las Vegas schiet mij binnen, wanneer Raoul Duke met zijn typemachine in zijn armen staat de wachten in de lobby van het hotel, en hij langzaam akelige hallucinaties begint te krijgen.
Ignore this terrible drug.
De basis om met harddrugs om te gaan als je onder invloed bent. Ik stap de trein in die even later wegrijdt.
Onderweg probeer ik stil te zitten, maar dat gaat moeilijk dus ik ga de hele tijd verzitten. Gelukkig is het vroeg en er zit verder niemand in de coupé, ook geen conducteurs die langslopen om goeiemorgen te zeggen.
Eenmaal aangekomen op het station waar ik moet uitstappen, loop ik naar huis alsof ik aan het oefenen ben voor het wereldkampioenschap snelwandelen. Rennen kan ik niet, want dan moet ik vermoedelijk kotsen.
Ik kom thuis. De gordijnen gaan dicht, ik doe de deur goed op slot en ik leg wat handdoeken op mijn bed om het zweet op te vangen, ook pak ik een ventilator die ik op het bed richt. Ik leg de handcrème klaar en klap mijn laptop open en surf gelijk naar allerlei pornosites en andere internetpagina's om mijn zinnen te prikkelen, terwijl ik als een industriële stoommachine puf en zweet als een gek bij het rukken. Klaarkomen kan heel lang duren, maar dat is voor mij de uitdaging en het plezier ervan, onderwijl ik zo geil ben als een beer en zo strak sta als 'n bos uien.
De daaropvolgende twaalf uur bestaat de wereld slechts uit mijn furieuze gemasturbeer en de smut op het zwarte scherm. Het werkgeheugen van mijn laptop heeft moeite om de hoeveelheid vuiligheid bij te houden.
Nadat ik een keer of zeven ben klaargekomen als 'n stier, verval ik in een existentiële crisis.
Wat heeft dit allemaal voor zin? Waarom zijn we er, eigenlijk?
Dit is geen plotse filosofische inval, maar de woorden van een speedjunk die door de drugs de hele neurosoep in zijn hoofd heeft ontregeld.
De leegte die mij overvalt, is misschien de wereld op z'n puurst, ontdaan van alle franje met alleen de kille, deprimerende werkelijkheid waar geen plezier uit te halen valt. De wereld zoals deze op zichzelf is.
Ik probeer mijzelf niet met deze werkelijkheid te confronteren en probeer wat Netflix te kijken (van gamen heb ik na 12 uur wel strot vol).
Pas na uren val ik de volgende ochtend in een onrustige, droomloze slaap.
Wanneer ik met mijn brakke kop wakker wordt, besluit ik: dit is de laatste keer! Wat een troep, junkenzooi! Nee, dit is echt niet normaal!
Drie maanden later zit ik weer naar het scherm van mijn smartphone te staren."
In: Tripreport. Wanneer de amfetamine in mijn neus verdwijnt (een avondje pep/speed/snelle/rappe/boerencoke)
1-1-2024