"Na âTruffels: ervaar de innerlijke rustâ en Truffels: de wereld is mooiâheb ik een hele andere nieuwe ervaring met truffels sinds het weekend van 21 November. We gingen weer naar het huisje van N zijn ouders in Zeeland, dit keer met zân 7en. Ik zou samen met 3 anderen zaterdagavond aan de truffels gaan: met T, N en M. De andere keren dat ik truffels heb gedaan was samen met N. Voor de andere 2 was het de eerste keer.
Aangekomen bij de smartshop, waar we de vorige keren ook onze truffels hadden gehaald, bleek dat er dit keer keus was tussen verschillende truffels. De vorige keren hadden ze er maar 1 soort, dit keer hadden ze er 3. De man van de smartshop vertelde welke soort wij als het goed is de keren daarvoor hadden gehad en dat er een soort is met meer visuele effecten. Aangezien we de vorige keren niet echt veel visuele effecten hadden gehad, hebben we gekozen voor deze soort. Ieder een portie van 15 gram leek ons meer dan genoeg.
Zaterdagavond rond een uur of half 8 zijn we water gaan koken. Na het water een beetje te hebben laten afkoelen, hebben we er thee van gemaakt en de truffels erin gegooid. Na de thee op te hebben gedronken en de truffels op te hebben gegeten, was het wachten tot het begon te werken. N had het al gauw over een kriebel in zijn buik, die ik ook vrij snel begon te voelen. M en T voelden nog niks zeiden ze. Al gauw werden er flauwe grappen gemaakt en werd er hard gelachen. T zat zich behoorlijk te ergeren aan het schilderij aan de muur dat scheef zou hangen. Hij kon zijn ogen er niet vanaf houden. Zelf zag ik af en toe al vlagen met kleur voorbij komen. Ineens kwam er dan bijv. een vlaag met groen licht voorbij. Ik denk dat het ongeveer 8 uur was toen we besloten om naar buiten te gaan. Toen ik opstond voelde ik me net een piraat op een schip. Alles draaide en bewoog. Het aandoen van mijn schoenen en jas ging niet erg soepel. Eenmaal buiten kwamen we erachter dat het regende, maar daar merkten we vrij weinig van.
We liepen naar een bankje dat op een weiland/grasveld stond. Aangezien we buiten een klein dorpje in Zeeland zaten, was er amper licht. Op het weiland zelf was helemaal geen licht. Toen we het weiland opliepen, hadden we het gevoel dat we omhoog liepen, maar we wisten niet zeker of dat echt zo was. Achteraf gezien was dat hoogstwaarschijnlijk wel het geval. Eenmaal bij dat bankje aangekomen was het heel donker. Mijn zicht viel een beetje weg. Ik zag zoveel kleuren en voor de rest alleen maar een donkere omgeving dat ik er een beetje bang van werd. Ik zag eigenlijk niks, ik kon net degene zien die naast me op het bankje zat. Ik vond het erg beangstigend, maar mijn ervaring van de vorige keren leert dat wanneer ik dat zeg, ik anderen daarmee kan beĂŻnvloeden. Om deze reden heb ik niks tegen de rest gezegd. M was de hele tijd stil naar de lucht aan het kijken. Toen N voorstelde om verder te lopen, heb ik aangegeven dat ik terug naar binnen wilden. Terwijl we van dat weiland afliepen, zag ik helemaal niet waar ik liep. Ik ben bij T in de buurt gebleven zodat ik niet zomaar een verkeerde stap zou zetten. Toen we net van dat weiland af waren, voelde ik me nog slechter. Ik kreeg een ontzettende piep in mijn oren zodat ik de geluiden in de omgeving niet meer hoorde. Wel hoorde ik de anderen nog praten. Toen we een paar meter verder langs een paar plantenbakken liepen, vroeg ik of we asjeblieft konden gaan zitten omdat ik me echt niet goed voelde. Dit heb ik dan ook gedaan. De rest bleef bij me staan.
Na even te hebben gezeten, voelde ik me gauw beter. De anderen waren om zich heen aan het kijken. T stond heel geboeid naar een boom te kijken en N stond naast hem. M stond nog steeds non-stop naar de lucht te staren.
Ik zat op een bloembak op een pad in het park en vlak voor me stonden wat planten en bomen. De takken en de blaadjes (die er bij sommige bomen/planten nog wel aan zaten) veranderden hele tijd, ook omdat het best wel waaide. M vond de hemel nog steeds helemaal geweldig. Ik voelde me ongemakkelijk als T en N niet bij me in de buurt waren. In de eerste instantie moest T dicht bij me in de buurt blijven, hij mocht eigenlijk niet meer dan een meter van me af staan. N was de hele tijd rond aan het lopen; stilstaan was niet zijn ding op dat moment. Ik vond het ook niet fijn als hij meer dan 5 meter van me vandaan zou lopen. T stond naast me, nog steeds geobsedeerd door dezelfde boom. M was de enige die op dat moment sigaretten bij zich had. Iedereen mocht van hem roken, maar zijn pakje wilde hij niet kwijt. Als iemand anders zijn pakje in zân handen had, maakte hij ons even duidelijk dat hij graag zijn pakje sigaretten snel terug wilde.
Het ging vanaf dat moment eigenlijk best goed met me. Ik zat de hele tijd voor me uit te staren naar de planten, waar allerlei lichtpuntjes vandaan leken te komen. Wanneer ik naar een lichtpuntje keek, verdween het en verscheen het op een andere plek weer. N was allemaal aan het praten, de rest was vrij stil. M stond een paar meter van ons af naar de lucht te kijken, T stond bij mij in de buurt naar de boom te kijken en ik zat nog op de plantenbak. Normaal ben ik een behoorlijke prater, maar dit keer had N het hoogste woord. Hij ging zich er een beetje aan irriteren dat hij alleen zichzelf hoorde. Af en toe praatte ik terug, maar de rest praatte amper. N vertelde elke keer uitgebreid wat hij zag. Hij zag in een plant een stel dat innig aan het zoenen was. Ik kon dat er ook wel in zien. Langzaamaan werden er steeds meer gezichten zichtbaar in de plant die opzij leken te kijken. Ook zag N de ING-leeuw in een plant. T en ik hebben ons rot gezocht naar die leeuw, maar we hebben hem nooit kunnen vinden. T kon zich niet eens meer voorstellen hoe een leeuw eruit zag. Ik begon daarna een struisvogel in de planten te zien. Toen ik dat zei, zag N hem ook. T had ondertussen een aansteker in zijn hand, waardoor hij het gevoel kreeg dat hij de aansteker helemaal om kon buigen.
Op een gegeven moment kwam er een auto aanrijden en kwam er een vrouw met een hondje voorbij lopen. Iedereen, behalve N, vond dit zeer ongemakkelijk. Dit was echt een moment waarop we beseften dat we daar al een hele tijd alleen maar aan het staren waren. Voor N en T leek de auto op een limosine omdat het zo lang leek te duren en N kreeg er een beetje een Hollywood gevoel bij. Toen viel N zijn oog op een hek. Voor hem leek het op een trein die net de hoek om kwam. Vervolgens ging hij in zichzelf mompelen over hoe het spoor dan zou lopen.
Voor mij was het erg moeilijk om te zien welke kant iemand op keek. Als iemand in mijn richting keek, had ik geen idee of diegene mij aankeek of helemaal niet. Ik was niet de enige met dat probleem; N had het ook. Vandaar dat N ook af en toe zei: âWaarom kijken jullie mij allemaal aan? Is er iets?â terwijl we hem niet aankeken. Ook was het voor mij af en toe moeilijk om T zijn gezicht (en dus ook zijn gezichtsuitdrukking) te zien. Misschien kwam het door de grijze muts die hij op had (het was koud en het regende af en toe), maar N had hier ook last van. Deze grijze muts zorgde er ook voor dat N vond dat T op een moslim leek. N had ook een muts op en deze zorgde er onder andere voor dat T vond dat N op een junkie leek.
N en ik kennen allebei het spel Left 4 Dead. Voor degenen die het niet kennen: het is een donker spel waarbij er 4 overlevenden heel veel zombies dood moeten schieten. N gaf aan dat hij een beetje het idee had dat hij in dat spel rondliep. Toen hij dat zei, kreeg ik dat gevoel ook. Dit gevoel was overigens totaal niet beangstigend. Het was niet zo dat ik dacht dat er ieder moment zombies uit de bosjes zouden komen springen. Het was juist grappig dat ik wel een beetje het idee kreeg dat ik in zoân omgeving rondliep.
Omdat het toch best koud begon te worden, liepen we langzaamaan maar weer terug naar binnen. Tot dat moment had M steeds naar de lucht zitten staren. Achteraf vertelde hij dat hij allemaal beelden in de lucht zag. Ik liep met T voorop naar het huisje, N en M liepen achter ons. Dit ging erg langzaam omdat M liever stil wilde staan dan dat hij liep. Zelf had ik de behoefte om langzaam te lopen dus ik vond het niet zo erg. T was erg geobsedeerd door ramen. Hij vond het heel leuk om door de ramen van de verlaten huisjes te kijken. Ook vond hij alles er heel plastic uit zien. Als reactie op deze opmerking, vertelde ik dat het wel een beetje op Madurodam leek. T vertelde dat hij zich meteen een halve meter voelde krimpen en we liepen voor ons gevoel door Madurodam: alles was klein en wij waren nog kleiner. Een paar meter verderop werd het ineens een stuk donkerder, wat T en ik vrij onprettig vonden. Gelukkig was het nog maar een paar meter naar het huisje. T en ik gingen naar binnen.
Terwijl dat T en ik binnen waren (waar er 2 Fifa aan het spelen waren en 1 een beetje mee aan het kijken was), bleven M en N buiten. We zagen N tegen het raam aan hangen: hij was naar binnen aan het kijken. Een minuut of 5/10 later kwamen ook zij naar binnen. Ze vertelden dat als ze door het ene raam keken, dat het er erg gezellig uit zag binnen, alsof het een soort kerstavond was of zo en als ze door het andere raam keken leek het alsof het een ziekte was binnen, zoân bende was het. Eenmaal met zân 4en bij de andere 3 gesetteld, kwamen de lachbuien weer terug. Fifa was voor ons totaal niet te volgen en het was overigens ook niet echt interessant. Toch was het wel fijn om er af en toe naartoe te staren. Degene die geen Fifa aan het doen was, ging een beetje met ons praten. Aangezien wij vrij snel moesten lachen, hield hij hier ook gauw mee op. M zat al de hele tijd met een sigaret en een aansteker in zijn hand. Hier liep hij denk ik al wel een uur mee rond maar hij stak de sigaret niet aan. Hij was ontzettend geboeid door de mooie sigaret. Overigens kreeg hij de aansteker ook niet aan. N had zichzelf ondertussen van een glas water voorzien. Voor hem was het water echt heerlijk. Hij vertelde dat hij het water echt overal doorheen voelde stromen. Drinken was overigens niet echt gemakkelijk voor hem, maar hij had de moeite er wel voor over. T ging op een gegeven moment ook water halen (hij vond het water ook heerlijk) en vond het toch wel erg mooi hoe dat water in het glas terecht kwam.
Voor de gezelligheid wilden de 2 Fifa spelers het spel uitzetten, maar wij protesteerden met zân 4en. We waren ondertussen zo gewend om naar Fifa te kijken, dat het eigenlijk wel fijn was als het aan bleef staan. N draaide ondertussen zijn stoel om naar de muur. Wat er toen allemaal op zijn gezicht gebeurde, was ongelooflijk. Het was alsof hij zijn gezicht opnieuw ontdekte en het zag er ontzettend grappig uit. M, T en ik waren er met zijn 3en naar aan het kijken, N had dat niet door. Pas toen we met zijn 3en begonnen te lachen, keek hij op. Het bleek dat hij de ringen van het gordijn aan het tellen was, wat vrijwel onmogelijk was. Vervolgens kwam iemand op het idee om een spelletje te gaan doen.
Met zijn 4en gingen we aan tafel zitten. We waren allemaal vrij lam, maar de truffels waren al ver uitgewerkt naar ons idee. We gingen Ezelen (voor degenen die het niet kennen: een kaartspel waarbij je 4 dezelfde moet hebben door elke keer 1 kaart door te geven aan je buurman en vervolgens op tafel moet slaan). Na 2 potjes gespeeld te hebben, bleek dat het totaal geen nut had. Zelf kon ik er niks van volgen en we waren eigenlijk allemaal te lam. We hebben toen de kaarten maar weggelegd en niks zitten doen. Ik denk dat we wel een uur daar hebben gezeten, zonder echt veel te praten en naar de tv (waarop ondertussen een serie bezig was) te kijken. N en T gingen nog een joint roken. N kreeg de aansteker niet aan en moest om hulp vragen. T ging met een flesopener met as spelen en M en N pakten telkens van alles in hun hand. Zelf deed ik niet zoveel, behalve zitten. Er stond een pak met stroopwafels op tafel. Deze had een blauw met witte verpakking en we kwamen tot de conclusie dat dit helemaal geen geschikte stroopwafel verpakking was. M zat te twijfelen of hij een stroopwafel zou eten of niet. N gaf toe dat hij ook wel met dit dilemma zat, maar dat hij eigenlijk alleen maar zin had om 3 stroopwafels op elkaar te leggen en er 1 hap uit te nemen en dat vond ie sonde. M pakte 3 stroopwafels en hield die voor N zijn neus. Uiteindelijk nam N toch de beslissing om een hap te nemen van de 3 op elkaar gelegde stroopwafels. Dit smaakte hem erg goed, maar meer dan 1 hap hoefde hij niet. M heeft uiteindelijk de rest opgegeten. Op een gegeven moment was eigenlijk alles wel normaal maar voelde ik me ontzettend uitgeput. Ik ben toen naar bed gegaan, terwijl de rest nog een paar biertjes hebben gedronken en tv hebben gekeken.
Al met al een leuke en voor mij een toch wel wat heftige ervaring. Op zich zou ik het zo nog een keer doen, maar het begin was voor mij erg ongemakkelijk. Dat wil ik niet graag nog een keer meemaken."