De moderne drugsgebruiker: ’s ochtends naar de yoga, ’s avonds aan de keta
De ene dag sporten, de volgende dag studeren, en in het weekend coke snuiven: de huidige generatie feestgangers bestaat uit ‘agendahedonisten’, ziet criminoloog Ton Nabben. ‘Het lijkt alsof veel twintigers drugs zien als een manier om te ontsnappen aan hun dagelijkse stress.’
Doortje Smithuijsen
Vrijdagnacht, een uur of 1, een willekeurige club in Amsterdam. Het publiek aan de bar en op de dansvloer is overwegend hoogopgeleid en ambitieus: studerend of net bezig een carrière op poten te zetten. Het gesprek gaat over stages, sollicitaties, nieuwe banen. En over sport: veel van deze twintigers en dertigers hebben de afgelopen week zeker drie keer in de sportschool gestaan en gezond gegeten – alles om het lichaam maar zo fit mogelijk te houden. Toch zijn het precies deze hoogopgeleide, fitte mensen die na een paar drankjes zonder aarzeling de cokedealer bellen voor een grammetje.
Precies die paradox houdt Ton Nabben (1961), als criminoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, dagelijks bezig. ‘Het gekke is dat het Amsterdamse uitgaanspubliek doorgaans heel bewust leeft,’ zegt Nabben. ‘Maar over de gevolgen van hun drugsgebruik denken ze eigenlijk niet na.’
Niet alleen staat een avondje snuiven haaks op hun gezonde levensstijl, ze faciliteren – zo zei korpschef Erik Akerboom recent – er ook het criminele circuit mee, en de uitbuiting van cocaboeren. Maar dat lijkt op zo’n vrijdagavond even helemaal niet uit te maken.
‘RAFELRAND’-FEESTEN
Ton Nabben onderzoekt sinds de jaren negentig samen met verslavingszorginstelling Jellinek het drugsgebruik in Amsterdam. Elke vier jaar worden ruim vijfhonderd respondenten uit de uitgaanswereld bevraagd over hun middelengebruik, en daarnaast worden twee keer per jaar gesprekken gevoerd met vijfentwintig ‘insiders’ uit het nachtleven: de clubbers, ravers en psychonauten die de house-, de techno- en urbanfeesten bezoeken. De panelleden zijn veelal twintigers en draaien gemiddeld zo’n vijf jaar intensief mee in het onderzoek. ‘Daarna is het alweer tijd voor een nieuwe aanwas feestgangers,’ zegt Nabben. Jaarlijks publiceert de Jellinek de bevindingen onder de titel Antenne.
Sinds Nabben begon met het onderzoek – de eerste Antenne verscheen in 1993 – is er een hoop veranderd in het Amsterdamse drugsgebruik. Het uitgaanscircuit is om te beginnen veel groter geworden: er zijn veel meer clubs, en veel meer bezoekers. De ‘rafelrand’-feesten waar tijdens de jaren negentig vooral de drugs werden gebruikt, zijn min of meer uit Amsterdam verdwenen. ‘Vijfentwintig jaar geleden kon je nog echt illegaal raven bij de IJ-oever of op de Silodam,’ vertelt Nabben. ‘En als je vanuit Club 11, waar nu de centrale OBA staat, naar beneden keek, zag je de hoeren staan op de afwerkplek.’
Feesten is tegenwoordig geprofessionaliseerd en gereguleerd: het gebeurt in horecagelegenheden met beveiliging en huisregels, in plaats van onder een brug. Om een avond aan de MDMA te gaan, hoef je allang niet meer naar een vervallen pakhuis in Noord. Ga een paar avonden stappen in de stad en je ontkomt eigenlijk niet aan drugsgebruik – in meer of mindere mate, afhankelijk van de tent die je bezoekt.
Als je de eerste Antenne-onderzoeken vergelijkt met die van de laatste jaren, zie je dat de drugsmarkt een stuk complexer is geworden, vertelt Nabben. In de jaren negentig beperkte het aanbod zich eigenlijk tot xtc en coke, inmiddels staat daar van alles naast: ketamine, GHB, 2C-B, 4-FMP – om maar wat te noemen.
De hoeveelheid middelen die in de uitgaansscene wordt gebruikt, is op dit moment ongeveer even groot als in de jaren negentig. ‘In die periode zag je een piek in het middelengebruik,’ zegt Nabben. ‘En zo’n piek zie je nu weer.’
In de tussenliggende periode, van 2000 tot 2008, was er juist een neergaande trend te zien in het drugsgebruik in Amsterdam. In die jaren openden veel urban- en hiphopclubs de deuren, denk aan Jimmy Woo en Bitterzoet. Daar ging het meer om ‘showen’ en cool op de foto gaan dan om keihard feesten. ‘Niemand wil zichzelf scheel aan de pillen terugvinden op die partyfoto’s,’ zegt Nabben.
In Amsterdamse clubs die vandaag populair zijn – Shelter, De School – is het doorgaans verboden om foto’s (met flits) te maken. Bezoekers kunnen daar ongestoord en ongezien hun gang gaan.
YOGASNUIVERS
De huidige generatie drugsgebruikers is er een van uitersten, merkt Nabben in zijn onderzoek. Het uitgaanspubliek is voor het grootste deel hoogopgeleid: student of net student-af en begonnen met werken.
‘Alles in hun leven willen ze zoveel mogelijk optimaliseren,’ zegt Nabben. ‘Ze willen optimaal studeren, optimaal werken, optimaal sporten, optimaal op vakantie, maar ook optimaal feesten en optimaal drugs gebruiken.’
Momenteel is de kwaliteit van drugs in Nederland bijzonder hoog. ‘Een gemiddelde xtc-pil bevat nu zo’n 160 milligram MDMA,’ zegt Nabben – MDMA is de werkzame stof in zo’n pilletje. ‘Als ik panelleden vertel dat tien jaar geleden een pil gemiddeld 80 milligram was, vinden ze dat echt vreemd.’
Eenzelfde reactie krijgt hij als het gaat om de criminaliteit die met drugs samenhangt. ‘Dat liquidaties in Nederland vaak drugsgerelateerd zijn, daar staat bijna niemand bij stil.’
Vermoedelijk is die naïviteit een gevolg van de ‘normalisering’ van drugs, die Nabben al een jaar of tien waarneemt. Waar de archetypische drugsgebruiker vroeger een outcast was – een alternatieveling, een Ruigoord-type, of gewoon een junk – is de moderne drugsgebruiker eerder een consument te noemen die risicogedrag incalculeert. Drugs zijn een ‘gewoon’ onderdeel geworden van de levensstijl van de gemiddelde jonge stadsbewoner. ‘Zo praten mensen er ook over,’ vertelt Nabben, ‘simpelweg als een van de dingen die ze doen.’
Het nemen van drugs wordt nauwlettend afgestemd op de rest van de plannen. Een dag voor je naar kickboksen gaat, ga je niet aan de pillen: dan wordt het niets. Drugs in tijden van tentamens is ook absoluut not done: daar gaat je carrièreperspectief. Nee, de huidige generatie feestgangers bestaat uit ‘agenda-hedonisten’. Of, om met de term van korpschef Erik Akerboom te spreken: yogasnuivers. ’s Ochtends in de downward dog, ’s avonds aan de ketamine.
HET PARTY-IMAGO
Dat plannen zie je ook terug in welke drugs er precies worden gebruikt, vertelt Nabben. Eind jaren negentig was xtc veruit de populairste drug in het uitgaanscircuit. Nu staat die nog steeds in de top drie bij de gemiddelde feestganger, maar coke, ketamine en speed zijn ook populair. Typerend voor de huidige generatie, zegt Nabben: die wil wel naar de kloten op vrijdagavond, maar dan wel een beetje beheerst, zonder er te veel voor inleveren. Van een xtc-pil moet je algauw een dag of twee bijkomen, maar een lijntje coke – daar ben je zo overheen. Je kan de volgende dag nog best gaan sporten. Nabben: ‘Alles draait om het optimaliseren van plezier en het minimaliseren van risico’s.’
Opvallend is dat Nabben deze trend – die van het tegelijkertijd inplannen van je crossfit-training en je avondje doorhalen – min of meer samen met sociale media heeft zien opkomen. ‘Door platforms als Instagram en Facebook zijn jongeren sowieso steeds meer gaan plannen,’ zegt hij. ‘Ze zijn veel meer bezig met wat ze allemaal moeten doen, welke versie van zichzelf ze willen laten zien door middel van allerlei activiteiten.’
Festivals en grote feesten kondigen zichzelf soms al een jaar van tevoren aan op Facebook, en promoten ‘early bird specials’ – kaartjes met een paar tientjes korting voor de snelle beslisser. De gemiddelde agendahedonist is dan al druk in de appgroep met zijn vrienden aan het bespreken of ze wel of niet zullen gaan. Als de kogel eenmaal door de kerk is, klikt men met z’n allen op ‘attending’: zo is de wereld vast op de hoogte van deze geplande uitspatting, en is het party-imago online meteen wat kracht bijgezet.
QUALITY TIME
Het lijkt op het eerste gezicht misschien alsof de millennial het allemaal behoorlijk onder controle heeft: de ene dag sporten, de volgende dag studeren, in het weekend aan de drugs – allemaal in zorgvuldig afgepaste mate. Toch ziet Nabben wel een schaduwkant aan het gedrag van de huidige generatie feestgangers. ‘Het lijkt alsof veel van de twintigers die wij spreken drugs zien als een manier om te ontsnappen aan hun dagelijkse stress. Ze ervaren overal prestatiedruk: ze moeten het goed doen op werk of de studie, gezond leven, sportief zijn, veel vrienden hebben.’
Drugs worden gezien als een middel om een soort catharsis te bereiken: even los te zijn van alles dat moet. Wie aan de xtc is, denkt niet aan dat sollicitatiegesprek binnenkort, of aan de kilo’s die er nog af moeten. En niet aan de smartphone: drugs zijn bij uitstek een manier geworden om een tijdje offline te zijn, merkt Nabben. ‘Onze panelleden zien drugs ook vaak als een kans om eens even quality time door te brengen met hun vrienden.’
Maar ja, denkt Nabben hardop, als je drugs vooral gebruikt om eens echt goed bij te praten met je vrienden, zonder steeds naar je mobiel te kijken of te denken aan de dingen die nog moeten – gaat het dan wel helemaal goed met je?