Het is alweer twee weken geleden, maar ik wilde toch nog even een klein stukje schrijven over mijn eerste ervaring met ETH-LAD. (Oké, "klein stukje" was de bedoeling. Weer niet gelukt.)
Setting: park, met een aantal mij voorheen onbekende DF-ers, warme zomermiddag, nuchtere maag. Ik denk dat het rond 16:00 was dat ik 200 mcg onder mijn tong deponeerde. Gewoon LSD maar dan net iets anders, dacht ik.
Nee, ik had het mis. Tijdens de opkomst merkte ik al dat er heel wat aan zat te komen. Ik kon de gesprekken nog wel volgen maar had steeds meer moeite om daar zelf aan deel te nemen. Ik voelde langzaamaan alle kracht uit mijn spieren wegvloeien. Ik wilde eigenlijk alleen maar languit in het gras liggen met mijn ogen dicht. Maar om niet onbeleefd richting de rest van het groepje te doen probeerde ik zoveel mogelijk rechtop te blijven zitten. Ondertussen was er een misselijkheid komen opzetten die steeds erger werd. Ik hoopte dat die misselijkheid tijdelijk zou zijn, maar hij werd enkel erger.
Ik ging even op mijn rug liggen en keek naar de bladeren van de kastanje boven mij. De bladeren leken getekend, alsof ik middenin een schilderij zat. Toen ik weer rechtop ging zitten begon een klein boompje even verderop van kleur te verschieten. Flikkerend als een kampvuur verschoot de boom telkens van groen naar rood. Boompje bloosde.
Het effect werd almaar sterker. En dat effect bestond voornamelijk uit vermoeidheid, misselijkheid en benauwdheid. Prettig was het niet. De opkomst bleef maar duren en duren, ik had geen besef van tijd meer maar het leek of het uren achtereen alleen maar heftiger bleef worden.
Alles verschrompelde. Het vlees op mijn botten leek ineen te krimpen, uit te drogen, en in korrels op de grond te vallen. Mijn botten werden steeds brozer en brokkelden af. Mijn lichaam werd te zwaar om rechtop te blijven, en weer moest ik op mijn rug gaan liggen. Mijn spieren hadden geen kracht meer, en ik werd zo zwaar dat mijn lichaam volledig tot stof verging en uitvloeide over het gras totdat er nog maar een dun plakkaat van mij over was. Keek ik naar mijn vingers, dan waren deze heel dun en lang, enkel nog bot met een heel dun laagje vel. Mijn armen net zo.
Een dergelijke mindfuck heb ik op hoge doses LSD ook weleens meegemaakt, maar niet zo heftig als dit.
Vooral de misselijkheid was een spelbreker. Meerdere keren dacht ik dat ik moest kotsen, maar ik wist dat ik de dixi 50 meter verderop toch niet zou halen. Dus ik hoopte dat ik het binnenhield.
Deelnemen aan het gesprek kon ik onmogelijk. Overeind blijven ook niet meer. Dit was duidelijk teveel.
Een visuele mindfuck die ik op een hoge dosis LSD eens eerder had meegemaakt diende zich aan. Het leek alsof ik door een sterke lens keek. Meer als een glazen bol. Alles recht voor me werd enorm uitvergroot, alles eromheen werd verkleind en de horizon kromde zich rond mijn blikveld. Het maakte het lastig me ergens op te concentreren, want wanneer ik er iets naast keek, verdween het sterk verkleind naar de rand van mijn blikveld.
Er ontstond een nieuwe mindfuck, die ik nooit eerder had meegemaakt. Ik ben heel benieuwd of iemand dit ooit eerder heeft meegemaakt op wat dan ook voor middel.
Wat er gebeurde was dat ik alle gedachten die ik had hardop hoorde uitspreken. De stem die het uitsprak herkende ik niet, maar het was niet de mijne. Alles wat ik dacht, hoorde ik met enkele seconden vertraging uitspreken. Ik was ervan overtuigd dat deze stem echt was, en dus ook voor anderen hoorbaar was. De stem die mijn gedachten uitsprak, werd af en toe ook beantwoord door een andere stem.
De eerste gedachte die in mij opkwam was - begrijpelijkerwijs: "Fuck, nu kan iedereen horen wat ik denk." Meteen daarna een andere stem die antwoordde: "Ja, iedereen kan dit horen. Dus ik zou maar oppassen met waar je aan denkt!" Gedachten die door mijn hoofd spookten waren: "Hoe kan dit? En luisteren de anderen mee? Of zitten ze niet op te letten? O, ik hoop maar dat ze niet op zitten te letten. En waar komt die stem vandaan?" En enkele seconden later, als bij een slechte nasynchronisatie, weerklonken deze gedachten hardop.
"Oke, niet denken aan dingen die ik niet aan anderen zou willen vertellen. Niks persoonlijks denken nu. Maar probeer maar eens ergens niet aan te denken. Dan krijg je het juist niet uit je hoofd. Waar wil ik dan niet aan denken? Nee, niet over nadenken. Iedereen hoort dit. Ik word gek!"
Er volgden dialogen. Helaas, anderen hadden mijn gedachten gehoord en haakten erop in. Ik werd zelfs uitgedaagd: "Ja, denk maar eens aan al je geheimen. Dan kunnen we allemaal meeluisteren. Kom maar, toe maar, denk maar aan alle dingen die je liever voor jezelf houdt!" Ik vocht ertegen, bedacht me dat ik sterker was dan deze stemmen, en deed mijn best om mijn gedachten oppervlakkig te houden. Al mijn gedachten, zelfs al waren het flarden, weerklonken hardop. Woord voor woord. "Laat dit snel over zijn. Ik kan het niet uren volhouden om niet aan persoonlijke dingen te denken. Daag me niet uit. Ik wil dit niet."
Een tijdje later, geen idee hoeveel tijd er verstreken was. Het was nog immer heftiger aan het worden. Hoe erg wordt dit wel niet?
Nu echt kotsen. Waar dan? Ik kwam met al mijn kracht overeind, en het lukte me om op te staan. Nu 50 meter lopen, over een grasveld waar overal mensen zaten, waar ik dus niet overheen moest struikelen. Stapje voor stapje. Mijn kracht vloeide elke seconde verder weg. Het had al mijn kracht gekost om op te staan, het stuk lopen was teveel. Toch probeerde ik het. Mijn loopje ging in slakkengang, zigzag, als ware het een stevige ketawalk. Ik zakte steeds verder door mijn benen wat mijn lopen er niet charmanter op maakte. Toen ik bijna bij de dixi was sloeg de paniek toe. Wat als de dixi bezet is? Wat als mensen mij aanspreken? Wat als mensen mij horen kotsen? Wat als ik het laatste stukje lopen niet haal en ik letterlijk door mijn benen zak? Ik moest nog een meter of 10 lopen maar ik voelde dat ik het niet meer ging halen. Ik leunde op een hek of een afvalbak of wat het ook was, zakte door mijn knieën, maar ik spoorde mezelf meteen aan om hier niet neer te vallen maar toch weer op te staan. Dat lukte met al mijn kracht. Maar wat deed ik hier? Ik wist het niet meer. Ik wilde terug naar ons plekje in het gras, hier waren allemaal vreemde mensen. En ik zette mezelf enorm te kijk door zo door mijn benen te zakken. Ongekotsterzake sjokte ik terug en opeens kwam er een momentje van positieve energie. Eindelijk zag ik het positief in, vond ik het eigenlijk wel heel erg grappig allemaal. Ik zag dat iemand van ons groepje de kleedjes aan het herschikken was, waarschijnlijk om ze in de schaduw te leggen. Ik besloot maar even op een bankje te gaan zitten en daar zat ik dan, net een jezuseind gelopen om iets te doen waarvan ik niet meer wist wat, met huid verschrompeld tot op mijn botten, met al mijn kracht had ik een bankje bereikt, en vanaf het bankje kon ik het parkje overzien waar ik zojuist waarschijnlijk ieders aandacht had getrokken met mijn dronkemanswaggel. En het kon me ook eigenlijk helemaal niks schelen. Vanaf het bankje meende ik ook een aantal van ons groepje te zien die behoorlijk in andere sferen over het grasveldje rondliepen op zoek naar weet ik het wat. Ik was niet de enige die ver heen was.
Wat er daarna gebeurd is weet ik nauwelijks meer. Slechts flarden. Vlak na het euforische momentje kwam ik terug in een bad trip en een nieuwe vlaag van misselijkheid herinnerde me eraan dat ik van plan was te kotsen maar de dixi niet had gehaald. Ik herinner me dat ik uiteindelijk een pannekoek had neergelegd naast een boom. Meer een poffertje dan, want ik had die dag nog niets gegeten. Op de vraag of het nog wel goed met me ging antwoordde ik dat het veel te heftig was en de misselijkheid maar niet over ging. Ik maakte me continu zorgen over mijn staat van zijn, aangezien we ons wel in een openbaar en druk bezocht park bevonden. Ik kreeg een object aangereikt.
"Wat moet ik hiermee?"
"Die moet je inslikken."
"Zo in zijn geheel?"
"Nee, het is een doordrukstrip."
"Snap ik niet."
"Ik doe het wel voor je. Hier, zo inslikken."
Later kreeg ik nog een vloeistof aangereikt die naar schoonmaakmiddel smaakte en ik niet tegen mijn misselijkheid in kreeg opgedronken. Een tweede poging lukte wel. Korte tijd later werd ik langzaamaan helderder, het voelde alsof ik wakker werd. Geen idee wat de tijd was, maar de werking was vrijwel opslag verdwenen. Weg misselijkheid, weg vermoeidheid, weg stemmen, en weg alle visuele effecten. Ik was nuchter.