Wie: Ik (man van vooraan de 30), Niels (man van eind de 20, 1x eerder ervaring) & Billie (man van rond de 40, geen ervaring).
Wat: Ik 12 gram Hollandia truffels, Niels 13 gram & Billie 8 gram.
Waar: Bij Niels thuis + de bossen vlakbij
Wanneer: 28 december 2019
Dit trip report bouwt lichtjes verder op ideeën waaraan ik tijdens mijn vorige trips zat te denken:
Wie: Ik (max van vooraan de 30, al aantal ervaringen met psychedelica) & Niels (man van eind de 20, geen ervaring). Wat: Ik 21 gram Hollandia truffels & Niels 11 gram. Waar: Bij Niels thuis + de bossen vlakbij Wanneer: 12 oktober 2019 In dit trip report probeer ik duidelijk te maken hoe het kan...
drugsforum.nl
Wie: Ik (man van vooraan de 30, al ervaring met psychedelica) Wat: 30 mg 2C-B Waar: Bij mij thuis Wanneer: 11 december 2019 Opzet: Ik wou graag eens alleen proberen trippen. Zien wat het geeft. Gewoon thuis zodat ik geen zorgen heb. Niemand waarmee ik moet rekening houden, waarbij ik de...
drugsforum.nl
Maar heb alles proberen te verwoorden zodat je deze ook afzonderlijk kunt lezen.
Heb helaas situaties moeten wegsnoeien om onder het maximum van 30.000 karakters te komen.
Afspraak is terug in Niels zijn chalet aan een bos. Ik heb lang gedacht om slechts 7,5 gram te nemen. Maar omdat ik mijzelf januari âdrugsvrije maandâ opgelegd heb, waarbij ik dus geen drugs ga gebruiken en dus ook geen bier en koffie enzo, wil ik eruit gaan met een grotere knaller omdat ik al zoveel ging moeten laten de maand daaropvolgend. Maar ook geen te grote knaller, want ik voel dat mijn gemoedstoestand niet optimaal is door slaaptekort en de moeilijke 2C-B ervaring van enkele weken eerder speelt nog met me. Ik kies voor 12 gram, omdat ik eerder een mooie visuele maar niet echt mentale trip had met die portie. Niels en ik willen nog wat harm reduction tips geven aan Billie omdat het zijn eerste keer is, maar Billie wilt er liever direct aan beginnen omdat hij er zenuwachtig wordt, dus we eten de truffels gelijk op. Rond 14:15 hebben we onze truffels opgegeten.
Niels legt de tekenfilm Alice in Wonderland op. De eerste 10 minuten kan ik volgen, maar het wordt hoe langer hoe moeilijker om mijn aandacht erbij te houden. Ik voel meer en meer de high opkomen van de truffels. Er wordt een smile op mijn gezicht geforceerd, en ik krijg terug een gewaarwording die truffels typeert voor me. Het gevoel meer te zijn dan mezelf. Ik merk dat de tekenfilm een nogal duister kantje heeft. Plots zegt Alice ook âI am someone elseâ... oei, zoiets moet je niet zeggen aan iemand die net truffels nam want daar begin ik hard over doordenken. Zeker omdat ik de veelvoorkomende conclusie van veel ervaren psychonauten ken, namelijk dat we allemaal dezelfde zijn en er een soort globaal (of universeel) bewustzijn is. Billie en ik opperen dat we naar buiten willen. Niels voelt zich echter fysiek niet helemaal in orde en moet overgeven. Ai, teveel gedronken gisteren en truffels was geen goede combo. De televisie gaat uit.
Eenmaal buiten voelt het wel erg koud aan, zo in de winter. Billie merkt direct op: âwow, die geluidenâ. Inderdaad, ik merk het ook. Veel meer dan anders: ieder geluidje (vogels, wind en bladeren) ben ik zeer erg gewaar van. Ik kan mentaal lokaliseren wat ieder geluid apart is en waar het vandaan komt, zonder me te moeten concentreren op iets specifieks. Ook mijn gezichtsveld is veel wijder. Normaal als je gewoon nuchter voor je uit staart, merk je dat de zijkanten van je gezichtsveld donkerder/troebeler is dan alles wat je voor je ziet. Maar nu voor mij niet meer, mijn gehele gezichtsveld is kristalhelder. De filter in onze hersenen die nutteloze informatie die via onze zintuigen binnenkomt wegfiltert is dus onderdrukt door de truffels.
We lopen naar het bos. Daar aangekomen stoppen we even met wandelen. Ik zeg plots âwow!â. Want door stil te staan zie ik namelijk het zand vlak voor me bewegen. Eerst gaat een doorzichtige kopie van het zand eventjes omhoog, waardoor ik het zand twee keer boven elkaar zie, en dan begint die kopie te golven. Ik meld dat aan Billie, maar hij ziet niets. Ik zeg hem dat hij best zijn hoofd gewoon stil houdt en voor zich uit staart. Na enkele ogenblikken zegt hij âoh, nu zie ik ook iets! Waaauw!â. Ook hij ziet het zand soort van golven. Hij beschrijft het alsof er een grote worm onder het zand zit. Dat is inderdaad een treffende beschrijving, zien we mogelijks hetzelfde?
Ik kijk een andere richting uit, richting de bomen van het bos. Ik hou me weer zo stil mogelijk. Beetje per beetje komt er beweging in. alle bomen kopiëren zich ook, maar die kopies staan schuin in plaats van recht. De bomen beginnen heen en weer te dansen.
âZie je dat ook?â, vraag ik aan Billie. Maar hij ziet niets. Ik beschrijf wat ik zie, en in zijn ooghoeken begint het een beetje.
Het beeld wordt voor mij echter alsmaar spectaculairder. De kleuren druipen van de bomen naar beneden af. Het lijkt net verf die stroomt, waardoor de bomen kleurloos (wit) achter blijven. De kleuren vermengen op de grond als een vloeistof die door elkaar stroomt. Het is een klotsende boel van gekleurde vloeistof tussen de bomen over de grond, alsof je zeewater tegen rotsen ziet klotsen.
Het pad die door het bos loopt in de verte trekt Niels zijn aandacht. Ik zie het ook. De weg beweegt, maakt buigingen naar links en rechts, alsof het een touw is die je kunt verleggen. Niels beschrijft het als de weg die precies weg en weer opzij springt.
Billie moet even zijn schoenveters binden. Ik kijk naar de veters en zie beweging, alsof zijn veters slangen zijn die kruipen in de vorm van de gestrikte veters. De wereld begint meer en meer als een droom voelen. Ik zou zo kunnen doelloos ronddwalen en genieten.
Hoe dieper we het bos in wandelen, hoe meer mijn visuele patronenherkenning erg vreemd begint te doen. Het wordt plots zo heftig dat ik âWow, stop!â roep, omdat ik even wil stilstaan en het beeld aanschouwen. Want wat is het prachtig. Als ik voor me uit staar, zie ik namelijk overal contouren van mensen. Mensen die door elkaar aan het wandelen, dansen, ⊠zijn, alsof er een feestje aan de gang is. Ik zie niet effectief hallucinaties van mensen, maar iedere zandkorrel, ieder grassprietje, al de randen van de bladeren, iedere steen, ⊠die meehelpen aan de beeldvorming. Het is gewoon patroonherkenning. Mijn brein die zegt: kijk die objecten samen hebben als totaalbeeld de vorm van een mens, nog andere objecten die samen als totaalbeeld de vorm van een ander mens maken, enzovoort. En zo met alles tesamen zie ik de patronen van een hele groep mensen. En iedere fractie van een seconde toont mijn brein mij alternatieve patronen via dezelfde objecten, wat ook een groep mensen vormt maar dan lichtjes anders. En omdat ik iedere fractie van een seconde die groep mensen lichtjes anders zie, lijkt het alsof het een hele groep mensen in beweging is! Al verder wandelend door het bos gaat dit effect door. Het maakt deze wandeling echt boeiend voor mij. Dit is echt een goeie, vrolijke trip! Maar het is wel een beetje koud. We komen aan een pad met 3 omvergevallen bomen die over de weg liggen. Hoe raken we daar ooit voorbij, die hindernissen? âDie bomen zien er echt kwaadaardig uit!â, roep ik. Het is alsof die bomen stekels hebben. Niet dat ik stekels zie, maar dat mijn hersenen dezelfde waarschuwingssignalen sturen alsof je iets ziet met stekels.
Niels wilt bijnemen en we gaan weer naar zijn chalet. Vanaf de voordeur opengaat, komt er een golf van warmte naar buiten. Dit voelt extreem aangenaam. Maar echt extreem aangenaam. Ik blijf staan en genieten. âJe mag binnen komen hoorâ wordt er gezegd. Het was gewoon te aangenaam. We gaan terug in de zetel zitten. Ik heb nog steeds mijn jas aan, want fysieke handelingen zijn veel werk. Ik zweet zelfs, binnen in de warmte met mijn winterjas aan. En het kan me niets schelen, het zweten voelt aangenaam. Maar Billie spoort me aan tot verstandig doen en ik doe toch maar mijn jas uit. Ik heb dorst, maar rechtstaan, de waterfles pakken en mijn glas volgieten voelt toch als ongelooflijk veel werk en ingewikkeld want mijn brein denkt door aan alle mogelijke obstakels en dingen die kunnen foutlopen (struikelen over Niels zijn knieĂ«n, de fles omgooien, âŠ). Ik vraag of iemand zo goed wilt doen dit voor me te doen en Billie doet dat. Ik roep uit dat hij géén idéé heeft hoe hard hij me daarmee helpt. Drinken doet goed, want de warmte is erg drukkend. Ik zie Niels zijn hoofd in de hoogte toe smaller en smaller worden, alsof zijn gezicht driehoekig is.
Ik bekijk een kerskaartje van dichtbij. Op de voorkant staat een tekening van een besneeuwd dorp waar een kerstboom staat in het midden. Ik zie hetzelfde gebeuren als in het bos: de kleuren druipen van de huizen en de kerstboom op dat prentje, en klotsen samen tot een kolkende vloeistof op de getekende vloer binnen dat prentje.
Ik kijk richting de televisie die nu uitstaat en beetje per beetje begint de kamer vervormen voor mij. Ik zie drie kubussen op televisie, precies alsof er beeld was, en die kubussen draaien rond en verkleuren. Ook de andere objecten in de kamer (de kast waar de televisie in zit, boekenrekken, planten, ...) beginnen groter en kleiner worden, en mijn dieptezicht past aan waardoor die objecten afwisselend dichter bij mij komen en verder weg gaan. En met dichterbij komen bedoel ik echt alsof ze een meter voor mijn neus zijn. Als ik niet door de vensters naar buiten kon kijken zou ik denken dat ik in een ruimteschip zit. Ik begin wat kosmische praat verkondigen, en Niels zegt âkijk, hij heeft weer geluk hĂ©â, verwijzend naar ik die dieper in een trip terecht aan het komen ben. Zelf zegt hij niets te merken van de drug omdat hij moeten kotsen heeft, maar ik trek dat in twijfel gezien opname normaal erg snel gaat en hij toch goed in de roes van de groep zit.
Het wordt stil in de kamer. Ik voel mijn fysieke zelf samensmelten met de omgeving. Niet alleen dat ik een wordt met de zetel waar ik in zit, ook met de lucht om me heen, de hele kamer, alles. Het is alsof de realiteit uit golven bestaat (een beetje zoals een audiofragment visueel voorgesteld wordt) en dat mijn gehele fysieke zelve opgaat in die golven. Of alsof ik in rook opga. Dit voelt redelijk blij en vredig. Maar dit effect houdt slechts enkele seconden aan. Ik begin nadenken over mijn positie in het universum. Van mijn bewustzijn. Waar ben ik eigenlijk? Het voelt alsof bewustzijn sterker is dan fysiek bestaan. Dat âhet leven op Aardeâ slechts een fase is van een groter geheel dat mijn bewustzijn zal meemaken. Als dat zo is: wat is het groter geheel? Is er een begin en een einde aan âmijn verhaallijnâ of is het een oneindige lus waardoor hetzelfde oneindig opnieuw en opnieuw zal gebeuren? Ik word angstig omdat ik het antwoord op deze vragen niet weet. Ik zeg: âGaan we anders terug naar buiten en verder wandelen? Ik heb het gevoel dat ik bad ga door hier te zittenâ. De warmte voelt drukkender en drukkender en het gebrek aan afleiding binnen tussen de vier muren doet me te diepe vragen stellen. Twijfelend stemt de rest in.
Eenmaal buiten gekomen voel ik me iets beter. Al wandelend krijgen we weer sneller inspiratie om te praten. Ik heb momenteel geen zekerheid of Niels en Billie wel echt bestaan, in de zin van, of zij aparte bewustzijnen zijn, of een deel van de illusie van het dagdagelijks leven die in mijn hoofd zit. Maar praten met hen leidt me tenminste meer af waardoor ik me beter voel. Het valt me op dat de koude buiten super aangenaam voelt. Ik roep dat uit en Billie zegt zelfs âInderdaad! Ik ga zelfs de rits van mijn jas open doen!â. Alles voelt als een droom buiten. Ik heb geen visuals meer, maar mentaal is de trip erg aan het werken. En de koude voelt Ă©cht aangenaam. Het voelt niet als iets dat fysiek op je lichaam valt zoals als je nuchter bent, eerder als een neutrale hersenimpuls waaraan ik zelf de emotie kan hechten die ik wil. Het is alsof die samensmelting met mijn omgeving van enkele seconden een soort switch was die dingen helemaal heeft veranderd. De visuele trip werd mentaal. Eerst was warmte aangenaam en koude onaangenaam en nu omgekeerd. En dat laatste niet alleen voor mij maar ook voor Billie.
Tijdens het wandelen valt het Billie enorm op hoe wij echt de enige mensen in de omgeving zijn. Zelfs aan de andere chalets is geen teken van leven te bespeuren. Nergens muziek die uitkomt, of mensen die je door het venster ziet televisie kijken ofzo. Billie kijkt expliciet naar een venster van een huis om te zien of er personen binnen zijn, op dezelfde manier als hij altijd doet bij autoâs die hij inhaalt op de autosnelweg om te zien of het geen zelfrijdende auto van Google is ofzo, maar ziet niets. âHet zijn zelfwonende huizenâ, zeg ik. De rest ligt in een deuk, ook omdat ze verbaasd zijn hoe rijk mijn fantasie is voor het moment. âNa zelfrijdende autoâs ook al zelfwonende huizen, wat is dan nog het nut van alles?â zegt Niels al lachend. Maar oei Niels, zoiets zeggen in mijn huidige toestand. Op zijn uitspraak kan ik hard doordenken. In een fractie van een seconde kan ik denken aan zelfsamenlevende samenlevingen en uiteindelijk aan een volautomatische aarde waar geen menselijke invloed meer is, tot zelfs het hele heelal die gekoloniseerd is door onze volautomatische machines, zonder dat er nog mensen bestaan. Wat is dan nog het nut van alles inderdaad? En zoiets denk ik in een fractie van een seconde, laat staan wat ik allemaal kan bedenken als ik meerdere seconden denktijd hebâŠ
Ik moet plassen maar ik negeer het. Het gevoel te moeten plassen is uiteindelijk maar een hersenimpuls. Net als koude kan ik ervoor kiezen om het een aangenaam gevoel te vinden. En ben ook het gevoel van orgasme gewaar. âAlles is een illusie!â roep ik, tevreden met mijn ontdekking. We wandelen terug naast het water bij het bos en ik roep: âik ga het voor de veiligheid niet doen, maar ik heb nu het gevoel dat ik zo in die vijver kan wandelen, diep genoeg tot ik kopje onder ben, en dat nat zijn niet onaangenaam voelt. Dat ik zelfs niet zou sterven of verdrinken, want alles is toch een illusie!â. De hele fysieke wereld voelt echt onwerkelijk, als een droom. Terug denkend aan mijn eerdere levensvragen, vraag ik luidop: âzouden dieren eigenlijk een bewustzijn hebben?â. Billie reageert daarop direct: âjazeker. Vogels hebben zelfs een gemeenschappelijk bewustzijn, daarom kunnen ze zo goed in formaties vliegenâ.âEUREKA! Wat een geniale opmerking. Zo zit het natuurlijk in elkaar. Ik staar vol bewondering naar Billie. âJij bent eigenlijk echt slim hĂ© Billie!â.
Ik begin mij afvragen hoe Billie zoveel weet over bewustzijn. Het is zijn eerste psychedelische trip. Of dat denk ik. Ik denk ook terug aan mijn 2C-B trip eerder deze maand waarbij ik tot de constatatie kwam dat alles wat ik leer in mijn leven slechts dient om mijn bewustzijn slimmer te maken. En als ons aardse bestaan slechts een fase is om hier bij te leren, wie weet hoeveel levens maakt ons bewustzijn hier mee voordat het overgaat naar de volgende fase. Wie weet hoeveel trips heeft Billie er al op zitten in vorige levens. Misschien wou hij daarom onze harm reduction praat niet horen en gelijk beginnen aan de truffels te eten⊠hij weet intuïtief al hoe het werkt!
Is Billie zijn bewustzijn ouder dan het mijne? Wat betekent ouder uberhaupt, een langere fysieke baan door het universum afgelegd? Ik maak in mijn hoofd de analogie van een trein op rails met onderweg alle belevenissen, maar werkt bewustzijn uberhaupt zo? Is die baan uberhaupt te meten? Of is Billie zijn bewustzijn hetzelfde als het mijne? Dat Billie zijn leven een later deel is van de weg die ons bewustzijn aflegt nadat mijn leven afgelegd is? Dus dat mijn bewustzijn nadat ik sterf het leven van iemand anders meemaakt, en nadat diegene sterft weer iemand anders, enzovoort⊠waarvan Billie zijn leven een van de levens is die na het mijne komt?
We wandelen terug in het bos. Het begint donkerder worden. Het voelt als laat in de avond voor mij. Ik verbaas me over hoe intens mijn trip mentaal wordt. Hoe ik razendsnel connecties leg en snel doordenk over sommige concepten. Hoe hard ik in lussen denk. Sinds wanneer blijven trips maar intenser worden? Ik vraag hoe laat het is, blijkt het iets na 16:00 te zijn. We zijn nog maar een tweetal uur bezig dus. De piek is dus nog niet zo lang begonnen! Dat verklaart waarom het het laatste half uur zo intens is geworden vergeleken met eerder in de trip. We praten verder over vanalles en nog wat en iets blijft me opvallen: soms als ik met Niels praat, heb ik het gevoel alsof hetgene wat hij zit te denken ook kan horen. Of toch, hetgene wat hij zit te denken die relevant is voor de vraag die ik hem op het moment stel. Dit is exact wat ik voelde tijdens onze trip van enkele maanden eerder. Toen ik voelde alsof onze trips samengekomen waren en dat we een kosmische connectie hadden. Maar achteraf deed ik de telepathie af als âeen illusieâ, omdat bepaalde dingen puur toeval waren. Maar die kleine dingen, die was ik vergeten. En nu voel ik het opnieuw. En nu ben ik weer overtuigd dat het echt is. Enkele macroscopische dingen binnen onze trip vorige keer bleken puur toeval, en daarom deed ik alle gewaarwordingen van telepathie onterecht af als fake achteraf gezien, ook de kleine dingen die ik vergeten was. Ik moet ook terugdenken aan de visuals aan het begin van de trip waarbij we allemaal hetzelfde zagen.
Ik blijf nadenken over Billie en zijn kennis over bewustzijn. Ik heb de indruk dat die aanwijzing onderzoeken mij wijzer kan maken over mijn/onze positie in het universum. Hoe kom ik er achter of Billie zijn bewustzijn al meer geleerd heeft dan het mijne? Via intelligentie? Hoe kunnen we intelligentie meten? Stel dat hij bepaalde dingen weet die ik niet weet, maar ik weet dan weer dingen die hij niet weet. Wie is er dan slimmer? Kun je intelligentie uberhaupt op een 1-dimensionale lijn zetten van dom naar slim? Is het niet ook hoe slimmer je bent, hoe minder bepaalde dingen vanzelfsprekend worden die voor domme mensen misschien wel vanzelfsprekend zijn? Dat je terug bij dom uitkomt als je te slim bent? Is intelligentie dan niet eerder in een cirkel uit te drukken dan een lijn? En als intelligentie een cirkel is, hoe kun je dan zeggen of iemand verder staat in bewustzijnsontwikkeling dan jou? Want op ieder punt van de cirkel ben je tegelijkertijd slimmer en dommer dan iemand anders wiens intelligentie op een ander punt van de cirkel staat. Want zowel als je verder gaat op de lijn als terugkeert komt je van het ene punt in het andere uit. Weer zit ik in oneindige lussen te denken. Binnen in de chalet dacht ik ook al aan het proces van bewustzijnsontwikkeling die een oneindige lus kan zijn waarbij je uiteindelijk weer hetzelfde gaat meemaken. Hoe kun iets als IQ dan bestaan? Zonder referentiepunten kun je geen kwantitatieve meting van een punt. Ik zeg luidop: âeen IQ test is toch iets die niet werkt? Stel dat je een score krijgt, wat zegt het?â. Billie reageert daarop: âIQ tests, dat is iets voor mensen die nummertjes nodig hebben!â. Inderdaad, die gedachte heb ik ook. Een nummertje zegt uiteindelijk niets. Je hebt een ander referentiepunt nodig, om iets te kunnen meten. Om mijn positie in het universum te weten, moet ik eerst iets vinden om mijn bewustzijn mee te vergelijken.
We blijven wandelen en het maakt mij echt niet uit waar we uitkomen, als we uitgetript zijn kunnen we wel terug GPSâen, maar nu moet ik blijven wandelen zodat ik afgeleid ben. Zo lang we maar geen militair domein binnenwandelen ofzo. Het blijft maar opvallen hoe alles om mij heen als een droom voelt waarin ik wandel. Ik voel alsof realiteit gewoon iets is wat ik voor mezelf projecteer vanuit mijn hersenen. Het lijkt fysiek te bestaan als een 3D vorm maar eigenlijk is dat gewoon een beeld in mijn hersenen gegenereerd. Ik kijk naar Billie en Niels hun hoofd, en ik weet nog steeds niet of zij aparte bewustzijnen zijn dan het mijne, of slechts deel van de projectie (en dan zouden ze soort computerprogrammaâs zijn die doen alsof ze een bewustzijn hebben tegen âmijâ... vergelijkbaar met een multiplayer computerspel spelen met bots in plaats van met andere mensen op internet). Met andere woorden: zijn wij drie bewustzijnen die in dezelfde projectie leven? En hoe ziet dat er dan âechtâ uit? Drie bewustzijnen die zweven door de luchtledige oneindigheid in elkaars buurt, met drie afzonderlijke projecties van hetzelfde? Of eerder vergelijkbaar met een processor die aan multithreading doet, en wij zijn elk een thread?
Plots tijdens de verdere wandeling zegt Niels plots dat hij het een schande vindt dat de natuur zo vernield wordt. Dat bossen verdwijnen. Maar dan sta ik plots stil midden in de weg en begin een hele speech te geven gezien er plots mentaal veel individuele dingen die ik leerde tijdens de trip klikken tot één geheel.
âJa wel, ik denk dat dat is omdat je geboren bent in een tijdperk waar veel natuur te zien was. Je hebt de vorm van natuur in je hersenen geassocieerd aan een positieve emotie. Maar ik denk in een futuristische setting, als de mens naar de ruimte uitgedijd heeft, en je wordt geboren op een ruimtestation, en je reist van ruimtestation naar ruimtestation, dat je dat soort ruimtestations zou associĂ«ren met een positieve emotie in je hersenen. En als ruimtestations dan vervangen worden door weer een nieuwe technologie waardoor ruimtestations verdwijnen, dat de mensen van dat tijdperk schande gaan uitroepen dat al die mooie ruimtestations verdwijnen. Want dat heb ik deze trip nu geleerd. Er bestaat geen goed of slecht. Je zou kunnen denken dat koude slecht is, maar ik heb mijn brein nu zelfs gerewired dat koude aangenaam is! Het is allemaal een truc die je hersenen met jezelf uithaalt. Hetzelfde met dood. Ik voel me momenteel super euforisch en heb het gevoel dat ik zo een militair domein kan binnenwandelen. Zonder dat het me kan schelen wat de gevolgen zijn. Zelfs al schieten ze een kogel door mijn lichaam zou ik die kogel kunnen aanvoelen als aangenaam!â
Billie: âDat zou ik nu niet zeggen, want volgens mij is het als je dood bent echt wel gedaanâ!
Ik vervolg weer: âJa dat dacht ik vroeger ook, maar nu sinds ik diepere psychedelische trips meegemaakt heb begin ik daarover twijfelen. Bewustzijn voelt meer primair dan materie. Dit is allemaal maar een tussenstop, er is dus geen doel in het leven en je kunt dus maar beter doen wat je hersenen associĂ«ren met aangenaam. En ik snap nu ook hoe het kan dat je dingen als goed aanvoelt, want je hebt ook dingen die slecht aanvoelen en zonder het een kan het ander niet bestaan. Het is net yin and yang. De twee heffen elkaar op en zo kan het dus dat er iets bestaat uit het niets. Want de twee samen zijn eigenlijk niets. Zo zat ik vorige keer in een moeilijke trip, dat was het zwarte van yin en yang, en nu plots een goeie dus ik zit in het witte. Allez, met toch enkele moeilijke momenten.â
Billie reageert daarop: âJa, maar in het witte deel van het yin en yang symbool zit ook een zwart stipjeâ.
Mind = blown bij mij. âBillie, wow, dat is echt heel slim opgemerkt!!!!â roep ik vol verbazing. Het voelt als een bevestiging van de theorie die ik net opperde.
We wandelen verder, en komen aan in een bebouwde kom. We praten verder en het voelt heerlijk voor mij om zo open te praten. En zo emotioneel. Ik wou dat ik dat meer was in het echte/nuchtere leven ook. Truffels helpen daar echt enorm bij. Ik uit dat, dat ik meer open wil zijn in het normale leven, maar daar reageert Billie op: âCerberus, jij bent de meest open persoon die ik ken!â. Ik ben verbaasd dat te horen, dus ik praat erover verder met Billie, en tijdens het gesprek gebeurt iets raars. Soms, als ik een vraag stel, komt het antwoord in mijn gedachten binnen. Maar het voelt niet als mijn gedachten. Exact zoals ik al met Niels gehad heb deze trip en vooral vorige trip. Op een bepaald moment, als ik een vraag stel, komt het antwoord weer via gedachten die niet van mij zijn binnen, waarop Billie luidop zegt: âvolgens mij weet jij het antwoord, Cerberusâ. Bevestigt Billie hier dat we telepathisch communiceren?
De telepathie voelt echt aan. Meer bewijs voor mij dat er meer is dan we nuchter weten als mens.
âDrugsvrije maand...â zeg ik sarcastisch. Waarop Billie begint te lachen. Heeft Billie nu ook door dat de nuchtere realiteit geen objectieve realiteit is, en misschien zelfs een grotere roes dan hoe je de wereld ervaart onder psychedelica? Want dat is waarom ik het zo sarcastisch zei. Nu twijfel ik of ik het wel zal laten doorgaan. Eigenlijk is drugsvrije maand dus eigenlijk in realiteit een nuchtervrije maand, ironisch gezien, want onder truffels ervaar je pas Ă©cht hoe de wereld in elkaar zit (ben je pas Ă©cht nuchter). Ik moet echt lachen om hoe dom de ânuchtereâ versie van mezelf eigenlijk is.
Niels en Billie hebben honger. We passeren net een soort snackbar en gaan binnen. Terwijl de rest kijkt wat ze gaan eten ga ik eerst even naar het toilet. Diegene die net uit het toilet komt zegt goeiedag tegen mij en ik zeg goeiedag terug. Tijdens het plassen denk ik aan hoe aangenaam het is om een wildvreemd persoon goeiedag te zeggen en basisbehoeften zoals plassen te doen. Wanneer ik terug bij Niels en Billie kom vraagt Billie aan Niels en mij wat we gaan eten. Niels zegt âeen hamburgerâ, Billie âik een croque monsieur, en jij Cerberus?â. Mijn antwoord: âIk denk momenteel dat honger een illusie is dus eten is nutteloos voor mij!â. Maar wat later besluit ik voor de grap toch iets te eten. Maar hoe kom ik ooit aan eten? Ik zie allemaal automaten maar snap er geen snars van, zoveel concentratie en micromanagement die het vereist om het systeem te snappen. Dus Billie helpt me. Billie is dus echt mijn eten en drinken man vandaag. Ik duid aan wat ik wil en Billie legt het me uit: âKijk, in deze machine moet je van die ronde schijfjes steken en dan kan het eten via een van deze glazen kleppen eruitgehaald worden!â. Ik zit echt te kijken van hoe absurd dat eigenlijk is en begin te lachen: âWat een gekke machines hier!â. Dan zegt Billie: âDaâs nog niet alles, moest je geen van die ronde schijfjes hebben, dan staat hier in de hoek nog een andere machine, en daar moet je een rechthoekig briefje in steken en dan komen er meerdere van die ronde schijfjes uit!â. Ik lig plat van het lachen. Hoe ABSURD kan het wezen allemaal?! Deze zaak is absoluut crazy. Wat is dat voor iets.
Tijdens het eten blijf ik me afvragen of ik nog normaal kan worden. Dat ik weer intuĂŻtief weet wat te doen bij automaten. Wanneer Billie of Niels dan zegt dat het rond 17:30 is sta ik weer te kijken. Het is echt fucking vroeg! Nog maar iets over de drie uur van de vijf uur durende trip? ât Is niet moeilijk dat ik nog aan het trippen ben. Maar tijdens het gesprek aan tafel VLIEGT de tijd echter voorbij. Voor we het weten is het bijna twee uur later en zijn we allemaal uitgetript. We hebben dus twee uur in een kroket uit de muur zaak gezeten. Daâs kunnen. Als we buitenkomen, valt het Billie en mezelf direct op dat koude toch niet meer zo aangenaam is als het eerder was. Het overvalt me weer over heel mijn vel als onaangenaam. Billie en ik hebben nog een nagesprek over de telepathie. Ik zeg dat ik telepathie ervaarde zeker bij het gesprek over of ik een open persoon ben of niet. Billie zegt daarop âOp veel punten tijdens de trip, zoals iedere keer dat je zei dat ik iets slims zei, was ik je gewoon een beetje aan het aanvullen hoor. Maar toch, dat ene gesprek inderdaad, toen voelde het niet als je gewoon aanvullen. Er kwamen toen inderdaad gedachten binnen. Er is inderdaad meer.â
Conclusie:
Iets wat me al een tijdje bezighoudt nu is âin welke mate is de realiteit als je tript echt, en bijgevolg in hoeverre is de realiteit als je nuchter bent dus echt?â. Na lang genoeg nuchter zijn begin ik alle âbovennatuurlijkeâ dingen wegrationaliseren, maar nu tijdens deze trip heb ik gemerkt dat ik nuchter geen toegang heb tot mijn geheugen van bepaalde dingen die tijdens trips gebeurd zijn, dus in welke mate ben ik nuchter dan in een positie om te zeggen dat de dingen zoals telepathie niet echt gebeurd zijn? Want nu heb ik tijdens mijn trip echt duidelijk tegen mezelf kunnen zeggen: dit gebeurt echt, en deze details weet ik niet als ik nuchter ben, dus mag het niet zomaar afschrijven. Maar onder invloed van psychedelica komen de herinneringen van vorige trips weer boven. De telepathie voelt als echt gebeurd. En dan is de vraag: hoe kan dat? Bepaalde toch aardse signalen die de mens nog niet kunnen ontdekken heeft omdat de mens nog niet ontdekt heeft waarnaar precies te luisteren? Of niet ontdekt heeft omdat het voornamelijk via psychedelica gebeurt? Psychedelica vergroten je aantal hersenconnecties dus misschien wordt er iets geactiveerd die bestaat maar evolutionair niet meer standaard geactiveerd is. Of nog andere mogelijkheden: ik die toch het enige bewustzijn ben en als iedereen een onderdeel van de simulatie is, kunnen gedachten binnen die simulatie ook tot bij âmijâ komen? Toch een soort gemeenschappelijk bewustzijn die bestaat (dat we allemaal verbonden zijn met hetzelfde, via het âgroter systeemâ die wij niet kunnen vatten)? Zoveel mogelijkheden. En als ik eens op internet kijk, zie ik dat ik lang niet de enige ben met telepathische ervaringen onder psychedelische drugs. Veel trip reports met gelijkaardige verhalen. En artikels waarin staat dat in het amazonegebied de stammen zelfs ayahuasca gebruikten om te spieken op de aanvalsplannen van vijandelijke stammen.
Apart is ook dat ik tijdens de trip voelde dat bewustzijn eerder was dan materie. Deze theorie postte
@Mindless als reactie op een van mijn vorige trip reports die ik hier gooide. De vraag is nu, komt dat gevoel uit mij / toont de trip mij dat, of mindfuckt de drug me omdat het inspeelt op die theorie van Mindless?
Wat wel vaststaat is eens je diep getript hebt, je in het vervolg minder nodig hebt om even diep te gaan. Ik kon over dezelfde concepten denken als tijdens mijn zwaardere portie. Het voelde allemaal gewoon controleerbaarder aan. En ik had ook een mini-versmelt-met-omgeving ervaring. Niet zo fel als die keer dat ik 21 gram nam, maar het was er toch. Nog enkele maanden voor mijn 21 gram trip, toen ik ook 12 gram had, was er niets van dit soort ervaringen.