#1
Vanavond was mijn eerste geslaagde ervaring met DMT en holy shit, wat is dat toch een vette drug.
Ik zat gewoon in kleermakerszit op de bank met mijn ogen dicht. Achter mijn ogen ontvouwde zich een eindeloos diepe wereld. Hoe het precies eruit zag, dat kan ik je niet vertellen. Daar is de achter-ogen-wereld veel te complex en beweeglijk voor. Toch wil ik een poging doen, omdat het zo vet is.
Ik zag torens: blokkendozen van allerlei felgekleurde kubussen. Ze waren paars en rood en geel en blauw met weer gele stippen. Ze stonden wel in een soort oneindige wereld. Achter de toren van paars-met-gele-blokkendozen stond nog zo'n toren, en daarachter nog een, en nog een.
Op zich had ik die oneindige opstapeling van kleurrijke blokkendozen al best wel prima gevonden. Zo'n diepte heb ik nog nooit gezien achter de binnenkant van mijn ogen. Ik dacht altijd dat het daar gewoon plat was.
Toch werd het juist op dat punt nog vetter. Het bleek namelijk dat ik niet in mijn eentje was tussen de blokkendozen. De aanwezigheid van een vrouw was duidelijk voelbaar. Ik kon maar een deel van haar lichaam zien, alsof ik strak naar haar middel bleef staren en mijn gezichtsveld ophield bij haar schouders en heupen. Ze bestond uit dezelfde kleuren als de rest van de wereld achter mijn ogen, alsof ze onlosmakelijk verbonden was met het paars met rood en gele karton waarvan de blokkendozen ook gemaakt waren. Het vrouwelijke wezen pakte mijn hand en ze wilde me ergens mee naartoe nemen. Tijdens het pad veranderde ze de blokkendozen in een soort standbeelden, beeldende kunst die me deed denken aan dingen die vroeger zijn gebeurd.
Ik wist dat ze me iets wilde vertellen, met alle figuren die ze tijdens haar wandeltocht liet zien. Ze probeerde me kunstwerken te laten zien die iets over mij vertellen. Maar ik begreep het niet.
"Wat wil je vertellen? Wat bedoel je nou toch?" Vroeg ik haar telkens. Er kwam geen antwoord. Ze begon langzaam te vervagen. Toen deed ik mijn ogen weer open en kon alleen maar lachen. Wat. Een. Drug.
Ik zat gewoon in kleermakerszit op de bank met mijn ogen dicht. Achter mijn ogen ontvouwde zich een eindeloos diepe wereld. Hoe het precies eruit zag, dat kan ik je niet vertellen. Daar is de achter-ogen-wereld veel te complex en beweeglijk voor. Toch wil ik een poging doen, omdat het zo vet is.
Ik zag torens: blokkendozen van allerlei felgekleurde kubussen. Ze waren paars en rood en geel en blauw met weer gele stippen. Ze stonden wel in een soort oneindige wereld. Achter de toren van paars-met-gele-blokkendozen stond nog zo'n toren, en daarachter nog een, en nog een.
Op zich had ik die oneindige opstapeling van kleurrijke blokkendozen al best wel prima gevonden. Zo'n diepte heb ik nog nooit gezien achter de binnenkant van mijn ogen. Ik dacht altijd dat het daar gewoon plat was.
Toch werd het juist op dat punt nog vetter. Het bleek namelijk dat ik niet in mijn eentje was tussen de blokkendozen. De aanwezigheid van een vrouw was duidelijk voelbaar. Ik kon maar een deel van haar lichaam zien, alsof ik strak naar haar middel bleef staren en mijn gezichtsveld ophield bij haar schouders en heupen. Ze bestond uit dezelfde kleuren als de rest van de wereld achter mijn ogen, alsof ze onlosmakelijk verbonden was met het paars met rood en gele karton waarvan de blokkendozen ook gemaakt waren. Het vrouwelijke wezen pakte mijn hand en ze wilde me ergens mee naartoe nemen. Tijdens het pad veranderde ze de blokkendozen in een soort standbeelden, beeldende kunst die me deed denken aan dingen die vroeger zijn gebeurd.
Ik wist dat ze me iets wilde vertellen, met alle figuren die ze tijdens haar wandeltocht liet zien. Ze probeerde me kunstwerken te laten zien die iets over mij vertellen. Maar ik begreep het niet.
"Wat wil je vertellen? Wat bedoel je nou toch?" Vroeg ik haar telkens. Er kwam geen antwoord. Ze begon langzaam te vervagen. Toen deed ik mijn ogen weer open en kon alleen maar lachen. Wat. Een. Drug.
