Zoals jullie weten was het bloedheet de afgelopen weken. Dankzij die hitte was de heide in bloei gegaan, wat een prachtig zicht is. Een perfect moment voor een tripje dus, dachten we.
We moesten een klein stukje fietsen om van mijn huis naar de heide te gaan. We hadden ook kunnen lopen, maar dan hadden we een uur moeten lopen voordat we op het mooie stuk aan zouden komen. Dus het leek me beter om het eerste stukje met de fiets te doen en af te stappen.
We namen rond 14.00 uur de LSD in. Ik ging voor een pellet met (zeggen ze) 150 microgram 1P-LSD. Mijn vrienden gingen alledrie voor een enkele zegel van vergelijkbare sterkte. Direct nadat we de zegel innamen gingen we onderweg.
Na een stukje fietsen kwamen we op een prachtig stukje heide. Ik vind het altijd heel fijn daar. Rond de heide liggen dunne stroken gemengd bos met eiken en dennen. Er lijkt daar een soort magische gloed van het gras af te komen. Misschien komt het wel omdat er veel kalk in de zandgrond zit, waardoor het gras een beetje een witte waas krijgt. Ik kan er niet precies mijn vinger op leggen, maar het lijkt allemaal een beetje sprookjesachtig.
De bloeiende heide was in ieder geval fenomenaal. De paars-roze kleur spatte ervan af. Helaas was het bloedheet. Dus we liepen maar een klein stukje voordat we op een bankje neerploften. Ik vond die plek heel lekker. Het was precies een schaduwplekje midden op de heide, onder een enkele boom. Vanaf dat bankje kon je een groot stuk heide zien en dankzij de open plek waaide er een klein windje wat verkoeling bracht. Die wind was ontzettend welkom, want het was er echt bloedheet. Er was alleen één nadeel aan onze chillplek. Die lag namelijk precies op een doorgaande wandelroute. Met enige regelmaat kwamen er dan ook wandelaars voorbij. Ik had daar niet zo'n last van. Maar mijn vrienden wel. Ze voelden zich bekeken. Dus vroegen ze of we niet wat verder konden lopen.
We gingen op zoek naar een rustiger schaduwplekje in het bos. Het kostte ongeveer tien minuten lopen om die te vinden. We pakten onze handdoek erbij en streken neer. Daar hebben we ongeveer een uur gezeten. Al die tijd hebben we eigenlijk nauwelijks iets gezegd. We zaten allemaal op onze piek. Het was wel even goed zo. Alle bomen, planten en kleine beestjes vormden genoeg kijkplezier.
Op een gegeven moment hoorde ik achter me iemand braken. Het was Suzan*, onze vriendin. Ik vroeg: "gaat het wel?" Waarop ze niet echt reageerde. "Hoezo?" vroeg ze. "Nou, je was net aan het overgeven."
"Ik? Echt?"
De momenten daarna begon ze zienderogen te verslechteren. Ze reageerde steeds minder op onze subtiele pogingen om contact te maken. Een van onze vrienden zei dat hij weg wilde. "Ik word echt bevangen van de hitte", zei hij uitgebreid zwetend. Een andere vriend wilde juist in de schaduw bijven liggen vanwege die hitte. Maar het leek mij ook het beste om terug naar de fiets te lopen. "Dan hebben we in ieder geval een windje."
Het was maar tien minuutjes lopen, maar ik denk dat we er bijna een half uur over hebben gedaan. Suzan begon steeds meer af te dwalen. En toen we uiteindelijk bij de fietsen aankwamen begon ze heel hevig te braken. Ze voelde zich enorm misselijk zei ze. Ik voelde even aan haar huid en ze was heel raar klam. Ze was oververhit, was mijn conclusie.
Het probleem was alleen dat we op een plek waren waar niet echt zwemwater was. Daarvoor zouden we zeker 20 minuten moeten fietsen. En Suzan was klaarblijkelijk niet in staat om te fietsen. Het lukte al nauwelijks om haar lopend de juiste richting op te krijgen. Ik nam toen maar het besluit dat we naar de dichtbij gelegen woningen moesten lopen om haar snel af te koelen. Want het ging echt niet goed met haar.
"Kom, we gaan even water zoeken", zei ik tegen Suzan, terwijl ik haar aan de hand nam en haar richting de dichtbij gelegen woningen begeleidde. Ik liep met haar de eerste de beste tuin in die ik kon vinden. "Hallo, is daar iemand?!" riep ik. "We hebben water nodig!" Ik liep met Suzan naar een schaduwplekje en legde haar daar neer. Er kwam geen reactie, dus begon ik maar aan de tuinslang te morrelen. Maar daar zat geen draaiknop op.
Ik keek daarom even onderzoekend de woning in. Die bleek van een ouder echtpaar van dik in de 90. Ik denk dat ze ons niet eens gehoord hebben, want ze keken nogal raar op dat ik ineens voor hun patio stond. "Het gaat niet goed met mijn vriendin", zei ik tegen hen. "Ze heeft water nodig."
Het duurde even voordat ze reageerden. Dit maakten ze natuurlijk ook niet elke dag mee. Maar al snel kreeg ik een spuitbus met ventilatortje in mijn handen gedrukt. Daarmee kon ik Suzan afkoelen. Ondertussen verslechterde Suzan nog wat verder. Ze begon steeds raardere antwoorden te geven en ze wist niet echt wat er aan de hand was. We goten water met een gieter over haar voeten en armen, wat ze wel aangenaam leek te vinden. Maar haar toestand leek nog niet erg te verbeteren.
"Het spijt me, maar ik moet even een ambulance bellen", zei ik tegen haar. "Volgens mij heb je hulp nodig."
Ik belde 112 en legde de situatie uit. De telefoniste begon allemaal vragen te stellen: of ze spierpijn had ('ja'), wat de kleur van haar gezicht was ('rood') en of ze misselijk was ('ja'). Op basis van die vragen besloot de telefoniste dat het inderdaad verstandig was om een ambulance langs te sturen. Ondertussen bleef ik Suzan koelen met water en de ventilator. Ik vertelde haar dat er hulp aan kwam en dat ze even rustig moest blijven liggen.
Het leek niet erg lang te duren voordat de ambulance aankwam. De broeders hadden een fijne manier van werken. Ze kwamen opgewekt maar kordaat over. Ze stelden vriendelijk vragen en begonnen ondertussen de meetapparatuur op te stellen. Suzan werd volgeplakt met een soort stickers waarop je elektroden kunt zetten, en ze werd de ambulance in begeleid. Daar gingen ze even met de deur dicht zitten, omdat ze daar airco hebben, bedacht ik me later pas.
Ondertussen was ik met onze andere vrienden aan het bellen. Ik legde uit dat ik een ambulance had gebeld en dat Suzan daar in lag. Ik belde ook met haar vriend om te laten weten wat er was gebeurd. Die is meteen in de auto gesprongen om naar mijn woonplaats te rijden.
Na een minuutje of tien kwamen de broeders weer naar buiten. "We hebben overlegd met de internist, maar het is niet zo ernstig dat ze nu naar het ziekenhuis moet", zei hij. Dat was een hele opluchting. Wel zei hij dat we haar naar mijn huis moesten brengen en haar daar tot rust moesten laten komen. Hij gaf mij de opdracht om het vervoer te regelen. Ondertussen noteerde hij mijn gegevens, zodat ze wisten wat er vooraf was gegaan als de situatie nog verder zou verslechteren.
Toen begon een ingewikkeld stukje logistiek. Ik was zelf ook aan het trippen. Maar ik moest regelen dat huisgenoten van mij met de auto naar onze plek zouden komen, dat wij Suzans fiets zouden meenemen naar mijn huis, dat haar vriend mijn huis kon vinden, en ondertussen moest ik ook weer een taxi afbellen die iemand anders weer had geregeld.
Het duurde dus wel 3 kwartier voordat ik weer thuis was. Daar aangekomen was Suzan nog steeds niet helemaal wel. Het duurde eigenlijk de hele avond voordat ze weer een beetje bij zinnen kwam.
Achteraf had ik me nog wel afgevraagd of het echt nodig was om een ambulance te bellen, of dat ik zelf in paniek was geraakt en daardoor alles misschien nog juist erger had gemaakt. Ik heb dat ook met Suzan besproken. Maar zei zij dat ze zich echt heel slecht voelde. Ze zei dat het eerst wel lastig was om te horen dat ze hulp nodig had, maar dat ze juist vond dat ik dat heel fijn regelde. Het had haar juist gerust gesteld dat ik zo kalm en kordaat bezig was geweest om haar te helpen, zei ze achteraf.
Dus helaas is de trip niet zo magisch geworden als ik had gehoopt. Maar gelukkig gaat het weer goed met Suzan. Ze is de volgende dag weer zelf naar huis gereden. Wel heeft ze nog een paar dagen last gehad van spierpijn, vermoeidheid en hoofdpijn.
Aan de senioren wiens voortuin we kwamen binnenwalsen heb ik een bloemetje gestuurd. Op het kaartje bedankte ik ze, en zette ik mijn telefoonnummer. De vrouw belde nog even terug dat de bloemen heel mooi waren. "Maar denk wel om je gezondheid, jongen", sloot ze het telefoongesprek af.
*Suzan is niet haar echte naam