#1
Vorige week was ik op Buitenkunst. Een prachtig kamp op een magische plek in de bossen van Drenthe. Ik heb het geluk daar te mogen werken. De laatste avond is altijd bijzonder en eindigt doorgaans bij het meertje, eigenlijk steevast met de nodige drank en drugs achter de kiezen. Zo ook deze nacht, die begon met een paar drankjes en het laatste restje 2mmc. Volvolgens kreeg ik een paar sleutelpuntjes pep aangeboden, een kwartje xtc, een likje mdma. En zo nu en dan een slok rum of whiskey uit een fles die voorbij kwam. Ja, ik weet het, ik ben een ruggengraatloos wezen.
Sue me, Van alles had ik maar een klein beetje op, dus de weg kwijt was ik zeker niet. Slechts een klein maar heerlijk roesje. De nacht eindigde bij het meertje op een strandje vol prachtige wilde boswezens, met kampvuurtjes, gitaren, mooie gesprekken en de slappe lach.
Het was een uur of zes en zoetjesaan tijd voor het bed. De eerste zonnestralen kwamen voorzichtig door de takken heen. Boven het water en de landerijen die ons bos omgeven hingen flarden mist. Het beloofde een mooie dag te worden. In het bos snoven we nog een paar puntjes keta van een takje, een 'slaapmutsje' om nog een paar uur de ogen te kunnen sluiten na de cocktail van 2m, pep en mdma die er gedurende de nacht was ingegaan. Vervolgens namen we afscheid en liep ik naar de medewerkerstent. Voor het eerst in een hectische, overvolle week was ik alleen. De klus was geklaard, de week voorbij. Ik leefde, en hóe. Mijn hart stroomde over van de echtheid van alles. Het bos was leeg, stil en van een uitzonderlijke schoonheid,
Onze medewerkerstent - een grote witte tent met een complete huiskamer erin - was uitgestorven. Ik stapte naar binnen, de houten planken op, om mijn tanden te poetsen in de aangrenzende keet die als keuken diende. Ik bleef in stilte even staan kijken naar het bos. Het was van een lastig te beschrijven vreemdheid. Zacht strijklicht bescheen de mist die tussen de bomen hing. Het was als een droom en tegelijkertijd echter dan ooit tevoren.Als een parallelle wereld waaraan ik tot nu toe voorbij was gegaan. Ik voelde me zo licht dat ik haast opsteeg.
Plotseling vloog er een vogeltje de tent in, en nog een, en nog een. De mederwerkerstent vulde zich met kleine fladderende vogeltjes. Ze scheerden kwetterend langs me heen. In de vroege ochtend was dit hún domein. Volgens mij waren het roodborstjes. Één vogeltje scheerde de keuken in. Ik liep het achterna, want ik wist dat de keuken maar een ingang had en wilde er zeker van zijn dat het diertje veilig naar buiten zou komen.
In de keuken zag ik inderdaad hoe het vogeltje tegen de ramen op vloog als een grote hommel. Een zoemend geluid. Zijn vleugeltjes klapperden zo snel dat ik even twijfelde of het geen kolibrie was. Vroger als kind had ik vogeltjes thuis, dus ik ben het gewend ze vast te houden. Ik liep op het beestje af met mijn armen gestrekt voor me uit. Gedesoriënteerd vloog het vogeltje tegen het raam op, in paniek om aan mijn greep te ontkomen. Toen viel het plotseling achter het fornuis op de grond. Ik zakte door mijn knieën, speurde de grond af, maar zag het diertje niet meer. Het was verdwenen. Ik zette de deur naar buiten op een kier, zodat het weg zou kunnen als het tevoorschijn zou komen. Maar het beestje was en bleef spoorloos. Het was alsof ik wakker werd uit een droom.
Ik weet niet of het vogeltje er echt is geweest of dat ik het bedacht heb. Misschien doet het er ook niet toe.
De stilte, mijn zintuigen die op scherp stonden, het vreemde ochtendlicht, de droomachtige setting.
Of het nu mijn vermoeidheid was, de keta, de setting of een combinatie hiervan...
Alles bij elkaar was dit een prachtige, haast mystieke ervaring.
![:heartsuit:]()
Het was een uur of zes en zoetjesaan tijd voor het bed. De eerste zonnestralen kwamen voorzichtig door de takken heen. Boven het water en de landerijen die ons bos omgeven hingen flarden mist. Het beloofde een mooie dag te worden. In het bos snoven we nog een paar puntjes keta van een takje, een 'slaapmutsje' om nog een paar uur de ogen te kunnen sluiten na de cocktail van 2m, pep en mdma die er gedurende de nacht was ingegaan. Vervolgens namen we afscheid en liep ik naar de medewerkerstent. Voor het eerst in een hectische, overvolle week was ik alleen. De klus was geklaard, de week voorbij. Ik leefde, en hóe. Mijn hart stroomde over van de echtheid van alles. Het bos was leeg, stil en van een uitzonderlijke schoonheid,
Onze medewerkerstent - een grote witte tent met een complete huiskamer erin - was uitgestorven. Ik stapte naar binnen, de houten planken op, om mijn tanden te poetsen in de aangrenzende keet die als keuken diende. Ik bleef in stilte even staan kijken naar het bos. Het was van een lastig te beschrijven vreemdheid. Zacht strijklicht bescheen de mist die tussen de bomen hing. Het was als een droom en tegelijkertijd echter dan ooit tevoren.Als een parallelle wereld waaraan ik tot nu toe voorbij was gegaan. Ik voelde me zo licht dat ik haast opsteeg.
Plotseling vloog er een vogeltje de tent in, en nog een, en nog een. De mederwerkerstent vulde zich met kleine fladderende vogeltjes. Ze scheerden kwetterend langs me heen. In de vroege ochtend was dit hún domein. Volgens mij waren het roodborstjes. Één vogeltje scheerde de keuken in. Ik liep het achterna, want ik wist dat de keuken maar een ingang had en wilde er zeker van zijn dat het diertje veilig naar buiten zou komen.
In de keuken zag ik inderdaad hoe het vogeltje tegen de ramen op vloog als een grote hommel. Een zoemend geluid. Zijn vleugeltjes klapperden zo snel dat ik even twijfelde of het geen kolibrie was. Vroger als kind had ik vogeltjes thuis, dus ik ben het gewend ze vast te houden. Ik liep op het beestje af met mijn armen gestrekt voor me uit. Gedesoriënteerd vloog het vogeltje tegen het raam op, in paniek om aan mijn greep te ontkomen. Toen viel het plotseling achter het fornuis op de grond. Ik zakte door mijn knieën, speurde de grond af, maar zag het diertje niet meer. Het was verdwenen. Ik zette de deur naar buiten op een kier, zodat het weg zou kunnen als het tevoorschijn zou komen. Maar het beestje was en bleef spoorloos. Het was alsof ik wakker werd uit een droom.
Ik weet niet of het vogeltje er echt is geweest of dat ik het bedacht heb. Misschien doet het er ook niet toe.
De stilte, mijn zintuigen die op scherp stonden, het vreemde ochtendlicht, de droomachtige setting.
Of het nu mijn vermoeidheid was, de keta, de setting of een combinatie hiervan...
Alles bij elkaar was dit een prachtige, haast mystieke ervaring.