"Psilocybe cyanescens is echt een van de makkelijkst te kweken soorten, wellicht nog makkelijker dan oesterzwammen . Ik ben 20 jaar geleden ergens een patch begonnen, en heb er 20 jaar niets aan hoeven doen omdat de gemeente zo vriendelijk is om er ieder voorjaar te snipperen. Ze zijn heel makkelijk te verspreiden, we stopten gewoon een paar gekoloniseerde houtsnippers in een envelop, en als de ontvanger het rustig aanvult met gesteriliseerd, gepasteuriseerd of vaak zelfs wat snippers een minuut of tien gekookt en uitgedampt (dus op vocht brengen en wat concurrentie uitschakelen, maar niet te nat). Maar begin niet met te grote stukken, dan krijgt de concurrentie ook veel meer kans.
Via sporen gaat het ook makkelijk als je agar beheerst. Maar een clone van een mooie cluster die al 20 jaar in de omgeving groeit, is ideaal. Met een van die clones van de patch gooit een NL-er op de bekende site hele hoge ogen, en het is ook indrukwekkend (en veel werk voor diegene). Ps azurescens is wat lastiger, die doen het vaak 1 jaar goed en daarna minder. Helmgras scheelt een boel, maar ook hier is een goede clone uit de omgeving goud waard, plus een goede timing qua "bijvoeren".
Bedden moeten wel regelmatig worden aangevuld (eens in de 2 of 3 jaar), bij voorkeur in het voorjaar. Ze gaan vnl massaal fruiten als hun eten op is, en ze hun genen willen verspreiden. Als je een bed in het najaar aanvult, zorgt de overvloed aan voedsel vaak voor een slechte oogst, want als er genoeg te eten is, overleeft het mycelium (en daarmee de genen) het ook wel een tijdje en is het vormen van vruchtlichamen energieverspilling.
En ja, met woodlovers groeit er ieder seizoen zoveel dat een gemiddelde persoon er de rest van zn leven genoeg aan heeft, ze zijn echt veel sterker dan cubes. Maar je kunt broed delen of er nieuwe patches mee maken, er een hoop sporenprints van maken en daar mensen (bijv via de Spaanse site) erg blij mee maken of ze ruilen tegen andere soorten.
Je kunt ook een groot deel laten staan, verspreid je een breder spectrum aan genen mocht er ooit een klimaatcrisis komen . Je komt Ps cyanescens al steeds meer uit zichzelf verspreid tegen. Maar hoe zeer je mensen ook vertrouwt, beter vertel je de exacte vindplaats niet, want die mensen praten ook en er zijn (ook in NL) al aardig wat patches verwoest (uitgegraven, en niet door wilde zwijnen). En dat vertraagt de boel en vrije beschikbaarheid weer..
Houd het simpel en het lukt wel, via broed of via sporen. Blijf vooral bezig met agar, routine en herhaling zorgen echt voor betere resultaten, en je bent veel minder afhankelijk van anderen.
En/maar hoe graag ik ook kweek, er kan voor mij niets op tegen de inheemse soorten die hier al eeuwen in het wild groeien. Ps semilanceata ligt het meest voor de hand, Ps fimetaria en Ps liniformans zijn te klein en onbekend, Pluteus salicinus groeit er ook te weinig en te traag als serieuze optie. Maar als je je goed verdiept in Panaeolus cinctulus, is er hier een enorme overvloed. Maar die zijn voor beginnende zoekers dan ook wel weer lastig te onderscheiden van de niet-actieve Panaeolussen, zo blijkt regelmatig in de praktijk.
Succes allemaal!"
In: Woodlovers buitenkweek
1-1-2024