#1
Kijk je 's ochtends naar je Facebook zie je een bericht van Sandra. Die had op Marktplaats gratis laminaat voor me gevonden en we konden het zo ophalen, we hoefden het niet eens uit de woning te halen. Het lag al buiten. Ik weet onderhand wel wat dit soort berichten betekent. Geen tijd te verliezen, aankleden, opschieten en op tijd klaar zijn anders ben je te laat, dan zet Sandra haar strenge leesbrilletje op en krijg je een toespraak waarvan je onder je bed kruipen wil. Sandra kan streng zijn. Een kopje thee en een sociaal praatje kunnen er nog net vanaf. Voor ik het weet loop ik met oud laminaat te zeulen. Dat moest ook nog eens van de eerste verdieping worden gehaald. Dat betekende traplopen. Veel.
Een man van 54, die een jaar geleden een herseninfarct heeft gehad en meerdere keren heeft aangegeven heeft moeite te hebben met traplopen, kun je naar mijn mening beter geen trap laten lopen. Sandra maalde nergens om en gaf geen kik. "Doorgaan jij". Zelf tilde ze ook lekker mee en dat resulteerde in schattig gekleurd tomaten hoofdje. Lief. Waarschijnlijk zag ze mijn leed, ik zweette als een otter en ze bood aan strakjes een visje te gaan eten. Dat leek me wel wat. Ik had al in geen tijden een visje meer gegeten.
Het laminaat bleek niet in een keer in de auto te passen en we besloten om een keertje extra te rijden. Ik kreeg de opdracht om een winkelwagentje van de Lidl te pakken en daar het laminaat in te doen en het zo mijn appartement binnen te brengen. Ze weet dat ik een pleurishekel heb aan mensen die zomaar winkelwagentjes meenemen maar ze had haar brilletje al in de aanslag dus deed ik maar wat ze zei.
De andere lading laminaat ging een stuk makkelijker. Ik had het al naar beneden gebracht en het was maar een klein stukje naar de auto. Maar het hele gebeuren had veel meer tijd in beslag genomen dan we hadden gedacht en onderweg naar huis werd mevrouw een beetje nerveus. Ze had nog meer afspraken en begon al rijdend op haar telefoontje te kijken. Brilletje in het haar, je kent die vrouwen wel.
Ik werd daar een beetje nerveus van dus vroeg ik haar de telefoon weg te leggen. Nog geen vijf seconden later had ze het ding alweer in haar handen en ik 'freakte out' en blèrde dat ze op de weg letten moest. Vijf seconden later haalt ze weer haar hand van het stuur en zit ze te friemelen in een zak drop. Ik werd gek. "LET OP DE WEG" schreeuwde ik uit en graaide de zak drop uit haar handen. Ik gaf haar een dropje een ik nam er zelf ook een. Foute boel. Dat had ik niet moeten doen. Het was een flinke lap salmiak drop die ogenblikkelijk aan mijn gebitsprothese plakte. Met geen mogelijkheid kreeg ik dat stuk drop los of ik moest met mijn vinger in mijn mond gaan zitten poeren. Ik besloot om met mijn vinger in mijn mond te gaan zitten poeren.
Ik was lekker bezig en ik weet niet precies wat voor beeld het oproept als je met je vinger in je mond zit te roeren maar opeens begint mevrouw nogal luidruchtig op haar stukje drop te slobberen en te smakken. Ik kreeg het er warm van. Potverdikkie. Die kan er wat van, dacht ik. Godnogantoe. Toen ik een opmerking maakte over dat geslobber en gesmak besloot ze om het te gaan overdrijven en begon ze nog meer herrie te maken. Het stoom kwam uit mijn oren.
Even later stonden we voor mijn woning en zag ze de bui al hangen. "Kom je nog even boven voor een lekker kopje thee?" vroeg ik zo nonchalant mogelijk. Nu begrijp ik ook wel dat het niet echt uitnodigend overkomt als je net daarvoor vijf minuten lang met je vinger in je mond hebt zitten poeren maar ik kon het toch proberen? "Neehetisallaatenikhebnogeenafspraakikhebgeentijdmeerenmoetnuwegdoegie." VROEEEEM! En weg is Sandra.
Ik sta beneden bij mijn flat met weer zo'n kut-winkelwagentje, een berg oud gebruikt laminaat en een blauwe zak. Dat visje eten kan ik wel helemaal vergeten, Sandra is in geen velden of wegen meer te bekennen. Daar sta je dan. In gedachten zie ik Sandra met dat strenge brilletje mij de stuipen op het lijf jagen: "jij wilde toch laminaat?" "Nou, nu heb je laminaat!" Ik zeg maar beter niets maar ik had toch eigenlijk wel gewild dat ze nog eventjes mee naar boven was gegaan... en dat brilletje had opgehouden.
Na jaren van tegenslag begint het leven er wat zonniger uit te zien. Toen ik in 2018 terecht kwam in een sloopwoning was er weinig meer van me over. Vanaf de eerste keer dat ik die woning bezocht had ik er een hekel aan. Eigenlijk mocht ik nog blij zijn dat ik een woning kreeg gezien de huidige omstandigheden met beschikbare huurwoningen tegenwoordig.
Toen ik daar enkele dagen woonde en Kelly, mijn hondje, doodging had ik het helemaal gehad. Het is moeilijk om te beschrijven in wat voor donker gat ik viel. Daar kwam de geluidsoverlast nog bij. De sloopwoning lag aan een van de drukste kruispunten van de stad. Continu had je last van het verkeer. Zeker in de zomer. Jonge mannen met een blèrende buikschuiver en een slap rechterpolsje zorgden o.a. nogal voor wat motorlawaai.
Naast me woonde een jonge man die nogal hield van harde rapmuziek en feestjes. Tot diep in de nacht, of tot in de ochtend, klonk dan de meest verschrikkelijke snelpraterij begeleid door diep bas gedreun. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat deze nogal agressieve vorm van muziek gericht was tegen tatta.
Had ik kinderen gehad, zou ik ze noooooit naar zulke feestjes laten gaan. Ik weet niet wat voor ouders dat doen maar die zouden ze voor straf met laminaat moeten laten zeulen of zo....
Moeders die hun kinderen naar zulke feestjes laten gaan zouden eigenlijk eens goed over de knie moeten! Een flink pak op de bips voor zulke moeders!
Oké, genoeg over die moedertjes, we ploegen door. De woning waarin ik woonde was gebouwd in de jaren vijftig en dus nogal gehorig. Isolatie was ook wel een dingetje. Alles enkelglas, tochtig. Je begrijpt dat ik niet erg te spreken was over die woning.
Ik zag het dan ook echt niet meer zitten. Voor een sociale huurwoning kwam ik nog lang niet in aanmerking ondanks dat ik al zeven jaar stond ingeschreven. je zou wel kunnen zeggen dat dat herseninfarct een geluk was bij een ongeluk. Veel heb ik er niet aan over gehouden al ben ik misschien nog wat meer gestoorder dan ik al was. Conditie is nog een puntje maar ik had wel een indicatie voor een zorgwoning, hulp in de huishouding en een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning gekregen na mijn herseninfarct.
Ook de buurt waarin ik woonde stond me niet echt aan. Veel Polen, Hongaren en andere buitenlanders. Veel types in een lange blauwe Adidas trainingsbroek met slippers eronder. Geloof me, dat is een internationaal dingetje.
Op het diepste punt in mijn leven verscheen er opeens een engeltje in mijn leven. Nou ja, engeltje. Cherubijntje. Ik weet niet zoveel van engeltjes en cherubijntjes maar volgens mij zijn cherubijntjes engeltjes die teveel chocola gegeten hebben. Een lekker mollig engeltje. Met een pijl en boog. Volgens mij die dingen die Michelangelo in de Sixtijnse Kapel heeft liggen kladderen. Ik kan het mis hebben.
Sandra had via Facebook contact met me opgenomen. Ik had al jaren niets van haar gehoord. Enkele weken later lag ik in het ziekenhuis met een herseninfarct. Nee, geintje. Sandra heeft een hart van goud. En een zoon die luidruchtige feestjes bezoekt maar laten we dat even buiten beschouwing laten. Sandra had wel door in wat voor deplorabele toestand ik leefde en begon een beetje voor me te zorgen. Nu was die woning ook een grote kolerezooi omdat ik niets opruimde.
Als je denkt dat je niemand meer hebt en er fladdert opeens een cherubijntje je leven in dan ben je wel blij. Sandra deed verschrikkelijk veel voor me en doet dat tot op de dag van vandaag. Vaak nam ze enkele boodschapjes mee, ze heeft een lekkere winterjas voor me geregeld, een oventje, kleding. Te veel om op te noemen. Laatst had ze via Marktplaats een hele ondervloer voor me geregeld. Gloednieuw. Voor weinig. Een afvalemmer en nog veel meer waaronder dus ook laminaat. Ook nog. Ik ben haar eeuwig dankbaar en als er ook maar iemand is die vleugeltjes en een halo verdient, dan ben is dat Sandra! Ze is een engel eh cherubijntje.
Mijn nieuwe woning ligt een op een meer stille plek. Een grote boom zorgt ervoor dat er niet teveel zon binnenkomt. Qua oppervlakte ben ik zeer tevreden. De woning heeft een oppervlak van zo'n tachtig vierkante meter en dat is voor een alleenstaande in de bijstand behoorlijk veel. Probeer dat maar eens te krijgen via Woonservice. Uiteindelijk zou ik kunnen zeggen dat ik heb gekregen waarom ik altijd had gevraagd.
De eerste weken nadat ik de woning betrok zakte ik weg in ellende. Waarom weet ik niet maar plots zag ik het allemaal niet meer zitten en voelde ik me zoals in 2019. Mijn emoties zijn nog steeds een rollercoaster en springen, net als de Snollebollekes, van links naar rechts en ook nog van onder naar boven. Gelukkig gaat het de laatste dagen weer wat beter. Misschien komt het omdat ik nu alweer op een andere plek woon of zo, ik weet het niet.
Toen ik nog in mijn oude buurt woonde had ik 1 slaapkamer met een balkon ervoor. Ik riep altijd dat ik graag het balkon voor de woonkamer had gehad en een extra slaapkamer. Dat heb ik nu. En daarbij heb ik nu weer een heerlijke ruime badkamer. In de sloopwoning had ik geen badkamer maar een 'badkast'. Zo klein, smerig en oud. Jakkiebah.
Nu heb ik tegeltjes tot aan het plafond en heb alle ruimte om te douchen. En douchen, zo weten sommigen van jullie wel, doe ik nou eenmaal graag en soms, heel soms, zing ik er ook een riedeltje bij. Soms, met gezelschap zal ik maar zeggen, vind ik het heerlijk om onder de douche.... De deurbel gaat en er fladdert een cherubijntje naar binnen. Ik kijk naar een cherubijnenkontje eh, kont. Tijd voor de vliegenmepper...
Een man van 54, die een jaar geleden een herseninfarct heeft gehad en meerdere keren heeft aangegeven heeft moeite te hebben met traplopen, kun je naar mijn mening beter geen trap laten lopen. Sandra maalde nergens om en gaf geen kik. "Doorgaan jij". Zelf tilde ze ook lekker mee en dat resulteerde in schattig gekleurd tomaten hoofdje. Lief. Waarschijnlijk zag ze mijn leed, ik zweette als een otter en ze bood aan strakjes een visje te gaan eten. Dat leek me wel wat. Ik had al in geen tijden een visje meer gegeten.
Het laminaat bleek niet in een keer in de auto te passen en we besloten om een keertje extra te rijden. Ik kreeg de opdracht om een winkelwagentje van de Lidl te pakken en daar het laminaat in te doen en het zo mijn appartement binnen te brengen. Ze weet dat ik een pleurishekel heb aan mensen die zomaar winkelwagentjes meenemen maar ze had haar brilletje al in de aanslag dus deed ik maar wat ze zei.
De andere lading laminaat ging een stuk makkelijker. Ik had het al naar beneden gebracht en het was maar een klein stukje naar de auto. Maar het hele gebeuren had veel meer tijd in beslag genomen dan we hadden gedacht en onderweg naar huis werd mevrouw een beetje nerveus. Ze had nog meer afspraken en begon al rijdend op haar telefoontje te kijken. Brilletje in het haar, je kent die vrouwen wel.
Ik werd daar een beetje nerveus van dus vroeg ik haar de telefoon weg te leggen. Nog geen vijf seconden later had ze het ding alweer in haar handen en ik 'freakte out' en blèrde dat ze op de weg letten moest. Vijf seconden later haalt ze weer haar hand van het stuur en zit ze te friemelen in een zak drop. Ik werd gek. "LET OP DE WEG" schreeuwde ik uit en graaide de zak drop uit haar handen. Ik gaf haar een dropje een ik nam er zelf ook een. Foute boel. Dat had ik niet moeten doen. Het was een flinke lap salmiak drop die ogenblikkelijk aan mijn gebitsprothese plakte. Met geen mogelijkheid kreeg ik dat stuk drop los of ik moest met mijn vinger in mijn mond gaan zitten poeren. Ik besloot om met mijn vinger in mijn mond te gaan zitten poeren.
Ik was lekker bezig en ik weet niet precies wat voor beeld het oproept als je met je vinger in je mond zit te roeren maar opeens begint mevrouw nogal luidruchtig op haar stukje drop te slobberen en te smakken. Ik kreeg het er warm van. Potverdikkie. Die kan er wat van, dacht ik. Godnogantoe. Toen ik een opmerking maakte over dat geslobber en gesmak besloot ze om het te gaan overdrijven en begon ze nog meer herrie te maken. Het stoom kwam uit mijn oren.
Even later stonden we voor mijn woning en zag ze de bui al hangen. "Kom je nog even boven voor een lekker kopje thee?" vroeg ik zo nonchalant mogelijk. Nu begrijp ik ook wel dat het niet echt uitnodigend overkomt als je net daarvoor vijf minuten lang met je vinger in je mond hebt zitten poeren maar ik kon het toch proberen? "Neehetisallaatenikhebnogeenafspraakikhebgeentijdmeerenmoetnuwegdoegie." VROEEEEM! En weg is Sandra.
Ik sta beneden bij mijn flat met weer zo'n kut-winkelwagentje, een berg oud gebruikt laminaat en een blauwe zak. Dat visje eten kan ik wel helemaal vergeten, Sandra is in geen velden of wegen meer te bekennen. Daar sta je dan. In gedachten zie ik Sandra met dat strenge brilletje mij de stuipen op het lijf jagen: "jij wilde toch laminaat?" "Nou, nu heb je laminaat!" Ik zeg maar beter niets maar ik had toch eigenlijk wel gewild dat ze nog eventjes mee naar boven was gegaan... en dat brilletje had opgehouden.
Na jaren van tegenslag begint het leven er wat zonniger uit te zien. Toen ik in 2018 terecht kwam in een sloopwoning was er weinig meer van me over. Vanaf de eerste keer dat ik die woning bezocht had ik er een hekel aan. Eigenlijk mocht ik nog blij zijn dat ik een woning kreeg gezien de huidige omstandigheden met beschikbare huurwoningen tegenwoordig.
Toen ik daar enkele dagen woonde en Kelly, mijn hondje, doodging had ik het helemaal gehad. Het is moeilijk om te beschrijven in wat voor donker gat ik viel. Daar kwam de geluidsoverlast nog bij. De sloopwoning lag aan een van de drukste kruispunten van de stad. Continu had je last van het verkeer. Zeker in de zomer. Jonge mannen met een blèrende buikschuiver en een slap rechterpolsje zorgden o.a. nogal voor wat motorlawaai.
Naast me woonde een jonge man die nogal hield van harde rapmuziek en feestjes. Tot diep in de nacht, of tot in de ochtend, klonk dan de meest verschrikkelijke snelpraterij begeleid door diep bas gedreun. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat deze nogal agressieve vorm van muziek gericht was tegen tatta.
Had ik kinderen gehad, zou ik ze noooooit naar zulke feestjes laten gaan. Ik weet niet wat voor ouders dat doen maar die zouden ze voor straf met laminaat moeten laten zeulen of zo....
Moeders die hun kinderen naar zulke feestjes laten gaan zouden eigenlijk eens goed over de knie moeten! Een flink pak op de bips voor zulke moeders!
Oké, genoeg over die moedertjes, we ploegen door. De woning waarin ik woonde was gebouwd in de jaren vijftig en dus nogal gehorig. Isolatie was ook wel een dingetje. Alles enkelglas, tochtig. Je begrijpt dat ik niet erg te spreken was over die woning.
Ik zag het dan ook echt niet meer zitten. Voor een sociale huurwoning kwam ik nog lang niet in aanmerking ondanks dat ik al zeven jaar stond ingeschreven. je zou wel kunnen zeggen dat dat herseninfarct een geluk was bij een ongeluk. Veel heb ik er niet aan over gehouden al ben ik misschien nog wat meer gestoorder dan ik al was. Conditie is nog een puntje maar ik had wel een indicatie voor een zorgwoning, hulp in de huishouding en een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning gekregen na mijn herseninfarct.
Ook de buurt waarin ik woonde stond me niet echt aan. Veel Polen, Hongaren en andere buitenlanders. Veel types in een lange blauwe Adidas trainingsbroek met slippers eronder. Geloof me, dat is een internationaal dingetje.
Op het diepste punt in mijn leven verscheen er opeens een engeltje in mijn leven. Nou ja, engeltje. Cherubijntje. Ik weet niet zoveel van engeltjes en cherubijntjes maar volgens mij zijn cherubijntjes engeltjes die teveel chocola gegeten hebben. Een lekker mollig engeltje. Met een pijl en boog. Volgens mij die dingen die Michelangelo in de Sixtijnse Kapel heeft liggen kladderen. Ik kan het mis hebben.
Sandra had via Facebook contact met me opgenomen. Ik had al jaren niets van haar gehoord. Enkele weken later lag ik in het ziekenhuis met een herseninfarct. Nee, geintje. Sandra heeft een hart van goud. En een zoon die luidruchtige feestjes bezoekt maar laten we dat even buiten beschouwing laten. Sandra had wel door in wat voor deplorabele toestand ik leefde en begon een beetje voor me te zorgen. Nu was die woning ook een grote kolerezooi omdat ik niets opruimde.
Als je denkt dat je niemand meer hebt en er fladdert opeens een cherubijntje je leven in dan ben je wel blij. Sandra deed verschrikkelijk veel voor me en doet dat tot op de dag van vandaag. Vaak nam ze enkele boodschapjes mee, ze heeft een lekkere winterjas voor me geregeld, een oventje, kleding. Te veel om op te noemen. Laatst had ze via Marktplaats een hele ondervloer voor me geregeld. Gloednieuw. Voor weinig. Een afvalemmer en nog veel meer waaronder dus ook laminaat. Ook nog. Ik ben haar eeuwig dankbaar en als er ook maar iemand is die vleugeltjes en een halo verdient, dan ben is dat Sandra! Ze is een engel eh cherubijntje.
Mijn nieuwe woning ligt een op een meer stille plek. Een grote boom zorgt ervoor dat er niet teveel zon binnenkomt. Qua oppervlakte ben ik zeer tevreden. De woning heeft een oppervlak van zo'n tachtig vierkante meter en dat is voor een alleenstaande in de bijstand behoorlijk veel. Probeer dat maar eens te krijgen via Woonservice. Uiteindelijk zou ik kunnen zeggen dat ik heb gekregen waarom ik altijd had gevraagd.
De eerste weken nadat ik de woning betrok zakte ik weg in ellende. Waarom weet ik niet maar plots zag ik het allemaal niet meer zitten en voelde ik me zoals in 2019. Mijn emoties zijn nog steeds een rollercoaster en springen, net als de Snollebollekes, van links naar rechts en ook nog van onder naar boven. Gelukkig gaat het de laatste dagen weer wat beter. Misschien komt het omdat ik nu alweer op een andere plek woon of zo, ik weet het niet.
Toen ik nog in mijn oude buurt woonde had ik 1 slaapkamer met een balkon ervoor. Ik riep altijd dat ik graag het balkon voor de woonkamer had gehad en een extra slaapkamer. Dat heb ik nu. En daarbij heb ik nu weer een heerlijke ruime badkamer. In de sloopwoning had ik geen badkamer maar een 'badkast'. Zo klein, smerig en oud. Jakkiebah.
Nu heb ik tegeltjes tot aan het plafond en heb alle ruimte om te douchen. En douchen, zo weten sommigen van jullie wel, doe ik nou eenmaal graag en soms, heel soms, zing ik er ook een riedeltje bij. Soms, met gezelschap zal ik maar zeggen, vind ik het heerlijk om onder de douche.... De deurbel gaat en er fladdert een cherubijntje naar binnen. Ik kijk naar een cherubijnenkontje eh, kont. Tijd voor de vliegenmepper...
