In alle jaren dat ik nu psychedelica gebruik denk ik dat dit mijn meest allesomvattende, vredige, liefdevolle ontmoeting met entiteiten was. Na al mijn zware trips van de afgelopen tijd wil ik nu graag deze prachtige ervaring delen. Helaas ben ik de meeste indrukken al kwijt én doen woorden ontzettend afbreuk aan de ervaring, maar ik ga toch mijn best doen het zo goed mogelijk te verwoorden.
Juli 2019
Tijd: 11.45 uur
DPT 60 mg nasaal
De voorbereidingen zijn getroffen. Ik doe de gordijnen dicht en zet de psytrance mix aan. Ik spreek mijn intenties in gedachten uit en haal nog één keer diep adem voordat ik de lijn van 60 mg rustig maar in één keer opsnuif. Zenuwen overvallen me een beetje, een nieuw middel, ben ik er echt klaar voor? Het voelt branderig in mijn keel en ik word wat misselijk van de smaak. Begin wat te ijsberen in de kamer, neem steeds een slok ijsthee als de smaak in mijn keel te vies wordt. Ga na 5 minuten naar de wc. Patronen op de tegeltjes ontstaan al, alsof ik aan het begin van een LSD trip zit.
De trip wordt snel visueel. Intens, maar ik voel me niet overvallen. Ik ben wel onrustig; wil ik zitten, wil ik liggen, wil ik bewegen, wil ik drinken, wil ik andere muziek, moet ik naar de wc? Wat wil ik ook alweer, waarom trip ik, wat wil ik hiermee? Mijn lichaam begint te trillen, ik begin te klappertanden, krijg lichte spierspasmen. Het voelt eigenlijk wel lekker op de muziek.
Ik voel de beperkingen van de klok. Ik probeer me vast te houden aan tijd. Ook al heb ik mijn horloge afgedaan en is de klok aan de muur allang niet meer te lezen, ik blijf kijken naar die klok en maak een inschatting van hoe laat het zou kunnen zijn. Laat die klok los, het doet er niet toe.
Het duurt niet lang voordat ik er volledig inzit. Ik ben keihard mee aan het trillen op de muziek. De muurschildering van een adelaar vliegt met veel energie door mijn kamer. Er gebeurt veel tegelijk visueel, het maakt weinig uit of mijn ogen open of dicht zijn. Ik ga compleet op in de muziek. Zo veel detail, zo veel lagen, hoe kan het toch dat we ons daar normaal niet bewust van zijn? Zo veel wat ik nu voel, zie en hoor wat ik normaal niet waar kan nemen, maar wat er wel altijd is. Ik ben me enorm bewust van alle sensaties van mijn lichaam en hoe ongelooflijk complex het lichaam en de aansturing daarvan in elkaar zit. Voel al van ver aankomen dat ik moet gapen, voel hoe alle lichaamsprocessen constant balans met elkaar zoeken, voel ruim van tevoren wanneer er een beweging aan zit te komen die ik normaal gesproken als onwillekeurig zou bestempelen. Ik zie hoe mijn hersenen mijn lichaam instructies geven en hoe ik daardoor nog prima kan functioneren als het nodig is. Ik zoom in, bekijk het leven binnenin mijn lichaam. Zie mijn spieren, het bloed wat door mijn aderen gepompt wordt. Vooral de spieren in mijn rug zijn goed zichtbaar, omdat ik me daar door de pijn het meest bewust van ben. Ik wil nog verder inzoomen, op celniveau. Ik zie een wereld in een wereld in een wereld. Ik wil het verder verkennen, maar er gebeurt zo veel dat ik het weer vergeet.
De geluiden van de muziek klinken zo niet-aards. Zo niet te beschrijven. Ik weet nog niet helemaal wat ik ervan vind. Maar ik hoef er ook niets van te vinden, ik moet het doorlopen. Het voelt mechanisch, leeg, er zitten energieën in die niet van mij zijn. Ik wil ze wel onderzoeken, maar vraag me af of ze me afleiden van mezelf.
Er komen een soort smerige associaties naar boven. Lomp, lelijk, oncharmant. Ook daar moet ik doorheen. En dan vervliegt het alweer, ik kan me niet op één ding focussen. Ik moet bewegen, ik moet meebewegen op de muziek. Teveel rugpijn om te staan, dan maar liggend meebewegen, mijn armen en vingers trillen hard mee op het ritme, het voelt goed, euforisch zelfs op sommige momenten. Toch voelt het onnodig, alleen maar voor de ‘leuk’. Ik had de muziek oorspronkelijk aangezet omdat het me naar plekken kan nemen die ik zelf niet kan bereiken, maar het weerhoudt me er nu juist van dieper te gaan. Ik heb het gevoel dat er boodschappen aankomen, dat ze een ingang zoeken, maar dat ik zo niet goed kan luisteren. Ik luister toch nog langer dan nodig is, totdat ik besef dat ik er niet naar luister omdat ik dat wil maar omdat andere mensen zeggen dat dit goed is, leuk is, stoer is, dat je er zo meer uit kan halen etc. Het komt van buiten mij. Ik heb dit niet nodig als houvast. Ik voel me vrij, ik ben niet bang, ik weet dat er nog vervelende aspecten aan gaan komen waar ik me doorheen moet worstelen maar laat ze maar komen.
De muziek is uit, ik haast me want ik voel dat er iets belangrijks zou kunnen gaan gebeuren en ik wil deze staat van zijn niet verliezen. Ik ga op de grond liggen met mijn ogen dicht. Nog te veel licht, ik moet met afsluiten van alles wat van buiten komt, trek de deken helemaal over me heen. Zo veel geluiden, onder mij, boven mij, in mij, zo veel bewustzijn op lagen waar ik normaal geen toegang tot heb. Alles wat ik aandacht geef groeit. Welke kant ik ook op ga, het wordt groter. Focus je op het nu. Lichaamsfuncties gaan op automatische piloot, als ik het benauwd krijg kom ik onbewust ineens in actie en sla de deken van me af. Daar hoef ik me dus geen zorgen over te maken.
Zonder dat ik het bewust probeer kom ik in een soort meditatieve staat terecht. Ik ben me er pas bewust van als ik er even uit ben, als er gedachten of invloeden voorbij komen die niet van mij zijn maar van dit aardse leven. Zoals invloeden van de maatschappij, muziek in mijn hoofd, oordelen van mezelf of anderen, reclameborden of gesprekken met mensen in mijn hoofd. Maar waar was ik toen in die gedachten niet had?
Ik voel mijn zelfvertrouwen groeien. Als ik naar mezelf luister weet ik de weg. Als ik naar mezelf luister hoeven anderen mij niet te vertellen hoe ik het moet doen. Ik kan mijn eigen keuzes maken. Alleen de hevige sensatie van rugpijn voel ik nog. Geeft niks. Blijf luisteren. Heel af en toe komen er nog prikkels voorbij die niet van mij zijn, de laatste laagjes niet-ik worden eraf gepeld.
Ik ben op een andere plek. Ik ben gekomen waar ik altijd wilde zijn. De plek waar ik alles over heb gelezen, gehoord en waarvan ik wel wist dat het er was, maar nooit écht was geweest. Het is tot leven gekomen. En het is allemaal waar, alle psychedelische clichés kloppen. Ik wil zo veel weten. Ik heb zo veel vragen. Doe alles om nog dieper te komen, het niet kwijt te raken. Ogen stijf dicht, druk mijn handen hard tegen mijn ogen, lig op mijn buik op de grond, deken volledig over me heen. Wil zo veel tegelijk dat ik mijn aandacht niet op één ding kan focussen en mezelf niet de tijd geef om het antwoord uit te zoeken. Ik ben onderdeel van een machine, een groter geheel. We zijn samen, zijn het entiteiten of staan ze op gelijke hoogte met mij? We voeren iets uit, we zorgen ervoor dat de machine op gang blijft. Het voelt neutraal. Er is geen contact, maar ik weet dat het wezens zijn. We doen ons werk, we functioneren. Opnieuw zie ik een wereld in een wereld in een wereld en zo eindeloos door.
Ik besef me dat ik dit allemaal creëer. Dat het er zo uitziet omdat ik denk dat het er zo uit zou moeten zien. ‘Ze’ zijn gekomen in een vorm die voor mij begrijpelijk en behapbaar is. Maar ze zijn vormeloos. Ik ben vormeloos. Dit is alleen maar mijn eigen interpretatie, mijn eigen referentiekader, iets waarvan ik denk dat het mogelijk is. Zo veel stemmetjes in mij, zo veel vragen en ook zo veel antwoorden. Ik probeer de antwoorden vast te houden, klamp me eraan vast, maar het gaat zo snel dat ik bijna alles direct weer vergeet. Te druk, te druk, word weer stil. Haal adem. Kom tot rust, zo kun je niet luisteren.
Ik word stiller en stiller. Plots vraag ik me af: wat nu als ik stil ben, helemaal nergens aan denk en helemaal nergens naar luister.. wat blijft er dan nog over van mij? Wat ben ik dan?
Het volgende beeld wat ik krijg is een soort samensmelten, mijn lijf met de rest, ik was uit een soort hout gesneden maar word er nu weer terug ingezet, er wordt nu met potlood een vierkant op het hout getekend, dat is mijn lichaam. De lijnen vervagen, er is geen duidelijk onderscheid tussen lichaam en de rest.
Ik voel iets heel warms door mijn hele lijf gaan, het omvat me, vult me volledig. Zo warm. Zo veel liefde. Het is een vrouwelijke entiteit. Ze is mijn moeder. Niet mijn aardse moeder, maar mijn universele moeder.
Ze is Goddelijk, haar warmte voelt Goddelijk, overvalt me, verbijsterd me, laat me stil vallen en neemt me helemaal mee. Zo zorgzaam, zo geborgen, zo veilig. Ik raak in extase, euforie, mentaal en fysiek. “Je bent er, mijn kind” lijkt ze te zeggen. Er is nog zo veel om te leren. Ik wil het allemaal zien. Ze is geduldig, lacht me liefdevol toe. "Alles op z’n tijd".
Nog steeds godsgruwelijk veel rugpijn, het enige wat me nog weerhoudt van complete oplossing. Wat is deze pijn, waar komt dit vandaan? Om daar antwoord op te krijgen moet ik eerst door heel veel shit heen, he? bedenk ik me. Ja, daar moet ik dwars doorheen. Het is smerig, lomp, pijnlijk, bizar, alles moet overhoop getrokken worden, gaan we hier echt doorheen? Ik ben er toe bereid. Maar de focus verschuift weer, het is nog te moeilijk, ik kan er geen grip op krijgen. “Het is nog te groot voor jou, mijn kind” zegt ze.
Vragen over mezelf dan. Wie ben ik? Niet in dit aardse leven, niet mezelf in relatie tot anderen, niet mijn persoonlijkheid. Mijn essentie. Ze laat het me zien, laat het me voelen. En dat ik óók alles om me heen ben. Dat ik zelf alles creëer. Dat ik háár ook ben of ga worden. En dat zij de vorm heeft van een moeder om het voor mij begrijpelijk te maken, maar dat ik dat zelf zo heb vormgegeven. Nog zo veel om te ontdekken. Ze laat me zien dat er nog veel meer mogelijk is, onvoorstelbaar meer dan ik ooit zou kunnen bevatten. Eindeloos.
Ik voelde alles wat ik met San Pedro niet voelde, alles waar ik anderen om heb benijd. Alles wat ik wilde, droomde, en nog meer. Nu ervaar ik het eindelijk zelf. En ik wil nog dieper komen.
Ik besef me dat muziek mijn zelfgekozen hulpmiddel is om beter bij mijn gevoelens te kunnen komen. Ik kom er nu niet goed bij, er zitten nog steeds stukken van mij op slot. Als ik dit aardse hulpmiddel nog even nodig heb, dan mag dat. Je leert het nog wel zonder. Hell, misschien leer je het zelfs nog zonder gebruik van psychedelica. Ik zet het album "Dreamtime Physics" van Entheogenic aan omdat ik denk dat deze bij mij past. Hemelse klanken. Met momenten word ik helemaal meegevoerd. Toch is het niet helemaal zoals ik ben, want het is niet door mij gemaakt, tenminste niet door deze versie van mezelf.
"Je kunt zelf ook muziek maken", zegt de entiteit. Je kunt alle muziek maken die je maar wilt, binnenin jezelf. Wat sluit er nu beter bij dit stukje van jezelf aan dan muziek die uit jezelf komt? En wist je al, dat je nu een lichaam hebt? Bedenk je eens wat je daar allemaal mee kan!
Ik zet de muziek snel uit, ga snel weer liggen. Ja, ik heb een lichaam, ik heb een lichaam en dat is niet voor niks! Ik heb een stem, om te zingen. Ik heb handen, om aan te raken. Ik heb benen, om te lopen. Ik heb longen, om te ademen. Ik kan zo veel met dit lichaam wat ik anders niet zou kunnen ervaren! Toch voel ik me mentaal vrij, maar fysiek nog niet. Durf nog niet vrij te bewegen, voluit te lachen van vreugde. "Dat komt nog, mijn kind". Het begint bij jezelf, in jezelf.
Wat was ik ook alweer voordat ik dit lichaam kreeg? Ik voel steeds verdere vermenging met de entiteit, de wezens en alles wat ik om me heen zie. Het is allemaal vervlochten, het is niet nodig om onderscheid te maken, het zijn enkel mijn eigen bedachte kaders. Ik ben los aan het komen, enkel die doordringende rugpijn voel ik nog. Ik kan het niet fixen, dus visualiseer ik dat ik het stuk van mijn rug wat pijn doet afknip en achterlaat. Ik vervlieg, verder en verder en verder, wit licht...
Dan ineens val ik, verder terug en terug, naar beneden, nog verder. Ik word teruggesmeten, alles wordt steeds leger, steeds vlakker. Ik zie mezelf plots staan in het midden van mijn woonkamer, ik zak door mijn knieën op de grond.
NEE.
NEEEEEEEEEEEEEEE!!!!!!!!!!
Nee!!!
Kom terug! Waar zijn jullie nou?!
Zo. Nu moet je het zelf weer uitzoeken. Leef, ervaar, zoals je zelf wilde. Je weet dat we er zijn, altijd. Ga nu je aardse leven leiden.
En weg zijn ze.
Ik lach en huil tegelijk. De schepping van het leven, zo prachtig, maar ook zo intens alleen ineens. Alles valt op z'n plek. Nu besef ik me pas dat ik net níet alleen was. De entiteiten, mijn moeder, nu ze er niet zijn weet ik pas dat ze er zijn geweest. En er ook altijd zullen zijn. Als ik enkel 'ben', dan voel ik niet, dan is er geen relativiteit. En daarom moet ik ervaren. Alles. Ik moet ervaren om te zijn. En daar is dit leven voor.
Het voelt zo onbelangrijk en zo klein, nog minder dan een zandkorrel, dit aardse leven. Ik hou niet van het leven, heb het gevoel dat ik alleen maar aan het uitzitten ben totdat ik weer terug mag naar waar ik vandaan kom. Hoe kan ik voldoening uit het menselijke leven halen?
Ze is er nog, want ik krijg gelijk antwoord.
"Met interpersoonlijk contact. Dat is voor jou als mens waardevol."
"Maar hoe dan? Ik vind mensen maar irritant, ik voel bijna geen binding met mensen".
"Dat komt omdat je ze niet ziet voor wie ze zijn. Niet voor wie ze écht zijn. En omdat jij je niet laat zien voor wie je echt bent. Als je dat wel gaat doen, zul je écht gaan delen en daar veel voldoening uit halen."
Ik merk dat ik de ervaring direct probeer te plaatsen in aardse termen. Aahh, ik wil niet, de onontkomelijke transformatie naar mens. Ik pak de spiegel, kijk in mijn ogen. Ik zie dat ik mezelf aardse oordelen toebedeel: lelijk. Wat een onzinnig laagje, weg ermee. Ik zie mensen, allemaal verschillende mensen. Allemaal levens die ik heb geleid, nu leid of nog zal gaan leiden. Ze maken contact met elkaar en met mij, ze zijn mij. Ik voel een vlaag van warmte en euforie, ik deel.
Kan geen houding meer vinden, de grond is te hard, de bank is te hard. Ik ga naar boven, in bed. Wat een stilte. Ik geniet intens van de stilte en het vredige gevoel wat erbij hoort. En dan pas hoor ik hoeveel geluiden er zijn, de geluiden van de aarde. Vrede, kalmte, ik zak weg in een zachte serotonine-achtige rush. Daar is ze weer, de moederlijke liefde komt weer over mij heen. Minder intens nu maar duidelijk voelbaar in mijn zijn en in in mijn lichaam. "Mama", voel ik. "Mama." Ik word emotioneel. Ik voel me zo klein. Ik voel hoe ik verder terugga, het wordt weer licht, een soort explosie vol warmte en zachtheid waaruit ik ontsta. Geen big bang, maar de verwekking van mijzelf als mens. Het breidt zich niet verder uit, ik word ongemakkelijk van het idee dat ik moet aanschouwen hoe mijn ouders seks hebben. Een nutteloos oordeel, maar het is er wel.
Ik voel me ineens weer een klein meisje.
"Ohhh", zegt mijn universele moeder, "dit heb je gemist, he?" Hier komt heel veel verdriet vandaan, he?"
Ik huil zachtjes. Ja. Ik was me er niet eens bewust van, ik ben in het dagelijks leven helemaal niet bezig met mijn ouders, gemis of het kind in mijzelf. Ik ben een volwassen vrouw, ik heb dat allemaal allang losgelaten.
Toch niet dus. Onderdrukken is heel wat anders dan loslaten.
Verder kom ik nog niet. Het zit nog op slot. Het is een thema voor de volgende keer. En ze gaat weer.
Oh, wat een vreugde, wat een dankbaarheid, wat een intens verlangen om direct weer terug te gaan. Maar ook vrede voor hoe het nu is, en enthousiast om ervaringen op te gaan doen in dit leven.
Liggen doet te veel pijn. Ik ga in bad, neem vers fruit en een koud flesje water mee. Zo heerlijk, mijn lichaam was uitgeput, uitgehongerd en ik voel mezelf met elke hap aansterken. Ik pak mijn telefoon erbij om even te laten weten dat ik er weer ben en dat alles goed is gegaan. Het is 14.30 uur, bijna 3 uur na inname dus. Nadat ik me gefocust heb op mijn telefoon merk ik dat ik er direct een stuk meer 'uit' ben. Wat doe je nou? Wat doe je nou??? roep ik tegen mezelf. Ik leg de telefoon weer weg en blijf wel 1,5 uur in bad liggen terwijl ik er af en toe heet water bij gooi. In mijn gedachten kom ik niet verder dan "wauw, wauw, waaaauuuww, shittt, wauw." Als ik uit bad ga neem ik een flinke wandeling. Nat ongeborsteld haar, geen make-up, slippers, geen spullen behalve sleutels, het maakt allemaal niks uit. De frisse lucht voelt heerlijk, de regen voelt heerlijk. Ik loop met een grote grijns rond die er de rest van de dag niet meer afgaat. Een lichte nastimulatie blijft aanhouden, om 01.00 uur kan ik nog niet slapen, maar het voelt zo lekker vredig dat het ook niet uitmaakt.
Dankbaar. Het tij is gekeerd.