Ik snap je, maar dan kom je bij de defenitie van werkelijkheid, en dat is een dun lijntje met waar je voor staat en geloofd. Mijn werkelijkheid is inprincipe alleen wat m'n zintuigen doorgeven aan mijn brein. Meer is het niet. Wat voor mij groen is, is misschien voor jou blauw, maar we noemen het allebei blauw, omdat we de referentie niet kunnen maken. Ik kan niet eens bewijzen dat jij wel echt bestaat of dat ik in een schijnwereld leef. Dat is heel zwart wit uiteraard, maar ik vind dat erg boeiend.
Nou ja, met wat ik hierboven beschreef is er dus het gevaar in solipsisme te vervallen: "alleen mijn geest is echt, jullie zijn slechts verschijningen in mijn geest." Eigenlijk min of meer hoe een psychopaat denkt.
Maar wat jij zegt klopt wel: je kunt ook weer niet bewijzen of de ander wel echt bestaat. Het is dus een staat van twijfel.
Maar imo komt dan de zoektocht naar wat deze wereld, of eigenlijk ervaring dan wél is. Alleen kan dit geen onderzoek op het conceptuele vlak zijn, want dat is allemaal mentaal: symbolisch. Het heeft betekenis, maar toegewezen betekenis: het zijn omschrijvingen die verwijzen naar het echte "ding".
Het benodigde onderzoek is (imo) niet het onderzoeken van de symbolen, maar van het echte "ding", wat alleen mogelijk is met directe perceptie: kijken, zonder interpretatie: wat is dit wat ik voor me zie? Sure, mijn verstand zegt (bijvoorbeeld): "een tv". Bij nader onderzoek zegt mijn verstand: "een scherm". Bij nog weer nader onderzoek zegt mijn verstand: "glas".
Maar al deze dingen zijn slechts mentale beschrijvingen: concepten. Wat is het ECHT dat ik zie? Het verstand zal dit nooit kunnen weten. Het conceptuele is al een stap te ver. Om te weten wat je ziet zul je zonder interpretatie moeten kijken.