#1
Ik schrijf dit reportje terwijl ik nog in de na-effecten zit van een trip op 95 mg DPT nasaal. Coherentie is wellicht ver te zoeken maar ik schrijf maar wat. Ik zie wel waar het schip strandt. Rationeel denken is nog lastig.
Ik heb mezelf door alle hoeken van het huis laten vegen.
De muziek heeft een groot aandeel gehad in het verloop van mijn trip. Ik luisterde den deze:
Wow, wat een waanzinnig gekkenhuis is DPT.
Rond de 100 mg is duidelijk mijn sweet spot. Ik heb eerder hogere doseringen geprobeerd (150 en 200 mg) en dit deed mij out gaan en een groot gedeelte niet herinneren.
Het is een paddotrip gecomprimeerd in anderhalf uur. In zoveel facetten. Het filosofische, de mindfucks, de visuals, de energie, het verloop... alles.
Het ontleedde mij. Ik zag heel letterlijk in mezelf slierten losraken, rafels die losraakten - gelijkend op kokosvezel - en ik zag dat al die draden verbonden waren. Een enorme wirwar, veel verbindingen en knopen. Sommige bedoeld, sommige onbedoeld. Heel metaforisch werd mij duidelijk gemaakt dat ik mijn leven eens goed op een rijtje moest zetten. Even ontleden wat mij allemaal dwarszit. Niets gebeurt zonder reden. Knopen die in de weg zitten moet ik ontwarren, desnoods met een botte schaar. Schaar!
Ik kan me voorstellen dat het fout kan gaan op DPT. De metafoor kwam zo sterk binnen dat iemand zo daadwerkelijk naar een fysieke schaar gegrepen zou kunnen hebben. Het beeld was heel levensecht. En de potentie om iemand helemaal gek te maken kwam nog eens extra naar de voorgrond doordat mijn spieren steeds ongecontroleerder begonnen te bewegen.
Ik had de wekker gezet op 19:58. Pas nadat ik de DPT tot mij had genomen besefte ik mij namelijk de datum: 4 mei. Van 20:00 tot 20:02 was ik doodstil. Dat was zwaar. Na 20:02 zette ik de muziek weer aan want ik had ritme nodig om mijn spierbewegingen enigszins in goede banen te kunnen geleiden.
Wat begon als armbewegingen op de maat van de muziek, moest vervolgen in rare stuiptrekkingen door heel mijn lichaam, terwijl ik midden in de kamer stond met in alle wijsheid reeds gesloten gordijnen. Ik voelde ritmisch alle spieren in mijn lichaam samentrekken en ontspannen, wat resulteerde in een dans die er ongetwijfeld wanstaltig moet hebben uitgezien. Cognitief trokken er constant fractalreeksen aan mij voorbij, meer specifiek de mandelbrotverzameling die zichzelf niet zozeer visueel maar vooral mentaal opdrong.
Op de maat van de muziek namen mijn bewegingen steeds schokkender vormen aan. Spasmen, met mijn armen zwaaien. Men zou mij terstond een dwangbuis hebben aangetrokken en hebben afgevoerd onder strenge bewaking. Met een ongelofelijke frequentie moesten mijn armen continu op- en neergaande bewegingen maken, hoe dan ook. Het pastte zich enigszins aan de muziek aan maar had beslist het ritme van psytrance nodig om enigszins tot zijn recht te komen.
Met de gordijnen gesloten maakte het allemaal niets uit dus liet ik mijn spieren de dienst uitmaken, en zij - als waren het afzonderlijke wezens met een eigen wil - lieten mij de gekste kronkels en duikvluchten maken waarbij ik meermalen per ongeluk ledverlichting bijna van het plafond rukte, en de rest van mijn meubels gelukkig wel redelijk tegen een stootje hebben gebleken te kunnen.
Af en toe werd ik moe van mezelf en ging ik even zitten, maar de bewegingen hadden volledig de vorm van een niet te stoppen spasme aangenomen en al zittende zat ik met beide armen op en neer te gaan alsof ik een god aan het aanbidden was. Ik moest om mezelf lachen en wanneer ik één arm geforceerd stil hield, compenseerde mijn andere arm dat dubbel en dwars door vier keer zo heftig door te gaan met de beweging en vol overtuiging twee keer per seconde hard op de bank te slaan en vervolgens recht de lucht in te wijzen. Dit alles met een kracht en een enthousiasme: ik blijf het zeggen, die dwangbuis had mij perfect gepast.
Eerder had DPT mij geil gemaakt en alleen al die gedachte wakkerde dat terstond aan. Maar probeer dat maar eens met die spasmen. Dat zou in principe heel goed kunnen werken, zeker gezien de frequentie van de spasmen! Maar de bewegingen waren veel te grotesk en theatraal: ik zou een lul van anderhalve meter moeten hebben om daar aan tegemoet te komen. Een megazwans zou ik trekken met verve. Maar nee, zulk een fallus bezit ik niet waardoor ik mijzelf uiteindelijk op de bank zag liggen terwijl ik ritmisch mijzelf dan weer in mijn klokkenspel, dan weer in mijn gezicht met mijn vlakke hand sloeg.
Nogmaals, het was goed dat de gordijnen gesloten waren. Waar zou ik zijn zonder zelfspot?
De tijd leek langgerekt en het volgende halfuur dat jaren leek was gevuld met wat de muziek ook maar qua sfeer de huiskamer in bracht. Dan weer een Russische machosfeer waarin ik mijn armen balde tot triceps die niets trekken en biceps die ik niet bezit. Dan weer een Afrikaanse stam waarvan ik poogde deel uit te maken waarbij ik mij verstopte achter mijn kamerplanten alsof ik een prooi besloop en ik met mijn vingers over mijn wangen streek alsof ik ter plekke war stripes aanbracht op mijn gelaat.
Totdat de trip uiteindelijk tot een luidruchtig orgasme kwam - volledig figuurlijk, want letterlijk lukte het ditmaal voor geen meter - bij het nummer Africa 101 van Loud. Dat nummer draai ik al tijden grijs en de mix die op dat moment draaide eindigde hiermee. Ik speelde vals want dit orgasme speelde ik drie keer achter elkaar af in de repeat, want wàt voelt dàt ritme als zweven in een oneindige zee van wat al niet. Ik stond te springen, ik beukte tegen de deuren, ik sprong op de bank en op de vloer en tegen het aanrecht. Ik sprong, ik schreeuwde, ik bewoog nog immer spastisch en lachte, genoot, danste en droomde in een wervelwind van inspanning, kracht en emotie. Ik kan enkel denken in superlatieven om dit moment van opperst geluk uit te drukken, en door telkens weer de muziek een aantal minuten terug te spoelen rekte ik het uit, tot het onvermijdelijk optredende afbouwen van de effecten.
Nu ik dit zit te schrijven bruis ik nog steeds van energie. De spasmen zijn weer onder controle. De levensenergie lijkt weer een stukje aangevuld. Had ik dat even nodig! Mijn hemel, wat kan een chemisch stofje al niet betekenen in een mensenleven. Ik ben dankbaar. Er is zo fucking veel om dankbaar voor te zijn.
Ik heb mezelf door alle hoeken van het huis laten vegen.
De muziek heeft een groot aandeel gehad in het verloop van mijn trip. Ik luisterde den deze:
Wow, wat een waanzinnig gekkenhuis is DPT.
Rond de 100 mg is duidelijk mijn sweet spot. Ik heb eerder hogere doseringen geprobeerd (150 en 200 mg) en dit deed mij out gaan en een groot gedeelte niet herinneren.
Het is een paddotrip gecomprimeerd in anderhalf uur. In zoveel facetten. Het filosofische, de mindfucks, de visuals, de energie, het verloop... alles.
Het ontleedde mij. Ik zag heel letterlijk in mezelf slierten losraken, rafels die losraakten - gelijkend op kokosvezel - en ik zag dat al die draden verbonden waren. Een enorme wirwar, veel verbindingen en knopen. Sommige bedoeld, sommige onbedoeld. Heel metaforisch werd mij duidelijk gemaakt dat ik mijn leven eens goed op een rijtje moest zetten. Even ontleden wat mij allemaal dwarszit. Niets gebeurt zonder reden. Knopen die in de weg zitten moet ik ontwarren, desnoods met een botte schaar. Schaar!
Ik kan me voorstellen dat het fout kan gaan op DPT. De metafoor kwam zo sterk binnen dat iemand zo daadwerkelijk naar een fysieke schaar gegrepen zou kunnen hebben. Het beeld was heel levensecht. En de potentie om iemand helemaal gek te maken kwam nog eens extra naar de voorgrond doordat mijn spieren steeds ongecontroleerder begonnen te bewegen.
Ik had de wekker gezet op 19:58. Pas nadat ik de DPT tot mij had genomen besefte ik mij namelijk de datum: 4 mei. Van 20:00 tot 20:02 was ik doodstil. Dat was zwaar. Na 20:02 zette ik de muziek weer aan want ik had ritme nodig om mijn spierbewegingen enigszins in goede banen te kunnen geleiden.
Wat begon als armbewegingen op de maat van de muziek, moest vervolgen in rare stuiptrekkingen door heel mijn lichaam, terwijl ik midden in de kamer stond met in alle wijsheid reeds gesloten gordijnen. Ik voelde ritmisch alle spieren in mijn lichaam samentrekken en ontspannen, wat resulteerde in een dans die er ongetwijfeld wanstaltig moet hebben uitgezien. Cognitief trokken er constant fractalreeksen aan mij voorbij, meer specifiek de mandelbrotverzameling die zichzelf niet zozeer visueel maar vooral mentaal opdrong.
Op de maat van de muziek namen mijn bewegingen steeds schokkender vormen aan. Spasmen, met mijn armen zwaaien. Men zou mij terstond een dwangbuis hebben aangetrokken en hebben afgevoerd onder strenge bewaking. Met een ongelofelijke frequentie moesten mijn armen continu op- en neergaande bewegingen maken, hoe dan ook. Het pastte zich enigszins aan de muziek aan maar had beslist het ritme van psytrance nodig om enigszins tot zijn recht te komen.
Met de gordijnen gesloten maakte het allemaal niets uit dus liet ik mijn spieren de dienst uitmaken, en zij - als waren het afzonderlijke wezens met een eigen wil - lieten mij de gekste kronkels en duikvluchten maken waarbij ik meermalen per ongeluk ledverlichting bijna van het plafond rukte, en de rest van mijn meubels gelukkig wel redelijk tegen een stootje hebben gebleken te kunnen.
Af en toe werd ik moe van mezelf en ging ik even zitten, maar de bewegingen hadden volledig de vorm van een niet te stoppen spasme aangenomen en al zittende zat ik met beide armen op en neer te gaan alsof ik een god aan het aanbidden was. Ik moest om mezelf lachen en wanneer ik één arm geforceerd stil hield, compenseerde mijn andere arm dat dubbel en dwars door vier keer zo heftig door te gaan met de beweging en vol overtuiging twee keer per seconde hard op de bank te slaan en vervolgens recht de lucht in te wijzen. Dit alles met een kracht en een enthousiasme: ik blijf het zeggen, die dwangbuis had mij perfect gepast.
Eerder had DPT mij geil gemaakt en alleen al die gedachte wakkerde dat terstond aan. Maar probeer dat maar eens met die spasmen. Dat zou in principe heel goed kunnen werken, zeker gezien de frequentie van de spasmen! Maar de bewegingen waren veel te grotesk en theatraal: ik zou een lul van anderhalve meter moeten hebben om daar aan tegemoet te komen. Een megazwans zou ik trekken met verve. Maar nee, zulk een fallus bezit ik niet waardoor ik mijzelf uiteindelijk op de bank zag liggen terwijl ik ritmisch mijzelf dan weer in mijn klokkenspel, dan weer in mijn gezicht met mijn vlakke hand sloeg.
Nogmaals, het was goed dat de gordijnen gesloten waren. Waar zou ik zijn zonder zelfspot?
De tijd leek langgerekt en het volgende halfuur dat jaren leek was gevuld met wat de muziek ook maar qua sfeer de huiskamer in bracht. Dan weer een Russische machosfeer waarin ik mijn armen balde tot triceps die niets trekken en biceps die ik niet bezit. Dan weer een Afrikaanse stam waarvan ik poogde deel uit te maken waarbij ik mij verstopte achter mijn kamerplanten alsof ik een prooi besloop en ik met mijn vingers over mijn wangen streek alsof ik ter plekke war stripes aanbracht op mijn gelaat.
Totdat de trip uiteindelijk tot een luidruchtig orgasme kwam - volledig figuurlijk, want letterlijk lukte het ditmaal voor geen meter - bij het nummer Africa 101 van Loud. Dat nummer draai ik al tijden grijs en de mix die op dat moment draaide eindigde hiermee. Ik speelde vals want dit orgasme speelde ik drie keer achter elkaar af in de repeat, want wàt voelt dàt ritme als zweven in een oneindige zee van wat al niet. Ik stond te springen, ik beukte tegen de deuren, ik sprong op de bank en op de vloer en tegen het aanrecht. Ik sprong, ik schreeuwde, ik bewoog nog immer spastisch en lachte, genoot, danste en droomde in een wervelwind van inspanning, kracht en emotie. Ik kan enkel denken in superlatieven om dit moment van opperst geluk uit te drukken, en door telkens weer de muziek een aantal minuten terug te spoelen rekte ik het uit, tot het onvermijdelijk optredende afbouwen van de effecten.
Nu ik dit zit te schrijven bruis ik nog steeds van energie. De spasmen zijn weer onder controle. De levensenergie lijkt weer een stukje aangevuld. Had ik dat even nodig! Mijn hemel, wat kan een chemisch stofje al niet betekenen in een mensenleven. Ik ben dankbaar. Er is zo fucking veel om dankbaar voor te zijn.