#1
Geschreven in maart 2020
20 gram truffels + passiebloem (MAO-remmer) + bobinsana (plant teacher).
We wegen 30 gram truffels voor V af, en 20 gram truffels voor mij. V maakt thee van de passiebloem en bobinsana. Lekker theeleuten met een bakje truffels die best door zouden kunnen gaan voor nootjes. Jammer dat V het theezeefje niet heeft gebruikt waardoor ik mijn best moet doen om niet half te stikken in de passiebloem en bobinsana die in de thee ronddrijven.

Na een kwartier voel ik eigenlijk al dat me heel wat te wachten staat, maar ik ben nog in ontkenning. Het zal toch niet… nee, het zal toch niet. Ik ga naar de wc om het van me af te schudden, maar ik herken precies wat dit is. Ik ga op de bank zitten en het wordt sterker. Ik voel een sterke druk op mijn hoofd en ik word vastgezet in de bank. Het eerste wat ik herken is het geluid. Het 5-MeO-DMT geluid. Nee. De bodyload herken ik ook direct. Nee, dat kan niet. Ik begin het nu al te voelen. Het licht, de kracht. Het Goddelijke.
Dit was mijn angst eigenlijk al. Dat het weer terug zou komen. De 5-MeO-DMT ervaring van 3 weken hiervoor was zo heftig dat ik het niet nog een keer aan kan. Ik wist ook wel dat ik die trip nog niet had verwerkt. En toch voelde ik dat ik deze trip met V moest doen. Was het mijn ego die dat zei? Dacht ik dat ik het wel aan kon? Heb ik psychedelica voor de zoveelste keer onderschat?
Wat moet ik nu. Als ik iets heb geleerd is het wel dat weerstand alleen maar averechts werkt. Maar dit kan toch niet? Dit gaat zo ondraaglijk worden. Ik zal gaan schreeuwen, krijsen, onbedaarlijk huilen, mezelf tegen de muren opgooien terwijl ik gemarteld, uit elkaar getrokken, verbrand, verkracht en verwrongen zal worden. En voor hoe lang? Uren?
Tegelijkertijd zal ik het hoogst mogelijke ervaren. Het aller- allermooiste wat er bestaat, de ultieme euforie, de hoogst mogelijke verlichting. Dit is heilig, dit is een ongelooflijk voorrecht, en nu krijg ik dit, zomaar VOOR DE TWEEDE KEER in mijn schoot geworpen.
En dat terwijl V een veel hogere dosering truffels heeft genomen. Dit kan ik toch niet maken? Ik zal mezelf totaal voor schut zetten met het kabaal wat ik zal maken, ik zal de trip van V ruineren, het moet allemaal weer om mij draaien. De buren zullen 112 bellen als ze me zo tekeer horen gaan. Als ik hier in mee ga, gaat het hier helemaal uit de hand lopen. Nee, ik kan hier niet in mee gaan.
Toch wordt het sterker en sterker. Als ik mijn ogen sluit, zie ik het weer en herinner ik me plots weer allemaal details die ik niet had onthouden. Alle levens die samenkomen tot één. Allemaal stipjes die één grote stip worden. De kracht in mijn lichaam bouwt verder op. Met mijn ogen dicht voel ik direct de geladen energie, het ‘ondraaglijke’, toenemen. Ik voel weer een glimp van de emoties van toen en het voelt nu al bijna ondraaglijk. Ik hou mijn ogen open en beweeg mijn ogen snel heen en weer om er niet in vast te komen. En zelfs dan neemt het toe, maar dan langzamer. Ik zie het op de muur voor me. Het staat voor me klaar en wacht tot ik de knop in druk, als een youtube video waarbij je enkel nog op ‘play’ hoeft te drukken. V vraagt of ik een keus heb of niet. Ik zeg: “ik denk het niet. Ik kan het enkel vertragen.”
Ik moet nadenken, dus ik probeer het uit alle macht te vertragen. Ik weet precies wat me te wachten staat. Met één verschil: deze keer zal ik het heel langzaam en heel bewust meemaken. Dit keer zit ik nog in mijn lichaam, dit keer kan ik er iets van vinden, dit keer kan ik me ertegen verzetten. De vorige keer overkwam het me gewoon. Deze keer zal ik constant bewust de keuze moeten maken hier doorheen te gaan. En dat vergt alle moed van de wereld. Letterlijk. Alle moed van de wereld die ooit door alle mensen is gevoeld.
Ik krijg de vraag, duidelijker kan niet.
“Ga je de uitdaging aan?”
Ik weet dat alles hier om draait. Dit is waar alle levens voor zijn geleid. Als ik dit heb gedaan dan is het klaar, daar waar ik zo naar heb verlangd, dat alle cyclussen geleefd zijn en ik explodeer in een nieuw universum. Eindelijk zal de realiteit zoals we die kennen voorgoed voorbij zijn, Het Doel bereikt, alle lessen geleerd. Ik zal hier niet meer terugkomen en dat is goed. Ben je bereid alle zonden van alle mensen te dragen, en als Jezus te sterven aan het kruis?
Ik durf niet. Alle zonden van alle mensen? Dat kan ik niet aan, dat kan ik echt niet aan. Zo veel ondraaglijke pijn. Maar ik moet het doen. Dit gebeurt niet voor niets, ooit heb ik hier ‘ja’ tegen gezegd. Ik heb dit altijd al gewild en ooit gaat het sowieso gebeuren. Ik ben nog moed aan het verzamelen. Maar V dan? En de buren?
Gossie. Wat moet ik hier nu op antwoorden?
Mijn briljante antwoord luidt: daar moet ik nog even over nadenken.
Steeds meer neig ik naar ‘ja’. Ik wil zeggen tegen V: “sorry, maar ik moet dit doen.” Ik wil mezelf van de bank gooien, de grond op, en ik weet dat ik zal beginnen te spartelen als een vis op het droge zodra ik mijn ogen sluit. Nog iets meer moed verzamelen, me over de schaamte heen zetten.
En dan ineens…. val ik. Omlaag en omlaag. Door wit licht, door verschillende frequenties, lager en lager. Ik val neer tussen de zachte bladeren.
Het is weg. De uitdaging is weg. Het Goddelijke is weg. Ik ben in een doodgewone paddo trip beland. Het is weg en het komt niet meer terug.
Opluchting en teleurstelling tegelijk. Ik kan mezelf wel voor m’n kop slaan. Ik dacht dat ik nog meer tijd had om na te denken. Waarom heb ik niet gelijk JA gezegd? Lafbek. Ongelooflijke lafbek. Nu had je eindelijk de kans, datgene waar je het allemaal voor doet. EN DAN WACHT JE TE LANG!! Ongelooflijke idioot. Ik weet ook dat dit niet meer terug zal komen. Dat ik deze kans niet nogmaals zal krijgen, niet op deze manier, zo op een presenteerblad aangereikt. Ik zal me eerst weer door alle frequenties heen moeten worstelen, vele mensenlevens leiden nog, langzaam omhoog tot ik alles heb gedaan. Ik zal nooit meer zo maar bovenaan komen. Ik heb mijn kans gehad. De kans der kansen. En ik heb hem niet aangepakt.
Tegelijkertijd overvalt een intens dankbaar gevoel me. Dat ik hier even van heb mogen proeven. De ongelooflijke kracht van de Bron heb mogen voelen. Daar even heb mogen zijn. Het is zo tragisch, ontroerend en ook wel weer prachtig mooi. Oh, wat ben ik stom. Ik was er blijkbaar toch nog niet klaar voor. Moet weer mens zijn. Ik ben nog niet zo ver als Jezus. Er zal een dag komen dat ik vrijwillig zal sterven aan het kruis en ik alle zonden op me zal nemen. Maar die dag was blijkbaar niet vandaag.
Mijn trip is nu goed te handelen. Er komen inzichten, typische paddo inzichten. Leuk, maar het stelt natuurlijk niets voor in vergelijking met de frequentie van het Goddelijke. Toch is de Kracht, of de Bron, datgene wat bovenaan staat, nog niet helemaal weg. Als ik me er op concentreer wordt het groter. Het is heilig en gaat zo ver terug. Verschillende culturen, de Bijbel, eeuwenoude rituelen, ik slinger heen en weer door verschillende tijden en verschijningen welke zich afspelen in een piramide van frequenties. En er is altijd één overeenkomst: de verering van het Goddelijke. Het is zo ongrijpbaar en tegelijkertijd is het iets wat er altijd is en altijd zal zijn. Een ongelooflijke kracht gaat er door mijn lijf, het is nergens mee te vergelijken. En dat slecht van één glimp, want ik zit vele tredes lager dan aan het begin van de trip. De kracht van Het Geheel is absoluut niet voor te stellen.
Ik kom in een wereld van oorlog, van trollen, van nare donkere wezens. Er wordt hier een jarenlange strijd uitgevochten, het gaat er hard aan toe. Vlagen van misselijkheid komen bij me omhoog, de negatieve energieën bedwelmen me. Het is net zo echt als het Goddelijke, maar het zit lager. Lager in de piramide. Ik moet oppassen dat ik me er niet in mee laat voeren. Als ze me meeslepen zie ik straks niet meer dat ik er uit kan komen en dan lijkt het alsof er niets anders is dan die wereld. Ik richt me op mijn adem. Ik richt me op mijn kracht. Heilige sferen voel ik over me heen komen. Eén klein sprankje licht is al zo krachtig dat het me de frequentie kan doen overstijgen. Eén klein sprankje maar en de kracht in mijn lijf wordt zo hevig, mijn geest wordt kort aangeraakt, en ik vlieg omhoog, het volgende level in. Vertrouwen. Liefde. Dat is de sleutel. De sleutel die elke deur opent.
Ik kom weer ergens anders. Val soms omlaag, terug door het bladerdak. Soms krijg ik de meest simpele inzichten uit het dagelijks leven, die zich met name richten op het in contact staan met andere mensen. Soms krijg ik juist hele kosmische, levensoverstijgende inzichten. En alles wat daar tussenin zit. Soms wordt de sfeer heel naar, viezig, donker en dan neemt de misselijkheid weer toe. Ik voel me zo nederig. Nog nooit is een trip zo compleet geweest. Met inzichten op alle niveaus, van laag naar hoog en van simpel tot zeer complex.
Het is een spel. Een spel van frequenties. Aan de top zal ik niet meer komen, maar ik kan mezelf wel omhoog werken. Door goed en kwaad, door licht en donker, door kleine en grote machten. Tot ik weer val. En weer opklim. En weer val. Het is net een computerspel, maar toch is het me heel duidelijk dat alles wat ik ervaar echt is. Het is allemaal echt, het speelt zich alleen af op verschillende frequenties. Als je niet in contact staat met God zie je niet dat er meer is dan datgene waar je je in bevindt. Kom in contact met God, jezelf feitelijk, en het bewustzijn breidt zich uit, verruimt, overstijgt.
Ik drijf verder op de golven van mijn trip, en het voelt zo kwetsbaar, eerlijk en puur. Ik laat de emoties er zijn. Soms huil ik omdat het zo mooi is. En soms omdat het gewoon zo verdrietig is. Soms moet ik lachen om iets belachelijks. En soms gaat huilen direct over in lachen en dan weer andersom. Maar het is goed. Het mag er zijn. Ik berust me in alles wat komt en deze staat van perfecte acceptatie is prachtig.
Ik denk na over wat ik wil in mijn leven. Probeer alle overpeinzingen op een rijtje te zetten. Raar om met zoiets aards bezig te zijn terwijl ik tegelijkertijd getuige ben van een oorlog tussen nare wezens in het riddertijdperk. En dat voelt dan weer raar om mee bezig te zijn omdat ik gefaald heb de allergrootste uitdaging die er bestaat aan te gaan en als ik me dat bedenk doet eigenlijk niets anders er meer toe.
De golven van mijn trip worden langzaam wat minder intens. Ik moet even opstaan, even lopen. Ik ben me ineens pijnlijk bewust van de gruwelijke rugpijn, heb het gevoel dat ik dagen zonder water in de brandende woestijn heb gelegen en mijn blaas staat ook nog eens op knappen. Oh, wat een uitputtingsslag weer. Ik sta op, loop wat heen en weer. Ga naar de wc. Als ik wc-papier af wil scheuren flikkert de hele houder van de muur waarbij ik me in moet houden niet keihard in lachen uit te barsten. Als ik terug kom vraagt V verschrikt of alles wel goed is. Het gaat goed en ik bied hem wat te drinken aan, want ook hij zal spoedig sterven aan uitdroging als hij niet drinkt. Drinken inschenken in de keuken is nog een te ingewikkelde gedachte blijkbaar dus ik kijk rond of ik ergens wat te drinken zie. Dan zie ik het lichtgevende glas met groene LED-lampjes, gevuld met water, die ik voorafgaand aan de trip op tafel had gezet. Ik geef hem aan V, die hem dankbaar aanneemt. Ik weet niet precies waarom, maar na alle heftigheid voelt dit zo absurd en random aan dat we tegelijk keihard in lachen uitbarsten. We lachen en lachen, ik krijg geen lucht, de tranen rollen over mijn wangen en ik kan niet stoppen. Als het me even lukt het tegen te houden komt het een paar seconden later driedubbel zo hard weer terug. De klassieke paddo-lachbuifase is aangebroken. De luchtigheid is een welkome afwisseling. Ik zie hoe V uit alle macht probeert het glas recht te houden, dus na een tijdje neem ik het maar weer van hem over en zet het op tafel. Ik geloof niet dat het hem is gelukt een slok te nemen.
V heeft het heftigste deel van zijn trip nu gehad. Hij kan er nog niet veel over zeggen, behalve dat het heftig was en dat dit niet zomaar een tripje was. “En hoe was jouw trip dan?” vraagt hij met zijn typische accentje. Ik denk na, maar ik kan geen enkele omschrijving vinden die ook maar in de buurt komt van hoe mijn trip was. “Ja, mooi” zeg ik dan maar. We kijken elkaar aan en opnieuw volgt een meedogenloze lachbui. Het dekt ZO de lading NIET!
Ik kan niet meer zitten op de bank, m’n rug doet zo’n pijn. Ik ga liggen op de dekens op de grond. V doet een poging naar de wc te gaan. Als hij opstaat zie ik hoe verhit hij er uit ziet en hij zwalkt alle kanten op. Als hij terugkomt gooit hij zichzelf neer op de grond naast mij.
Ruimte om na te denken over wat er allemaal is gebeurd. Het ene na het andere praktische inzicht komt. De truffels tonen me op een uitnodigende manier hoe ik al deze lessen toe kan passen in het dagelijks leven. Ik mag zelf beslissen wat ik ga doen en hoe ik het ga doen, ik krijg enkel een vriendelijk zetje de goede kant op. Zo veel om mee aan de slag te gaan! Zo veel wat ik niet goed heb gedaan de laatste tijd. Zo veel wat ik wil verbeteren aan mezelf en zo veel idealen waar ik me voor in wil zetten. En ik heb ook écht zin om ermee aan de slag te gaan. De truffels laten me zien dat ik eerst bij mezelf moet beginnen, zelfzorg, want anders val ik om. Daarna komt de rest.
Ik ben diep geroerd. Deze trip is zo’n enorm geschenk. Ik blijf maar prachtige geschenken krijgen de laatste tijd. Waar verdien ik dat aan? Het leven is zo mooi. En als ik voorbij de laag van dingen die ik niet goed doe kijk, zie ik dat ik zelf ook mooi ben. Ik zie mezelf, stralend, zonder de blokkades die me nog steeds teisteren. En ik merk dat ik, diep van binnen, eigenlijk best leuk ben. Het komt er alleen zo vaak niet uit. Ik ben gevormd door veel dingen, maar steeds meer herken ik ze als niet van mijzelf, en steeds meer kan ik ze daardoor van me afwerpen. Ik ben 30 jaar en nu pas begin ik mezelf een beetje te leren kennen.
We drijven weg op de naweeën van de trip terwijl de gapen elkaar steeds sneller opvolgen. Uiteindelijk lukt het me mezelf ertoe te verzetten op te staan, de lampjes uit te doen, een douche te nemen en naar bed te gaan. Wat een reis hebben we deze avond weer afgelegd. Wat de toekomst gaat brengen weet ik niet, maar hier in het nu is alles precies zoals het moet zijn.
20 gram truffels + passiebloem (MAO-remmer) + bobinsana (plant teacher).
We wegen 30 gram truffels voor V af, en 20 gram truffels voor mij. V maakt thee van de passiebloem en bobinsana. Lekker theeleuten met een bakje truffels die best door zouden kunnen gaan voor nootjes. Jammer dat V het theezeefje niet heeft gebruikt waardoor ik mijn best moet doen om niet half te stikken in de passiebloem en bobinsana die in de thee ronddrijven.

Na een kwartier voel ik eigenlijk al dat me heel wat te wachten staat, maar ik ben nog in ontkenning. Het zal toch niet… nee, het zal toch niet. Ik ga naar de wc om het van me af te schudden, maar ik herken precies wat dit is. Ik ga op de bank zitten en het wordt sterker. Ik voel een sterke druk op mijn hoofd en ik word vastgezet in de bank. Het eerste wat ik herken is het geluid. Het 5-MeO-DMT geluid. Nee. De bodyload herken ik ook direct. Nee, dat kan niet. Ik begin het nu al te voelen. Het licht, de kracht. Het Goddelijke.
Dit was mijn angst eigenlijk al. Dat het weer terug zou komen. De 5-MeO-DMT ervaring van 3 weken hiervoor was zo heftig dat ik het niet nog een keer aan kan. Ik wist ook wel dat ik die trip nog niet had verwerkt. En toch voelde ik dat ik deze trip met V moest doen. Was het mijn ego die dat zei? Dacht ik dat ik het wel aan kon? Heb ik psychedelica voor de zoveelste keer onderschat?
Wat moet ik nu. Als ik iets heb geleerd is het wel dat weerstand alleen maar averechts werkt. Maar dit kan toch niet? Dit gaat zo ondraaglijk worden. Ik zal gaan schreeuwen, krijsen, onbedaarlijk huilen, mezelf tegen de muren opgooien terwijl ik gemarteld, uit elkaar getrokken, verbrand, verkracht en verwrongen zal worden. En voor hoe lang? Uren?
Tegelijkertijd zal ik het hoogst mogelijke ervaren. Het aller- allermooiste wat er bestaat, de ultieme euforie, de hoogst mogelijke verlichting. Dit is heilig, dit is een ongelooflijk voorrecht, en nu krijg ik dit, zomaar VOOR DE TWEEDE KEER in mijn schoot geworpen.
En dat terwijl V een veel hogere dosering truffels heeft genomen. Dit kan ik toch niet maken? Ik zal mezelf totaal voor schut zetten met het kabaal wat ik zal maken, ik zal de trip van V ruineren, het moet allemaal weer om mij draaien. De buren zullen 112 bellen als ze me zo tekeer horen gaan. Als ik hier in mee ga, gaat het hier helemaal uit de hand lopen. Nee, ik kan hier niet in mee gaan.
Toch wordt het sterker en sterker. Als ik mijn ogen sluit, zie ik het weer en herinner ik me plots weer allemaal details die ik niet had onthouden. Alle levens die samenkomen tot één. Allemaal stipjes die één grote stip worden. De kracht in mijn lichaam bouwt verder op. Met mijn ogen dicht voel ik direct de geladen energie, het ‘ondraaglijke’, toenemen. Ik voel weer een glimp van de emoties van toen en het voelt nu al bijna ondraaglijk. Ik hou mijn ogen open en beweeg mijn ogen snel heen en weer om er niet in vast te komen. En zelfs dan neemt het toe, maar dan langzamer. Ik zie het op de muur voor me. Het staat voor me klaar en wacht tot ik de knop in druk, als een youtube video waarbij je enkel nog op ‘play’ hoeft te drukken. V vraagt of ik een keus heb of niet. Ik zeg: “ik denk het niet. Ik kan het enkel vertragen.”
Ik moet nadenken, dus ik probeer het uit alle macht te vertragen. Ik weet precies wat me te wachten staat. Met één verschil: deze keer zal ik het heel langzaam en heel bewust meemaken. Dit keer zit ik nog in mijn lichaam, dit keer kan ik er iets van vinden, dit keer kan ik me ertegen verzetten. De vorige keer overkwam het me gewoon. Deze keer zal ik constant bewust de keuze moeten maken hier doorheen te gaan. En dat vergt alle moed van de wereld. Letterlijk. Alle moed van de wereld die ooit door alle mensen is gevoeld.
Ik krijg de vraag, duidelijker kan niet.
“Ga je de uitdaging aan?”
Ik weet dat alles hier om draait. Dit is waar alle levens voor zijn geleid. Als ik dit heb gedaan dan is het klaar, daar waar ik zo naar heb verlangd, dat alle cyclussen geleefd zijn en ik explodeer in een nieuw universum. Eindelijk zal de realiteit zoals we die kennen voorgoed voorbij zijn, Het Doel bereikt, alle lessen geleerd. Ik zal hier niet meer terugkomen en dat is goed. Ben je bereid alle zonden van alle mensen te dragen, en als Jezus te sterven aan het kruis?
Ik durf niet. Alle zonden van alle mensen? Dat kan ik niet aan, dat kan ik echt niet aan. Zo veel ondraaglijke pijn. Maar ik moet het doen. Dit gebeurt niet voor niets, ooit heb ik hier ‘ja’ tegen gezegd. Ik heb dit altijd al gewild en ooit gaat het sowieso gebeuren. Ik ben nog moed aan het verzamelen. Maar V dan? En de buren?
Gossie. Wat moet ik hier nu op antwoorden?
Mijn briljante antwoord luidt: daar moet ik nog even over nadenken.
Steeds meer neig ik naar ‘ja’. Ik wil zeggen tegen V: “sorry, maar ik moet dit doen.” Ik wil mezelf van de bank gooien, de grond op, en ik weet dat ik zal beginnen te spartelen als een vis op het droge zodra ik mijn ogen sluit. Nog iets meer moed verzamelen, me over de schaamte heen zetten.
En dan ineens…. val ik. Omlaag en omlaag. Door wit licht, door verschillende frequenties, lager en lager. Ik val neer tussen de zachte bladeren.
Het is weg. De uitdaging is weg. Het Goddelijke is weg. Ik ben in een doodgewone paddo trip beland. Het is weg en het komt niet meer terug.
Opluchting en teleurstelling tegelijk. Ik kan mezelf wel voor m’n kop slaan. Ik dacht dat ik nog meer tijd had om na te denken. Waarom heb ik niet gelijk JA gezegd? Lafbek. Ongelooflijke lafbek. Nu had je eindelijk de kans, datgene waar je het allemaal voor doet. EN DAN WACHT JE TE LANG!! Ongelooflijke idioot. Ik weet ook dat dit niet meer terug zal komen. Dat ik deze kans niet nogmaals zal krijgen, niet op deze manier, zo op een presenteerblad aangereikt. Ik zal me eerst weer door alle frequenties heen moeten worstelen, vele mensenlevens leiden nog, langzaam omhoog tot ik alles heb gedaan. Ik zal nooit meer zo maar bovenaan komen. Ik heb mijn kans gehad. De kans der kansen. En ik heb hem niet aangepakt.
Tegelijkertijd overvalt een intens dankbaar gevoel me. Dat ik hier even van heb mogen proeven. De ongelooflijke kracht van de Bron heb mogen voelen. Daar even heb mogen zijn. Het is zo tragisch, ontroerend en ook wel weer prachtig mooi. Oh, wat ben ik stom. Ik was er blijkbaar toch nog niet klaar voor. Moet weer mens zijn. Ik ben nog niet zo ver als Jezus. Er zal een dag komen dat ik vrijwillig zal sterven aan het kruis en ik alle zonden op me zal nemen. Maar die dag was blijkbaar niet vandaag.
Mijn trip is nu goed te handelen. Er komen inzichten, typische paddo inzichten. Leuk, maar het stelt natuurlijk niets voor in vergelijking met de frequentie van het Goddelijke. Toch is de Kracht, of de Bron, datgene wat bovenaan staat, nog niet helemaal weg. Als ik me er op concentreer wordt het groter. Het is heilig en gaat zo ver terug. Verschillende culturen, de Bijbel, eeuwenoude rituelen, ik slinger heen en weer door verschillende tijden en verschijningen welke zich afspelen in een piramide van frequenties. En er is altijd één overeenkomst: de verering van het Goddelijke. Het is zo ongrijpbaar en tegelijkertijd is het iets wat er altijd is en altijd zal zijn. Een ongelooflijke kracht gaat er door mijn lijf, het is nergens mee te vergelijken. En dat slecht van één glimp, want ik zit vele tredes lager dan aan het begin van de trip. De kracht van Het Geheel is absoluut niet voor te stellen.
Ik kom in een wereld van oorlog, van trollen, van nare donkere wezens. Er wordt hier een jarenlange strijd uitgevochten, het gaat er hard aan toe. Vlagen van misselijkheid komen bij me omhoog, de negatieve energieën bedwelmen me. Het is net zo echt als het Goddelijke, maar het zit lager. Lager in de piramide. Ik moet oppassen dat ik me er niet in mee laat voeren. Als ze me meeslepen zie ik straks niet meer dat ik er uit kan komen en dan lijkt het alsof er niets anders is dan die wereld. Ik richt me op mijn adem. Ik richt me op mijn kracht. Heilige sferen voel ik over me heen komen. Eén klein sprankje licht is al zo krachtig dat het me de frequentie kan doen overstijgen. Eén klein sprankje maar en de kracht in mijn lijf wordt zo hevig, mijn geest wordt kort aangeraakt, en ik vlieg omhoog, het volgende level in. Vertrouwen. Liefde. Dat is de sleutel. De sleutel die elke deur opent.
Ik kom weer ergens anders. Val soms omlaag, terug door het bladerdak. Soms krijg ik de meest simpele inzichten uit het dagelijks leven, die zich met name richten op het in contact staan met andere mensen. Soms krijg ik juist hele kosmische, levensoverstijgende inzichten. En alles wat daar tussenin zit. Soms wordt de sfeer heel naar, viezig, donker en dan neemt de misselijkheid weer toe. Ik voel me zo nederig. Nog nooit is een trip zo compleet geweest. Met inzichten op alle niveaus, van laag naar hoog en van simpel tot zeer complex.
Het is een spel. Een spel van frequenties. Aan de top zal ik niet meer komen, maar ik kan mezelf wel omhoog werken. Door goed en kwaad, door licht en donker, door kleine en grote machten. Tot ik weer val. En weer opklim. En weer val. Het is net een computerspel, maar toch is het me heel duidelijk dat alles wat ik ervaar echt is. Het is allemaal echt, het speelt zich alleen af op verschillende frequenties. Als je niet in contact staat met God zie je niet dat er meer is dan datgene waar je je in bevindt. Kom in contact met God, jezelf feitelijk, en het bewustzijn breidt zich uit, verruimt, overstijgt.
Ik drijf verder op de golven van mijn trip, en het voelt zo kwetsbaar, eerlijk en puur. Ik laat de emoties er zijn. Soms huil ik omdat het zo mooi is. En soms omdat het gewoon zo verdrietig is. Soms moet ik lachen om iets belachelijks. En soms gaat huilen direct over in lachen en dan weer andersom. Maar het is goed. Het mag er zijn. Ik berust me in alles wat komt en deze staat van perfecte acceptatie is prachtig.
Ik denk na over wat ik wil in mijn leven. Probeer alle overpeinzingen op een rijtje te zetten. Raar om met zoiets aards bezig te zijn terwijl ik tegelijkertijd getuige ben van een oorlog tussen nare wezens in het riddertijdperk. En dat voelt dan weer raar om mee bezig te zijn omdat ik gefaald heb de allergrootste uitdaging die er bestaat aan te gaan en als ik me dat bedenk doet eigenlijk niets anders er meer toe.
De golven van mijn trip worden langzaam wat minder intens. Ik moet even opstaan, even lopen. Ik ben me ineens pijnlijk bewust van de gruwelijke rugpijn, heb het gevoel dat ik dagen zonder water in de brandende woestijn heb gelegen en mijn blaas staat ook nog eens op knappen. Oh, wat een uitputtingsslag weer. Ik sta op, loop wat heen en weer. Ga naar de wc. Als ik wc-papier af wil scheuren flikkert de hele houder van de muur waarbij ik me in moet houden niet keihard in lachen uit te barsten. Als ik terug kom vraagt V verschrikt of alles wel goed is. Het gaat goed en ik bied hem wat te drinken aan, want ook hij zal spoedig sterven aan uitdroging als hij niet drinkt. Drinken inschenken in de keuken is nog een te ingewikkelde gedachte blijkbaar dus ik kijk rond of ik ergens wat te drinken zie. Dan zie ik het lichtgevende glas met groene LED-lampjes, gevuld met water, die ik voorafgaand aan de trip op tafel had gezet. Ik geef hem aan V, die hem dankbaar aanneemt. Ik weet niet precies waarom, maar na alle heftigheid voelt dit zo absurd en random aan dat we tegelijk keihard in lachen uitbarsten. We lachen en lachen, ik krijg geen lucht, de tranen rollen over mijn wangen en ik kan niet stoppen. Als het me even lukt het tegen te houden komt het een paar seconden later driedubbel zo hard weer terug. De klassieke paddo-lachbuifase is aangebroken. De luchtigheid is een welkome afwisseling. Ik zie hoe V uit alle macht probeert het glas recht te houden, dus na een tijdje neem ik het maar weer van hem over en zet het op tafel. Ik geloof niet dat het hem is gelukt een slok te nemen.
V heeft het heftigste deel van zijn trip nu gehad. Hij kan er nog niet veel over zeggen, behalve dat het heftig was en dat dit niet zomaar een tripje was. “En hoe was jouw trip dan?” vraagt hij met zijn typische accentje. Ik denk na, maar ik kan geen enkele omschrijving vinden die ook maar in de buurt komt van hoe mijn trip was. “Ja, mooi” zeg ik dan maar. We kijken elkaar aan en opnieuw volgt een meedogenloze lachbui. Het dekt ZO de lading NIET!
Ik kan niet meer zitten op de bank, m’n rug doet zo’n pijn. Ik ga liggen op de dekens op de grond. V doet een poging naar de wc te gaan. Als hij opstaat zie ik hoe verhit hij er uit ziet en hij zwalkt alle kanten op. Als hij terugkomt gooit hij zichzelf neer op de grond naast mij.
Ruimte om na te denken over wat er allemaal is gebeurd. Het ene na het andere praktische inzicht komt. De truffels tonen me op een uitnodigende manier hoe ik al deze lessen toe kan passen in het dagelijks leven. Ik mag zelf beslissen wat ik ga doen en hoe ik het ga doen, ik krijg enkel een vriendelijk zetje de goede kant op. Zo veel om mee aan de slag te gaan! Zo veel wat ik niet goed heb gedaan de laatste tijd. Zo veel wat ik wil verbeteren aan mezelf en zo veel idealen waar ik me voor in wil zetten. En ik heb ook écht zin om ermee aan de slag te gaan. De truffels laten me zien dat ik eerst bij mezelf moet beginnen, zelfzorg, want anders val ik om. Daarna komt de rest.
Ik ben diep geroerd. Deze trip is zo’n enorm geschenk. Ik blijf maar prachtige geschenken krijgen de laatste tijd. Waar verdien ik dat aan? Het leven is zo mooi. En als ik voorbij de laag van dingen die ik niet goed doe kijk, zie ik dat ik zelf ook mooi ben. Ik zie mezelf, stralend, zonder de blokkades die me nog steeds teisteren. En ik merk dat ik, diep van binnen, eigenlijk best leuk ben. Het komt er alleen zo vaak niet uit. Ik ben gevormd door veel dingen, maar steeds meer herken ik ze als niet van mijzelf, en steeds meer kan ik ze daardoor van me afwerpen. Ik ben 30 jaar en nu pas begin ik mezelf een beetje te leren kennen.
We drijven weg op de naweeën van de trip terwijl de gapen elkaar steeds sneller opvolgen. Uiteindelijk lukt het me mezelf ertoe te verzetten op te staan, de lampjes uit te doen, een douche te nemen en naar bed te gaan. Wat een reis hebben we deze avond weer afgelegd. Wat de toekomst gaat brengen weet ik niet, maar hier in het nu is alles precies zoals het moet zijn.