‘De zelfhatende man van inactie’, een traumarespons
‘De zelfhatende man van inactie’, is een niet-klinische term voor een type persoon die men veelal terugvindt in de verslavingszorg. Tegenslagen en mislukkingen uit het verleden liggen ten grondslag aan negatieve gedachten en gevoelens die deze man frequent ervaart, die weer ten grondslag liggen aan disfunctioneel gedrag waarin hij voortdurend vervalt. Ik identificeer me niet geheel, maar zeker voor een groot deel met deze persoonlijkheid.
Het woord haat is gelukkig te intens om te omschrijven hoe ik over mezelf denk. Als ik objectief naar mezelf kijk, dan zie ik in dat ik waarde heb en er meer dan voldoende positieve kwaliteiten aan me toe te dichten zijn. Ik heb tot dusver echter niet met mijn positieve kwaliteiten een leven kunnen vormen waar ik trots op ben. Het tegenovergestelde is waar.
Hoe ik me subjectief over mezelf voel is hierdoor minder positief. Als ik langs mijn (meestal) positieve presentatie naar de buitenwereld heen kijk en mezelf eerlijk afvraag hoe ik me diep vanbinnen over mezelf voel, dan kom ik tot de conclusie dat de tegenslagen en mislukkingen uit mijn verleden geleid hebben tot een erg laag zelfbeeld. Dit zelfbeeld leidt tot veel negatieve en contraproductieve gedachten en gevoelens, die in veel gevallen niet overeenkomen met de werkelijkheid, maar die mij wel het gevoel geven dat ik leef in een realiteit waarin ik het vermogen niet heb om een betere toekomst voor mezelf te creëren.
De negatieve en contraproductieve gedachten die ik soms ervaar zijn gedachten over hoe ik alles anders aan had moeten pakken in het verleden; gedachten van megalomane aard over wat ik in de toekomst moet bereiken om aan mezelf en anderen te bewijzen dat ik ertoe doe; gedachten dat ik mijn kansen op een gelukkig en succesvol leven al vergooid heb; gedachten dat ik überhaupt nooit zal kunnen slagen of gelukkig zal kunnen zijn, omdat dit in het verleden ook niet gelukt is; gedachten dat het geen zin heeft om te daten, omdat ik een potentiële partner niets te bieden heb; gedachten dat ik beter op kan geven, omdat het allemaal geen zin heeft.
De negatieve en contraproductieve gevoelens die ik vaak ervaar zijn een gevoel van constante (lichte) spanning; gevoelens van schaamte; gevoelens van mentale en soms ook fysieke vermoeidheid; een gevoel van verminderd concentratievermogen. Ook ervaar ik soms gevoelens van somberheid, een gebrek aan blijdschap en soms ook tegenstrijdige gevoelens, zoals hoop in combinatie met spanning. De reden voor het laatste is dat hoop (en hoop gebruiken om aan te zetten tot actie) juist zou kunnen leiden tot dezelfde teleurstelling die ik al eerder heb ervaren en die ik juist vrees.
Zoals aangegeven, ervaar ik de negatieve gevoelens vaker dan de negatieve gedachten. De reden hiervoor is dat ik negatieve gedachten over de jaren heen getracht heb weg te drukken. Waarschijnlijk heb ik me ooit bedacht dat ik de impact van negatieve gedachten (en herinneringen) over het verleden, het heden, de toekomst en over mezelf kon neutraliseren door er simpelweg niet mee bezig te zijn. In werkelijkheid heb ik de negatieve gedachten hierdoor nooit goed kunnen ontladen en in perspectief kunnen zetten. In tegenstelling, ik heb hiermee de lading alleen maar zwaarder gemaakt zonder me dit goed te realiseren.
Ik ben tevens tot het inzicht gekomen dat ik me door deze ongezonde copingstijl niet altijd heb gerealiseerd wat me precies dwars zit. Als gevolg hiervan begreep ik vaak ook niet waarom ik me niet voelde zoals ik me zou willen voelen en waar gevoelens van (bijvoorbeeld) spanning, schaamte en lethargie precies vandaan kwamen. Ook op momenten dat ik het idee had dat ik de juiste acties ondernam in mijn leven, leidde dit vaak niet tot een (op zijn minst) content gevoel waar ik op uit was.
De negatieve cyclus waarin ik het grootste deel van mijn leven vroeg of laat in verval, valt in mijn optiek te wijten aan deze verkeerde omgang met mijn gedachten en gevoelens. Ik doe een tijdlang mijn best en heb een productief leven, maar haal hier gevoelsmatig niet uit waar ik naar op zoek ben, omdat ik ondertussen in de knoop zit met mezelf, dit niet door heb of niet wil erkennen en zo het herstel van mijn trauma’s in de weg zit. Dit triggert een respons van negatieve gedachten en gevoelens over mezelf, mijn verleden, mijn heden en mijn toekomst - negatieve, onware gedachten die me vooral wijsmaken dat het geen zin heeft wat ik doe of probeer, omdat ik me toch nooit goed zal voelen - wat op zijn beurt het verlangen triggert om me verdoven. Hier geef ik me vervolgens volledig aan over, waarna ik in een langdurig negatief gedragspatroon verval.
Dit is waarom ik mezelf er in het verleden niet van kon weerhouden om dagenlang onafgebroken videogames te spelen (en in dit geval ook omdat dit een wereld was waarin ik wel veel grip en controle had). Dit is waarom ik in een recenter verleden vrijwel ieder moment dat ik alleen was met een koptelefoon opliep, om mezelf af te leiden met muziek of ander geluid. Dit is waarom ik hele dagen kan vullen met YouTube video’s kijken, of een hele nacht door kan halen met online schaken, lang nadat enig plezier dat ik hierin heb al verdwenen is. Dit is waarom ik vorig jaar op een gegeven moment zelfs ophield met douchen, omdat ik de gedachte om even zonder ruis te moeten leven en alleen te zijn met mijn gedachten niet kon verdragen. Deze periodes van ‘in limbo leven’, waarin ik niet denk, niet voel en me niet druk hoef te maken over hoe hoopvol de toekomst wel of niet is, zorgen ervoor dat mijn leven is zoals het nu is.
Dit copingmechanisme manifesteert zich ook in mijn persoonlijke relaties. Als mijn ouders mij bellen om te vragen hoe het met me is, dan wil ik de confrontatie hoe het daadwerkelijk met me gaat helemaal niet aangaan en neem ik gewoon niet op. Als ik uitgenodigd word door familie of vrienden, dan voel ik om dezelfde reden onmiddellijk een drempel en zeg ik geregeld niet toe of op een gegeven moment toch af. Als het 'moet', ben ik niet te beroerd om leugens te verzinnen waarom ik niet zou kunnen. Al dit ongezonde copinggedrag leidt uiteindelijk alleen maar tot meer negatieve gedachten en gevoelens, die weer tot meer ongezond copinggedrag leiden.
Als ik een gelukkig leven wil leiden, dan zal ik hier uiteraard verandering in aan moeten brengen. Het inzicht dat dit is wat ik al die tijd heb laten gebeuren is er nu, dus er is nu ook geen excuus meer om opnieuw te falen en hier niet keihard aan te gaan werken. Ik ben ervan overtuigd dat als ik op een gezondere manier met mijn gedachten en emoties om leer te gaan, dat de rest uiteindelijk vanzelf op zijn plek zal vallen.
Ik zal mezelf aan moeten leren om op een gezonde manier met mijn trauma’s om te gaan. Volgens de huidige kijk op traumaverwerking betekent dit dat ik mijn gedachten en emoties juist toe moet laten. Hoe meer je je emotioneel openstelt voor pijn en hoe heftiger de pijn is, hoe gunstiger dit zal zijn voor het herstelproces. Hoe drastischer je jezelf probeert te dissociëren van de traumaherinnering, hoe krachtiger het trauma juist aanwezig blijft.
Tegelijkertijd zal ik, om mijn negatieve gedragspatronen te kunnen doorbreken, eerst moeten ontwennen van al waar ik me verslaafd aan heb gemaakt. Verslavingen zie ik visueel voor me als een enorm netwerk van verbindingen, bijna een soort universum, dat ik zelf alleen maar groter, sterker en hechter heb gemaakt door het al die tijd gevoed te hebben en uit te hebben laten breiden. Het is een krachtig monster geworden dat ik zal moeten verslaan om me lichter en minder opgejaagd te kunnen voelen. Om dit monster te verslaan, wil ik de komende drie maanden drastische maatregelen treffen. Plekken in huis die samenhangen met mijn verslavingen en met inactie vermijd ik als ik niet iets productiefs ingepland heb om op de betreffende plek te doen. Mijn telefoon laat ik links liggen en ik blokkeer alle applicaties die een ongezonde grip op mij hebben. Ik stop met het eten van junkfood en het drinken van alcohol, met uitzondering van bij sociale gelegenheden. Dit is stap 1 in mijn herstelproces.