#1
Overcome zei:Als ouders hun kinderen niet goed opvoeden (door ze bijvoorbeeld te verwennen), kan het kind ook autistische trekjes krijgen, waardoor ze worden afgeschermd als een kind met een gedrags probleem, maar ik vind dat die diagnose al wel heel snel word gesteld, ik werk zelf ook in het speciaal onderwijs, en ik heb in de klas autisten maar ook gewoon kinderen die gedrags problemen hebben doordat ze altijd heel erg verwend zijn, en ze hebben heel veel dezelfde trekjes.
Daarbij laten ouders hun kinderen nu veel sneller onderzoeken, als een kind maar een beetje druk is, huplaa laten testen? is het kind druk? nou dan prop je er wat ritalin in dan word het kind weer rustig, het verbaast me ook hoe snel een kind op het speciaal onderwijs komt...
Het hebben van autistische trekken is wezenlijk wat anders dan het functioneren met een Autisme Spectrum Stoornis. Op termijn zijn perspectieven voor de eerste groep kinderen over het algemeen beter dan de laatste ASS-groep. Dit heeft vooral met de aard/oorzaak van de problematiek te maken en niet zozeer met de uitingsvorm die ogenschijnlijk overeenkomt. Natuurlijk wil dit niet zeggen dat de ene groep juist makkelijker of moeilijk is te hanteren voor de ouders of op school.
Verder wil ik je verwijzen naar onderstaand stuk dat verklaar waarom er een toename is van het aantal leeringen met een ASS.
http://www.recbovenamstel.nl/pagetype.1 ... &itemId=37Het percentage leerlingen met ASS in het REC BovenAmstel is gestegen van 20 % in 2005 tot 29% in 2007.Het precieze aantal mensen met autisme in Amsterdam is niet bekend. Sinds het in werking treden van de WEC (Wet op de Expertisecentra) lijkt er sprake van een spectaculaire toename van het aantal leerlingen met een ASS. De toename van het aantal leerlingen met een stoornis in het autisme spectrum lijkt vooral samen te hangen met de uitbreiding van de diagnostische categorie. In het verleden werd onder autisme alleen de autistische stoornis bedoeld, tegenwoordig is de diagnose uitgebreid met de stoornis van Asperger en PDD-NOS. Er is sprake van toenemende bekendheid met het begrip ASS, zowel bij deskundigen als bij het bredere publiek. Dit leidt er toe dat steeds minder kinderen met een ASS over het hoofd worden gezien, waardoor meer kinderen worden doorgesluisd naar adequate hulpverlening en passend onderwijs. De stoornis van Asperger en PDD-NOS worden echter als weinig betrouwbare en valide diagnoses opgevat. Hierdoor is er in een onbekend aantal gevallen ook sprake van onder- of overdiagnostiek of verkeerde diagnostiek. In het algemeen nemen we aan dat we kunnen uitgaan van een prevalentie van ASS tussen 0,6% en 1%. Dat wil zeggen dat op de 1000 mensen gemiddeld 6 tot 10 personen een vorm van autisme hebben.
Download hier een rapport van De Bascule over de groei van het aantal leerlingen met ASS.