"Trip report van de maand
Dit was mijn tweede ervaring met truffels, maar de eerste keer dat ik het buitenshuis deed. Ik zag er enorm naar uit, maar het stak me wel tegen dat er geen muziek zou zijn in het bos. Dit had de vorige keer al mijn hevigste beelden opgewekt en een fantastische ervaring opgeleverd.
We kozen ons een mooi plekje uit op het zachte mos, weg van de paden en omgeven door prachtige Vlaamse natuur. Bijzonder snel kwamen de effecten. Ik kijk nooit naar de tijd, maar het leek geen half uur te duren. Eerst werden alle kleuren intenser: bruine bladeren werden diep rood, en mos werd bijna giftig van kleur. Maar op een of andere manier trok dat mijn aandacht niet. Alle kleine vruchtjes rond me zag ik plots bijzonder scherp. Liggend op de grond verbaasde ik me erover. Normaal draag ik lenzen, en ik had er nu geen aan. Het hoorde niet zo scherp te zijn, maar dat was het wel: de wereld werd plots duidelijker. Die kleine vruchtjes verwerden plots tot een prachtige ervaring voor me: ze waren esthetische gezien zo perfect van vorm, ze zagen er allemaal symmetrisch uit volgens eenzelfde patroon. Ze waren fragiel, en tegelijkertijd zo mooi. Een gevoel van de vergankelijkheid van schoonheid rolde over me heen. Zo jong, zo mooi, maar niet voor lang...
Dan begonnen de vreemde beelden zich te vormen. Deze patronen konden zich op twee verschillende wijzen manifesteren:
1. Beelden die altijd een basisch zochten in de natuurlijke omgeving rond me, daar elementen uit losrukte, en als het ware opslorpte in mijn patronen. Zo zag ik bijvoorbeeld een centraal punt in de lucht hangen op 1 vaste plaats, dat als een soort axenroos fungeerde. Concentrische patronen bewogen zich naar dit ene punt toe, en verdwenen alsof er in het middelpunt een zwart gat zat; iets dat zoog, en de wereld maar al te graag zag verdwijnen. Alle natuurlijke beelden daarrond bonsden dan in datzelfde concentrische patroon mee naar binnen. Een ander voorbeeld is dat alle heuvels met mos begonnen te golven, zodanig dat het leek op een groene zee, of mijn favouriet: alle takken en bomen die rond elkaar beginnen te kronkelen, sierlijk als een danseresje, en zo samen naar de hemel toe groeien. Elke keer weer zag ik de dingen die er zijn, maar verweven in een patroon, en vooral: voortdurend in beweging. Stilstand bestaat niet meer, de wereld kende geen stoppen.
2. Beelden die geen basisch hebben in de ruimte rond me. Uiteraard gebeurt dat wanneer ik mijn ogen sluit, maar ook wanneer ik rond me kijk. Net als mijn vorige trip zag ik drie-dimsionele structuren zich bewegen doorheen de ruimte, tussen de bomen kronkelend. Ze hadden niet de kleuren van de natuur, en namen er geen enkel element in op. Ze stonden wezenlijk los van wat er echt concreet zichtbaar was. Ze zagen eruit als een soort puntenwolken, bestaande uit een soort grijze rook. Ze kronkelden overal tussen en gingen van dicht bij me tot heel ver.
Al deze patronen, hetzij van natuurlijke of niet-natuurlijke aard, manifesteerden zich steeds op heel andere manieren. Soms waren het vlekachtige structuren die voortdurend verdwenen, versprongen, en van kleur verwisselden, soms waren het strak omlijnde meetkundige structuren, en nog op andere momenten zag ik gladde, slangtachtige patronen.
Ik zonk op de plaats die ik had uitgekozen in het mos, steeds dieper weg in een mooie droom gevuld met prachtige beelden. Ik zocht rondom me naar mooie taferelen, plaatsen waar natuur en patroon mooi op elkaar inspeelden. Ik besefte dat het belachelijk was een soort 'show' te zoeken. De show zat in mijn hoofd, ik maakte hem zelf, dus het maakte niet uit naar waar ik keek. Ik leefde IN mijn eigen spektakel, en keek er dus niet naar.
Ik begon na te denken over vanalles en nog wat, en kwam vaak tot mooie conclusies. Telkens dacht ik: dat moet ik onthouden, wanneer ik terug nuchter ben. Maar het enige wat ik me nu herinner daarvan is dat ik het onthouden wou... ideeën zijn nu tot niets vervaagd . Mijn gedachten gingen razend snel, maar tegelijkertijd rustig. Mijn perspectief op de wereld veranderde voortdurend: Ik voelde me steeds weer opnieuw een wezen met een ander bewustzijn. Elke bewustzijnsvorm ging gepaard met nieuwe perspectieven. Ach, wat kan het leven allemaal zijn.
Mijn lichaam voelde zich zwaar, bijna bevreemdend gelijkend met stoned zijn, maar dan heel aangenaam. Ik was in rust: in vrede met mezelf (al was 'mezelf' beperkt tot een heel ruwe basis, daar mijn perspectieven voortdurend veranderden), en vooral in vrede met de natuur. Alles rondom me was prachtig, en logisch. Alles klopte en ik had mijn juiste plaats gevonden in de kosmos. NIet enkel hier, in dit bos, maar gewoon: in de natuur. Hier liggen mijn roots, hier ben ik thuis. De steden zijn slechts een uitbreiding, maar meer niet. Ik kan er rondlopen, rondkijken, leren, maar mijn hart blijft hier. Die rust en kalmte (die ik trouwens tijdens alle soorten drugs ervaar) was een basis, die me steeds ondersteunde, en zijn gelijke niet kent in een gewoon realistische leven. Ze was van een andere aard, een ander kaliber, wat haar onbeschrijfbaar maakt in deze bekrompen taal. Er bestaan slechts woorden die voldoende zijn voor de eeuwig nuchtere mens.
Uiteindelijk besloten we dat het iets te lamledig was te blijven zitten op deze ene plek, wanneer het bos zo vele mooie plaatsen te bieden had. We begonnen te wandelen, en alle visuals gingen weg. Ik zag prachtige stukjes natuur (die in deze nuchtere realiteit ook prachtig zijn) en genoot ervan als nooit te voren. Schoonheid kende plots zijn meest pure vorm, en tegelijkertijd in verschillende uitingen. Hoe kon iets dat zo puur is, zoveel vormen aannemen? Ik stond perplex, het was ideaal en compleet. Maar het bos werd doorkruist door talloze brede, ondiepe beken die hier en daar over stroomden om zo kleine moerasjes te vormen. Mijn vriend had zijn mooie schoenen aan, en wou er nooit door. We probeerden zowat over rotte stammen te lopen, maar liepen volledig verkeerd. Ik was mijn weg kwijt, maar dat maakte me niets uit. Waarom zou ik verkeerd kunnen zijn? Elke plek in dit bos is juist. Alle wegen zijn goed, zolang je de juiste attitude aanneemt.
Na een voor mijn vriend moeizame klim over een beek, merkte ik hoezeer zijn trip verder gevorderd was dan mij. Hij had gedroogde zelfgekweekte paddo's op, en dat sloeg duidelijk harder aan. We gingen op de grond zitten, en hij begon te schaterlachen. Ik moest er zelf uiteindelijk ook om lachen, maar vond het op dat moment toch wat jammer. Tot hiertoe zaten we op dezelfde golflengte. We begrepen elkaar (of dachten toch beiden dat te doen), en we konden beelden in de trip beïnvloeden door te vertellen aan elkaar wat we zelf zagen en meemaakten. Wanneer ik terug tot rust kwam van dit plotse onderbreken door voortdurend schatergelach, zag ik plots overal weer figuren, patronen. Heel mijn wereld bonsde weer op een ritme dat ik zelf creëerde. Weer besefte ik dat die visuals aandacht vereisen. In het begin van de trip heb je die automatisch, omdat je uitkijkt naar wat er gebeuren gaat. Alles is weer wat nieuw, maar dat geldt niet meer voor het midden van de trip. Je gewoon even concentreren: echt kijken rond je, en het hele tafereel begint weer.
Een omgevallen dennenboom hielp ons over een beek. Ik sprong op deze boom met zijn nog talrijke kruin, en liet me zakken in zijn takken. Een perfect comfortabele zetel, hangend boven de beek. Ik concentreerde me op het geluid van de vogels, dat prachtig was en vestigde terug aandacht aan mijn omgeving. Dit moet ik vaker doen, dacht ik, wanneer ik nuchter ben: hier (of op een andere leuke plek in het bos) gaan liggen en gewoon genieten van het 'zijn'. Gewoon een levend, simpel wezen zijn. Kijk rond je! Hoor! Voel! Ik streelde voortdurend over de twijgjes links van me, en over blaadjes. Al die verschillende materialen rond me in het bos: ze voelden allemaal zo uniek en zo prettig aan. Soms rook ik aan de twijgjes. Ik voelde me even een slappeling: hoe kan een mens nu godverdomme zo dom zijn dit nooit te doen? Waarom ben ik zo zwak dat ik niet even sterk kan genieten als nu in nuchtere fase, en waarom maakte ik er nooit tijd voor? Altijd dat druk, druk, druk. Ik moet er eens van af raken. Ik voelde me een vogel -een moederlijke vogel- die uitkeek over haar bos. Dit was mijn domein, en ik zorgde voor alle levende wezens hier. Ook voor mijn vriend, die in mijn armen lag. Hij voelde plots aan als een kind, zoals alles rond me. Maar het maakte me allesbehalve superieur, het was bijna een gevoel van onderdanigheid: ik zou zorg dragen voor alles, en alles begeren op een niet-lichamelijke, maar juist geestelijke wijze. Ik zat in mijn hoge, hoge nest.
Wanneer we besloten door te gaan, wilde ik echt graag eens uit deze wildernis raken, ik wilde de wind in mijn gezicht voelen en kunnen doorstappen op paden, niet hoevend te denken bij elke stap over de door het bos gelegde obstakels. Ik wilde rennen, heel hard, en sprong overal over. Ik voelde me een jager: ik leefde hier in de bossen, en de zwaartekracht trok me telkens weer richting Aarde. Hier hoor ik thuis, de Aarde: mijn Aarde.
Wanneer ik uiteindelijk halsoverkop en buiten adem het pad bereikte, liep het wat mis. Mijn vriend had duidelijk wat te veel paddo's genomen, maar het was ook zo moeilijk in te schatten wat een juiste dosis was. Dat is een gevaar van zelfkweek uiteraard. Hij belandde in een soort psychotische toestand. Zijn lichamelijke functies werkten nog en hij was nog bij bewustzijn (heel erg zelfs); hij kon nog stappen, en dan ook nog doelmatig, wetende waar we naartoe gingen. Hij kon op zich nog spreken maar het was de chaos/snelheid van zijn denken en de onbeschrijflijkheid van zijn ervaring/bewustzijn die ervoor zorgden dat hij de taal niet meer vlot kon produceren. Hij wist nog wie hij was en kon nog mensen herkennen. Maar wat hij verloor was morele controle, waardoor woorden vlogen die nooit hadden mogen plaatsvinden, en daden werden gesteld die achteraf spijt opwekten. Desondanks dit tijdelijk verlies van veel controle kwam alles uiteindelijk terug goed."
In: [TvdM] Truffels: een sprookjesachtige ervaring
1-1-2024