Er zijn een aantal basisstructuren van psychoactieve stoffen. Dan gaat het bijvoorbeeld om lysergamides (LSD-achtige stoffen), tryptamines (paddo-achtige stoffen), amfetamines (speed-achtige stoffen, MDMA, methamfetamine, maar er zitten ook tripmiddelen tussen, zoals DOB), cathinones (stimulerende middelen zoals 4-MMC), phenetylamines (tripmiddelen zoals mescaline en 2C-B) arylcyclohexylamines (ketamine-achtige stoffen, zoals MXE en (3-MeO-)PCP), opioïden, cannabinoïden, diazepines.
Bijna alle nieuwe drugs hebben de bovenstaande basisstructuren. Daarmee kan wel heel veel gevarieerd worden. Er kan aan vrijwel alle kanten van het molecuul (een reeks) van verschillende atomen worden geplakt. Er wordt meestal wel gebruik gemaakt van een beperkt aantal atomen. Meestal gaat het alleen om: waterstof (H), Broom (B), koolstof (C), stikstof (N), zuurstof (O), Fluor (F), Fosfor (F), zwavel (S), chloor (Cl) of jood (I).
Zo heeft Alexander Shulgin in zijn boeken PIHKAL en TIHKAl in totaal 234 verschillende phenetylamines ontwikkeld (hoewel er ook wat amfetamines, lysergamides en tryptamines tussen zitten). Het meest bekende voorbeeld is dat Alexander Shulgin zelf heeft ontwikkeld is 2C-B. Daarvoor heeft hij het molecuul van mescaline gepakt (trimethoxyfenetylamine), en heeft hij in plaats van één methoxy-groep een broomatoom (B) 'geplakt', waardoor dimethoxybroomfenetylamine ontstaat. Maar je kan er ook een zwavelatoom op die plek zetten, zodat je 2C-T krijgt. En daarna kan je aan dat zwavelatoom weer een hele keten koolstofjes plakken zodat je 2C-T-2, 2C-T-4, psi-2C-T-4, 2C-T-7, 2C-T-8, 2C-T-9, 2C-T-13, 2C-T-15, 2C-T-17, 2C-T-21. Daarna is de serie wel redelijk 'op' en moet je gaan variëren aan een andere kant van het molecuul, of met een andere basisstructuur.
Het is geen oneindige lijst psychoactieve research chemicals die je kunt maken. Maar het gaat zeker wel om tienduizenden verschillende stoffen, misschien zelfs honderdduizenden. In de afgelopen tien jaar heeft het Europese waarnemingscentrum EMCDDA ruim 800 verschillende research chemicals aangetroffen die ergens in Europa verkocht werden. De meeste van die stoffen waren synthetische cannabinoïden (die in Nederland niet populair zijn omdat wij gewoon wiet verkrijgbaar hebben in coffeeshops).
Theoretisch zou je oneindig kunnen blijven doorontwikkelen met nieuwe basisstructuren. Dat is bijvoorbeeld gebeurd toen de tripmiddelen uit de NBOMe-klasse op de markt kwamen. Dat zijn eigenlijk gewoon phenetylamines, maar dan is er aan de staart een N-benzylgroep geplakt, waardoor een nieuwe basisstructuur ontstaat.
Het probleem van deze basisstructuren is dat je een sprong in het diepe maakt. Je kan dan totaal geen verwachtingen hebben qua effecten. Dus je weet niet of het stimulerend, ontspannend, dissociatief of psychedelisch is, bijvoorbeeld. Bovendien is in het geval van NBOme de basisstructuur een beetje instabiel. Daardoor kunnen enzymen in het lichaam (daar heb je er veel van) mogelijk het basisstructuur in allerlei verschillende andere stofjes 'knippen'. Zulke verwerking kan allerlei giftige bijproducten produceren.
Kortom: bij nieuwe basisstructuren kunnen er allerlei onverwachte bijwerkingen optreden.
Het EMCDDA houdt bij welke research chemicals voorkomen op de Europese markt. Er wordt ook gekeken hoe populair die stoffen zijn en of er bij bepaalde drugs een verhoogd risico is of niet.
http://www.emcdda.europa.eu/attachements.cfm/att_242519_EN_06_LXAddictions_RS_NPS_FINAL.pdf
http://www.emcdda.europa.eu/publications/topic-overviews/eu-early-warning-system_en