"Tripreport van deze maand!
CONTEXT? Op onze reis doorheen Peru namen mijn vriend en ik San Pedro, reeds in een thee verwerkt door een local. We namen het in een natuurreservaat, ver van een dorp verwijderd.
Dit report zal worden opgedeeld in:
- Wat ervoor gebeurde: hond vermoord
- Begin van de trip: Schoonheid en licht
- Midden trip: Dode honden en een genezen trauma.
- Eind: vreselijke condities, en misselijkheid
- Conclusie van deze trip, deze ervaring
Wat ervoor gebeurde: hond vermoord
Wanneer mijn vriend en ik gedurende drie dagen doorheen the sacred valley toerden, kwamen we meermaals doodgereden honden langs de kant van de weg tegen. Voor de Peruvianen zijn ze niets waard: ze zijn het vuil van de straat. We kwamen een jonge zwarte hond tegen op straat die onomkeerbaar diep gewond was. Het beest spartelde wat met zijn pootjes, en bloed lekte uit zijn bek. Ik durfde niet in zijn ogen kijken. Ik ben dol op honden, echt dol… Mijn vriend en ik hebben het beest op prehistorische wijze uit zijn lijden verlost. Met een steen hakte hij driemaal in zijn hoofd, bij gebrek aan betere middelen. Dit deden we puur uit medelijden en dierenliefde: het beest zou het toch niet meer halen, en enkel nog maar lijden. De dagen erna merkte ik voor het eerst in mijn leven wat een echt trauma is. Iedere keer als er iets snel bewoog in mijn ooghoeken, zag ik het tafereel weer opnieuw. Het zat op mijn oogleden gebrand. Ik zag dit arme beest voortdurend in mijn dromen, en het gevoel van onmacht dat ik had toen ik het beest niet kon redden, overviel me vaak. Ik was getraumatiseert.
Begin van de trip: Schoonheid en licht
Klaar voor het avontuur dat hopelijk komen zou nestelden we ons in dekens en keken we uit over een vallei van stenen bomen. Helemaal in de verte leek de met mist gevulde vallei te bestaan uit stromende rotsen door een zegevieren van lichtbreking. Rondom ons tekenden de ruwe randen van de grillige rotsen duidelijke zwarte figuren die afstaken tegen het eerst blauw, dan paars, en uiteindelijk zelfs groene licht. De zon ging onder, en creërde een lichtspektakel waarin elk natuurelement een roll in kreeg. En ik was nog steeds nuchter.
De eerste tekenen verschenen aan de hemel, wanneer de schapenwolkjes plots rond elkaar begonnen draaien en ook tolden rond hun eigen as. Deze wonderbaarlijke plek werd nog prachtiger, uniek en ronduit... machtig mooi. Een kracht ontpopte zich in mijn borstkas, energie zoefde door mijn lichaam; de trip was begonnen. Een eenhoorn liep langzaam doorheen de schemerige hemel. Een vredig beest dat elegantie en schoonheid een vernieuwde inhoud verschafte. De witte eenhoorn was getekend in wit vuur, dat elegant en toch ietwat weerbarstig langs achteren van het dier stroomde: witte vlammen overmeesterden de wereld en de schoonheid, en de kracht die vervat zat in die elegantie en zachtaardigheid was vertederend.
Vogels doken langsheen onze hoofden, en herinnerden me aan de zintuiglijke wereld die verder reikt dan het visuele. De vogels trekken mijn aandacht, die gedurende een half uur volledig was uitbesteed aan hemeltaferelen. De eenhoorn en zijn opvolgers. Mijn blik werd weer richting Aarde getrokken, waar mijn vriend nog nuchter op zijn mat zat. HIj zag niets, voelde niets, en dat zou gedurende de hele nacht zo blijven. Ik vertelde hem hoe de weinige, schrale onkruidstengels allen in felle kleuren oplichten, hoe de vogels door me lijken te vliegen, bijna lijken te communiceren met me, en hoe ik in alle rotsen beweging begin te merken. Steeds meer begon alles op te lichten en te doven, en het licht kreeg ook kleur.
De energie die door mijn lichaam stroomde, werd steeds groter. Ik beleefde alles plots erg intens, en wilde zoveel mogelijk verkennen. Schoonheid vloeide overal, en leek zich soms door te zetten in gevoelens. Ik vertrok op wat eerst een eenzame wandeling was. De aarde zelf leek te bestaan uit grote ijskristallen, die met hun schitterend ijzig wit erg breekbaar leken. Iedere keer wanneer ik mijn voet zette, was ik verbaast geen gekraak te horen in de ijzige sterren onder hem. Doorheen deze koude rondstappend met een deken om me hee gewikkeld als een mantel, merk ik dat rotsen vervormen. Ze wurmen zich in het lijf van een dier, schuiven langs me heen en stappen op hun gemak verder. Een gigantisch reptiel kronkelt zich naast mij met zijn scherpe, in allerlei kleuren oplichtende schubben, die sterk afsteken tegenover de dikke, donkere pakken lucht.
Ik draai me rechtsom en zie een skeletterig wezen dat qua engheid zeker niet onderdoet voor de golem uit the lord of the rings. Hij kruipt op handen en voeten, houdt zijn hoofd uitdagend scheef, en twijfelt of hij nog meer vanonder de rots tevoorschijn zou kruipen. Nonde, reptielen tot daartoe, maar skeletten? Ik word bang -doodsbang- maar wil niet teruggaan naar bed. Energie verpulvert mijn borst, en de wereld laat mij zijn geheimen zien. Ik wil verder, ik wil beleven -intens- en het maakte mij geen zier uit dat het eng werd. Ik kreeg energie die elke nuchtere levenskracht overbrugt. Ik zou er uit leren, ik zou tonen aan mezelf hoe sterk ik ben, en hoe ik besseffende dat het allemaal hersenspinsels zijn, deze trip zou kunnen doorstaan zonder in paniek te slaan. Controle, controle, controle, over angst! Maar alle hallucinaties hun gang laten gaan. Geen figuren tegenhouden, maar wel de omgang daarmee controleren. Geen angst! Angst hoeft niet negatief te zijn, het kan ook mooi zijn; zoals alles in de wereld ook mooi kan zijn.
Midden trip: Dode honden en een genezen trauma.
Ik stap verder en steeds meer wezens groeien uit de rotsen, en kronkelen weg langszij. Laat me herhalen dat ik eenzaam in een nachtelijk natuurreservaat rondloop onder de volle maan, honderdan kilometers van een stad verwijderd. Zelfs elk nuchter mens zou angstig worden. Ik moet aanvaarden dat de wereld er nu eenmaal eng uitziet, maar moet ook zijn bijna gotische schoonheid ten volste bewonderen; de kracht opnemen. Maar het werd godverdomme moeilijk, want de meest enge taferelen speelden zich af.
Druppels felrood bloed vielen uit de hemel. De druppels waren even groot als bowlingballen, en dropen geruisloos op de grond. Alles was stil- dit bleef zo heel de nacht- en de sneeuw slorpte het bloed op totdat grote vlekken gevormd werden. Ik stapte rechtdoor en concentreerde me op de wens rustig te blijven. Dat lukte ongeloofwaardig goed. Ik werd zo vredig, zo in rust, van al die angst. Zalig, die angst!
Rechts van me zie ik een dode hond (een puppie eigenlijk) die ligt te spartelen op de grond, en ernstig gekwetst is. Hij lijkt niet exact op de hond die mijn vriend doodde, maar gaf me weer datzellfde gevoel. Ik wil hem helpen -dit gevoel is sterk- maar besef meteen dat ik niet kan. De hond leeft niet nu, hij heeft geleefd, en nu is hij er niet meer; het is te laat. Ik begrijp dat ik de dood moet aanvaarden, maar die stap ook zetten is zo moeilijk. Voor me spant een prikkeldraad zich uit, en in zijn verschillende oplichtende kleuren maakt deze een dans door het licht. Geesten reigen de verschillende prikkeldraden met hun eigen rookachtige, vezelige, lichte substantie aaneen. Ze zeggen me (ik hoor ze niet letterlijk, ik weet wat ze zeggen, ik voel het aan) dat ik het los moet laten. Met veel pijn in mijn geest, en met veel emotionele moeite, draai ik me om. Sorry hond, ik kan je niet meer helpen. Sorry hond, ik moet verder. Sorry hond, ik moet het aanvaarden.
Daarbij wil ik eerst opmerken dat ik de volgende dagen geen (of toch veel minder) last heb gehad van wat ik een trauma noem. Uiteraard legde ik geen schuld bij mezelf gedurende de dagen daarvoor. Ik wist heus wel dat ik het goede had gedaan, maar toch leek het alsof mijn geest het maar niet kon verwerken. Het was zo een ingrijpende, intense ervaring die me werkelijk bijna het bewustzijn liet verliezen op het moment van het gedood zien worden van de hond (en dat misschien zelf gedeeltelijk ook deed), dat het geen uitweg vond. Deze trip heeft me dus volledig geholpen in het verwerken van dit trauma, wat werkelijk prachtig is.
Ik voelde me de koningin van de onderwereld. Alles was kwaadaardig rond me, en alles leek echt dood. Hoe levend ze ook rondliepen; ze waren gewoon allemaal dood. Een onderscheid tussen kwaad en goed leek weg te hebben. Zij waren werkelijk slecht, maar lieten mij met rust, omdat ik hen respecteerde. Plots voelde ik een onrechtvaardigheidsgevoel tegenover het slechte: al die slechte gedaantes werden gewoon verkeerd geïnterpreteerd door de mensheid. Als we hen nu eens gewoon allemaal met rust laten, op hun gemak laten. Het kwade pad niet volgen, maar wel datgene wat kwaad is, kwaad laten zijn. Een gevoel van noodzakelijkheid dook in me op. Kwaad bestaat, en heeft evenveel recht als het goede om te leven. Waarom niet naast elkaar leven: goede en kwade wezens, en respect hebben voor elkaar. Laat elkaar zijn.
Eind: vreselijke condities, en misselijkheid
Op de plaats waar we vertoefden, was het ijskoud: de temperatuur zakte erg diep onder nul, en ik droeg slechts een short. Op een bepaald moment wilde ik echt mijn bed in kruipen, warm hebben. Ik wilde in slaap vallen, zodat ik de pijn (de koude was scherp) zou vergeten. Maar door mijn trip kon ik niet slapen, wat een hel opleverde. Zoveel pijn, maar mijn geest hield me wakker. Toen nam ik het besluit om te beginnen eten. Ik hoopte dat het mijn effect weg zou halen, maar niets was minder waar. Ik gaf veel over, nu kroop ik ijskoud en misselijk onder mijn deken. Tot zover een coole drugservaring in een natuurreservaat.
Conclusie van deze trip, deze ervaring
Dit was een van mijn meest intense trips, en belange niet alles wordt hierin beschreven. Neem nu bijvoorbeeld de uitwerpselen van koeien die zichzelf omvormden tot sprekende idianenhoofden, of de kudde rennende honden en koeien die er blijkbaar nooit zijn geweest, of de adelaar in de rots, … Ik heb erg veel gehalucineerd. Mijn vriend vertelde de volgende dag dat hij heel de avond nuchter was geweest, en zelfs met mij erbij doodsbang was- zo eng was het er… En ik liep er gewoon door. Nog nooit ervaarde ik zoveel angst, nog nooit zag ik zo’n mooie taferelen. En dat kon gewoon samen vloeien. Mijn grootste conclusie is dat ik niet in staat lijk een bad trip te beleven, want zelfs de grootste angsten en traumas ervaarde ik als iets positiefs, iets om te overwinnen, iets waar ik kracht uit putte, iets waarvan ik op het moment (eng genoeg) bijzonder sterk van genoot. Zelfs bittere kou ging voorbij. Ik zou enorm graag nog eens San Pedro nemen (dé drugs der drugs vanaf nu voor mij), maar dan eens in een aangenamere en rustigere setting. Overdag, in de warmte, in de natuur!"
In: [TvdM] San Pedro (Peru)- Traumas verwerken
1-1-2024